5 redenen waarom Nederland ‘Team EU’ is tijdens de klimaattop

12-11-2015
Door: Ries Kamphof
Bron: OneWorld
G7 leiders kijken samen voetbal
Achtergrond – 

De Nederlandse klimaatagenda. Als je de website van het ministerie van Infrastructuur en Milieu bekijkt lijkt het alsof ons land eigenstandig in de internationale arena opereert. Nederland ‘betrekt het bedrijfsleven wereldwijd’, ‘scherpt de regels voor uitstoot van broeikasgassen aan’ en ‘werkt ‘met andere landen’ aan een VN klimaatakkoord. Op de webpagina ontbreekt een verwijzing naar Europa. De ‘inconvenient truth’ is dat het klimaat- en energiebeleid al lang in de Europese Unie wordt bepaald en dat Nederland op z'n best volgend is. Ries Kamphof promoveert op EU klimaat- en energiebeleid en legt uit waarom Nederland eigenlijk nooit meer buiten de lijntjes van de EU kleurt in internationale klimaatonderhandelingen. En waarom dat niet altijd vervelend is.

1. Gedeelde bevoegdheden
Klimaat en energiebeleid is volgens het Verdrag van Lissabon een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en lidstaten. Dit houdt in dat zij gezamenlijk beleid maken en de één niet zomaar beleid kan doorvoeren zonder de ander te raadplegen. Hoe werkt dit in de praktijk bijvoorbeeld tijdens de klimaattop? De Europese Commissie en de onderhandelaars namens de lidstaten stemmen onderling af. Er worden ‘hoofdonderhandelaars’ en ‘issue leaders’ aangesteld die namens ‘de EU en de lidstaten’ onderhandelen. Deze praktijk is sterk veranderd en verbeterd sinds het fiasco in Kopenhagen (2009). Toen werden de EU-lidstaten uit elkaar gespeeld, vooral staatshoofden als Merkel en Sarkozy wilden niet meer in de EU-lijn mee.

2. Gezamenlijk beleid en belofte
In de Europese Unie wordt gezamenlijk klimaatbeleid gemaakt. En doelen gesteld. Vorig jaar al zette de EU als belangrijkste doel dat zij 40 procent minder CO2 uitstoten in 2030 dan in 1990. De EU stond zo aan de wieg van de Intended Nationally Determined Contributions (INDCs), de beloften van emissiereductie, die nu door bijna 150 landen in de wereld zijn ingeleverd. Hoewel VN-orgaan UNFCCC de voorstellen als ‘nog niet voldoende’ heeft beoordeeld omdat het 2-graden doel nog niet wordt gehaald zit de EU nog wel bij de meer ambitieuze spelers.

3. Klimaatzaak
Omdat Nederland haar internationale en vooral Europese doelen niet haalt werd de Nederlandse Staat door de rechter op de vingers getikt in de spraakmakende rechtszaak van Urgenda. Dit is uniek in de wereld. Op basis van het huidige beleid zal Nederland in 2020 een vermindering van ten hoogste 17% bereiken. Urgenda wees op het wetenschappelijke bewijs van het internationale klimaatpanel IPCC en wilde dat Nederland in 2020 al 40 procent minder CO2 uitstoot dan in 1990. Uiteindelijk hield de rechter het bij ‘ten minste’ 25 procent. Oftewel, de ‘minimale’ Europese afspraken. Nederland kan nu echt niet anders dan ten minste de minimale Europese lijn volgen.

4. ‘Koploper’ Nederland blijkt nog niet zo’n topper
Nederland wist zichzelf altijd goed te verkopen als ‘beste jongetje van de klas’ in de EU. Dit blijkt allang niet meer het geval en al helemaal niet op klimaat- en energiebeleid, zo liet Urgenda’s zaak al zien. Cijfers uit het Europese Milieu agentschap zijn symptomatisch. Nederland zat in aandeel hernieuwbare energie bijvoorbeeld in 2011 slechts op 4,3 procent terwijl zij in 2020 op 14 procent moet zitten. En aangezien Nederland in 2012 nog grote moeite had om de CO2-uitstoot ten opzichte van 2009 met slechts 6 procent te verlagen klinkt de roep om 40 procent uitstootvermindering in 2030 op EU-niveau ongeloofwaardig voor Nederland. Wat betreft de Werelddoelen hoort Nederland ook bij de absolute onderlaag van de ontwikkelde landen op de ‘groene doelen’. 

5. Klimaatonderhandelingen= geopolitieke Champions League
Nederland is simpelweg te klein om alleen een rol van betekenis te spelen tijdens de klimaattop. Ook de EU heeft slechts 7 procent van de wereldbevolking en bovendien ‘slechts’ 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot tegenover keiharde uitstoters als China (ruim 20 procent) en de VS (15 procent). De uitstoot van de EU daalt bovendien terwijl die van China nog stijgt. De EU probeert in haar klimaatdiplomatie op zoek te gaan naar progressieve ontwikkelingslanden en opkomende economieën. Dat zijn lastige discussies. Op ‘mitigatie’ (uitstoot CO2) is Europa misschien ambitieus maar op andere hoofdonderhandelingspunten als ‘adaptatie’ (aanpassing) en klimaatfinanciering staat de EU te boek als ‘gemiddeld tot conservatief’. Hiervoor is de term common but differentiated responsibility (CBDR) een belangrijk concept. Al sinds de 1992 top over wereldwijde duurzame ontwikkeling, aan de wieg van de klimaattoppen, is dit een belangrijk concept.  De hele wereld is verantwoordelijk voor het tegengaan van klimaatverandering maar de westerse, zogeheten Annex 1-, landen, hebben historisch meer bijgedragen aan het klimaatprobleem en meer technologische mogelijkheden dan ontwikkelingslanden. Bovendien vindt veel productie in China en andere ontwikkelingslanden juist plaats voor de Europese consumentenmarkt. In deze wereldwijde uitruil en moeilijke internationale onderhandeling is Nederland te klein en is het ook voor de EU al moeilijk om door te drukken.

EU-team in Parijs
Niet alleen op voetbalgebied hoort Nederland inmiddels bij de Europese achterhoede, ook op klimaat- en energiebeleid is het aanklampen. Voordeel is dat Nederland nu niet hoeft thuis te blijven zoals bij het EK voetbal en wel mee mag in het EU-team naar de klimaattop in Parijs.  Het zou wel eerlijker zijn om dan ook meer van ‘we de EU’ te spreken op bijvoorbeeld websites als  de Nederlandse klimaatagenda in plaats van een grote Nederlandse mond op te zetten. Ook in EU-verband wordt het al zwaar genoeg om een bindend, ambitieus wereldwijd resultaat binnen te halen tijdens de klimaattop.

Foto: G7 leiders kijken samen voetbal

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Reacties