Ik stak de lader in mijn telefoon. Hij deed het niet. Dat was wel vaker gebeurd, maar iets zei me dat mijn iPhone het deze keer flink te pakken had. Een typische ontsteking van een onofficiële lader, waardoor je telefoon in protest lijkt te gaan. Ik plaatste, zoals altijd, een bericht op Facebook. “Mijn telefoon is dood”, schreef ik, zonder er al teveel bij na te denken. Mijn vrienden leken meer in paniek te zijn dan ik. “Hoe gaan we dan afspreken volgende week >:(“, reageerde een vriendin geïrriteerd. Een ander vroeg of ik mijn telefoon aan het opeten was.

Overleven zonder telefoon. In groep acht kreeg ik mijn eerste exemplaar. Een Nokia. Ik had er eigenlijk niet zoveel mee, want ik gebruikte ’m niet. Waarom moest ik überhaupt bereikbaar zijn? De basisschool was toch maar tien minuten van mijn huis vandaan. Ik liet mijn telefoon vaak thuis liggen en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. De afgelopen veertien jaar heb ik een vorm van bindingsangst ontwikkeld met mijn trouwe en soms ontrouwe mobieltjes. Vaak genoeg vergat ik mijn telefoon in restaurants of bibliotheken. Ik gooide mijn telefoon per ongeluk het IJmeer in, om hem vervolgens een half uurtje later in een bak met rijst te doen. Het mocht helaas niet baten. Of ik liet hem vallen op een marmeren trap, waarna ik hem drie verdiepingen lager weer opraapte. In stilte bekeek ik zijn val. Met een laatste plof kwam mijn iPhone tot stilstand. Een grinnik ontglipte mijn lippen. Die heeft het wonderbaarlijk genoeg wel overleefd.

Sinds een week ben ik haast onbereikbaar. De eerste dagen voelde het onwennig. Ik voelde een letterlijke leegte in mijn handen en ik kreeg een unheimlich gevoel als ik rond mensen stond die aan het telefoneren of aan het appen waren. Zoals het roken van een sigaret, leek het vasthouden van een telefoon tijdens dagelijkse gesprekken een must. In de ochtenden moest ik toch even goed bedenken, hoe ik mijn routine zou beginnen. Misschien toch maar eerst douchen en daarna pas mijn email bekijken? Af en toe dook er een door infobesitas getriggerde doemgedachte op. Ik vroeg me af hoeveel berichtjes ik had ontvangen. Hoeveel mensen mij aan het bellen waren, hoeveel notificaties ik was misgelopen. Had ik een nieuwe match op Tinder? Ik kon het allemaal niet nakijken en die onwetendheid haalde de paniek in mij naar boven.

Ik voel me net een hippe off the grid hipster.

Ik ben een week verder en de vervreemding lijkt te zijn vervluchtigd. Ik voel me net een hippe off the grid hipster. Mijn ogen zijn geopend en ik zie alleen maar telefoonverslaafde zombies en ik heb steeds sterkere weerwoorden paraat voor mensen die mij voor gek verklaren. Ik ben er ook achter gekomen dat ik helemaal niet onbereikbaar ben. Hoe je het ook wendt of keert, de wonderbaarlijke stromingen van sociale media bereiken je hoe dan ook. Je toegang tot het wereldwijde internet is niet gelimiteerd tot het apparaat in je handen.

Al een week vraag ik mij af hoelang ik dit kan volhouden. Hoelang kan ik rondlopen in deze snelle kosmopolitische stad zonder een telefoon? Zal ik ooit geaccepteerd worden als een smartphone-loos individu? Iemand die niet aan groepsgesprekken doet, geen hotspot heeft of selfies neemt? Geaccepteerd willen worden is volgens mij een van de sterkste verslavingen die we kennen. Het houdt ons vast aan een norm waar wij zelf geen controle over hebben.

Vanaf nu neem ik het heft in eigen handen. Geaccepteerd worden begint bij jezelf en volgens mij ben ik geen smartphone-mens. Ik denk dat ik maar weer overstap op een Nokia.

PLLRAAK_ESRA_DEDE_HR__24

Over de auteur

Freelance journalist

Esra Dede blogt voor OneWorld over alles wat haar opvalt. Hoewel haar ouders Turks zijn, heeft ze niets met labels als ‘allochtoon’, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief