Zen en de kunst van het vrijwilligerswerk

02-04-2015 Bron: OneWorld
Beeld: Mieke Meesen
Achtergrond – 

Het onderscheid tussen vrijwilligers en professionals is onzinnig. Professor ‘vrijwilligerswerk’ Lucas Meijs zet de discussie over vrijwilligers in ontwikkelingssamenwerking graag op scherp. “Ik ga heel ver in het recht van de civil society om zijn eigen dingen te doen.”

Even vermoedden we dat Lucas Meijs zelfactief is als vrijwillig ontwikkelingswerker. Op zijn website lezen we dat hij lid is van hetcomité van aanbeveling van de Max Foundation, een kleine ontwikkelingsorganisatie voor kinderen in Bangladesh. Maar de hoogleraar helpt ons snel uit de droom: “Ik ben lid van dat comité, maar verder doe ik niets. Ik zit in geen enkele vrijwilligershulporganisatie. Ik weet ook niets van de inhoud. Niet van vrijwillig voetbal, niet van vrijwillige ontwikkelingssamenwerking. Maar ik weet wél hoe je het vrijwilligerswerk moet organiseren.” De professor in strategic philanthropy aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit is een van de belangrijkste denkers in ons land over de rol van vrijwilligers in de ‘doe-democratie’. En laat dat nu net iets zijn wat particuliere initiatieven in ontwikkelingssamenwerking in praktijk brengen: die nemen zelf verantwoordelijkheid voor de publieke zaak – al is die aan het andere eind van de wereld. Wat kan de rest van Nederland daarvan leren? En wat kan het particulier initiatief leren van de nieuwste inzichten over de participatiesamenleving? We beginnen ons vragenvuur met een heet hangijzer: de kwaliteit van vrijwilligers.

Lucas Meijs (1963) is bijzonder hoogleraar Strategic Philanthropy aan de vakgroep business-society Management van de Rotterdam School of Management. In 1997 promoveerde hij op management van vrijwilligersorganisaties.Hij lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Meijs is een veelgevraagd gastspreker en publiceert over thema’s als het organiseren van vrijwilligerswerk, vrijwilligers in de jeugdzorg en de verhouding tussen vrijwilligers en beroepskrachten. Zijn vakgroep deed vorig jaar onderzoek naar de vrijwilligersgolf die op gang kwam na de tv-uitzending Geer en Goor: effe geen cent te makken

De discussie over de doe-democratie gaat vaak over de vraag of vrijwilligers het even goed doen als professionals. Veel particuliere initiatieven ergeren zich aan die vergelijking. Hebben ze een punt? “Ze hebben zeker een punt als professioneel wordt verward met betaald werk. Dat onderscheid is onzinnig. Je bent professioneel als je doet waartoe je competent bent, niet als je iets doet omdat je ervoor betaald wordt. Een buschauffeur met rijbewijs kan een bus besturen, of hij dat nu vrijwillig doet of niet. Een arts die bevoegd is om hier te opereren, kan ook als vrijwilliger in Afrika opereren. Ik sluit overigens niet uit dat heel veel particuliere initiatieven dingen doen die ze misschien beter niet zouden kunnen doen. Maar dat geldt ook voor beroepsmatige organisaties.” Dus wanneer je zonder enige kennis of ervaring een school wil starten in Kenia dan moet dat kunnen? “Uitstekend! Dat mag hier ook namelijk. Het staatzelfs in de grondwet. In Nederland mag je ook leesmoeder zijn, dus waarom niet in Afrika? Ik ga heel ver in het recht van de civil society om zijn eigen dingen te doen. Natuurlijk zijn er grenzen. Als je in Nederland een vereniging opricht voor het eten van rauw voedsel, dan vind ik nog steeds niet dat je je twaalfjarige kind lid mag maken om het dan alleen maar rauw voedsel te laten eten. En als je in Nederland niet mag opereren, dan mag je dat ook niet in Afrika.” Toch plaatsen onderzoekers Sara Kinsbergen en Lau Schulpen van de Radboud Universiteit vraagtekens bij de kwaliteit van kleinschalige ontwikkelingsprojecten. Ze stellen dat we wellicht moeten accepteren dat de kwaliteit minder wordt wanneer je werk uitbesteedt aan vrijwilligers. Mee eens? “Ik ben het helemaal met ze eens als het gaat om motoronderhoud. Maar ik ben het volstrekt metze oneens als het gaat om zen. Deze vergelijking komt uit Zen en de kunst van het motoronderhoud, een boek dat gaat over twee percepties van kwaliteit. Denk je bij motorrijden aan motoronderhoud? Dan mag je ervan uitgaan dat grote clubs met hun systemen en keurmerken dat beter op orde hebben. Maar denk je bij motorrijden aan zen, dan zou kwaliteit weleens veel subjectiever kunnen zijn.

” Zen in vrijwillig ontwikkelingswerk. Wat moet ik me daarbij voorstellen? “Een voorbeeld: in Kenia interviewden we een jongen uit een sloppenwijk die had deelgenomen aan een jeugd-ontwikkelingsprogramma. Wat was voor hem de grote waarde daarvan? Dat was het gevoel dat er een mevrouw was in Engeland die elke maand geld overmaakte voor hém om naar school te gaan. Dat noem ik zen.” Lucas MeijsMaar reguliere organisaties maken toch ook schoolgeld over? “Het gaat erom dat iemand écht voor jou kiest, en niet volgend jaar het geld ergens anders naartoe laat stromen. Een collega van mij onderzocht hoe randgroepjongeren kijken naar ondersteuning door vrijwilligers. Driekwart zegt: ‘Eindelijk iemand die voor mij komt. Al die anderen komen voor hun hypotheek’. Het particuliere initiatief, dat zijn mensen die echt voor ons komen.” Waar voegen particuliere initiatieven nog meer waarde toe die niet in het handboek voor motoronderhoud staat? “Ze kunnen onvoorwaardelijk present zijn. Professionals leren dat ze grenzen moeten stellen: ‘Je hebt zes afspraken gemist, nu is het afgelopen.’ Alleen amateurs en vrijwilligers kunnen zeggen: ‘Ik zal er altijd zijn.’ Dit is een theoretisch concept, want ook veel particuliere initiatieven zullen weggaan. Maar ze hóeven niet. Ze kunnen besluiten: er lopen hier kinderen rond, ik blijf voor ze zorgen. Die onvoorwaardelijkheid past bij hun missie en passie.” Je kunt ook dingen doen die niet goed uitpakken. Een reguliere organisatie heeft dan in elk geval kwaliteitssystemen om de schade te beperken. “En die grote clubs zijn daardoor in staat om allemaal dezelfde fout te maken. Je zult maar een foute planning van motoronderhoud hebben. Kijk naar alle banken die allemaal omgevallen zijn omdat ze allemaal dezelfde stommiteit hebben uitgehaald. Kijk naar het microkrediet. Daar begint men hier en daar toch te piepen dat het misschien niet altijd en overal zo goed werkt. Maar ja, omdat het boek van motoronderhoud het voorschrijft, gaan we gewoon door. We gaan ervanuit dat het boek goed is. Maar ik betwist die aanname: als alles wat in het boek staat klopte, dan hoefde niet iedere minister van Ontwikkelingssamenwerking nieuw beleid te maken.” De afgelopen tien jaar is de overheidssubsidie voor particuliere initiatieven op zijn kop gezet. Vroeger kregen ze subsidie wanneer ze bijdroegen aan draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking nu krijgen ze geld wanneer ze aansluiten bij de programma’s van grote organisaties.

Wat vindt u van deze verschuiving? “Ik heb het gevoel dat die fianciering van het draagvlak nooit heeft gewerkt: particuliere initiatieven werden daardoor niet gezien als echte collega’s. Als ik alleen geld zou krijgen omdat het zo leuk is voor het draagvlak, dan zou ik dat beledigend vinden. Nu zijn grote ontwikkelingsorganisaties een doorgeefloket voor overheidsfinanciering. Dat willen particuliere initiatieven vaak niet. Er horen verantwoordingsregels bij die niet bij ze passen. Het is niet dat de overheid het fout doet; de overheid moet op die manier geld verstrekken.” Moeten vrijwilligersorganisaties die subsidie niet meer aannemen? “Dat zeg ik niet. Als particulier initiatief heb je een zelfstandige missie en bij die missie zoek je vaak middelen van anderen. Wat je moet voorkomen is dat jij slechts uitvoert wat de financier van je wil. Achter geld zitten altijd regels. Vraag je altijd af: wil ik dit? Ga ik dat geld aanpakken, ja of nee? Kan ik mijn missie bewaken?” Er is in Nederland nogal wat cynisme over ontwikkelingssamenwerking. Kunnen die duizenden vrijwilligers met kleinschalige projecten daar iets tegen doen? “Ontwikkelingssamenwerking is nu vooral geregeld via indirecte solidariteit, via de overheid. Die overheid is waanzinnig efficiënt als fondsenwerver. Maar we zien dat mensen ook vervreemd zijn geraakt van het idee van solidariteit. Ontwikkelingssamenwerking wordt vaak niet meer als solidariteit ervaren, maar als iets waar we aan moeten voldoen. Als onderzoekers vragen wij ons af of je solidariteit kunt vergroten door het bieden van directe solidaire ervaringen. En dat is wat het particuliere initiatief kan: mensen weer laten ontdekken waar solidariteit voor nodig is. Jij vertelt aan je buurvrouw over je project. Die buurvrouw weet dat je je eigen vliegticket hebt betaald. Daar heeft ze geen jaarverslag voor nodig.” Het particuliere initiatief verovert een steeds duidelijkere plek in het domein van ontwikkelingssamenwerking. Wat kan de Nederlandse doe-democratie daarvan leren? “Dat we een beperkte opvatting hebben over democratie. Democratie is niet alleen de parlementaire democratie van ‘de helft plus één’. Democratie is ook: als een klein groepje iets wil en ze kunnen dat zelf regelen, laat ze hun gang gaan. Parlementaire democratie gaat over homogeniteit, particulier initiatief gaat over diversiteit. In oplossingen, in landen, in keuzes. Maar kunnen we daarmee omgaan? Dat wringt.

Op de website van Nabuur zag ik eens een Nederlandse boer die vertelt hoe hij uitleg geeft aan boeren in Afrika. Hij zegt tegen hen: ‘Je moet beter voor je koe zorgen dan voor je vrouw. Want die koe is belangrijk.’ Dat bedoelt die man natuurlijk niet letterlijk, maar we snappen precies hoe het overkomt. Aan alle kanten klinkt het verkeerd. Dat is waar particulier initiatief over gaat: het schuurt. Het is niet helemaal netjes. Het is niet het professioneel aangeleerde gedrag van politiek correcte termen. En juist daarom voegt het waarde toe.” Klik hier om te reageren via MyWorld.nl

Mirjam Vossen

Mirjam Vossen is journalist en onderzoeker. Momenteel doet zij onderzoek naar...

Lees meer van deze auteur >

Reacties