Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het moment dat boer Theo Warmerdam zijn Leidse kaas en roomboter op de markt aanbiedt, vindt hij het mooiste van zijn hele week. Het werken in de natuur, het in de weer zijn met zijn ‘dames’, het hooien, het maken van kaas en boter, dat alles doet hij ook nooit met tegenzin. “Maar het mooiste van het vak is uiteindelijk het contact met de klanten als ik mijn product verkoop en mijn verhaal vertel.”

Het is een verhaal dat tot de verbeelding spreekt. Theo is al de twaalfde generatie Warmerdam op rij die Leidse kaas en roomboter maakt van melk van eigen Blaarkopkoeien. “Voor zover ik dat heb kunnen natrekken. Daarvoor werden er nog geen achternamen geregistreerd. Maar het zou goed kunnen dat de lijn nog verder terug gaat”, vertelt hij aan zijn keukentafel, op de Sophiahoeve in Warmond.

Direct naast de keuken ligt de kaasmakerij. Daar glimmen de machines alsof er niet net vanochtend 120 kilo kaas is gemaakt. “Dat doen we altijd ’s ochtends, van de melk van de dag ervoor, zodat het zelf kan opromen.” De room scheppen ze er vervolgens handmatig af. “Het kan ook automatisch, met een soort centrifuge. Maar ik heb het idee dat dat snelle ronddraaien iets met de melk doet. Dat het niet goed is voor de smaak.”

De Blaarkop kan goed tegen natte poten en blijft gezond op een dieet van laagwaardig gras en planten van natte grond

Het vasthouden aan zijn Blaarkoppen en deze ambachtelijke werkwijze maakte dat Warmerdam de afgelopen decennia tot de achterblijvers ging behoren. Eeuwenlang had elke boer in de Leidse regio Blaarkopkoeien. Maar in de jaren ’70 stapten boeren massaal over op de Holsteiner, de topsporter onder de melkkoeien. “Ze hebben een heel hoge productie, maar ook veel meer verzorging nodig. Mijn vader zei: als iedereen die kant op loopt, kunnen wij beter de andere kant op. Dan onderscheiden we ons tenminste.” Nu lijkt Warmerdam van achterblijver te veranderen in voorloper. De koe van het verleden zou weleens ideaal kunnen zijn voor de polder van de toekomst.

De Blaarkop kan namelijk goed tegen natte poten en blijft gezond op een dieet van laagwaardig gras en planten van natte grond. En laten dat nou net de kwaliteiten zijn die we in de toekomst goed kunnen gebruiken. De polder staat voor een uitdaging: de bodem daalt en dat zorgt voor een hogere CO2-uitstoot. Om aan de klimaatafspraken te voldoen moet dat veranderen. In het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling werken overheden en kennisinstituten samen aan oplossingen. Hoe die er ook uitzien, één kenmerk keert steeds terug: de polder zal natter worden.

Wegzakken

Al meer dan duizend jaar houdt Nederland de polders kunstmatig droog. Eerst met molens en later met pompsystemen wordt het water uit de polder in sloten gepompt en van daaruit verder afgevoerd, uiteindelijk richting de rivieren of de zee. Hierdoor is het mogelijk een vast, laag grondwaterpeil in de polder te houden, zodat we er kunnen wonen en boeren. Heel wat typisch Nederlandse iconen hebben we eraan te danken: de kaas, de molens, de dijken, de koeien in de wei.

Maar al die eeuwen zakte ook de bodem. Dat is goed te zien in de veenweidegebieden – (gras)weides met veen als ondergrond – dat je onder andere tegenkomt in Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. “We zijn daar gezakt van 1 meter boven NAP tot 2 meter eronder”, zegt Gilles Erkens, geoloog bij Deltares en de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in bodemdaling.

De veenweidegebieden stoten jaarlijks evenveel CO2 uit als twee miljoen personenauto’s

Hij legt de vicieuze cirkel uit waar Nederland in zit: door ontwatering komt veen boven het grondwater uit. Als dat veen in aanraking komt met zuurstof breekt het af – zogeheten oxidatie – waardoor CO2 vrijkomt en de bodem daalt. Daardoor komt het veen nog weer dichter bij het grondwater, wordt het drassig en moet het grondwaterpeil weer verder omlaag om de grond bruikbaar te houden voor landbouw en bewoning.

“We zitten al duizend jaar in die cyclus, maar vanwege klimaatverandering wordt het nu als een urgent probleem ervaren”, zegt Erkens. Zo stoten de veenweidegebieden in Nederland jaarlijks grofweg evenveel CO2 uit als twee miljoen personenauto’s op benzine jaarlijks uitstoten: 7 miljard kilo. Daarnaast is er het meer ‘filosofische probleem’, zoals Erkens het noemt, van bodemdaling. Een zakkende bodem maakt het ingewikkelder om met de stijgende zeespiegel om te gaan. Daardoor is meer  geld nodig om ons te beschermen tegen overstromingen.

Polder van de toekomst

Met een hogere grondwaterstand kan de vicieuze cirkel worden doorbroken: minder veen komt dan in aanraking met zuurstof, waardoor er minder CO2-uitstoot is en de bodem minder snel daalt. Maar dat levert weer nieuwe problemen op. Natte grond heeft niet genoeg draagkracht voor grote landbouwmachines en zwaardere koeien. Ook kunnen de hoogproductieve grassen die melkkoeien veelal eten, zoals het Engelse raaigras, niet tegen nattigheid. Vandaar dat de vraag ‘wie kan er tegen natte voeten’ actueler is dan ooit. Welke planten, dieren, welke landbouwonderneming en welke natuur overleeft in een natte polder? Het is een transitie die vooralsnog in de kinderschoenen staat.

Natte natuur

Er bestaan verschillende manieren om de polder te vernatten, vertelt Erkens. “Maar we zijn jaren te laat begonnen met het meten van de effecten daarvan op bodemdaling en broeikasgasuitstoot”, zegt Erkens. “De roep om actie is nu groot, maar de kennis is er nog niet.” Door heel Nederland zetten waterschappen, overheden en belangenorganisaties initiatieven op om daar verandering in te brengen.

Zo gaat de provincie Utrecht een gebied ter grootte van zo’n 125 hectare (grofweg 185 voetbalvelden) ontwikkelen tot natte natuur. Daarbij werkt de provincie samen met Staatsbosbeheer, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en gemeente De Ronde Venen. Het voormalige landbouwgebied, dat uiteindelijk 300 hectare groot moet worden, ligt vlak onder Vinkeveen in de polder Groot-Mijdrecht en vormt een verbinding voor de natuur bij de Nieuwkoopse plassen en de Vinkeveense plassen.

Een wandeling door het gebied met Kees de Lange, accountmanager Utrecht bij Staatsbosbeheer, dat het beheer straks van de provincie over zal nemen, geeft een kijkje in de polder van de toekomst en alle kwesties die daarbij komen kijken. Terwijl bodemdaling de verhoudingen tussen landbouw en natuur op scherp zet – de boeren willen een lager en natuurbeschermers een hoger grondwaterpeil – hoopt De Lange dat dit project daar verandering in brengt. “We willen alternatieven onderzoeken waardoor die grenzen tussen natuur en landbouw juist minder hard worden.”

Langs het Spoorhuis bij Vinkeveen loopt een smal wandelpad. De voormalige Haarlemmermeerspoorlijn is nu de ideale uitlaatroute voor de Vinkeveense hondenbezitters. Naar het oosten loopt het paadje naar de Demmerikpolder, een weidevogelgebied van Staatsbosbeheer. Naar het westen leidt het Marickenland in, dat natte natuur zal worden.

In de polder kan water worden opgevangen, om de wateroverlast in de laaggelegen woonwijken te verminderen

Ook de weidevogels, die graag op natte grond leven, hebben daar indirect profijt van. Demmerik ligt hoger, waardoor het water wegloopt naar Marickenland. Dat wordt tegengegaan als Marickenland zelf natter wordt; er ontstaat dan tegendruk. “Als het om water gaat, hangt alles samen”, zegt De Lange.

Langs de oude spoorlijn staat een grote mast waarop het NAP staat gemarkeerd. Bij de achterliggende woonhuizen is dat ongeveer ter hoogte van de tweede verdieping. De Lange: “In de polder komt ook 11 hectare voor waterberging. Daar kan water worden opgevangen na hevige regenbuien, om de wateroverlast in de laaggelegen woonwijken te verminderen.”

Wuivende sigaren

In Marickenland wandelen we langs het eerste perceel dat langzaam in moerasnatuur verandert. Het water wordt er met dammen vastgehouden. Tussen het riet schieten her en der wilgen op. In het midden steekt een pluk lisdodden uit, de plant met de wuivende sigaren. Uiteindelijk zullen meer weilanden in Marickenland veranderen in dit soort natte natuur. Maar eerst wordt een deel van het gebied gebruikt om kennis op te doen over lisdoddenteelt. Het Kennis Transfer Centrum Zegveld gaat de proef uitvoeren; binnenkort worden de eerste 6 hectare van de uiteindelijk 50 hectare ingeplant.

Want zoals de Blaarkop de koe van de toekomst zou kunnen zijn, wordt de lisdodde gezien als het nieuwe gras van de natte polder. “Het kan een schakel zijn tussen natte natuur en landbouw”, zegt De Lange, “omdat het in water groeit, maar ook een mogelijk verdienmodel voor boeren biedt.” Nat kan het worden gebruikt als veevoer, droog als isolatie- en bouwmateriaal.

Er is nog wel geduld voor nodig; voordat de productketen voor de lisdodde ontwikkeld is, zijn we algauw 15 jaar verder. En het is nog de vraag wat het effect van de teelt is op bodemdaling en CO2-uitstoot. Natte teelten kunnen zorgen voor methaanuitstoot – een broeikasgas datongeveer vijfentwintig keer zo sterk is als CO2 – doordat methaanproducerende bacteriën zich thuis voelen op plantenwortels onder water.

De metingen die antwoord moeten geven op deze vragen, zijn ook niet morgen klaar, benadrukt bodemdalingspecialist Gilles Erkens: “De grond kan meerdere keren in een jaar tot wel 10 centimeterstijgen en dalen afhankelijk van droogte en vernatting.Terwijl de bodem gemiddeld 8 millimeter per jaar zakt.” Om met zekerheid te kunnen zeggen of de bodem minder snel is gaan dalen, moet je daarom minstens 15 jaar meten, verwacht Erkens.

Boerenberoep verandert

In alle gesprekken over de toekomstige polder duikt het beeld op van een gevarieerd landschap. Minder grootschalige melkveehouderij en in plaats daarvan natte teelten, andere koeienrassen in kleinschalige bedrijven en moerasnatuur. Erkens: “De boer gaat in deze gebieden meer het landschap beheren dan productie draaien. Dat is een enorme transitie. Het vraagt om ander waterbeheer, en er moeten ook verdienmodellen bij verzonnen worden.”

Dat nieuwe verdienmodel voor boeren zou, naast overstappen op andere teelten en dierenrassen, ook kunnen zitten in het tegengaan van bodemdaling. De boer zou dan een bedrag ontvangen van de overheid voor het veen dat behouden blijft. “Maar voor een melkveehouder is het overstappen op een andere teelt of natuurbeheer zoiets als van journalist chirurg worden”, zegt Youri Egas van KTC Zegveld. “Het is een heel ander beroep en niet speciaal datgene waar ze hart voor hebben.”

De koe is er wel geschikt voor, maar alles eromheen is nog niet ingericht op een hoger waterpeil

Kaasmaker Theo Warmerdam kan zich niet voorstellen dat hij ooit iets anders zou doen dan koeien houden en kaas maken. Hoewel hij met zijn Blaarkoppen aan ‘de goede kant van het verhaal’ staat, zou een hoger waterpeil ook voor hem problemen opleveren. “De koe is er wel geschikt voor, maar alles eromheen is er nog niet op ingericht”, zegt hij bij de wei waar zijn ‘dames’ knabbelen aan wilde haver.

Want vind maar eens iemand met kleinere machines die op nattere grond kunnen rijden. “En het zal duurder worden om dezelfde productie te behouden. Is de consument bereid daarvoor te betalen?” Maar dat hij de laatste Warmerdam zou zijn die dit werk doet, wil er bij hem niet in. “Ik ben niet alleen bezig om een bestaan te hebben, maar ook om iets voort te zetten dat al twaalf generaties duurt.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

Koeien

Circulaire landbouw heeft de toekomst

Joris Lohman over het klimaatakkoord.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
SONY DSC

Irene de Pous

Irene de Pous is zelfstandig journalist en tekstschrijver. Ze publiceerde o.a. in Trouw, de Volkskrant, Onze Taal, Nieuwe Liefde Magazine …
Profielpagina