Minister Ploumen is van mening dat strategische partnerschappen van maatschappelijke organisaties bijdragen aan een pluriform middenveld in lage- en middeninkomenslanden. Dat zou noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling en groei van een democratische samenleving. Zin of onzin? Ruerd Ruben zocht het uit.

De claim
 

"Strategische partnerschappen gericht op versterking van maatschappelijke organisaties in lage- en middeninkomenslanden (…) dragen bij aan een pluriform en vitaal middenveld. Dat is onontbeerlijk voor ontwikkeling en groei en voor een veerkrachtige democratische samenleving."

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, persbericht Buitenlandse Zaken, 30 januari 2015.

Zin

Nederland heeft lange tijd bijna een kwart van de ontwikkelingsgelden besteed via maatschappelijke organisaties als Oxfam Novib, Hivos, Icco en Cordaid, met als doel bij te dragen aan de opbouw van een sterk, zelfstandig maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden. Dat bedrag wordt nu bijna gehalveerd en meer gericht op ‘pleiten en beïnvloeden’. Lokale partnerorganisaties worden ermee in staat gesteld om hun regering en het bedrijfsleven kritisch te volgen en zonodig misstanden aan de kaak te stellen. Dit draagt volgens minister Ploumen bij aan democratisering en daarmee uiteindelijk ook aan economische en sociale ontwikkeling.

Onzin

Er is weinig hard bewijs voor de effectiviteit van zulke programma’s en het is zeer de vraag of steun van buitenaf kan bijdragen aan de versterking van die lokale organisaties. Het blijkt in de praktijk ook niet eenvoudig om het Nederlandse poldermodel te exporteren. Er moet ook voldoende vertrouwen in elkaar zijn. De gedachte dat democratisering noodzakelijk is voor ontwikkeling gaat bovendien lang niet altijd op: landen met beperkte politieke democratische ruimte zoals China en Ethiopië zijn behoorlijk succesvol te noemen in het terugdringen van armoede.

Nu komt het…

Pleiten en beïnvloeden blijken vooral effectief als er een sterke relatie is tussen Nederland en de lokale partnerorganisaties, en als er ruimte is om politieke gesprekken te voeren met de lokale overheid. Dit zijn allebei voorwaarden die in veel ontwikkelingslanden flink onder druk staan, en waar van buitenaf maar betrekkelijk weinig aan kan worden gedaan. Externe financiering kan wel helpen bij het verhogen van de kwaliteit van het lobbywerk. Ook kan samenwerking met (inter)nationale partners mogelijkheden bieden om bijvoorbeeld conflicten over arbeidsvoorwaarden of milieuvervuiling breder aan de kaak te stellen.

Het oordeel

Ontwikkeling vereist dat er ruimte is voor het kritisch volgen van overheid en bedrijfsleven, zodat maatschappelijke organisaties tijdig aan de bel kunnen trekken bij misstanden, en conflicten niet escaleren. Ook bij het duurzaam en efficiënt uitvoeren van ontwikkelingsprogramma’s is directe betrokkenheid van de bevolking nuttig. Maar het gaat te ver om te veronderstellen dat de opbouw van het maatschappelijke middenveld kan garanderen dat ook kansarmen profiteren van het ontwikkelingsproces. En door de afnemende betekenis van ontwikkelingssamenwerking zijn bescheiden verwachtingen op z’n plaats.

Maart 2015

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Ruerd Ruben is coördinator onderzoek voedselveiligheid, duurzame ketens en impact bij het Landbouw Economisch Instituut (Wageningen …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief