Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Zijn opvolger? Nee, dat wordt niet iemand uit ‘het Zuiden’ en ook geen vrouw. Het wordt weer een witte man uit Nederland. “Dus helemaal fout”, grapt scheidend directeur Solidaridad Nico Roozen (66). Het liefst zou hij de leiding van de organisatie, die onder andere het Max Havelaar keurmerk oprichtte, overdragen aan “een lesbische vrouw uit Afrika”. Weer een grapje. Zijn opmerking wordt meewarig ontvangen door zijn gesprekspartner, Ghanees-Nederlandse politicoloog Alberta Opoku (42). Plagend gooit ze er een schep bovenop: “Het zou natuurlijk helemaal af zijn als de lesbische droomkandidaat uit Afrika ook een rolstoel zou hebben.”

Maar even serieus: het doel van Roozen en zijn opvolger is echt wel om het internationale leiderschap van Solidaridad over te dragen aan collega’s in Afrika, Latijns-Amerika of Azië. “Sommigen zouden het morgen over kunnen nemen”, zegt Roozen. “Maar ze wilden nog niet, door gehechtheid aan hun eigen regio of familieverplichtingen.”

Opoku en Roozen zijn op het hoofdkantoor van Solidaridad in Utrecht om terug te blikken op het vijftigjarige bestaan van Solidaridad en te praten over ontwikkelingssamenwerking anno 2019. Roozen ziet kansen om door eerlijke handel ongelijkheid op te heffen, Opoku gelooft meer in staatsopbouw en goed leiderschap.

De roaring sixties

Solidaridad heeft een christelijke oorsprong en richtte zich in de eerste jaren op Latijns-Amerika, maar koppelde zich later los van de kerk en ging wereldwijd opereren. Roozen: “We zijn van protesteren tegen mensenrechtenschendingen in de roaring sixties verschoven naar een oplossingsgerichte organisatie met een focus op verduurzaming van productieketens die samenwerkt met alle ketenpartijen; van grote bedrijven tot kleine boeren.”

De organisatie heeft inmiddels een budget van ruim zeventig miljoen euro en voorziet doorgroei naar honderd miljoen en ruim zeshonderd werknemers die op vijf continenten in 37 landen actief zijn. De directieraad bestaat uit negen leiders uit Azië, Afrika, Latijns-Amerika, Noord-Amerika en Europa.

Met het succes kwam ook de kritiek

Roozens benadering van armoedebestrijding kan worden beschouwd als voorloper van het huidige Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsmodel: van hulp naar handel. Hij richtte Max Havelaar op – het eerste keurmerk voor eerlijke producten (koffie, thee, chocola, bananen) – en eerlijk modemerk Kuyichi. Ook was hij samen met Ahold initiatiefnemer van het keurmerk voor maatschappelijk verantwoord ondernemen Utz Certified. En met fruitbedrijf Agrofair introduceerde hij de OK-bananen.

Met het succes kwam ook de kritiek. Was de innige band met bedrijven wel gezond? Ook zou een aantal projecten te veel aan overhead kosten en te weinig opleveren voor degenen aan het begin van de productieketen. En er was het debacle rond de Panama Papers; Solidaridad zou aan belastingontwijking doen. Dat is door de organisatie weerlegd.

Wat heeft Solidaridads focus op de markt de afgelopen decennia opgeleverd? Is armoede werkelijk bestreden of hebben vooral bedrijven en consumenten met een schuldgevoel hiervan geprofiteerd? Roozen en Opoku discussiëren over zes keuzes.

Hulp of handel?

Roozen: “Zonder de toevoegingen ‘eerlijk en duurzaam’ levert handel niet per definitie een bijdrage aan ontwikkeling. Het gaat om een herinrichting van handelsverhoudingen. Niet voor niets stond bij de oprichting van het keurmerk Max Havelaar een betere onderhandelingspositie voor boeren in het Zuiden centraal. In eerste instantie hoopten we dat te realiseren via bewuste consumenten die voor eerlijke en biologische producten kiezen. Later kwamen er kansen om ook bedrijven verantwoordelijk te maken. Het gaat in de kern om een herinrichting van de productieketen; zowel sociaal als ecologisch.”

Opoku: “Op grote lijnen kunnen we elkaar vinden. Maar hulp en handel gaan niet zomaar samen. In conflictgebieden moet alle aandacht gaan naar hulp of noodhulp, de focus op handel kan alleen in niet-problematische gebieden met een werkende overheid. Dat onderdeel mis ik in dit verhaal: de staat. Je kunt armoedebestrijding niet alleen overlaten aan de markt. Er moet een onafhankelijke derde zijn die vanuit een heldere visie toeziet op de spelregels.”

Markt of staat?

Roozen: “Initiatieven zoals Solidaridad waren juist nodig vanwege falende staten. Die boden niet de randvoorwaarden voor duurzame handel. Maar ook bedrijven en consumenten hebben een verantwoordelijkheid. De voorkeursroute is inderdaad dat staten de markt zo ordenen dat de maatschappelijke uitkomsten positief zijn. En dat gebeurt doordat iedereen verantwoordelijkheid neemt, bedrijven, overheden en oplossingsgerichte ngo’s.”

Opoku: “Dan zijn we het met elkaar eens. Het gaat dus om de driehoek markt, staat en maatschappij?” Roozen: “Zeker. En uiteraard moet ook Solidaridad richting overheidsbeïnvloeding. Maar de tijd dat een Nederlandse actiegroep tegen Indonesië of Ghana zei welke beleidsrichting ze moesten kiezen, is voorbij. De grote vernieuwingskracht voor Solidaridad moet komen van onze partners in het Zuiden. Zij moeten nationale overheden gaan proberen te beïnvloeden.”

pllraak_OW_nico_albertra__13
Beeld door: Pleunie van Raak

Daar of hier?

Opoku: “Hoe zit het met het beïnvloeden van beleid in Nederland en Europa? Er zijn hier veel mechanismen die duurzame ontwikkeling in Afrika en Azië frustreren. Afrika wordt door ons beleid moedwillig beperkt tot producent en exporteur van grondstoffen. Daarom associeert iedereen Zwitserland en België met chocola, terwijl daar geen cacao groeit. Kijk ook naar het stemrecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat wordt misbruikt.”

“Als de niet-permanente leden uit ontwikkelingslanden stemmen in een richting die Europa en de Verenigde Staten welgevallig is, krijgen ze makkelijker toegang tot leningen van de Wereldbank, kunnen ze vaker meedoen aan ontwikkelingsprogramma’s van het IMF en krijgen ze allerlei fantastische economische prognoses rond groei en inflatie. Maar na hun termijn in de Veiligheidsraad zijn ze terug bij af. De leningen kunnen ze niet terugbetalen en de IMF-programma’s zijn vaak ten gunste van multinationals gebleken in plaats van de bevolking. Dat soort mechanismen moeten we hier aanpakken.”

Wij maken het met belastingregels voor multinationals mogelijk dat grote hoeveelheden geld uit Afrika wegvloeien

Roozen: “Nederland moet binnen Europa pleiten voor beleid dat duurzame ontwikkeling ondersteunt. Tegelijkertijd zeggen de leiders van onze Afrikaanse teams: de grootste bottleneck voor economische ontwikkeling zijn slecht bestuur en regeringsbeleid in Afrika. Dat zeggen een Keniaan, een Ghanees en een Zuid-Afrikaan.”

Opoku: “Dat zie ik ook als ik in Ghana ben. Je moet soms agenten omkopen om de grens over te steken en soldaten geld geven zodat ze je cacaovelden met rust laten. Maar wij maken het met belastingregels voor multinationals mogelijk dat grote hoeveelheden geld uit Afrika wegvloeien. Daardoor krijgen Afrikaanse overheden niet eens de kans om te functioneren als overheid en zijn ze ook gevoelig voor corruptie. Als iemands ambtsperiode erop zit, is er geen vangnet. Geen pensioen of commissariaat waar je terechtkunt, zoals hier. Voor een groot deel komt dat omdat de overheden nauwelijks belasting kunnen innen. Een staat die geen belastinggeld binnenkrijgt, kan niet voorzien in cruciale basisvoorzieningen en faalt dus per definitie in haar kerntaak.”

Roozen: “Kunnen of willen? Ik zie veel verschil met Aziatische landen waar de elite zich wil inzetten voor de ontwikkeling van de nationale economie. De groei van megacity’s is daar redelijk geordend. Voor Afrika maak ik me daar zorgen over. Daar zijn infrastructuur en voedselzekerheid voor nodig. En ik kan bijna niet één Afrikaans land noemen waar de overheid aan die voorzieningen werkt.”

Opoku: “Omdat ze door niemand serieus worden genomen. Niet door hun eigen bevolking, niet door westerse landen. Voedselzekerheid vereist een economie die draait op productie en export. Afrika produceert onvoldoende en importeert haar voedsel. Dat betekent dat de producenten en exporteurs de prijzen en andere spelregels bepalen. Dus is Afrika niet in staat om voedselzekerheid te creëren voor haar eigen bevolking. Zou jij zo’n overheid serieus nemen? En waar moet het geld voor infrastructuur vandaan komen? Van Europa en de VS, die Afrika verhinderen te industrialiseren en het platgooien met westerse overschotten tegen dumpprijzen?”

Kapitalisme of socialisme?

Roozen: “In de jaren ’70 en ’80 stond Solidaridad aan de kant van de volksbewegingen, zoals de Braziliaanse vakbond CUT van Lula. Maar de opstanden tegen onderdrukking in Brazilië, Cuba en Nicaragua resulteerden in dictaturen omdat er geen ruimte was voor ondernemerschap op alle niveaus, van de kleine boer tot een groot bedrijf. Dat is de bron van welvaart. Om in politieke termen te spreken: ik ben geen communist, ik ben een sociaal-democraat.”

“Ik ben voor een sociale markteconomie ingekaderd in een democratisch systeem. Maar markten hebben zeker imperfecties. Ze voldoen niet aan de acute levensbehoeften van de zwaksten. De markt neemt ook geen verantwoordelijkheid voor toekomstige schaarste. En toch zeg ik: we moeten het met de markteconomie doen. De sociaal-democratie vangt de rest op.”

Opoku: “Voor een eerlijke markt heb je een eerlijke overheid nodig. Bij een zwakke overheid, zoals in veel Afrikaanse landen, werkt het niet en regeert de markt van de elite.”

Consumentisme of activisme?

Roozen: “Rechtvaardigheid kun je misschien niet kopen met een reep chocola, maar rechtvaardigheid heeft wel een prijs. Je moet de markt dwingen om arbeid reëel te honoreren. Als je de ecologische en sociale kosten niet beprijst, leidt dat tot destructie. En eerlijke beloning leidt tot koopkracht. Dat wij 4,5 miljard mensen op de wereld uitsluiten als consument, is in economische termen vreemd. We laten een enorme markt liggen. Rechtvaardigheid is dus een economische logica. Maar we kunnen alleen aan ieders behoeften voldoen als we radicaal veranderen.”

“De topman van Unilever heeft een heel discours over verduurzaming, maar hij verdient twaalf miljoen euro per jaar en onderaan zijn keten zit de theeplukker die in het beste geval 3,5 dollar per dag of minder verdient. Volgens sommige ngo’s en grote instanties als de VN is dat een leefbaar loon. Terwijl we weten dat het absolute minimum eerder tien dollar per dag is.”

Opoku: “We moeten naar een toekomst waarin iedereen bereid is die echte prijs te betalen. Ik vind dat boeren geen minimumloon, maar een menswaardig loon moeten krijgen. Zodat kinderen van boeren ook naar school of de universiteit kunnen en zo keuzes krijgen in hun leven.”

Idealisme of realisme?

Roozen: “Zonder onze waarden zijn wij verloren. Als je maar effectief bent. Solidaridad werkt niet samen met Mars, Nestlé of Unilever omdat we een naïef vertrouwen hebben in het bedrijfsleven, maar omdat cacaoboeren aan hen overgeleverd zijn. Ik kan met mijn volle maag zeggen dat ik niks met die bedrijven te maken wil hebben, maar daar hebben de boeren niks aan. Bedrijven hebben hun eigen belangen om met ons samen te werken, maar wij zijn bezig met de boeren.”

Opoku: “Keurmerken sussen voor een deel ons geweten; we kunnen kopen zonder schuldgevoel. Maar het bewustzijn alleen al rond eerlijke of biologische producten, is winst. En er is ook wel echte verbetering. Maar duurzame armoedebestrijding voor meerdere generaties lukt je niet alleen met keurmerken en kleine boeren helpen. Je moet ontwrichtende systemen aan deze kant van de wereld doorbreken.”

Diskwalificeer nooit het goede, maar zorg voor een opmars van het goede

Roozen: “Wij hebben een realistische kijk op onze eigen tekortkomingen. In 1996 heb ik een kritische analyse gemaakt over wat Max Havelaar had opgeleverd sinds de oprichting, acht jaar eerder. Niet om te vernietigen wat we hebben opgebouwd, maar om de volgende stap te definiëren. Toen we als gevolg daarvan met de grotere keurmerken voor maatschappelijk verantwoord ondernemen als Rainforest Alliance en Utz aan de slag gingen, had ik volgens sommigen als founding father Max Havelaar verraden.”

“Maar toen ik met Max Havelaar begon, was de landelijke vereniging van Wereldwinkels ook tegen. Mijn uitgangspunt is: diskwalificeer nooit het goede, maar zorg voor een opmars van het goede. Zodat eerlijke handel een dominant verschijnsel in de economie wordt. Ik denk dat de grotere urgentie van de klimaatagenda ons kan helpen om verduurzaming een nieuwe impuls te geven. Digitalisering gaat daarbij ook belangrijk worden: van fair trade naar fair data.”

Opoku: “Ja, dat gaat heel belangrijk worden. Een neef van me verbouwt cacao, ananas en andere vruchten en kan nu weersinformatie uitwisselen met andere boeren. Dat heeft zijn manier van zaaien en oogsten en de beslissing om wel of niet meer arbeiders aan te nemen totaal veranderd. En een digitale basisadministratie gaat zorgen voor verantwoording tussen staat en burger. Wie bestaat kan belasting betalen, maar ook voorzieningen eisen.”

Roozen: “Waar je vroeger experts moest laten komen, kunnen boeren nu een foto maken van een schimmel op hun gewas en in real time advies krijgen. Maar ik hoop vooral dat we het ontzettend dure papieren certifi ceringsysteem voor eerlijke producten – dat heeft miljarden gekost en is niet altijd efficiënt geweest – kunnen vervangen door een veel goedkoper en democratischer digitaal systeem. Technologie kan macht veranderen.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

Alberta Opoku (1976, Sunyani Ghana) is hoofd content & pr bij de Volksbank. Van huis uit is ze journalist, gespreksleider en politicoloog. Eerder schreef en maakte ze programma’s over (internationale) politiek, maatschappij, economie en Afrika. Ze is medesamensteller en -auteur van de eind 2014 verschenen essaybundel Game Changers: Diasporadoeners en –denkers voor een andere Afrika-agenda.

Nico Roozen (1953, Heemskerk) is sinds 1987 directeur van de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Solidaridad. In 1988 lanceerde hij Max Havelaar, het eerste keurmerk voor eerlijke handel. Roozen speelde een centrale rol in het overtuigen van Nederlandse bedrijven om eerlijke producten aan te bieden, wat later leidde tot het commerciële succes van Max Havelaar.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Seada Nourhussen

Hoofdredacteur

Seada Nourhussen (Gondar, Ethiopië 1978) is sinds februari 2018 hoofdredacteur van One World. Tot eind 2018 was ze columnist voor Trouw en …
Profielpagina