Twee weken ben ik met de organisatie Worldmapping op expeditie geweest naar Malawi. Geïnteresseerd naar mijn verhaal over de eerste week? Lees dan mijn vorige blog: http://www.oneworld.nl/bloggen/lezersblogs/ontwikkelingswerk-een-nieuwe-cultuur-ontdekken . Bij deze het verhaal over de tweede week, die zo mogelijk nog leuker was dan de eerste!

Zaterdag en zondag hebben we genoten van een geweldige safari. Iedereen kwam weer een beetje bij van de afgelopen drie dagen bij YODEP. We waren dus weer helemaal klaar voor een nieuwe klus; maandag gingen we aan de slag bij LIYO, dat staat voor Likhubula Youth Organisation. Eenmaal aangekomen werden we opgesplitst in twee groepen. Mijn groep ging eerst naar een veld dat helemaal vrij gemaakt moest worden van planten zodat ze daar hun nieuwe kantoortje konden bouwen. Het gebouw waarin de organisatie zich nu bevond was namelijk veel te klein aan het worden en doordat ze nu zelf wat bouwden hadden ze ook geen maandelijkse huurlasten meer. Maar er moest ook een tijdelijke oplossing gevonden worden voor het ruimteprobleem. Hier ging de andere groep bij helpen. Ze gingen namelijk een soort overkapping maken van bamboe waar de organisatie dan ook bepaalde activiteiten kon uitvoeren. Ik vond het een vreemde logica, bijbouwen terwijl iets nieuws in aanbouw was. Na de lunch werd er van activiteit gewisseld. Hiervoor moest bamboe doormidden gehakt worden. Dit was erg zwaar en je moest goed oppassen anders had je geen vingers meer. Op een gegeven moment was ik met iemand samen een bamboe doormidden aan het hakken en toen kreeg ik een houten stok op mijn vinger die eigenlijk op het hakmes had moeten belanden. Au! Daar stond tegenover dat, toen ik een spijker in een paal moest slaan, ik dezelfde persoon ook een aantal keer op haar duim heb geslagen. Toen de andere groep weer terug was kregen we een traditionele dans te zien en dat was alweer het einde van de dag.

De volgende dag zijn we weer naar LIYO gegaan.Eenmaal aangekomen werden we verdeeld in vier groepjes. Groep 1 ging ‘home visits’ doen, groep 2 ging ‘field visits’ doen, groep 3 ging een raam inzetten bij een kleuterschool en ik ging samen met nog iemand kijken hoe de ‘orphan care’ (=weeskinderen hulp) geregeld was. We moesten eerst twintig minuten lopen naar een veldje waar we wat onkruid weg moesten halen. Toen we daar klaar me waren liepen we naar de kleuterschool waar twee anderen al aan het werk waren. De kinderen daar waren zo schattig! Ze gilden van plezier als je ze optilde en een rondje draaide, het was echt heel lief, je zou er zo eentje willen meenemen naar Nederland, gewoon, hup in je koffer.

Toen we besloten hadden dat toch maar niet te doen was het nog ongeveer twintig minuutjes lopen naar een dorpje waar we drie families gingen bezoeken. Onderweg liepen we langs een maïsveld waar een jongetje met zijn oma maïs aan het oogsten was. Omdat ze allebei geen Engels spraken functioneerde de lokale begeleiders waarmee we waren als tolk. We kwamen erachter dat het jongetje allebei zijn ouders verloren had aan AIDS. Zelf was hij ook 'HIV-Positive'. Hij had nog twee broertjes die niet getest waren maar de kans was heel groot dat ook zij besmet waren. Onze lokale begeleider vertelde ons dat ondanks het feit dat de medicijnen voor Aids gratis te krijgen zijn, er nog steeds veel mensen zijn in Malawi die zich niet laten testen. Ze schamen zich of ze leven liever een kort gelukkig leven dan een lang leven, wetende dat ze ongeneeslijk ziek zijn. Dit was schokkend om te horen, vooral omdat je weet hoe vroeg je dood kan gaan als je geen medicijnen neemt. De oma van het jongetje zorgde nu samen met haar man voor haar drie kleinzoons. Ze had het zwaar vertelde ze, de kinderen konden soms niet naar school omdat ze mee moesten helpen op het land.

Na dit aangrijpende verhaal liepen we verder en toen we het dorpje zagen liggen hoorden we van veraf de kleine kinderen al schreeuwen: Azungu, Azungu! Met Azungu werden we de hele reis al aangesproken, het betekent ‘blanke’. Het is niet vervelend bedoeld, het is simpelweg het enige woord dat ze kennen om blanke mensen te beschrijven. Onze begeleider leerde ons toen dat we Akuda terug konden zeggen, dat betekent zwarte, maar ook niet vervelend bedoeld. Later merkte we bij sommige mensen dat ze het juist hilarisch vonden als we dat terug zeiden. Toen we dichterbij de kinderen kwamen werden ze toch wat meer verlegen maar een handje geven durfden ze toch wel. We kwamen aan bij het eerste gezin: een moeder met drie kinderen. Haar man was bij haar weggegaan en ze moest het helemaal alleen zien te redden; omdat vrouwen vaak niet naar de rechter gaan bij een scheiding ontvangen ze ook geen alimentatie. Dit vonden we erg naar om te horen en we vertelden hoe het in Nederland geregeld was. Onze lokale begeleiders vonden dit gesprek genoeg reden om informatie avonden over scheidingen te gaan organiseren!

We liepen (samen met ons gevolg van 15 kinderen) naar het volgende gezin. We maakten kennis met een oma, zoon en dochter. De moeder was aan het werk, want de vader was overleden, dus moesten ze op de een of andere manier aan geld zien te komen. De oma van de kinderen probeerde hen zo goed mogelijk te ondersteunen maar vertelde dat ook zij het zwaar had en vaak niet kon helpen. Ook was het zo dat de kinderen niet naar de basisschool konden, ondanks het feit dat de basisschool in Malawi gratis is. Ze hadden namelijk geen geld voor zeep dus konden ze hun uniform niet wassen. Dit vond ik zo schokkend, het was, denk ik, het meest indrukwekkende moment van de hele reis. Je zag hoe vrolijk ze erbij zaten en hoe blij ze aan ons aan het vertellen waren, terwijl je wist dat ze echt heel weinig hadden, ontzettend inspirerend! Hierna gingen we, weer samen met alle kinderen die het volgens mij allemaal reuze interessant vonden, naar het laatste gezin waar ongeveer hetzelfde gesprek plaatsvond. Twee broers met alleen nog hun moeder. Een jongen was 16 en zat nog op de basisschool, de ander was 15 en zat op de middelbare school. Het is in Malawi namelijk zo dat je naar school gaat, als je naar school kan. Het maakt dus niet echt uit hoe oud je bent, tot op zekere hoogte natuurlijk.

Toen begonnen we aan onze drie kwartier durende wandeling terug naar het kantoortje. Na de lunch was er een soort sportdag georganiseerd voor ons. We konden eerst volleyballen en daarna hebben de jongens weer genoten van een voetbalwedstrijd tegen lokale jongens. 's Avonds hebben we besloten dat we de volgende morgen ook nog graag wilden werken; dat was namelijk eerst niet het plan, maar dat zou nu geregeld worden.

's Morgens gingen we dus nog werken, bij Chayof en daarna zouden we vertrekken naar Cape Maclear. Aangekomen bij Chayof werden we verwelkomd met het inmiddels bekende lied: 'Welcome, welcome, welcome, welcome, welcome all of you. We are happy today, we are happy today, we are happy to see you here'. Hierna gingen de jongens een kuil graven zodat een gezin daar zijn vuilnis in kon laten drogen en de meisjes gingen bij een kleuterschool met de kinderen tekeningen maken zodat we die konden opsturen naar Nederland. Een van onze sponsoracties was namelijk het verkopen van kaartjes uit Malawi. De kinderen gingen enthousiast aan de slag en sommige maakten er echt hele kunstwerkjes van. Na alle tekeningetjes te hebben verzameld zijn we buiten maïs gaan pellen samen met alle kinderen. Dit was moeilijker dan verwacht omdat soms de maïs er gewoon echt niet vanaf wilde! Uiteindelijk hadden sommige van ons er zelfs blaren van gekregen.

Daarna zijn we vertrokken naar Lake Malawi om daar onze laatste twee dagen in alle rust door te brengen. Het was hier echt prachtig: het weer was lekker, het uitzicht was geweldig en het zwemmen scheen ook leuk te zijn. We mochten namelijk niet in Lake Malawi zwemmen omdat er Bilharzia in zit. Dit is een soort wormpje waar je ziek van kan worden als je niet behandeld wordt. Vrijdag zijn we terug gereden naar Lilongwe, wat ons bijna de hele dag heeft gekost. Na genoten te hebben van de laatste avond moesten we zaterdag morgen weer terug vliegen, helaas! Ik heb ontzettend genoten van deze twee weken en het is zeker een onvergetelijke ervaring! Volgende week zal ik een blog plaatsen waarin ik jullie op de hoogte breng van hoe alles ging toen ik weer thuis was!

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief