Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Het Nederlandse rechtssysteem kent een handjevol instrumenten dat je kunt inzetten als je het slachtoffer bent geworden van discriminatie. Maar zoals mensenrechtenjurist Domenica Ghidei al eerder stelde, worden die niet altijd benut, bijvoorbeeld omdat ze moeilijk vindbaar zijn. Daarom: een handleiding op basis van vijf veelvoorkomende situaties.

1. Ik ben gediscrimineerd op het internet

Ze moet nog beëdigd worden als vicepresident van de Verenigde Staten, maar Kamala Harris heeft al een hoop vrouwonvriendelijke en racistische ellende over zich heen gekregen op sociale media. Facebookgebruikers riepen op een aantal pagina’s dat ze ‘gedeporteerd moest worden naar India’ of dat ze geen daadwerkelijk Amerikaans staatsburger is. Reden voor Facebook om deze pagina’s – met tot wel vierduizend aanhangers – te verwijderen.

Hoewel discriminerende en haatdragende scheldkanonnades je om de oren vliegen op het internet, is het belangrijk om te onthouden: het mag niet. Twitter verbiedt expliciet racistische en seksistische opmerkingen, inclusief het opzettelijk gebruiken van de verkeerde voornaamwoorden bij trans personen. En Facebook en Instagram – die een moederbedrijf delen – verbieden het in hun gebruiksvoorwaarden onder meer om zwarte mensen met apen, moslims met varkens of joden met ratten vergelijken.

Vorig jaar vervolgde het OM in totaal slechts 6 meldingen van discriminatie op internet

Helaas leidt het rapporteren van discriminatie op sociale media zelden direct tot actie. In dat geval – en ook als je buiten sociale media om gediscrimineerd wordt via internet – kun je een klacht indienen bij het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND). Dat is een onafhankelijk meldpunt, geëxploiteerd door de stichting NL Confidential, die ook Meld Misdaad Anoniem beheert.

Een melding bij MiND indienen kan heel gemakkelijk via een webformulier. Over de afgelopen vijf jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld zo’n 850 klachten bij het meldpunt binnen – de afgelopen twee jaar ging een derde daarvan over sociale media.

Als het om strafbare uitingen gaat, kan MiND aan de websitebeheerder vragen om de uitlating te verwijderen. Als die daar geen gehoor aan geeft, kan MiND je helpen met het opstellen van een aangifte. Het Openbaar Ministerie besluit vervolgens of het tot vervolging overgaat of niet. Dat gebeurt echter niet vaak: vorig jaar zijn door het Openbaar Ministerie in totaal slechts zes meldingen van discriminatie op het internet vervolgd, in 2018 ging het nog om veertien gevallen.

2. Ik ben gediscrimineerd op het werk, op mijn opleiding of als consument

In 2014 kreeg de toen 23-jarige Jeffrey Koorndijk uit Deventer per abuis een e-mail, die eigenlijk bestemd was voor een collega, doorgestuurd van de werkgever bij wie hij had gesolliciteerd. ‘Heb nog even gekeken, is niks. Ten eerste een donker gekleurde [sic]’, stond erin, gevolgd door het n-woord.

Koorndijk deed daarop niet alleen aangifte, maar diende ook een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat kan bij discriminatie op de arbeidsmarkt, op de werkvloer, in het onderwijs of in een situatie waarin je consument bent. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het feit dat je niet voor een traineeship in aanmerking komt vanwege je hoofddoek, of als een positie aan je voorbijgaat omdat je zwanger bent. Het College greep ook in toen een rolstoelgebruiker vanwege zijn beperking geen gebruik kon maken van een Haagse stadsbus.

Een nadeel aan de procedure bij het College is dat je identiteit niet anoniem blijft. Er volgt namelijk een fysieke zitting van het College in Utrecht. De organisatie waarover je hebt geklaagd – de werkgever, de onderwijsinstelling – wordt ook uitgenodigd om zich te verweren, maar is niet verplicht om voor het College te verschijnen. De werkgever beweerde overigens voor de rechter – in een andere procedure dan bij het College – dat het om een grap ging.

Ook dient zich in veel gevallen een bewijsprobleem aan. Koorndijk had ‘geluk’: hij werd door een vergissing van de werkgever direct geconfronteerd met diens racistische uitlatingen. De bewijslast ligt namelijk bij degene die gediscrimineerd wórdt; jij zult eerst zelf moeten bewijzen dat je met discriminatie te maken hebt gehad. Op de website van het College is wel handig uiteengezet op basis waarvan je je klacht kunt indienen, en aan welke voorwaarden dan moet worden voldaan om rechtens van ‘discriminatie’ te kunnen spreken. Dat lost het bewijsprobleem ietsje op.

Het College kan geen straffen opleggen. Wel oordeelt het College over de vraag of de wet is overtreden. Zulke oordelen zijn openbaar toegankelijk: in dat geval blijft jouw naam wel achterwege, in tegenstelling tot de naam van de organisatie. Zulke naming and shaming is onwenselijk voor een organisatie en kan leiden tot beleidswijzigingen. Ook weegt het oordeel van het College mee als je naar de rechter gaat, bijvoorbeeld om schadevergoeding te eisen. Dat kan je een aanzienlijk voordeel opleveren.

3. Ik ben gediscrimineerd door de overheid

In mei van dit jaar gaf de Belastingdienst het toe: de fiscus heeft zeker drie jaar lang etnisch geprofileerd. Nederlanders met een dubbele nationaliteit werden vaker onderworpen aan een zogeheten ‘intensieve controle’ van hun aangiften voor de inkomstenbelasting. Wie aan alle andere criteria voor zo’n intensieve controle voldeed, maar géén dubbele nationaliteit had, ontsprong de dans.

Als de hoogste Nederlandse rechter je in het ongelijk stelt, kun je naar het Europees Hof

In zo’n geval gaat de overheid niet vrijuit. Nederland is net als 46 andere landen gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – en daarmee mogen alle Nederlanders rekenen op bescherming onder dat verdrag. Artikel 14 van het EVRM verbiedt het overheden om onrechtmatig onderscheid te maken tussen burgers die een van de andere rechten uit dat verdrag uitoefenen, zoals het demonstratierecht (artikel 11), het recht om de kleding te dragen die je wilt (artikel 8), maar ook het recht op bezit (artikel 1 uit protocol 1). Dat laatste is hier van belang: dat de overheid belasting int is een inperking van je recht op bezit, wat normaal gesproken mag. De vraag is echter of dat nog steeds zo is als er etnisch profileren in het spel is.

Als je denkt dat een van je rechten uit het EVRM worden geschonden, kun je als eerste naar de Nederlandse rechter stappen. Pas als je door de hoogste Nederlandse rechter in het ongelijk bent gesteld, kun je naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.

In gevallen van racisme of seksisme kun je ook, per mail of brief, een individuele klacht indienen bij het door de Verenigde Naties opgerichte Committee on the Elimination of Racial Discrimination, respectievelijk Committee on the Elimination of Discrimination Against Women. Zo’n commissie kan suggesties of aanbevelingen doen, bijvoorbeeld op overheidsbeleid. Zo’n klacht is bijvoorbeeld in 2015 ingediend over Zwarte Piet, waarna de Verenigde Naties de figuur bekritiseerden.

4. Ik ben slachtoffer van haatzaaien, groepsbelediging, strafbare belediging of strafbare uitsluiting

Journaliste Clarice Gargard plaatste in 2018 een livestream van Kick Out Zwarte Piet- op haar Facebookpagina. Het leidde tot maar liefst 7600 negatieve, veelal haatdragende reacties. 25 personen die zo’n reactie achterlieten moesten afgelopen maand voor de rechter verschijnen: op één na kregen ze allemaal taakstraffen en boetes tot 450 euro.

illu-3a

Waarom gaan racisten in Nederland zo vaak vrijuit?

In 2019 kwam nog geen 5 procent van de discriminatiemeldingen bij het OM terecht.

Bij een strafbaar feit kun je aangifte doen bij de politie. Zulke strafbare feiten zijn bijvoorbeeld groepsbelediging of haatzaaien, maar ook uitsluiting door iemand terwijl hij zijn/haar beroep uitoefent. Niet alle aangiften worden in behandeling genomen, en niet alle aangiften die in behandeling worden genomen leiden tot vervolging. Zo’n 5 procent van de discriminatiemeldingen bij de politie leidde in 2019 tot vervolging, en daarvan leidde slechts een derde tot een rechtszaak.

Maar met de zaak van Gargard heeft het Openbaar Ministerie ook een signaal willen afgeven: discriminatie is nog altijd strafbaar. De rechter vond dat signaal nog niet ver genoeg gaan en heeft justitie op de vingers getikt: slechts tweehonderd reacties waren onderzocht, terwijl er mogelijk nog veel meer strafbaar waren. Het OM had ook de rest moeten onderzoeken.

5. Ik ben anderszins gediscrimineerd door een individu, organisatie of de overheid

Een laatste, maar zeker niet mindere optie, is de regionale antidiscriminatievoorziening, zoals Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam of ADV Limburg. Als je niet weet welk meldpunt bij jou in de buurt zit, kun je bellen met de landelijke Discriminatie meldlijn. Ook over discriminatie op gronden die niet wettelijk vastgelegd zijn – bijvoorbeeld op basis van tatoeages, haarkleur of inkomen – kun je hier een melding indienen.

Bij de regionale voorzieningen is het doen van een melding laagdrempelig gemaakt. Je melding blijft in principe bovendien anoniem – een belangrijk verschil met de procedure bij het College voor de Rechten van de Mens. Het meldpunt kan een bemiddelingsgesprek regelen of je zelfs helpen aangifte te doen. Als het bij je situatie past, kun je een melding bij zo’n regionaal bureau natuurlijk combineren met een van de voorgaande instrumenten.

Bovenal hebben deze voorzieningen een belangrijke signaleerfunctie. Op basis van het door de bureaus geregistreerde aantal meldingen rapporteert de Monitor bijvoorbeeld hoe het ervoor staat met discriminatie op de arbeidsmarkt. Op de lange termijn zorgen meldingen bij deze bureaus ervoor dat discriminatie op de politieke agenda blijft staan.

Naamloos-3

Na dertig jaar weten zij: een gesprek over racisme wordt nooit makkelijk

'Niemand hoort graag dat-ie onbewust racistisch is.'

image (1)

Racisme in de zorg: ‘Ik wil niet door u geholpen worden’

Drie zorgverleners delen hun ervaringen, hun werkgever reageert.

ixgC6T_l_400x400

Over de auteur

Tahrim Ramdjan is freelance journalist, hoofdredacteur bij Red Pers en jurist in opleiding uit Amsterdam.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief