Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“We moeten praten. We hebben een ernstige mail ontvangen. Over jou.” Mijn collega bij OneWorld zei het afgelopen zomer met zo’n ernstige blik dat ik dacht dat ik iets verkeerd had gedaan. “Ik wil eerst weten of je de mail wil lezen en daarna of je actie wil ondernemen.” Maar ik wist niet waar dit over ging en dus ook niet waar ik ja of nee op zou zeggen. “De mail is….racistisch. Het is heftig. Maar je hoeft ‘m niet te lezen. Dan handelen wij het af. We kunnen aangifte doen. Het is helemaal aan jou.”
Nadat ze drie keer had gevraagd of ik dit echt wilde zien, kreeg ik een tekst die mij, tragisch genoeg, wel vaker is toegestuurd de afgelopen jaren. Het onderwerp: Seada Nourhussen dood. De afzender: ene Leo Becker. Hij wenste mij een “zeer spoedige en pijnlijke dood” toe en gebruikte daarbij zoveel vuige taal dat ik die niet wil herhalen. Of de redactie dat even aan mij door wilde geven, wilde Leo weten. Er was ook een P.S.:  Dat er “nieuwe vernietigingskampen moeten worden gebouwd” om mensen met mijn huidskleur in te vergassen als “finale oplossing”. De aanleiding was niet duidelijk, maar het was rond de tijd dat ik aankondigde dat we stoppen met koloniale taal. Dit stuk werd veel gelezen en besproken in andere, ook extreemrechtse, media.

Jaren geleden schrok ik nog van het racisme dat ik, vaak gelardeerd met seksisme, terugkreeg op mijn antiracistische kritiek. Maar hoeveel berichten van vooral anonieme witte mannen, of mét profielfoto’s met hun hond, kinderen of vrouw, heb ik daarna in al mijn inboxen en op mijn timeline gehad? Sommigen kwamen alleen langs om ‘hoer!’, ‘slachtoffer!’ of ‘zielepiet!’ (favoriet onder de ‘kinderfeest’-fans) te roepen. Anderen dreigden me te laten deporteren of fantaseerden over mijn onthoofding door dergelijke taferelen bij Isis op mijn timeline te plaatsen.

Mijn collega’s bij OneWorld kennen dit soort geweld niet en waren dan ook verbaasd over mijn koele reactie op de mail. Ze kregen een inkijkje in de haat die ik al jaren onder ogen krijg. Die haat gaat zelden over de inhoud van mijn werk, maar is meestal gericht op mijn bestaan als zwarte vrouw.  Mijn collega’s waren gechoqueerd en beschermden mij. Dat had ik al lang niet meegemaakt. En ik zag via hun verbazing opeens weer hoe abnormaal en ongezond het racisme is dat ik als zwarte opiniemaker terugkrijg als ik over racisme schrijf.
Die rol ontstond langzaam. Eerst liet ik me als Afrikaredacteur van Trouw online vooral uit over de eenzijdige beeldvorming van Afrika, later was ik ook uitgesproken over racisme in Nederland. Ik werd uitgenodigd op verschillende podia en geïnterviewd in andere media. Mijn rol als opiniemaker werd structureler en prominenter toen Trouw mij twee jaar geleden vroeg eens in de twee weken een column te schrijven naast mijn werk als Afrikaredacteur. Die column hield ik aan toen ik begin dit jaar wegging bij Trouw en hoofdredacteur werd van OneWorld. Drie weken geleden heb ik die column opgegeven.

Maar niet alléén om de reden die de hoofdredactie van Trouw in de krant heeft gezet: “De extreme, negatieve en soms racistische reacties op haar columns beperken voor haar de ruimte om het debat op een volwassen en verdiepende manier te voeren. Teveel negatieve aandacht en energie ging volgens haar naar haar persoon, in plaats van de inhoud van haar columns.”
Tot zover klopt het, behalve dat het niet alleen ‘soms racistisch’ was. Dat was eerder vaak. Toch was ik met deze tekst deels akkoord. Maar een andere tekst die ik had toegevoegd was weggelaten. Namelijk: “Ook voelde Nourhussen te weinig bewustzijn vanuit de redactie van Trouw voor haar kwetsbare positie als zwarte, vrouwelijke opiniemaker.” Dit deel was voor mij essentieel om te laten zien wat er structureel misging.

De directe aanleiding voor mijn vertrek had niet met een plotselinge toename van racistische tirades online te maken. Het had te maken met hoe de redactie van Trouw met mij omging. Wat de deur voor mij dicht deed was een stuk van de ombudsman van Trouw, Adri Vermaat, waarin hij suggereert dat ik Trouw gebruik om OneWorld te promoten. Dat ik zelfs ‘afspraken’ daaromheen heb geschonden in een column over hoe wit en mannelijk media aan de top zijn. Terwijl de chef opinie aangaf dat die zogenaamde afspraken vaag zijn en zij zelf geen aanleiding zag voor zorg. ‘Belangenverstrengeling’, was de misleidende en zeer schadelijke kop boven een insinuerend stuk van de ombudsman dat totaal niet inging op de inhoud van mijn column. Die dag kreeg ik een bericht van Trouw om ‘weer eens bij te praten’ over mijn column. Ik schreef terug dat dat niet nodig was omdat ik per direct wilde stoppen.

Want dit vertrek kent een voorgeschiedenis van te weinig besef van en gevoeligheid over wat mij allemaal is overkomen sinds ik niet alleen journalist, maar ook opiniemaker ben. Ik probeerde daarover gesprekken te voeren met de hoofdredactie die verder gingen dan hoe ik persoonlijk moest omgaan met het racistische, misogynoire gal van reaguurders. Anderhalf jaar geleden liep dat vreselijk de spuigaten uit nadat ik in het vizier van de PVV was gekomen. Maar ik wilde een stap verder: hoe ging de redactie met mijn positie als opiniemaker om? Waarom was er vooral stilte van mijn collega’s als ik werd aangevallen?

Mijn columns waren vaak aanleiding voor online debat en ophef. Ikzelf was clickwaardig geworden. Zoals toen Trouw-journalist Leonie Breebaart mij zomaar bij een interview met schrijver Babah Tarawally betrok. Hij schreef een boek dat er op neer komt dat je racisme alleen mag aankaarten als je het poeslief doet. Of iets dergelijks. Breebaart zette mij neer als iemand die tegen ‘saamhorigheid’ is en liet Tarawally vervolgens ongefundeerd over mij raaskallen. ‘90 procent’ van de mensen die mij online volgen zou niet durven zeggen dat ze het niet met mij eens zijn. Ik zou jongeren depressief maken. En nog meer bizarre uitspraken. Dat een ex-collega doelgericht op mij, een columnist die al zoveel bagger over zich heen krijgt, laat inhakken door een andere zwarte schrijver is veelzeggend. En dat een eindredactie dat prima vindt, ondanks dat hij dingen zegt die helemaal niet te bewijzen zijn en percentages verzint, is ook veelzeggend. Niet op de inhoud, wel op de persoon. Kortom, de onredelijkheid en platheid van buiten sloeg naar binnen. Maar het waren clicks; black on black crime scoort.

Maar hoe meer clicks, hoe vaker ik online werd verscheurd. En collega’s of leidinggevenden bij Trouw kwamen niet publiekelijk voor me op. Ze keken via schermen toe hoe mijn verhaal werd verdraaid. Hoe de inhoud vermalen werd totdat er alleen nog ruis overbleef. De volgende ochtend wilden ze dan wel de sappige details weten van al dat Twitter-geweld. Ik werd amusement. Hoe gingen we voorkomen dat een andere collega van kleur in deze positie terecht kwam?, dat wilde ik ondertussen weten.

Want ook zonder scherpe column was het nooit makkelijk zwart te zijn in een witte mediaorganisatie. Ook al kon ik het op persoonlijk niveau prima vinden met collega’s. Waarom schreven we blank en niet wit?, wilde ik vele jaren geleden al weten. Waarom kon ík wel tot kleur worden gereduceerd, maar mijn collega’s niet? Toen in een artikel van mijn hand al het ‘wit’ in ‘blank’ was veranderd, schreef ik een vlammende mail naar de hele redactie. Op den duur opende dat wel wat ruimte voor discussies over racisme. Maar ik initieerde en voerde ze vrijwel altijd alleen. Ik wilde weten hoe we dat gingen veranderen, hoe we meer sensitiviteit en bondgenootschap binnen de organisatie konden creëren.

Racisme aankaarten is ongemakkelijk, ondankbaar en vaak onbevredigend. En ondanks allerlei samenzweringstheorieën is het géén verdienmodel

Ook zonder Twitter kost het heel veel energie om altijd weer in je uppie in de pen te klimmen om een stigmatiserende foto of een tendentieuze kop op de pagina’s aan te kaarten. Er was geen besef hoeveel durf het vergt om, als minderheid, steeds weer dat vervelende gesprek met de meerderheid aan te gaan. Dat is vaak enger met je directe collega’s dan online. Des te frustrerender is het dan als ex-collega’s lijken te denken dat racisme en ongelijkheid aankaarten een soort hobby van me is. Dat ik gewoon overal racisme in wil zien.
Nee, racisme aankaarten is ongemakkelijk, ondankbaar en vaak onbevredigend. En ondanks allerlei samenzweringstheorieën is het géén verdienmodel (als het wel zo is, hoor ik graag hoe). Ook ik moet steeds weer een psychische drempel over om het aan te wijzen. Het. Went. Nooit. Liever zou ik makkelijke stukjes tikken over waarom álle amandelmelk zo slecht schuimt of wáárom millennials bij 3 graden nog steeds met opgerolde broeken en blote enkels rondlopen. Maar als je eenmaal het structurele karakter van ongelijkheid ziet, is dat niet echt een optie op een podium dat je maar eens in de twee weken hebt om een zwaar onderbelichte realiteit aandacht te geven.

Maar alles wat we ooit hebben besproken rond mijn column ging over mijn toon, mijn woordkeus, mijn focus, mijn onderbouwing. En dat sociale media een open riool zijn waar je je verre van moet houden. Mijn vertrek is een uitkomst van het uitblijven van gesprekken over de redactiecultuur. Als ik me begrepen en serieus genomen had gevoeld, was ik er nog. Ook als columnist. Dan hadden de reaguurders, én de vele emotionele (soms heel mooie, maar vaak heel vermoeiende) mails en brieven van Trouwlezers die werden doorgestuurd – terwijl ik vaak aangaf alleen inhoudelijke reacties te willen lezen – veel minder invloed gehad.

Ik ben niet alleen kritisch over structuren in ‘de maatschappij’, maar ook over machtsverhoudingen in mijn eigen vakgebied en de media waar ik voor werk. Ik hoopte dat mijn situatie een leermoment zou zijn over de holheid van ‘diversiteit’ in de media. Dat is meer dan een inkleuroefening. Je moet bereid zijn je werkomgeving en werkwijze erop aan te passen. Je moet bereid zijn ongemakkelijk te worden en te luisteren naar meningen en perspectieven die afwijken. Een zwarte vrouw een plek als opiniemaker geven brengt andere verantwoordelijkheden met zich mee in een samenleving die nog niet eens goed weet wát racisme is. Je moet die persoon anders beschermen dan een opiniemaker die tot de dominante groep behoort. Die zelfkritiek heeft de hoofdredactie niet toegepast. Maar dat is niet alleen bij Trouw zo. Elke redactie waar ik gewerkt heb, heeft laten zien niet met die felbegeerde en veelbesproken diversiteit (bij gebrek aan een minder irritant woord) om te kunnen gaan. Daarom blijven redacties wit.

Niet uit kwade bedoelingen, maar uit onmacht of onkunde. Ik geloof Cees van der Laan als hij zegt dat opiniemakers als ik hard nodig zijn. Hij zei de afgelopen dagen ook tegen me dat mijn vertrek wat hem betreft niet wenselijk is en dat hij mij altijd verdedigt. Maar hij schreef in dat stuk ook dat hij zich pas zo’n twee jaar geleden realiseerde dat hij als witte man vrijwel nooit wordt geconfronteerd met zijn huidskleur. Die recente realisatie was de reden om mij als columnist te vragen. Dat verklaart wel waarom hij me toch niet helemaal hoorde toen ik zei dat ik me onbegrepen voel.

Mediastorm

De mediastorm rond mijn vertrek is enerzijds bemoedigend, maar ze heeft ook veel ruis en hype in zich omdat de focus zo ligt op ‘racisten online’ in plaats van op mediaorganisaties. Daarom is het goed dat Thomas Bruning van de NVJ naar aanleiding van mijn vertrek nu oproept om journalisten beter te beschermen tegen racisme. Dat is een stap voorwaarts. Want toen ik er anderhalf jaar geleden helemaal alleen voor stond, aangevallen werd en probeerde constructieve gesprekken te voeren belde ik de NVJ voor advies. Maar een jurist stond me zo lomp, onkundig en haast verwijtend te woord dat ik me even geen raad meer wist. Mijn vakbond was er duidelijk niet voor mij. Dus ik hoop dat Bruning de pot subsidie die hij heeft gekregen om dit soort uitspraken te doen ook gebruikt om diversiteitstrainingen – gegeven door niet-witte journalisten – voor zijn eigen personeel zal ontwikkelen.

Racistische aanvallen van buitenaf zijn zeer schadelijk, dat staat buiten kijf. Het gif sijpelt je lijf in en richt werkelijke schade aan. Dat heb ik wel ondervonden. Maar als je tegelijkertijd een intern gevecht moet voeren met de mensen die je hier tegen zouden moeten beschermen, is het pas echt ondoenlijk. Dan eindig je enkel als clickbait, oftewel aas. En dat kan nooit lang duren want aas wordt opgegeten.

elijah-o-donnell-603766-unsplash

De verrechtsing van de media

Journalisten vertellen wat er allemaal mis gaat door de verrechtsing op de redactie.

pablo-garcia-saldana-94058-unsplash

Polarisatie als product

De verrechtsing van de media heeft geleid tot meer ophef en minder nuance en expertise.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Seada Nourhussen

Hoofdredacteur

Seada Nourhussen (Gondar, Ethiopië 1978) is sinds februari 2018 hoofdredacteur van One World. Ook is ze columnist voor Trouw en …
Profielpagina