“Ze zal het niet overleven”, zeiden ze. Het was maart 1967 en de winter was het land nog niet vertrokken. Mijn moeder lag onder meerdere lagen dekens. Dekens gemaakt van schapen die haar moeder zelf had gevild. Rood en roze glimmend stof bedekte de wit katoenen dekbedden. Haar zussen hadden de dekens geborduurd met bloemetjes en blaadjes. Mijn moeder zou dit later ook voor haar kinderen maken. Dat was het idee. “Ze ziet er niet gezond uit, we zullen binnenkort haar graf voorbereiden”, zei haar vader.

Op de veertigste dag werd haar graf dicht gegooid. Ze had het overleefd

Het haast levenloze lichaam van mijn moeder werd van schoot naar schoot gedragen. Elke nacht sliep een van haar zussen naast haar. Elke dag werd mijn moeder sterker en groeide. Zoals de knopen op de takken. Zoals de rozen in de tuin kreeg zij elke dag rodere wangetjes. Op de veertigste dag werd haar graf dicht gegooid. Ze had het overleefd. De eerste veertig dagen zijn altijd belangrijk geweest voor een moeder. Niet alleen voor haar kind, maar ook voor zichzelf. De eerste veertig dagen kan zowel de moeder als het kind komen te overlijden. De moeder door een nabloeding of vergiftiging. Het kind door de omstandigheden. Het verliezen van een kind was ook niet iets vreemds. Elke maand werden er graven gegraven en af en toe werden ze gevuld met het levenloze lichaam van een baby.

“Ze zal het niet overleven”, zeiden ze. Het was lente 1990. Mijn ouders waren een paar maanden geleden verhuisd naar Amsterdam Oud-West. Daarvoor woonden ze bij de ouders van mijn vader. Toen mijn vader uiteindelijk uit huis wilde, viel dat in het verkeerde keelgat bij mijn grootouders. Maanden hadden ze geen contact gehad. Tot mijn geboorte. Mijn opa hoefde maar één blik te werpen op mijn gezicht om het zeker te weten. “Ze ziet er niet gezond uit. Ik zou geen bed voor haar kopen. Het is het geld niet waard”, zei hij en vertrok.

Ik zou geen bed voor haar kopen. Het is het geld niet waard

Mijn ouders keken naar mijn spartelend lichaam op de bank. Ik zag er prima uit. Maar je moet wel luisteren naar de ouderen in je familie. De eerste veertig dagen sliep ik voor de open haard. Ver genoeg om niet verbrand te worden, maar dichtbij genoeg om warm te blijven. Op mijn veertigste dag was ik, zoals de dagen ervoor, een normale actieve baby. Mijn vader, de metaalbewerker, had als cadeau een bed voor mij gemaakt. Compleet uit roestvrij staal. Zo massief en groot dat het via het raam naar binnen gehesen moest worden.

Elke streek heeft zo haar eigen gebruiken op de veertigste dag. Elke streek heeft ook haar eigen verhalen. De eerste veertig dagen zijn niet alleen medisch gevaarlijk. Men zegt dat Azraïl, de aartsengel, de eerste veertig dagen de moeder volgt. Klaar om de ziel van haar af te pakken. De vrouw wordt lohusa genoemd. Haar lot is niet zeker. Totdat ze haar abdest kan doen, het schoonmaakritueel om vervolgens weer te kunnen bidden.

Een ander verhaal vertelt dat de moeder de eerste veertig dagen ’s nachts niet alleen gelaten mag worden. Albasar, de vrouw wiens ziel is afgepakt als lohusa, komt dan op bezoek. Zij zit vervolgens op het slapende lichaam van de moeder, waardoor ze in haar slaap stikt. Sommige vrouwen hebben Albasar overleefd. Dat hebben ze gedaan door de naald die vastgepind zit op haar borst eruit te trekken. Volgens het verhaal zal zij je dan 40 jaar met rust laten. Wat die naald überhaupt op haar borst doet, dat weet niemand.

Ze kwam in de middag terug met zeven verschillende bloemen in één hand en zeven stenen in de ander

De eerste veertig dagen van mijn moeder werden door haar zussen gevierd. Ze kwamen bij elkaar om op z’n minst een speciaal gerecht te maken ter ere van mijn moeder. Mijn veertigste dag begon met een veiliger plek om te slapen. Mijn moeder had toentertijd niet veel vrienden. Nederland was nog onbekend terrein voor haar.

De enige Turkse vrouw die zij kende, was een vrouw uit het zuiden van Turkije. Uit Adana. “Laat het aan mij over”, had ze die dag gezegd en ging de deur uit. Ze kwam in de middag terug met zeven verschillende bloemen in één hand en zeven stenen in de ander. Eén voor één gooide ze de bloemen en stenen in mijn badkuip terwijl ze aan het bidden was. Toen mijn moeder vroeg waarom het nou precies zeven moest zijn, kon ze daar geen antwoord op geven. “Het is traditie, geen vragen stellen”, zei ze en gebaarde naar mijn moeder.

Mijn moeder deed haar trouwring af en gooide het als laatste in het badkuip. Eerst werd ik gewassen in het water en vervolgens waste mijn moeder zichzelf met het resterende water. Klaar om weer aan haar verantwoordelijkheden als moslima te voldoen. Verlost van de aartsengel en van de geest van overleden moeders.

Het overleven van je eerste veertig dagen wordt tegenwoordig gevierd. Zie het als een vervroegde verjaardag. Een reden om de familieleden, vrienden en kennissen uit te nodigen. Voor de meeste uitgenodigden is het ook hun eerste ontmoeting met de nieuwe aanwinst van de familie. Deze tradities zijn kostbaar, hoe onbegrijpelijk ze soms ook zijn. Ze moeten gekoesterd worden en zo nodig aangepast.

We leven in een wereld waar het overleven van onze kinderen niet meer zo speciaal is, maar elke dag gekoesterd moet worden

Hoezeer ik ook niet geloof in de mythes, ik zal ’s nachts waarschijnlijk wel wat vaker om me heen kijken. Klaar om Albasar de boe-vrouw tot mijn persoonlijke slaaf te maken.

We leven in een wereld waar technologie en kunde van de medici ons zal opvangen als we dreigen de strijd te verliezen. In een wereld waar de woorden “Ze zal het niet overleven”, zo min mogelijk worden gezegd. Jammer genoeg is dit niet voor alle delen van de wereld geldig. Nog altijd kunnen we met grote zekerheid tegen een kind op een boot zeggen dat het de reis niet zal overleven. Dat het zal aanspoelen op een strand, zonder moeder en vader. Zonder een grootmoeder die kan denken aan een graf. We leven in een wereld waar het overleven van onze kinderen niet meer zo speciaal is, maar elke dag gekoesterd moet worden. Elk kind moet gekoesterd worden. Elke dag kan een reden tot vreugde  zijn, laten we alle kinderen uit nodigen op dit feest.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
PLLRAAK_ESRA_DEDE_HR__24

Over de auteur

Freelance journalist

Esra Dede blogt voor OneWorld over alles wat haar opvalt. Hoewel haar ouders Turks zijn, heeft ze niets met labels als ‘allochtoon’, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief