Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In Emmen rees vanwege de Week van de Toegankelijkheid twee jaar geleden de vraag of de horeca in de stad wel toegankelijk genoeg was. Daarom werd in 2016 door het Overleg- en Samenwerkingsorgaan Gehandicapten (OSOG) in kaart gebracht bij welke restaurants en cafés mensen in een rolstoel wel en niet naar binnen konden. Dat er nog winst te behalen viel, werd wethouder René van der Weide duidelijk toen hij zelf probeerde om in een rolstoel een hoge drempel over te gaan om een restaurant binnen te komen. Even later lukte het hem niet om het toilet te bezoeken, vanwege ruimtegebrek en een dichtvallende deur. Het leverde leuk beeld op van een wethouder in gevecht met een rolstoel, maar voor meer dan tienduizend personen met verminderde mobiliteit is dit een vervelende dagelijkse realiteit.

een-op-de-tien1

VN-verdrag voor toegankelijkheid

Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap pleit ervoor dat landen wereldwijd aandacht besteden aan het toegankelijker maken van diensten en voorzieningen. 162 landen namen tot nu toe de aandachtspunten op, zoals het recht op gelijkwaardig werk voor personen met een beperking, of het toegankelijk maken van openbare ruimten.

Op 14 juli 2016 ratificeerde de Nederlandse overheid het VN-verdrag. Opvallend is dat dit bijna tien jaar ná de belofte om iets met de doelstellingen van de VN te doen pas gebeurde. Ter vergelijking: landen als Bangladesh, India, El Salvador, Namibië en Gabon deden dit bijna tien jaar eerder, in 2007. Van de 162 landen die het verdrag hebben geratificeerd, waren slechts twaalf landen nog later dan Nederland.

Minister Hugo de Jonge van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt dat de ratificatie zo lang heeft geduurd omdat er eerst naar de wet moest worden gekeken. “Naar aanleiding van de ratificatie zijn er in Nederland aanpassingen gedaan aan de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte (Wgbh/cz) en de Kieswet. Het geleidelijk toewerken naar algemene toegankelijkheid is nu de norm.” Door de lancering van het programma Onbeperkt Meedoen op 14 juni 2018 wordt van deze norm nu praktijk gemaakt, aldus De Jonge.

De start was dus wat traag. Maar heeft Nederland, als westers land in de anderhalf jaar dat het met het verdrag bezig is, dan wel een hoop gedaan? Tijd om dat te onderzoeken.

Om te onderzoeken hoe toegankelijk de Nederlandse horeca is, heeft OneWorld een steekproef uitgevoerd. We vroegen aan meer dan 150 cafés en restaurants in zes Nederlandse steden (Groningen, Emmen, Ede, Alkmaar, Maastricht en Utrecht) of we in een rolstoel naar binnen kunnen komen en of we in een rolstoel naar het toilet kunnen. De steden verschillen in grootte en liggen verspreid door het land, zodat we een zo compleet mogelijk beeld konden schetsen van de situatie in Nederland. De resultaten zijn helaas teleurstellend.

"Het is maar een trap, ik help u wel"

“Ja, we zijn rolstoeltoegankelijk”, beweert een medewerker van een restaurant in de Alkmaarse binnenstad. Klein addertje onder het gras: er ligt een 15 centimeter hoge drempel bij de ingang. Maar dat hoeft niet uit te maken, vindt hij: “We tillen veel rolstoelen, geen probleem”, zegt hij zelfverzekerd. Een aangepast toilet hebben ze helaas niet.

Een paar restaurants zijn bereid een plankje over de drempel voor ons neer te leggen: “Als je laat weten dat je komt, dan leg ik de plank neer. Dan kun je zo binnenrollen!”, zegt een restaurantmedewerker uit Utrecht bijna enthousiast. “We helpen je wel”, blijkt een verrassend vaak gebruikt antwoord voor de meeste restaurants en bars die we hebben gesproken.

Zo’n 15 procent van de Nederlandse samenleving heeft een vorm van een beperking. Allemaal potentiële klanten

Van een café in Utrecht krijgen we te horen dat we via de achterdeur naar binnen kunnen, maar niet via de normale ingang. Volwaardig rolstoeltoegankelijk is het café dus niet. Verrassender is de reactie van een medewerker op de vraag of alles te bereiken is als je eenmaal binnen bent. Een deel van de zithoek is niet te bereiken, legt ze uit, ‘en voor het betalen zou je je pinpas aan iemand moeten toevertrouwen, want de toonbank is niet bereikbaar.” Wel heet ze ons van harte welkom, omdat het ondanks ‘een aantal haken en ogen’ mogelijk is om binnen te komen.

Toegankelijkheid-restaurants-steekproef-nu-echt-goed

“Het is heel aardig bedoeld, maar eigenlijk wil iemand in een rolstoel ook gewoon zelfstandig zijn”, zegt Lisa Pieters van Ongehinderd, een organisatie die zich inzet voor een toegankelijker Nederland. Ongehinderd toetst via haar website en app op toegankelijkheid van publieke locaties, waaronder restaurants voor mensen met mobiliteitsbeperkingen, maar ook mensen met beperkingen in zien en horen.

Pieters is ergotherapeut en een van de keurmeesters die deze toetsen uitvoert. Om de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers te toetsen, let ze bij het bezoek aan een restaurant op een aantal zaken. “Het begint al bij de route”, zegt Pieters. Als een restaurant op een heuvel ligt zonder een lift, of er zijn veel hobbels op de stoep, scoort dit al een onvoldoende. Vervolgens moet iemand in een rolstoel zelfstandig de deur kunnen openen. Soms is de deur te krap, te zwaar, of je komt niet goed bij de handgreep. In een restaurant zelf moet bijvoorbeeld de hoogte van de tafels voldoende zijn om er met een rolstoel onder te kunnen staan. “Soms zijn rolstoeltoiletten bijvoorbeeld gecombineerd met een babyverschoontafel, maar dan wordt de ruimte vaak te krap voor een rolstoel. Of er staat een vaste pinautomaat op de bar. Daar kom je vanuit een rolstoel niet bij”, legt Pieters uit.

Toegankelijk-toilet-steekproef-nu-echt-goed-maar-nu-echt

Ongehinderd wordt geregeld benaderd door gemeenten en restaurants zelf om deze toetsen uit te voeren. Op die manier kunnen restaurants, maar ook bibliotheken, musea of bioscopen een zogenaamd Keurmerk voor toegankelijkheid krijgen. Waar ze aan moeten voldoen om toegankelijk te zijn staat namelijk niet verankerd in de wet. Minister Hugo de Jonge: “Ik geloof dat de meest betekenisvolle resultaten worden geboekt als de horeca zelf vanuit eigen motivatie een aanpak ontwikkelt en stappen zet. En daar heeft de sector zelf ook belang bij; zo’n 15 procent van de Nederlandse samenleving heeft een vorm van een beperking. Allemaal potentiële klanten.”

Geen minimumnormen in Nederland

‘De ervaring leert dat vrijwillige inspanningen op het gebied van toegankelijkheid niet voldoende zijn’, staat in het Report on Disability van de VN uit 2011: ‘Verplichte minimumnormen zijn daarom noodzakelijk’. Zo heeft bijvoorbeeld de Oostenrijkse overheid naar aanleiding van het VN-verdrag al in 2012 een nationaal plan van aanpak samengesteld met concrete doelstellingen en evaluatieplannen. De Nederlandse overheid koos er in plaats daarvan voor om de praktische invulling grotendeels aan de lokale overheden en particuliere bedrijven uit te besteden. “De overheid uit van zelfregulering”, zegt Thijs Hardick van de landelijke koepel van gehandicaptenorganisaties Ieder(in). “Er is enorme weerstand om dingen wettelijk vast te leggen.”

Volgens Hardick is een belangrijke reden dat Nederland erg laat was met het ratificeren dat er door veel partijen een sterke lobby werd gevoerd vanuit fundamenteel andere beginselen. Voor de mensen met een beperking is gelijke behandeling een mensenrecht dat in wetten verankerd hoort te worden om te kunnen verzilveren. Daar tegenover heerst er bij overheden en bedrijven een sterk geloof in zelfregulering.

Het compromis was om het verdrag wel te ratificeren, en daarnaast een algemene maatregel van bestuur aan te nemen. “Die algemene maatregel van bestuur, het Besluit toegankelijkheid, zegt dat elke sector, bedrijfstak of organisatie een actieplan moet maken over hoe ze het VN-verdrag in praktijk gaan brengen”, legt Hardick uit. In plaats van vaste wetten, moeten particulieren en gemeenten nu zelf kijken hoe ze toegankelijker kunnen worden. “Ik zie nu heel langzaam het proces op stoom komen. Het vervelende van lang wachten met ratificeren is dat we nu eigenlijk tien jaar hebben laten liggen. We hobbelen er behoorlijk achteraan.” Zo wordt in Nederland nu gekeken hoe de bouw toegankelijker kan worden, terwijl in België al geëvalueerd wordt in hoeverre de geïmplementeerde bouwregels werken. “Dat is iets waarvan ik hoop dat Nederland er over tien jaar aan toe komt.”

13716609003_da9740ea99_k2

Rolstoel kapot? Pech.

Reparaties aan rolstoelen gaan vaak mis en gebruikers moeten vaak lang wachten op hulp.

Van de zes gemeenten die we in onze analyse hebben meegenomen vermelden in het Coalitieakkoord 2018 – 2022 alleen Utrecht en Maastricht expliciet het VN-verdrag en toegankelijkheid als een van de speerpunten in hun programma. In de gemeente Utrecht komt er in de komende vier jaar 275.000 euro vrij (80 cent per inwoner) als stimuleringsbudget voor toegankelijkheid. De Gemeente Emmen is al langer bezig met toegankelijkheid en heeft hier 50.000 euro per jaar voor over (50 cent per inwoner). Beide gemeenten werken samen met lokale lobby- en belangenorganisaties voor mensen met een handicap.

“Er zijn veel meer mensen mee bezig sinds het VN verdrag”, zegt Pieters. Toch zou het volgens haar beter zijn als de Nederlandse wet duidelijker zou zijn. “Het zou veel makkelijker zijn voor ondernemers en bijvoorbeeld rechters als er harde eisen in zouden staan, zoals: ‘je moet een rolstoeltoilet hebben’ of ‘de deur moet zo en zo breed zijn’.” Omdat deze duidelijkheid ontbreekt, belanden veel restauranteigenaren volgens Pieters in een vicieuze cirkel: “Ze zeggen: ‘Er komt hier nooit iemand in een rolstoel.’ Maar dat komt juist omdat het niet toegankelijk is.”

Onderzoek
Via de API service van de website eet.nu heeft OneWorld de data van meer dan 2.300 restaurants en cafés opgevraagd in Utrecht, Alkmaar, Emmen, Maastricht, Ede en Groningen. Hiervan hebben we middels een steekproef 230 restaurants gebeld en gevraagd of ze rolstoeltoegankelijk waren, of er drempels in of voor het pand lagen en of er een aangepaste toilet voor rolstoelgebruikers was. Van de 230 geselecteerde horecagelegenheden hebben we uiteindelijk met 157 gesproken. 46 bestonden niet meer, 12 bleken geen fysieke restaurants (maar bijvoorbeeld foodtrucks of snackwagens) en 15 restaurants waren onbereikbaar.

rawpixel-602145-unsplash-1

‘Gehandicapte’ is géén zelfstandig naamwoord

Onze taal zit vol met woorden die het vooroordeel dat we hebben over gehandicapte mensen.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-020278

Adriana Homolova

Datajournalist

Adriana is een freelance data journalist bij OneWorld
Profielpagina
IMG_20180927_111414_973

Fleur Bubbert

Fleur Bubbert (1997) is student journalistiek en hoopt met haar verhalen de wereld een stukje mooier, duurzamer en rechtvaardiger te maken.
Profielpagina