Twee weken geleden zat ik op een muurtje in een dorp ten zuiden van het Libanese Beirut. Ik zat naast Hakim. Hakim is dertien jaar en vluchtte twee jaar geleden uit Syrië. Hij vertelde hoe zijn huis daar was gebombardeerd, zijn vriendjes verdwenen en een granaat zijn familieleden vermoordde. De school waar hij zo graag naartoe ging werd ingenomen door soldaten. In het Syrië van voor de bombardementen had Hakim een toekomst. Nu moet Hakim, net als zijn broertjes, werken om te kunnen overleven. In Libanon durft hij niet verder te kijken dan de volgende karige maaltijd.

Hakim is geen uitzondering. Van de 60 miljoen kinderen die wereldwijd niet naar school kunnen, woont bijna de helft in een conflictgebied. Hoewel internationaal is afgesproken dat alle kinderen naar school moeten, laten cijfers zien dat ruim 28 miljoen kinderen niet naar de basisschool gaan. Het laat zich raden wat dat betekent voor de kansen om een stabiel en vredig land op te bouwen.

Ruim 28 miljoen kinderen in conflictgebieden gaan niet naar de basisschool

Oorlogsmisdaad
Volgens het internationale recht hebben scholen een beschermde status. Dat betekent dat je scholen niet mag aanvallen en ze niet mag gebruiken als schuilplaats, tijdelijke militaire basis of opslagplaats van munitie. Overtreding van deze afspraken is een ernstig vergrijp, een oorlogsmisdaad die moet leiden tot vervolging, desnoods tot aan het Internationaal Strafhof in Den Haag toe.

Maar naleving van het internationale humanitaire recht hoort vaak tot het eerste dat sneuvelt in een oorlog. In de praktijk worden scholen gebombardeerd en aangevallen. Kinderen lopen het risico tijdens de les te worden meegenomen en ingezet in de strijd. Als soldaat, als hulpje van rondtrekkende milities of als meisje voor de behoeftige strijders. Het gebeurt iedere dag. Met als gevolg dat kinderen gedood worden in de strijd, sterven aan ziektes, en dat de kinderen die het overleven ernstige psychologische schade oplopen. Sommige van deze kinderen kunnen we opgevangen in War Child-projecten. Maar veel liever zouden we natuurlijk willen dat ze onze hulp niet nodig hadden.

Veel liever zouden we natuurlijk willen dat deze kinderen onze hulp niet nodig hadden

Veilige school
Gelukkig wordt vandaag, tijdens Oslo Conferentie 'Safe Schools', een belangrijke stap gezet op weg naar veilige scholen in conflictgebieden. Tijdens deze tweedaagse bijeenkomst zullen tientallen overheden hun steun betuigen aan een nieuwe internationale verklaring voor veilige scholen. Deze verklaring bevat zeer praktische richtlijnen die door legers en milities nageleefd kunnen worden om scholen te beschermen en is tot stand gekomen met ngo's, mensen die in de oorlogsgebieden wonen en na consultatie van militairen en strijdende partijen. Deze overeenkomst is een belangrijke aanvulling op de al eerder afgesproken politieke afspraken en verdragen.

Nederland is een van de landen die toegezegd heeft deze richtlijnen vandaag te ondertekenen. Dat is prachtig, omdat Nederland hiermee laat zien belang te hechten aan het ontzien van scholen tijdens oorlog. Maar we moeten ons realiseren dat het nu pas begint.

Implementatie
Hiermee worden de belangrijkste overtreders nog niet bereikt: die bevinden zich in de gelederen van de milities en rebellengroepen. Hun slachtoffers zien we dagelijks in onze projecten. Ze hebben dringend opvang en psychosociale hulp nodig.

Wij zien dat de lokale bevolking een sleutelrol kan spelen om deze milities te bereiken. De bevolking staat vaak al in contact met deze strijdende groepen. Niet omdat ze hen steunen, maar omdat ze uit dezelfde bevolkingsgroepen komen. Dat biedt een nog te weinig benutte kans om het vredesproces op lokaal niveau op gang te helpen. De bescherming van scholen en de kinderen in de lokale gemeenschap moet daarin een van de eerste afspraken zijn. De lokale bevolking begrijpt dat. Het gaat om hun eigen kinderen.

Ondersteun lokale initiatieven om scholen de safe havens te maken die ze moeten zijn

Voor de Nederlandse overheid ligt er na het tekenen van de richtlijnen in Oslo een belangrijke vervolgtaak. Naast het overtuigen van andere overheden om hetzelfde te doen, moet Nederland een voortrekkersrol gaan spelen in het ondersteunen van lokale initiatieven, die met de nieuwe richtlijnen in de hand, tot concrete afspraken komen met strijdende partijen. Zodat de scholen daadwerkelijk tot de safe havens worden die ze moeten zijn. En kinderen ook in oorlog kunnen doen wat ze moeten doen: veilig leren en spelen.

[[{“fid”:”37077″,”view_mode”:”default”,”fields”:{“format”:”default”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Neem een abonnement op OneWorld!”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Neem een abonnement op OneWorld!”},”type”:”media”,”attributes”:{“style”:”height:72px; width:581px”,”class”:”file-default media-element”},”link_text”:null}]]

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Robbert Bodegraven is hoofd Advocacy, Campaigning en Communication bij War Child.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier