Het is maar goed dat ik niet wist wat me te wachten stond toen ik in 2018 begon als hoofdredacteur van OneWorld. Na zo’n vijftien jaar avond- en weekenddiensten draaien bij de dagbladen, dagelijkse deadlines, verslag doen van geweld rond mijnen in Congo, landroof in Uganda, verkiezingen in Nigeria, een aftredende Robert Mugabe in Zimbabwe en tussendoor online haat ontwijken vanwege een ooit beruchte column, was ik wel toe aan een kalmer bestaan.

Na jaren subsidie staat OneWorld voor het eerst op eigen benen

Ik dacht namelijk dat ik nu met mijn beentjes op mijn bureau vanuit een glazen privékantoor, uitkijkend over het IJ rustig, over de grote lijnen van het vak zou zitten nadenken. Maar hoofdredacteur zijn van een magazine dat na jaren subsidie voor het eerst op eigen benen gaat staan én ook nog eens de oude focus op ontwikkelingssamenwerking loslaat, betekent iets totaal anders.

Naast directeur en creatief leider, werd ik van de ene op de andere dag ook mensenmanager en ondernemer. In plaats van met fotoshoots en kennismakingskoffiedates, was ik veel bezig met tarieven, personeelsgesprekken, strategiesessies, bestuursvergaderingen en businessmodellen. Schrijven, dat deed ik er haast naast.

Het was een achtbaan. En zeker niet alleen voor mij, maar voor iedereen in ons kleine team. Onze redactie werd uitgebreid en weer ingekrompen, het zakelijk team is veranderd, we zijn twee keer verhuisd, na twee jaar 100 procent vrouwendominantie hebben we er opeens een man bij én we hebben een schitterend nieuw logo, magazine en site (oordeel vooral zelf, ik vind ‘m prachtig).

Maar onder al deze transformaties zat vooral ook een inhoudelijke koerswijziging. OneWorld is urgenter, inclusiever en meer van nu geworden. Door mijn tijd bij mainstream media weet ik dat media zichzelf vaak als progressief beschouwen, maar verandering en zelfreflectie tegenwerken. Dat bewijst een recent onderzoek van de Universiteit van Antwerpen ook: Vlaamse journalisten denken dat ze linkser zijn, dan ze in werkelijkheid zijn.

Bij OneWorld zag ik de ruimte om werkelijk onafhankelijk – wij zijn immers niet ingekapseld in één groot moederbedrijf zoals een groot deel van de Nederlandse media – en vernieuwend te zijn. En dan heb ik het niet over digital storytelling of andere technische foefjes. Ik wilde stappen zetten in hoe en waarvoor wij als journalisten ons vak inzetten.

Wij kiezen voor onderbelichte perspectieven, dus bij ons geen DWDD-usual suspects. We kiezen ook voor progressieve taal die gelijkheid bevordert en blijven dus termen uitleggen die sommigen bij voorbaat vermoeien, zoals ‘intersectioneel feminisme’ en ‘validisme’. En als wij het over klimaatverandering hebben, stoppen we niet bij ónze boeren of zeespiegel, maar trekken de lijn door naar gedwongen migratie en voedselonzekerheid elders. Het klinkt gezapig, maar we zijn nu eenmaal met elkaar verbonden door die ene wereldbol – onze naam veranderen we dus ook niet.

Wij willen zoveel mogelijk de dwarsverbanden tussen onze thema’s blootleggen: wat heeft klimaatverandering met armoede te maken? Wat heeft migratie met seksisme te maken? OneWorld is niet waardevrij; wij zetten onze journalistiek in vóór gelijkheid en tegen onrecht. Wij zullen onszelf daarom ook nooit als ‘neutraal’ omschrijven.

Afgelopen vrijdag lanceerden wij onze restyle en de publiekscampagne om meer betalende lezers te werven. Op die avond hebben we ook ons manifest, waarin bovenstaande journalistieke beslissingen in tien punten gegoten zijn, gepresenteerd. Dat was ook nodig omdat wij merkten dat zowel onze principes als onze identiteit niet altijd helder zijn. We zijn voor iedereen wat anders: een vacaturebank, sommigen denken dat we een NGO zijn, en anderen noemen ons hardnekkig een – en dit woord is vanaf nu verboden- ‘platform’ (volgens mij is dat iets waar je op staat).

Onafhankelijke journalistiek is nog wel afhankelijk, van jou

Vaak genoeg word ik aangesproken door mensen die zeggen: ik vind OneWorld tof! Maar als ik dan vraag wat ze vinden van ons papieren maandblad dat we met veel liefde en aandacht maken, kijken ze me met grote ogen aan en zeggen: welk magazine? Met die onduidelijkheid wil ik korte metten maken: OneWorld is een magazine dat rechtvaardigheid centraal stelt. Dagelijks online, maandelijks op papier.

Onze nieuwe koers heeft ons online duizenden nieuwe lezers opgeleverd; een jong, divers publiek dat snakt naar een medium dat niet aan valse neutraliteit doet. De keerzijde: zij (en misschien jij nu ook) lezen ons vaak enkel gratis. Tegelijk gingen voor sommige van onze betalende magazinelezers de veranderingen te snel. Zij zegden op. Dat is pijnlijk. Geregeld krijgen we ook een ontroerend mailtje: ‘Ik had opgezegd, maar vind jullie te belangrijk! Mag ik terugkomen?’

Die mensen zijn cruciaal. Want hoe vooruitstrevend wij ook zijn, hoe hard wij ook werken; ook wij moeten nog gewoon met het kapitalisme dealen. Zonder betalende lezers kunnen wij niet – met een piepklein team waar ik gigantisch trots op ben – dit mooie, noodzakelijke magazine maken. Onafhankelijke journalistiek is nog wel afhankelijk, van jou.

9M7A0758-1

Dit is het vernieuwde OneWorld

Lees in het OneWorld-manifest waar we voor staan, en wat we (niet) doen.

9A5A4753-clr_HardwichRosebel

‘Noem me journalist, geen activist’

Hoofdredacteur Seada Nourhussen over OneWorlds journalistieke keuze voor rechtvaardigheid.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Hoofdredacteur

Seada Nourhussen (Gondar, Ethiopië 1978) is sinds februari 2018 hoofdredacteur van One World. Tot eind 2018 was ze columnist voor Trouw en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief