Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De koeienboerderij van Ewald Stamsnieder is al een aantal generaties in de familie. Het bedrijf in Geesteren telt zo’n 170 melkkoeien en 90 kalfjes: een middelgrote boerderij, naar Nederlandse  maatstaven. De koeien staan allemaal keurig op stal. In de winter is het grasland te nat om ze buiten te laten lopen, ze trappen het gras kapot. Bovendien houden koeien helemaal niet van dit druilerige weer. Stamsnieder: “Als ik de koeien in de zomer naar buiten doe terwijl het regent, zijn ze zo weer binnen.”

“Kopje koffie?” vraagt Ewald als ik de boerderij binnenstap. We gaan aan de houten keukentafel zitten. Stamsnieder begint te vertellen. Volgens hem brengt de pers een zwart-wit verhaal naar buiten over de landbouw. “Dat is een tendens in Nederland: alles moet goed of slecht zijn, de nuance ontbreekt. Niet alleen in de landbouw, maar bijvoorbeeld ook in de Pietendiscussie. Je bent óf hartstikke voor, óf hartstikke tegen. Biologisch is goed, dus is gangbaar slecht. Een genuanceerd verhaal krijg je bijna niet meer uitgelegd.”

Stel: we zeggen dat je niet door rood mag rijden, maar doe je het wel, krijg je geen bekeuring. Zo ging het in de melkveehouderij ook.

Melkquotum

Ik vraag hem naar het melkquotum. Op  1 april 2015 werd dat afgeschaft: koeienboeren worden sindsdien niet langer beperkt in het aantal koeien dat ze mogen houden. Boeren bouwden om deze reden grotere stallen om meer koeien te kunnen houden. Gaandeweg bleek dat met al die extra koeien de klimaatdoelstellingen niet meer gehaald zouden worden: meer koeien betekent ook meer ammoniak, stikstof en fosfaat in de lucht. Stamsnieder: “Op een gegeven moment voelde iedereen wel aan dat het niet goed zou gaan, maar wie wil dan de boodschapper zijn? Wie moet er dan zeggen: ‘jongens, dit gaat niet goed’? Ongeacht wanneer je ingrijpt, het is altijd een vervelend moment. Er is altijd wel iemand die net nieuwe stallen aan het bouwen is, iemand die net nieuwe koeien heeft gekocht of iemand die zojuist de vergunningen binnen heeft.”

De koeiensector mocht in zijn geheel niet boven een bepaalde grens uitkomen, maar wanneer een boer een vergunning aanvroeg, kreeg hij die vrijwel altijd van de gemeente. Iedere boer kon bij de Rabobank een lening krijgen om zijn bedrijf uit te breiden. En de zuivelfabrieken zeiden tegen de boeren: ‘Kom maar op met die melk’. “Stel dat we zeggen: Je mag voortaan niet meer door rood rijden, maar als je het wel doet, krijg je geen bekeuring. Dan weet je dat er heel wat mensen gewoon door rood zullen rijden. Zo ging het in de melkveehouderij ook.”

Fosfaatwet

Uiteindelijk kwam de overheid met de fosfaatwet, die inhoudt dat koeienboeren een beperkte hoeveelheid mest mogen produceren. Hoogstwaarschijnlijk zal de wet per 1 januari in werking treden. Stamsnieder: “Nu zeggen mensen dat de boeren het zelf over zich hebben afgeroepen. Eerst meer koeien nemen, dan boven het fosfaatplafond uitkomen en nu janken dat die extra koeien geslacht moeten worden. Welke keuze zou jij maken als boer, wanneer iedereen om je heen aan het uitbreiden is?”

Willen we wel biologisch?

Volgens Stamsnieder gaat de fosfaatwet wel door: “Er is geen politieke meerderheid in Nederland die meer vee wil. En als ik eerlijk ben, hebben ze wel gelijk. We zijn geen groot land en we hebben al best veel kippen, varkens en koeien.” Stamsnieder ziet een ander probleem. “De burger wil dat we milieuvriendelijker produceren, maar de consument wil het niet betalen.” Steevast kiest de consument voor de goedkoopste melk. “Met Friesland Campina heeft een groep boeren afgesproken voortaan alleen nog maar ‘weidemelk’ te leveren. Dat is melk van koeien die minimaal 120 dagen per jaar zes uur per dag buiten zijn geweest. Die weidemelk ligt in de schappen, naast de gewone, goedkopere melk. Stamsnieder: “Wat blijkt? Het merendeel van de consumenten gaat voor de goedkoopste melk.” En biologisch? Dat blijkt maar drie procent marktaandeel te hebben. Stamsnieder vindt het niet erg dat de consument die keus maakt, maar vindt het wel vervelend dat hij als boer daarop wordt aangesproken. In feite kan hij niet veel anders. “Ik kan mezelf wel strengere eisen opleggen, maar dan moet ik de kostprijs verhogen en vervolgens verdien ik niets meer. Dan ben ik over tien jaar geen boer meer. Als boer kan ik alleen verkopen wat gekocht wordt.”

Boeren willen duurzaam

Boeren zijn zich er wel degelijk van bewust dat ze op een duurzamere manier zullen moeten produceren. Duurzaamheid gaat vooral over de langere termijn, en als er een sector is in Nederland die een langere termijnplanning heeft, dan is het volgens Stamsnieder de agrarische sector: “Als je een boer vraagt wat zijn droom is, dan zegt acht op de tien boeren dat ze hopen dat hun kinderen het bedrijf zullen voortzetten.” Dat betekent een bedrijfsplanning van 20 à 30 jaar. “Als je dan niet goed met je grond omgaat, te veel pesticiden gebruikt of er te veel mest op gooit, is je grond uitgeput en je grondwater vervuild.” Dan kunnen de kinderen van de boer het bedrijf nooit overnemen.

IMG_3634_bewerkt1
De boerderij van Ewald Stamsnieder

Mestfraude

Maar hoe zit het dan met de mestfraude? Die duidt toch bepaald niet op duurzaam gedrag. Stamsnieder: “Daar heb je het weer: het moet goed of slecht zijn. Natuurlijk is er wel degelijk iets aan de hand, dat is duidelijk, maar in veel gevallen gaat het om administratieve fouten.” Hij legt uit hoeveel administratieve handelingen boeren moeten uitvoeren, en hoe makkelijk dat verkeerd gaat. “Een vrachtwagen komt de mest laden en neemt een monster af. Dat gaat allemaal automatisch, want ze vertrouwen het niet als ik het zelf doe.” Blijkbaar is er bij Stamsnieder laatst iets misgegaan, waardoor er te weinig mest in het monster zit. Hij kreeg te horen dat het monster niet goed was. “De mest van die vracht is dan discutabel en zou onder mestfraude kunnen vallen.”

En de boeren die daadwerkelijk frauderen? “Dat is niet goed voor de bodem en het oppervlaktewater. Natuurlijk vind ik dat die echte fraudeurs hard aangepakt moeten worden.” Maar waarom doen ze dat dan? “Sommige boeren zitten in de knel. Als je je voer bijna niet kan betalen en je moet je mest ook nog afzetten… Als er dan een handige handelaar is, die zegt dat hij nog wel een maniertje weet, wordt het natuurlijk wel verleidelijk.”

Sommige boeren zitten in de knel. Als er dan een handige handelaar is, die een maniertje weet, wordt het natuurlijk wel verleidelijk.

Stad en platteland

Stamsnieder en ik maken een rondje over het erf. “Dertig jaar geleden had je in elke gemeente een zuivelfabriek. De lijntjes van de boer naar de fabriek en van boer naar de consument waren kort. Tegenwoordig hebben veel boeren het gevoel dat ze hun melk niet meer produceren voor de consument, maar voor de vrachtwagen.” De consument komt niet meer op het erf. “Vroeger kende iedereen wel een boer. Je zat bij een boerenkind in de klas of er zat een boer in je voetbalteam. Hier in Geesteren kent iedereen een boer, maar in de rest van Nederland is dat niet meer zo,” zegt Stamsnieder terwijl hij de schuurdeur opentrekt, “De afstand is groot, maar dat ligt ook aan ons als boeren.” Hoe groter de afstand, hoe meer wantrouwen. “De consument weet te weinig over ons, maar wij moeten zelf ook meer vertellen.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-0519

Nynke Oude Vrielink

Profielpagina

Advertentie

banneralleppo