Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het is onder OneWorld-redacteuren ondertussen een running gag geworden. Noem een collega ‘sterke vrouw’ of ‘veerkrachtig’ en zij weet dat je eigenlijk verwijst naar de stereotiepe en tragische heldin die we wekelijks tegenkomen in artikelvoorstellen die journalisten en hulporganisaties ons toesturen. Deze vrouw draagt het lot van haar land op haar schouders en vecht vanaf een droog Ugandees platteland of vanuit een sloppenwijk tegen de bierkaai, de weerbarstigheid van het leven in haar onderontwikkelde gemeenschap en natuurlijk het patriarchaat. Tegelijkertijd moet zij als heldin de westerse donateur of lezer het idee geven dat er nog hoop gloort aan de horizon. Een onmogelijkheid, voor welke vrouw waar dan ook.

We weten ook dat er met de ‘sterke vrouw’ een rookgordijn wordt opgetrokken, want in de meeste van de toegestuurde pitches worden die vrouwen door de journalist of communicatiemedewerker niet als waarachtig sterke mensen in hun waarde gelaten: ze werken ‘met verouderd materiaal’ op ‘kleine akkers’, hebben te stellen met mannen die er met het familieloon vandoor gaan, maar worden met interventies door westerlingen ‘in hun kracht gezet’.

Modewoord

Empowerment is daarvoor het modewoord. Want hoezeer zij het volgens dit verhaalvoorstel ook probeert: een vrouw die zonder veel wetenschappelijke kennis het voer voor haar vee mengt, en dat met de blote handen ook nog, die komt niet vooruit. Gelukkig is daar de Feed Calculator van een Nederlandse rondreizende landbouwspecialist: interesse in het verhaal? Of willen we liever een verhaal over de ‘sterke vrouwen’ die in Indiase dorpen in dorpsraden zitten, maar pas wat kunnen met die macht wanneer een Nederlandse onderneemster hen kennis bijbrengt over hoe die te gebruiken?

De Witte Redder

Neokoloniale-taal2

Onze voorstellen-mailbox loopt vaak vol met verhalen waarin de auteur met een westerse blik de vooruitgang belicht. Vanwege ons verleden als blad over ontwikkelingssamenwerking lijken journalisten vaak te denken dat we zoeken naar oplossingen van westerse organisaties. Vaak levert dat juist verhalen op die doorspekt zijn met ideeën van slachtofferschap, willoosheid en de Witte Redder die de oplossing komt brengen. Verhalen waarin de hoofdpersonen waarom het gaat, vooral lijken te bestaan om het vooropgezette punt van de schrijver te illustreren.

De Engelse universiteitsdocent Melanie Bunce deed onderzoek naar het beeld dat van Afrikaanse landen wordt geschetst in de media. Zij stelt dat alhoewel het aantal ‘afro-pessimistische’ verhalen afneemt (The Guardian publiceerde in 2013 meer positieve dan negatieve verhalen over het continent), de ‘neokoloniale’ taal en manier van schrijven over het continent niet afnemen.

Inheemse bevolking

Neokoloniale-taal1

Dat neokoloniale kan heel letterlijk zijn. Oorspronkelijke bewoners, of gewoon, inwoners van een land, worden nog vaak weggezet onder het neokoloniale ‘inheemse bevolking’ of als ‘lokalen’. Zij hebben geen stem en ontvangen dankbaar de hulp van bijvoorbeeld Nederlandse clowns. ‘De Africlowns zijn drie clowns uit Nederland met een missie om lol en humor voor alle kinderen te brengen, vooral voor degenen die dit het meest nodig hebben. Door hun optredens willen ze kinderen laten lachen en hun zorgen even laten vergeten.’ Soms is de ‘lokale bevolking’ niet eens dankbaar voor de (ongevraagde) hulp.

De Africlowns zijn drie clowns uit Nederland met een missie om lol en humor voor alle kinderen te brengen

Inheemse dorpen op de kaart

Onder de kop ‘alleen in de jungle’ kregen we een verhaal aangeboden over een Nederlandse ingenieur die de laatste dertig jaar bij de ‘Saamaka bosnegers’ in de ‘diepe jungle van Suriname’ woont. De journalist schrijft dat de ingenieur in kwestie het ‘als zijn taak’ ziet om de bewoners van het Surinaamse binnenland aan te leren dat zij ‘met kleine dorpsindustrie’ hun brood kunnen verdienen. Hij zet ‘inheemse dorpen op de kaart’, maar ‘blijft desondanks een buitenstaander’.

Bill en Melinda Gates

Nog te vaak vervalt de buitenlandverslaggever in wat journalist Jina Moore van The New York Times tijdens een lezing op de Nederlandse conferentie voor verhalende journalistiek omschreef als het ‘know it all syndrome’: “Om een complexe werkelijkheid behapbaar te maken en de angsten van lezers weg te nemen, maakt de journalist snel een herkenbaar, autoritair verhaal van zaken die hij zelf ook niet begrijpt.”

Een curieuze rol lijkt hierbij weggelegd voor het journalistieke fonds van Bill en Melinda Gates. Het fonds honoreert verhalen die het bewustzijn van ontwikkelingsproblematiek verhogen, maar vraagt journalisten enkel met andere Europese journalisten samen te werken, wanneer zij schrijven over andere werelddelen. Bovendien is er altijd een thema waarop de journalisten met elkaar concurreren om de verhalen te pitchen met de meeste ‘impact’.

Shaping Africa

Onder het mom van het huidige thema ‘Opportunities for women today’ ontvingen we twee voorstellen die al door de eerste ronde van het fonds waren. Onder de titel ‘Her hands shaping Africa’ vieren drie Spaanse journalisten het ondernemerschap van Zuid-Afrikaanse vrouwen. Volgens de verslaggevers veranderden deze entrepreneurs eigenhandig ‘het gezicht van (het continent) Afrika’. Met ‘African women scientists on the move’ wil een andere Spaanse journalist aantonen hoe ‘Afrikaanse’ vrouwelijke wetenschappers hun continent vooruithelpen door kennis van elders – het Westen – te halen.

Ontwikkelingscliché

Deze auteurs mogen zelf, vanuit hun eigen land, verzinnen wat de kansen voor de Afrikaanse vrouw zouden kunnen zijn en welke wetenschappers en ondernemers het hele continent zullen veranderen. Misschien komen daardoor de journalisten niet verder dan voorbeelden die bijna ontwikkelingsclichés op zich zijn geworden: een ‘vrouw die van afval stijlvolle accessoires maakt’ en een die ‘onderbroeken maakt die tegelijkertijd als maandverband kunnen dienstdoen’.

Buzzfeed-auteur Nishita Jha zegt over die versimpeling op Columbia Journalism Review: ‘Het probleem is dat de wereld vanuit een binaire werkelijkheid bekeken wordt. Vrouwen, en Zuid-Aziatische vrouwen in het bijzonder, worden meestal afgeschilderd als slachtoffers van vreselijke omstandigheden of als overwinnaars ondanks die omstandigheden.’

In een inmiddels vijftien miljoen keer bekeken TED-talk waarschuwt de Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie voor het gevaar van ‘het enkele verhaal’. Want we zijn zo makkelijk te beïnvloeden door de verhalen die we lezen, zegt ze. Wanneer dat allemaal verhalen met een westerse vooringenomen blik zijn, worden we zoals haar Amerikaanse kamergenoot op de universiteit, die ervan uitging dat Adichie niet wist hoe een gasfornuis werkte. ‘Zij had al medelijden met mij voordat ze mij had ontmoet. Haar standpunt tegenover mij, Afrikaanse, was een neerbuigend, welbedoeld medelijden.’

Dankbaarheid

We doen bij OneWorld natuurlijk al jaren ons best, maar ook wij laten te vaak clichés staan. Zo schreven we vorig jaar over een Ugandese moeder die zo dankbaar is dat ze eindelijk met een door een Amerikaans automerk geschonken kookstel in een rookvrije hut kon koken, hadden we het over ‘de bedwelmende geur van kippenpoep op een klein erf’ en een ‘smakelijke vismaaltijd bereid in een autoband’. En erger: we gaven niet altijd alle personages een achternaam.

Couleur locale blijft verraderlijk, blijkt ook weer uit onze voorstellen-mailbox. Je wilt de ervaring van een andere plek overbrengen en dat kun je alleen doen door te noteren wat je opvalt. Maar juist als je verhaal gaat over hoe een daklozenopvangproject in Oekraïne vooroploopt, is het dan nodig te vertellen dat je er alleen met een ‘wiebelige bus’ kunt komen en dat er veel wordt gelachen ‘met weinig tanden in de mond’?

Is het nodig te vertellen dat er veel wordt gelachen ‘met weinig tanden in de mond’?

En is het dan nodig om in een voorstel voor een fotoreportage uit een ‘volkswijk’ in Curaçao te vermelden dat je je als westerse journalist ‘niet veilig voelde’ bij het fotograferen? Dat je tegen de obstakels aanliep dat de bewoners ‘ook hun trots’ hadden, maar dat je ‘toch je kans’ pakte zodra de bewoners even twijfelden? De journalist heeft het over ‘onzekere’ en zich ‘minderwaardig voelende’ bewoners, die van hun ‘huisjes’ toch ‘paleisjes’ maken. Paleisjes die afsteken tegen de rommel en armoede eromheen.

Aanspreken

Al zo vaak schreven we over het onrecht dat omwonenden van palmolieplantages of windmolen- projecten ervaren, maar die omwonenden kregen niet meer dan een paar citaten. Zij moeten verhuizen, zijn niet voldoende geïnformeerd, zitten met de milieukosten. Maar op emotioneel niveau willen die verhalen maar niet aanspreken. In dit nummer doen we het anders en brengen we het verhaal van Ethiopische feministen, Pakistaanse kunstenaars die de wereld veroveren, een Ivoriaanse chocolade- producent die Afrika aan de chocola wil krijgen en ondernemende hipsters die in Cuba de mazen van de wet gebruiken om hun bedrijf van de grond te krijgen.

Wij willen niet meer over ontwikkeling schrijven vanuit neerbuigendheid of welbedoeld medelijden en brengen reportages die juist de complexe, dagelijkse realiteit van ontwikkelingen elders benaderen. Verhalen die overwegingen, vragen, dilemma’s van mensen waarom het gaat centraal stellen, waarin uitgebreide interviews met hen niet tot kleine citaten in anders- zins antropologische verhandelingen van de westerse auteur verwerkt worden. Verhalen (in samenwerking met journalisten) uit de landen waar die zich afspelen, verhalen waarin de oplossingen voor problemen niet in het Westen worden gezocht. Verhalen over de dagelijkse realiteit, waarin niet is gevraagd: ‘Is je leven nu beter dan vroeger’, maar: ‘Hoe was je dag’?

milkovi-444287-unsplash

Met deze taal stoppen we

OneWorld is klaar met neokoloniale woorden. Welke media gaan ons volgen?

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-0543

Emma Meelker

Chef Magazine

Profielpagina