Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Ik ben dik. Dat is voor veel mensen blijkbaar een behoorlijk controversieel statement. Vorige week ging ik viral op Twitter, met een foto van mezelf in bikini en de tekst dat ik met mijn dikke lichaam prima in staat ben om van het leven te genieten. Veel mensen voelden de noodzaak te reageren, vaak gelukkig positief. Zo gaven veel vrouwen aan dat ze door mijn foto de moed hadden om na jaren toch weer eens een bikini aan te trekken.

Maar er was ook een categorie onaardige opmerkingen: dat ik me moet verstoppen, een kostenpost voor de zorg zou zijn en dat ik niet oud zou worden. En dan waren er nog de goedbedoelde reacties. ‘Ik zie geen dik persoon’, ‘Je bent niet dik, je bent mooi’, ‘Waarom benoem je het? Iedereen mag er zijn’. Tot deze groep mensen wil ik me richten. Want ik noem mezelf inderdaad dik en dat doe ik heel bewust.

Dik was het allerergste wat je genoemd kon worden

Als je me als twaalfjarige Marjon had gevraagd of ik vond dat ik dik was, had ik waarschijnlijk een rood hoofd van schaamte gekregen. Schoorvoetend had ik ja gezegd en daarna zou ik waarschijnlijk zijn gaan huilen. Dik was het allerergste wat je genoemd kon worden. Ik schaamde me voor mijn gewicht, al van jongs af aan. Die schaamte heb ik 27 jaar lang met me meegedragen en was een van de belangrijkste oorzaken van mijn eetstoornis. Schaamte kan je in z’n greep houden, het voorkomt dat je toenadering tot anderen zoekt en dat je erkent dat je (mentale) hulp nodig hebt.

Het woord dik heeft allerlei negatieve associaties: als je dik bent, ben je lui; als je dik bent, sport je niet; als je dik bent, eet je je alleen maar vol en is het je eigen schuld. Dik wordt als scheldwoord gebruikt om mensen te fat shamen; we bekritiseren ze op basis van hun gewicht, in plaats van hun inhoud.

Binnen gemarginaliseerde groepen is het besef ontstaan dat je je dit soort woorden kunt toe-eigenen, waardoor de betekenis verandert. Zoals queer ooit een scheldwoord was en nu een neutrale benaming voor een groep binnen de LGBTQIA+ gemeenschap. Een geuzennaam. De woorden die pijn deden, gebruiken we nu als schild. Zo kunnen pestkoppen en mensen met macht het woord niet meer gebruiken om je te kleineren. Ja, ik ben dik, en wat dan nog? Gelukkig kan ik tegenwoordig ‘dik’ als neutraal woord gebruiken.

Zeg maar gewoon ‘dik’, dikke mensen weten namelijk dat ze dik zijn!

‘Dik’ is ook niet inherent negatief, zo kun je over een auto zeggen dat het ‘een dikke bak’ is en iets ‘dik voor elkaar’ hebben. Daarom is het zo frustrerend wanneer mensen goedbedoeld zeggen: ‘Je bent niet dik, je bent mooi’. Ik ben beide, thank you very much. Ook al is het bedoeld als oprecht compliment, toch zeggen ze daarmee eigenlijk: dik en mooi kan niet samengaan, je bent het een óf het ander. We zouden inmiddels toch moeten begrijpen dat mensen complexe wezens zijn die veel verschillende dingen tegelijkertijd kunnen zijn?

Of mensen zeggen: ‘Ik zie geen dik persoon als ik naar je kijk’. Door dat te zeggen ontken je de effecten van de stigmatisering van dik-zijn. Er zullen vast mensen zijn die géén (onbewust) oordeel vellen als ze mijn dikke lichaam zien, maar die zijn wel in de minderheid. Dikke mensen hebben namelijk een kleinere kans om aangenomen te worden voor een baan en áls ze aangenomen worden, verdienen ze gemiddeld minder en maken ze minder kans om promotie te maken. Ook in de gezondheidszorg ontvangen dikke mensen minder goede zorg: artsen zien bijvoorbeeld de tijd die ze aan dikke patiënten besteden sneller als tijdsverspilling en Amerikaans onderzoek toont aan dat bijna een kwart van de verpleegkundigen walgt van patiënten die obees zijn, 12 procent van hen wil deze mensen zelfs niet aanraken.

Dik is het meest neutrale woord en daarom mijn favoriet. Niet ‘obesitas’, wat letterlijk ‘volgevreten’ betekent en en waarmee je het tot een medisch probleem reduceert. Niet ‘overgewicht’, omdat er in dat woord impliciet een oordeel verscholen ligt: namelijk dat er een goed gewicht is waar je overheen gaat en dat is fout. Niet ‘curvy’ of ‘vol’ of ‘volslank’, allemaal woorden die naar mijn idee vooral niet-dikke mensen gebruiken, om te voorkomen dat ze het woord ‘dik’ in de mond hoeven te nemen. Zeg maar gewoon ‘dik’, dikke mensen weten namelijk dat ze dik zijn! Als we om het woord heen blijven dansen, wordt het nooit genormaliseerd en blijven we de negatieve connotaties houden.

Ik kies er dus voor om mezelf dik te noemen en dat doe ik heel bewust. Het is mijn vorm van activisme. Het feit dat het woord andere mensen ongemakkelijk maakt, zegt me alles wat ik moet weten: we hebben nog een lange weg te gaan voordat dikke mensen écht geaccepteerd worden in onze samenleving.

Treinverhaal 1200 x 675 (72 pixels)

Mag ik, dikke vrouw, ook een plaatsje in de trein?

Marloes Leezer schrijft over haar ervaringen als dikke, zelfverzekerde vrouw in het OV.

20190821DikkeVingerfotoshootAnoesjkaMinnaard(745)

‘Fat-shaming brengt in coronatijd extra levens in gevaar’

'De opmerking dat ik minder recht heb op een IC-bed, komt als een genadeklap.'

MarjonMelissen – foto door Anoesjka Minnaard

Over de auteur

Marjon Melissen (1991) zet zich in voor gelijke kansen wereldwijd met haar werk als Senior Communicatie & Campagne Adviseur voor …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief