Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“In het verleden hadden we wel echt een overkill aan Marokkanen”, zei de eindredacteur toen de Marokkaans-Nederlandse Nora* (36) solliciteerde bij De Nieuwe Maan, een talkshow die zich focust op de multiculturele samenleving. De eindredacteur vroeg haar welke gasten zij uit zou nodigen voor een item over de Turkse president Erdogan. Toen ze een paar duidelijk Turkse namen noemde, werd daar niet zo positief op gereageerd. Nora: “‘Waarom nodig je geen witte mensen uit?’, werd me gevraagd. ‘De kijker moet zichzelf wel terug kunnen zien, hè?’ Ik was echt in shock. Verder dan die sollicitatie is het gelukkig niet gekomen.” Nora kijkt sindsdien anders naar haar vak. “Ik denk dat ik wel wat minder naïef geworden ben, en nu anders kijk naar instellingen die pretenderen culturele diversiteit hoog in het vaandel te hebben.”

Image

Ook bij de Turks-Nederlandse Iffet Subasi (29), journalist en maker van de NTR-documentaireserie Moslims Zoals Wij, ging het bij een omroep mis in een sollicitatieproces. “Na mijn sollicitatie zeiden ze dat ze me niet konden aannemen. Het diversiteitspotje was namelijk al leeg. Dat zeiden ze letterlijk. Het was de eerste keer dat ik zo geconfronteerd ben met het feit dat ik een journalist van kleur ben.”

Aldith Hunkar (56) kent dit diversiteitspotje ook goed. “Tegen mij werd door een collega bij het NOS Journaal gezegd: ‘Zeg Aldith, ik weet niet wie je denkt dat je bent, maar voor ons ben je gewoon een potje subsidie hoor.’” Hunkar, van Surinaams-Nederlandse afkomst, was sinds 1994 presentatrice bij het NOS Jeugdjournaal, en in 2000 stapte ze over naar het NOS Journaal. “Bij het Jeugdjournaal heb ik echt een steentje bij kunnen dragen, zij luisterden naar mij. Om de een of andere reden was dat bij de redactie van het NOS Journaal, die letterlijk aan de andere kant van een kast zat, volledig anders.”

Geen cultureel besef

En de problemen werden voor haar alleen maar groter. “Ik ging altijd met plezier naar mijn werk, maar in tegenstelling tot bij het Jeugdjournaal voelde ik me bij het NOS Journaal steeds onveiliger door een klein groepje binnen de redactie. Het was duidelijk dat ik daar alleen maar was om ‘zwart te wezen’, en niet voor mijn inbreng.” Hunkar vertelt hoe er op de redactie niet veel cultureel besef was. “We hadden een item over een prijs die iemand had gewonnen in Colombia. Toen werd er in het item op de een of andere manier drugshandel bij gehaald. De argumentatie was dat alle kijkers bij Colombia toch al gelijk aan drugshandel denken. Maar dat komt natuurlijk omdat de NOS dat zélf voedt. Ik heb toen tegen de eindredacteur gezegd: ‘Witte mannen zullen dit nooit begrijpen!’ Dat heeft voor enorme ruzie gezorgd, want hoe kón ik het hebben over ‘witte mannen’.”

Er werd gezegd: wie interesseert Suriname nou iets?

Aldith MECC
Aldith Hunkar

Hunkar bleef toch steeds met nieuwe ideeën komen. “In het binnenland van Suriname dreigde een stuwdam te knappen. Toen ik vertelde dat ik mensen uit het binnenland kende en er misschien een item over gemaakt kon worden, werd er gezegd: ‘Wie interesseert Suriname nou iets?’”

Zich uitspreken tegen racisme heeft voor Hunkar grote gevolgen gehad. “Die strijd om inspraak te hebben heeft bijgedragen aan mijn daaropvolgende burn-out, denk ik. Na een langere afwezigheid kwam ik terug, maar ik mocht niet meer werken. Er werd een maandenlange procedure in gang gezet, die uiteindelijk heeft geleid tot mijn vertrek. Na een jaar was hun uitleg dat ‘onze zienswijze anders was’. Ik was goed in mijn werk, dus ik zou niet weten wat die zogenaamde ‘zienswijze’ kon betekenen, anders dan dat ik zo uitgesproken was over de vooroordelen van de redactieleden, en hoe zij minderheden framen.”

Dat thema’s die dichtbij mensen van kleur staan minder snel worden opgepakt, beaamt de Surinaams-Nederlandse journalist Nina Jurna (49), die in de jaren 90 als verslaggever bij de Amsterdamse stadszender AT5 werkte. “Toen er spanningen waren in de Bijlmer, wilde niemand daarheen. Ik ben volgens mij ook een van de eersten geweest die Amma Asante en Fatima Elatik uitgebreid geïnterviewd heeft; zij waren toen jonge, opkomende politici. En toen er gevechten waren tussen Marokkaanse jongens op het Mercatorplein werden de rellen zelf wel gefilmd, maar er werd niet dieper ingegaan op de problematiek daarachter. Dat probeerde ik wel te doen.”

IMG_7856
Nina Jurna vertrok uit Nederland en werkt sindsdien vanuit Latijns-Amerika.

Onderwerpen op de agenda krijgen

Later werkte Jurna als Suriname-correspondent bij RTL Nieuws. “Op een gegeven moment zei een iemand daar: ‘Ik mag het waarschijnlijk niet zeggen, maar waarom hebben we eigenlijk een correspondent in Suriname?’”

“Ik moest in Nederland vaak hard vechten om bepaalde onderwerpen op de kaart te krijgen. Ideeën voor reportages die bijvoorbeeld met diversiteit te maken hadden of met de Surinaamse en niet-westerse gemeenschappen in Nederland. Nu staan die onderwerpen veel meer op de kaart, maar toen nog niet, en dat gevecht voor deze onderwerpen kostte me veel energie. Uiteindelijk koos ik ervoor om te vertrekken uit Nederland, mijn interesses te volgen en in Suriname en later Brazilië te gaan werken. Nu ben ik correspondent Latijns-Amerika voor NRC Handelsblad. Als er toen meer ruimte was geweest voor onderwerpen die ik wilde maken, was ik misschien niet op dat moment weggegaan uit Nederland, maar in een latere fase.”

Ben ik niet ook een gemiddelde Nederlander?

vH2Mlsuu_400x400
Bo Hanna Beeld door: Lola Noir

Ook de Egyptisch-Nederlandse Bo Hanna (24), freelance-journalist voor onder andere VICE, de Volkskrant en Vogue, vertelt hoe hij soms voelt dat hij harder moet vechten voor zijn stukken. “Als je echt divers wilt zijn, dan moet je mensen van kleur aannemen op alle lagen van je bedrijf, ook hogerop. Als je dat niet doet, dan hebben de journalisten van kleur die je aanneemt constant het gevoel dat ze dingen moeten uitleggen. Ik heb ooit als reactie op een pitch gekregen dat ‘dit thema niet door de gemiddelde Nederlander wordt gelezen’. Dan denk ik, ben ik ook niet de gemiddelde Nederlander?”

Hanna denkt nu wat strategischer na over de onderwerpen die hij aansnijdt. “Ik probeer nu wat minder stukken te schrijven over identiteitspolitiek, en ook stukken over bijvoorbeeld fashion te maken, en zo mijn portfolio uit te breiden. Op die manier word je als schrijver van kleur serieuzer genomen. Witte schrijvers hoeven niet zoveel na te denken over hoe ze geframed worden als journalisten van kleur.”

Kwetsbaarheid van de journalist

download
Clarice Gargard

De Amerikaans-Liberiaans-Nederlandse Clarice Gargard (30) is freelance journalist die onder andere voor AT5, de Correspondent en BNNVARA gewerkt heeft. Ook is ze NRC-columnist. Toen ze op haar eigen Facebookpagina een live videoverslag deed van een anti-zwarte-piet-demonstratie, kreeg zij zo veel racistische reacties dat ze aangifte deed. “Ik ben als columniste natuurlijk sowieso al doelwit, maar ik ben de eerste zwarte vrouw die columns schrijft voor NRC. Ze hadden niet bedacht dat dit verschil zou maken in de reacties die ik uitlok. Je moet als journalist van kleur eerst de klappen opvangen voordat collega’s zich realiseren hoe extra kwetsbaar jij bent. NRC heeft daarin steken laten vallen, dat mag je wel zeggen.”

De verantwoordelijkheid voor ‘diversiteit’ komt bij die ene journalist van kleur te liggen

Gargard vervolgt: “Als enige persoon van kleur op de redactie heb je vaak het gevoel like you’re on your own. Ook voel je je de waakhond van de diversiteit; jij moet alle stukken over migratie schrijven, jij moet alles uitleggen, en zo krijg je er taken bij die je niet hoort te hebben. De hele verantwoordelijkheid voor diversiteit, zowel in onderwerpen als in het personeel, kan niet alleen op mij komen te liggen, daar moeten juist die mensen die in de meerderheid zijn mee beginnen. Want wat kan een minderheid doen om toe te treden tot de meerderheid? Het antwoord is niets. De groep die de dienst uitmaakt, die moet diversiteit toelaten.”

Nina Jurna wordt soms nog steeds gebruikt als diversiteitsexpert. Ik heb zelfs een aantal keer meegemaakt dat ik ben gevraagd naar contacten binnen de Surinaamse gemeenschap in Nederland, terwijl ik al bijna twintig jaar niet meer in Nederland woon. Deze contacten hebben redacties blijkbaar nog steeds niet standaard in hun netwerk. Toen ik in 2015 op vakantie was in Nederland ben ik langs drie of vier redacties gegaan, en geschrokken van hoe wit die nog waren, zelfs na zo veel jaren. Ik kwam op een tv-redactie waar alleen de schoonmaker van kleur was.”

De Afro-Nederlandse Nicole Terborg (42) werkt al jaren als freelancejournalist en presentator, onder andere bij de NTR, VPRO en NH. “Objectiviteit bestaat niet, want waarneming is altijd subjectief. Je geeft nooit het volledig plaatje, maar je kiest, en je sluit daarmee altijd gezichtspunten uit. Als je dat weet, dan weet je dat een heterogene redactie een must is. Je moet een diversiteit van kleur, leeftijd, gender, stad/platteland, eigenlijk van alles hebben. Als je dat niet doet, sterft je publiek uit. Jonge journalisten van kleur moeten weten: redacties doen jou niet een dienst, jij doet hén een dienst door daar te zijn.”

Nicole Terborg ODBH
Nicole Terborg

Hoe moet het dan wel?

Iffet Subasi weet uit de eerste hand wat diversiteit een redactie kan opleveren. “Bij het maken van Moslims Zoals Wij zaten we in een groepje van vier: twee van kleur en twee witte mensen. Onze eindredacteur was dan wel wit, maar hij zette zijn vooroordelen opzij, las zich in, en vond onze mening belangrijk. Het diversiteitspotje moet weg, er zijn geen verschillen tussen journalisten van kleur en witte journalisten. En áls je zo graag verschil tussen witte en niet-witte makers wilt maken, zie dan de rijkdom die niet-witte makers kunnen meebrengen. Want uiteraard hielp mijn moslim-zijn bij het maken van die serie, voornamelijk bij het enorme netwerk aan moslims waar we uit konden putten. Dan heb je het als witte journalist veel moeilijker.”

De meerwaarde van een heterogene redactie is ook voor Nina Jurna overduidelijk. “Ik was stagiair bij Veronica tijdens de Bijlmerramp, en dat was echt mijn vuurdoop. De slachtoffers zaten in een sporthal waar geen journalist in mocht. Toen ik probeerde binnen te komen lukte mij dat omdat ze dachten, ze zal wel familie zijn. Ik was de enige die daar binnenkwam, en kon vervolgens verslag doen van binnenuit.”

Hoe kunnen redacties veranderen? Jurna: “Als er meer onderwerpen in de reguliere media te zien zijn die betrekking hebben op wat er zich binnen uiteenlopende bevolkingsgroepen afspeelt, dan bescherm je ook je columnisten en opiniemakers van kleur. Visies, meningen en thema’s die opiniemakers van kleur aankaarten zijn dan niet meer zo schokkend of nieuw voor het publiek, omdat ze die thema’s al kennen van reportages in de media.”

Nicole Terborg heeft ook een suggestie: “Toen ik door iemand die ik geïnterviewd had bedreigd werd, heeft mijn hoofdredacteur hem gebeld en het voor mij opgenomen. Toen voelde ik mij veilig. Racistische drek krijgt iedere journalist van kleur over zich heen, van micro-agressies tot in-your-face-racisme. Het is belangrijk hoe ze daar op de redactie mee omgaan. Na de rellen rond de zwarte-piet-demonstraties vroegen mijn collega’s: ‘Hoe heb jij het ervaren? Hoe gaat het met jou?’ Dan voel je je veilig op de redactie.”

Aldith Hunkar: “Ik zie wel dat er bij het programma van Margriet van der Linden goede pogingen worden gedaan tot echte diversiteit. Daar zitten ook vrouwen aan tafel als het niet om vrouwenonderwerpen gaat, en mensen van kleur als het niet over migratie gaat. Ik zei altijd: vraag zwarte mensen ook naar de prijs van spruitjes, en niet alleen als er multicultureel gedoe in het nieuws is.”

Intimidatie

“Het is goed om te laten zien dat verhalen van geweld tegen journalisten van kleur niet anekdotisch, maar aantoonbaar structureel zijn”, zegt Clarice Gargard. “Jouw vrouw-zijn speelt mee, jouw kleur ook. Vrouwen van kleur krijgen bijna twee keer zo veel harassment te verduren dan andere journalisten.”

Een onderzoek van Amnesty International laat zien dat één op de veertien tweets naar vrouwelijke journalisten als intimidatie kan worden geclassificeerd. Het onderzoek beschrijft hoe zwarte vrouwen 84 procent meer kans hebben om tweets te ontvangen die hurtful or hostile content bevatten dan witte vrouwen, en andere vrouwen van kleur 34 procent meer kans hebben op abusive mentions.

“Ik ben blij dat we op de NRC-redactie een cultuur hebben waar het gesprek gevoerd wordt, er geluisterd wordt, en men bereid is maatregelen te treffen. Maar het begint bij een redactie die zich überhaupt bewust is van de kwetsbaarheid van zwarte journalisten, zodat ze rugdekking kunnen geven als er iets gebeurt. Want als je je binnenshuis niet veilig voelt, hoe moet je dat geweld buitenshuis dan doorstaan?”

* Vanwege haar huidige werkzaamheden wilde Nora niet met haar achternaam in het artikel verschijnen.  

Naar aanleiding van de verhalen van de journalisten hebben we de verschillende redacties om een reactie gevraagd. De Nieuwe Maan geeft aan zich niet in de verhalen te kunnen vinden; RTL en NOS hebben niet op onze vragen gereageerd.

g-crescoli-365898-unsplash

Deel van Dossier

Media in crisis

De persvrijheid krimpt wereldwijd. Hoe zit dit? Lees het in dit dossier.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Ou_z-lq0_400x400

Zaïre Krieger

Vrouwenrechtenlobbyist

Zaïre Krieger (22) is vrouwenrechtenlobbyist en maker van o.a. Piemelpraat; een parodie op een reclamespotje over de verzorging van de …
Profielpagina

Advertentie

MTM-19-19_oneworldbanner_2 (002)