Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voor OneWorld, redactie Werelddoeners, interviewde ik de afgelopen drie maanden een scala aan mensen; van een Ugandese ondernemer tot een Braziliaanse ontwerper in Nederland. Zo ontdekte ik hoe veelbelovend of effectief projecten vaak zijn, en hoe onmisbaar ze zijn om mensen, dieren en natuur hulp te bieden. Maar onderzoek uit 2016 van Kaleidos Research laat zien dat bijna een derde van Nederland het ontwikkelingsbudget verder wil terugschroeven, terwijl we al onder de norm van 0,7% van het BNP zitten. Waarom eigenlijk, vroeg ik me af. En kunnen we die trend veranderen?

De argumenten

Om mezelf beter te informeren over de ins en outs van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking deed ik een online speurtocht. Zoekopdrachten als “waar gaat het Nederlandse ontwikkelingsbudget heen?” leverden een aantal onoverzichtelijke overheidssites op met veel cijfers en jaartallen, waar ik als leek niet veel wijzer van werd. Ik kwam wel veel interessante artikelen tegen, zoals dit stuk van Ralf Bodelier in de Groene Amsterdammer.

Bodelier merkt op dat politieke partijen die minder willen uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking dat omkleden met morele argumenten. De partijen die ontwikkelingssamenwerking willen inperken (VVD) of zelfs geheel afschaffen (PVV) verkondigen niet dat armoede, honger, en veiligheid van andere mensen hen niks kunnen schelen. De PVV stelt dat ontwikkelingssamenwerking ten koste van de Nederlandse hulpbehoevenden gaat; de VVD betoogt dat steun voor ontwikkelingssamenwerking een individuele, en geen publieke, keuze is. En natuurlijk komt ook het aloude argument aan bod: ontwikkelingssamenwerking werkt gewoon niet.

Uit het onderzoek van Kaleidos bleek ongeveer hetzelfde. Nederlanders die het ontwikkelingsbudget niet steunen, noemen de situatie in Nederland vaak als reden. Voorop staan onze ouderen, onze pensioenen, en goede zorg. Pas als die op orde zijn, kunnen we gaan denken aan ontwikkelingssamenwerking. Het tweede veelgenoemde argument is dat het geld verkeerd terecht komt, bijvoorbeeld bij corrupte regeringen, en dat het niet werkt.

Maar klopt dat ook?

Bodelier komt met tegenargumenten. Ten eerste verwerpt hij nadrukkelijk het argument dat ontwikkelingssamenwerking niet zou werken: het tegendeel is overtuigend aangetoond. De wereld heeft er juist veel baat bij. Ten tweede is een arm iemand in Nederland nauwelijks te vergelijken met een arm iemand in Syrië. Armoede is, denk ik, ook te meten in niet-materiële zaken: in veiligheid, scholing, gelijkheid, etc. In dat opzicht is een Nederlander altijd beter af. Ten derde betalen Nederlanders aan veel dingen mee waar we niet direct baat bij hebben of niet zelf voor zouden kiezen. Dat hoort er nou eenmaal bij, in een samenleving.

Ik dook zelf in het corruptie-argument. De Rijksoverheid meldt dat, mocht een land of organisatie zich niet aan afspraken houden, er sancties volgen. Ook fungeert de IOB (Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie) als onafhankelijk controleur op de effectiviteit van Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Ook dit argument is dus niet terecht. Waarom worden deze argumenten steeds opnieuw gebruikt, ook al blijken ze niet te kloppen?

Deze laatste vraag bleef knagen. Wanneer het om ontwikkelingssamenwerking gaat, worden andere argumenten ingebracht dan bij elk ander overheidsbudget. Het gaat ineens over tegenstellingen: als we geld geven aan arme landen, wie betaalt dan onze ouderenzorg? Maar het gaat ook over vertrouwen: weten we zeker dat het geld goed terecht komt? Nader onderzoek was nodig om het echte pijnpunt aan het licht te brengen.

Positieve beeldvorming

Ik vroeg me af: komt het misschien doordat er weinig concreets te vinden is over ontwikkelingssamenwerking? Ik had zelf immers nauwelijks bruikbare informatie gevonden. Moet er misschien iets worden gedaan aan de berichtgeving, aan de transparantie, zodat er betere informatie beschikbaar is?

Ik legde die vraag voor aan Partos , de brancheorganisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Partos vertelde dat ontwikkelingsorganisaties hard hun best doen transparanter te worden. Een aantal jaar geleden bespraken ze met een aantal leden de beeldvorming over ontwikkelingsorganisaties. Hun conclusie was dat de bereikte doelen en positief ontwikkelingsnieuws beter gecommuniceerd moesten worden, om het draagvlak ervoor te vergroten. World’s Best News, een platform waarop de positieve vooruitgang door ontwikkelingsprojecten wordt uitgelicht, werd hiervoor opgericht.

Ze vertelden dat accountantskantoor PwC vanaf 2004 ieder jaar een transparantprijs uitreikte, voor de ontwikkelingsorganisatie met het meest transparante jaarverslag. Per 2017 is PwC daarmee gestopt. Hun oorspronkelijke doel was de kwaliteit van verslaggeving professionaliseren en bijdragen aan vertrouwen van het publiek in maatschappelijk relevante organisaties. PwC vindt nu dat er inmiddels zo veel vooruitgang is geboekt, dat hun prijs overbodig is geworden.

Wat doet het ministerie?

Ontwikkelingsorganisaties zijn zich dus wel degelijk bewust van het belang van transparantie. Ik vroeg me af of dat ook voor de overheid geldt, en zocht contact. Ik kreeg Rolf Wijnstra aan de telefoon, communicatieadviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en vertelde hem over mijn zoektocht en de voornamelijk technische, weinig inzichtelijke sites die ik was tegengekomen. Hij was niet verbaasd. “De uitvoering van ontwikkelingsbeleid ís ook technisch. Wij moeten als overheidsinstantie daar dan ook streng op controleren, omdat wij verantwoording moeten kunnen afleggen. De begrotingssite die jij bekeek moet je in dat licht zien. Om die te begrijpen moet je ook iets snappen van de Rijksbegroting.”

Ik begin te begrijpen dat ontwikkelingssamenwerking via de overheid vrij ingewikkeld is. Op de sites die ik had gevonden wordt wél duidelijk dat Nederland honderden projecten tegelijk financiert. Wij geven tevens een deel van het budget uit via multilaterale organisaties, zoals de Europese Unie of de Verenigde Naties. Hoewel de regering haar best doet te controleren waar het geld heen gaat, is dat niet altijd makkelijk. Maar, nogmaals, dat geldt niet alleen voor het ontwikkelingsbudget, maar ook voor uitkeringen, belastingen, de zorg, etc. Niet alles is te controleren, niet elke misstap is te voorkomen. Mijn echte vraag was dusnog steeds niet beantwoord: waar komt die negatieve associatie met ontwikkelingssamenwerking toch vandaan?

Meerdere factoren

“Is het soms gebrek aan kennis?”, was mijn vraag. Uit het onderzoek van Kaleidos blijkt dat Nederlanders die armoede als hoofdoorzaak voor migratie zien, het negatiefst zijn over ontwikkelingssamenwerking. Deze groep ziet migranten als ‘gelukszoekers’ en is er niet van overtuigd dat ontwikkelingssamenwerking effect heeft op de migratiestroom. Mensen die op de hoogte zijn van het verband tussen conflicten in het thuisland en migranten, zijn positiever. “Dat geldt trouwens niet altijd”, waarschuwt Wijnstra. “Hoe meer mensen weten, des te ingewikkelder het voor ze wordt. Soms worden ze dan zelfs kritischer.”

Wat doet de overheid zelf om het draagvlak te vergroten? Wijnstra: “Op onze resultatensite ‘Dutch Development Results’ kun je zien welke voortgang we boeken. En via sociale media vertellen we over programma’s en individuele projecten, zodat het werk een gezicht krijgt.” Is dat dan het probleem? Is ontwikkelingssamenwerking te ongrijpbaar, te onpersoonlijk? “Wellicht, maar er spelen ook andere factoren mee. Tijdens de verzuiling was ontwikkelingswerk vanzelfsprekend, het zat verankerd in het gedachtegoed van solidariteit en naastenliefde. Maar de maatschappij, en onze kijk op migranten, Europa en multiculturalisme, is enorm veranderd.”

Die verandering werkt een wij/zij-gevoel in de hand, waar partijen als de VVD en PVV dan weer op inspringen. “Maar tegelijk – zo blijkt uit onderzoek – vindt een meerderheid van de Nederlanders dat we wel moeten blijven werken tegen internationale armoede en voor eerlijke ontwikkeling. En bij natuurrampen en hongersnood zie je dat mensen graag en veel willen bijdragen”, aldus Wijnstra. Waar ligt dat dan aan? Het wordt me niet duidelijk.

Verraderlijke verwachtingen

Ik zocht naar een oplossing voor ontwikkelingsscepsis, maar kom van de koude kermis thuis, al dan niet met een nieuwe wijsheid: volledig inzicht krijgen in het ontwikkelingsbeleid is schier onmogelijk. Voor een leek is niet te volgen hoe ontwikkelingssamenwerking werkt, waar het geld naartoe gaat, hoe dat gecontroleerd wordt, en wat het oplevert, zonder je volledig onder te dompelen in alle informatie. De politiek kan niet verwachten dat iedere burger dit doet; de burger kan op zijn beurt niet verwachten dat de overheid een dergelijk gecompliceerd proces voor iedereen begrijpelijk maakt.

Ik bevind me dus, uiteindelijk, in een impasse. De oplossing? Het moet duidelijker worden dat degelijke kennis over ontwikkelingssamenwerking, net als over alle overheidsbudgetten, expertise vereist. Maar dat is niet zozeer eigen aan ontwikkelingssamenwerking: dat geldt voor alles in de complexe samenleving waarin wij leven. Incomplete kennis is op elk politiek vlak een probleem. We kunnen niet verwachten dat dat voor ontwikkelingssamenwerking anders zou zijn.

Een antwoord op mijn vraag heb ik niet gevonden. Ik blijf achter met het ongemakkelijke gevoel dat er eigenlijk geen goede reden is om tegen ontwikkelingssamenwerking te zijn. Wat als er niks mis is met het domein, maar alleen met het feit dat wijzelf er niet direct baat bij hebben? Dat het wij/zij-gevoel, en het soms schaamteloze patriotisme dat ermee opgewekt wordt, de kern is van het probleem? Migranten afschilderen als ongenodigde gasten op ons feestje, die we ook nog een welkomstpakket moeten aanbieden. Dan draait het toch uiteindelijk om verbinding zoeken. Gelukkig zijn er ook nog steeds mensen die geloven in één wereld, voor iedereen.

fiona.jpg

Fiona Korthals Altes

Fiona is redactiestagiair bij Werelddoeners en Masterstudent Filosofie.
Profielpagina

Advertentie

KERST_Rectangle-Banner_ANIMATED_2

Advertentie

DSW-liever-principieel-dan-commercieel2