De laatste week van juli was er weer één vol hatelijke uitingen naar zwarte vrouwen. In een periode van uiterst publieke gesprekken over ras en racisme in de Lage Landen gaf de jonge zwarte journaliste Sabrine Ingabire (1995) in een interview met de Belgische krant De Morgen aan dat ze bewust niet met witte mannen datet. Hoewel Ingabire ook heel veel andere dingen zegt, is dát de quote die in de (inmiddels aangepaste) kop en het intro komt, in een krant waar ze nota bene ooit zelf voor schreef. De door sensatie gedreven kop maakt dat Ingabire vervolgens aangevallen wordt op social media.

Twee dagen ervoor wordt Seada Nourhussen, hoofdredacteur van OneWorld, in een column bij radioprogramma De NieuwsBV door een witte mannelijke journalist afgezeken omdat zij hem zou hebben ontslagen (wat niet zo is). Ondanks geduldig uitleggen van de OneWorld-redactie gaat het los op Twitter.

In de slipstream van allerlei negatieve uitingen tegen zwarte vrouwen worden ook het Dipsaus trio en journalist Clarice Gargard op social media meegenomen. Allemaal worden ze neergezet als de Boze Zwarte Vrouw: te agressief en assertief.

‘Zwarte vrouwen moeten hun plaats kennen’

Haat, minachting en discriminatie jegens zwarte vrouwen wordt ‘misogynoir’ genoemd. Dat woord is een samentrekking van ‘misogynie’ (de haat tegen en afkeer van vrouwen) en ‘noir’ (Frans voor ‘zwart’). De term werd in 2008 gemunt door de Afro-Amerikaanse feministe Moya Bailey, die er een paar jaar later verder haar gedachtes over uitwisselde via online platform Crunk Feminist Collective. Bailey geeft aan dat de term dankzij social media veel bekender werd, met name dankzij de schrijfster die bekendstaat als Trudy van het intersectioneel feministische blog The Gradient Lair, die tussen 2012 en 2015 veel schreef over praktijkvoorbeelden van misogynoir.

Deze vrouwen worden aangevallen juist om het feit dat zij én zwart, én vrouw zijn

Eind 2018 sprak ik er al eens over met Trouw, deze specifieke haat tegen zwarte vrouwen (zonder het toen expliciet misogynoir te noemen), naar aanleiding van de hoeveelheid seksistische en tegelijkertijd racistische bagger die Nourhussen en Gargard destijds als vrouwelijke zwarte columnisten over zich heen kregen. Zodra deze vrouwen, net zoals Sylvana Simons (sinds haar politieke carrière) en Anousha Nzume (toen zij zich uitsprak tegen het boek en de film Alleen maar nette mensen), zich uitspreken over maatschappelijke issues, worden zij aangevallen juist om het feit dat zij én vrouw, én zwart zijn. Door hun intersectionele1 positie – zwart, vrouw en ook nog mondig en hyperzichtbaar in de politiek en media – worden mensen ziedend. Deze vrouwen moeten hun plaats kennen, zeker in de mannenwereld van media en politiek, zo lijkt de teneur.

Stereotypes van de zwarte vrouw

Deze haat jegens zwarte vrouwen uit zich vaak (maar niet altijd) via het gebruik van stereotypen. In de Verenigde Staten is dit beter onderzocht en beschreven dan in Nederland, mede omdat slavernij op eigen bodem plaatsvond en stereotiepe uitingen zich tijdens en na de slavernijperiode in Amerikaanse culturele uitingen en populaire cultuur nestelden. Dankzij het werk van zwarte academici, activisten en feministen zoals Michele Wallace, Patricia Hill Collins en bell hooks, die vanaf eind jaren 70 aan de slag gingen met het beschrijven, bekritiseren en ontleden van deze stereotypes, is inmiddels een heel kennisveld ontstaan.

Het doel van een stereotype is om iemand tot ‘de Ander’ te maken, iemand tegen wie je een eigen en sterker zelfbeeld kunt afzetten. Dat was bijvoorbeeld bruikbaar voor westerse mogendheden om kolonialisme te kunnen rechtvaardigen: niet-Europese mensen werden gezien als minder menselijk of ongeciviliseerd. Maar deze beelden werken nog altijd door in het postkoloniale heden. Ikzelf ben als jonge vrouw meermaals als het ‘exotische snoepje’ benaderd, bijvoorbeeld door een ‘bewonderaar’ die mij ‘de chocoladeprinses’ noemde. De stereotypes werden dusdanig sterk door dat men de werking ervan vanzelfsprekend gaat vinden, het wordt normaal gevonden.

Enkele stereotiepe representaties van de zwarte vrouw

The mammy: de trouwe, gehoorzame huisbediende. Zij is de ideale uiting van de zwarte vrouw die zich verhoudt tot witte koloniale overheersing omdat zij haar ondergeschiktheid accepteert.

The matriarch: de zwarte moeder in haar eigen huishouden, de slechte moeder die over het algemeen geen gedrag vertoont dat passend is bij haar gender omdat ze luid en assertief is.

Daarnaast bestaan the jezebel, de promiscue en immorele vrouw (in de huidige vorm is zij de bitch of ho van hoer) en the sapphire, de typische Boze Zwarte Vrouw, die zich beiden niet houden aan de koloniale norm van witte vrouwelijke zedigheid.

Uitingen in populaire cultuur toen en nu

Zowel in de VS als in Nederland zijn zwarte vrouwelijke stereotypen vaak geworteld in slavernij en kolonialisme. Sporen ervan zijn terug te vinden in historische en hedendaagse cultuuruitingen. Denk aan het mammy-stereotype in de reclames van de Aunt Jemima pannenkoekenmix, aan stand up comedy, zoals Jamie Foxx’ personage Wanda in de zeer populaire tv-serie In Living Color of Jandino Asporaats jezebel-personage Judeska. In muziekgenres zoals rapsongs komt de jezebel-figuur in moderne uitvoering als de bitch of hoochie terug in een meerderheid van de teksten.

Ook in vroegere representaties zien we het terug, zoals bij het mammy-personage dat de eerste zwarte vrouwelijke Oscar-winnaar, Hattie McDaniel, portretteerde in het filmepos Gone With The Wind in 1939.  En in Nederlandse koloniale literatuur duikt regelmatig de njai op. Generaties westerse mannen werden seksueel bediend door de njai. Zij was de concubine of seksuele slavin in Nederlands-Indië in de tijd dat witte vrouwen de kolonie niet in mochten. Zodra haar functie minder belangrijk werd eind 19e eeuw, werd de njai in theater en literatuur neergezet als iemand met een apentronie en een manipulatieve en oversekste vrouw die de seksuele moraal van koloniale bewindhebbers in de weg stond.

Zwarte actrices in Nederland moeten bijna wel vervallen tot stereotypes om succes te hebben

Kijken we iets recenter, dan is het frappant dat de enige twee recente zwarte vrouwelijke hoofdrollen in speelfilms rollen zijn waarin bovengenoemde stereotypen duidelijk naar voren komen. In de verfilming van Alleen Maar Nette Mensen (2012) speelt Imanuelle Grives hoofdpersoon Rowanda, de immorele, seksueel agressieve zwarte vrouw, die bovendien slecht voor haar kinderen zorgt. Zij is een combinatie van de jezebel en de matriarch. In Hoe duur was de suiker, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival in 2013, is het zwarte vrouwelijke hoofdpersonage Mini Mini, gespeeld door Yootha Wong-Loi-Sing, zowel de trouwe zwarte bediende als de promiscue slavin.

Wat doet het met zwarte meisjes, als dit soort stereotiepe personages de representatie vormen van de vrouwen waartoe zij opgroeien? Daarnaast laat het zien dat zwarte actrices in Nederland een zeer beperkte keuze in hoofdrollen of belangrijke bijrollen hebben en bijna wel moeten vervallen tot stereotypes om succes te hebben.

Zolang misogynoir een plek heeft, moeten zwarte vrouwen constant blijven knokken voor hun waardigheid

Misogynoir zit diep ingebakken in de Nederlandse cultuur, en dat heeft heel reële gevolgen. Zwarte vrouwen zoals Sabrine Ingabire, Seada Nourhussen, Clarice Gargard, de Dipsaus-vrouwen, Olave Nduwanje en Sylvana Simons worden onterecht weggezet als sapphires: te assertief, te agressief en te boos. Dat is een veel te platte, beperkte en beperkende weergave van hun menselijkheid, die het belang van zelfrepresentatie maar weer eens benadrukt. Waarom mogen zij niet uitmaken hoe zij zich neerzetten, zodat schadelijke stereotypen tegenwicht krijgen? Dat zou de eendimensionale beeldvorming van zwarte vrouwen doorbreken. Maar zolang misogynoir een plek heeft in onze cultuur, betekent het dat zwarte vrouwen constant moeten blijven knokken voor hun eigen agency, representatie en waardigheid.

Marie Dasylva

Overlevings­strategieën voor zwarte vrouwen

Vrouwen van kleur krijgen vaker te maken met discriminatie en intimidatie op de werkvloer.

pexels-photo-1170412

Overleven op een witte redactie

Journalisten van kleur - met name vrouwen - hebben veel te verduren op de redactievloer.

  1. Intersectioneel denken houdt in dat verschillende identiteiten niet losstaan van elkaar maar met elkaar verweven zijn zodat je specifieke vormen van onderdrukking (en privilege) op grond van die verweven identiteiten duidelijker kan benoemen en analyseren. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
5055d5f1-70a0-4dba-8aa4-3046c8aed222

Over de auteur

Nancy Jouwe is cultuurhistoricus en werkt als freelance onderzoeker, publiek spreker, publicist en docent. Ze (co-)publiceerde artikelen en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief