Way to go: Een veilig onderdak voor Nepalese kinderen

11-12-2016 Bron: OneWorld
Foto: Anna Theuvenet
Foto: Anna Theuvenet
Wie zijn toch die duizenden Nederlanders, die rasoptimisten en doe-het-zelvers in de hulp die zich overal ter wereld met hun eigen stichting of startup inzetten voor ontwikkeling? In de serie Way to Go portretteren we elke twee weken een Werelddoener aan de hand van zeven dilemma’s.
Interview – 

Deel 5: Omdat haar ouders als artsen in het lepra gespecialiseerde Anandaban Ziekenhuis in Kathmandu werkten, groeide Anna Theuvenet (31) op in Nepal. Anna wilde altijd al ‘iets doen’ voor Nepal. Toen ze in 2008 door de Nepalese Rup Lal werd gevraagd om te helpen bij de oprichting van een kinderopvanghuis, hoefde ze niet lang na te denken.

Stichting Bachi AmaaRup Lal en zijn vrouw runnen een opvangtehuis, waarin vijftien kinderen wonen die om verschillende redenen niet meer thuis of bij familie kunnen wonen. Stichting Bachi Amaa ondersteunt deze kinderen bij hun levensonderhoud, onderdak en onderwijs. Daarnaast geeft de stichting via het schoolfonds van het Anandabran Lepra Ziekenhuis financiële steun aan kinderen met lepra en/of een handicap, zodat ze naar school kunnen. 

De Nepalese Rup Lal werd in 1988 op zestienjarige leeftijd uit zijn geboortedorp verjaagd. Hij had lepra, een ziekte die in Nepal bekend staat als ‘straf van god’. Zelfs zijn eigen moeder gooide stenen naar hem. Hij werd opgevangen door  het ziekenhuis en de ouders van Anna. Toen hij jaren later zelf een vrouw en kinderen had, besloot hij iets terug te doen voor de wereld. Met hulp van Anna richtte hij stichting Bachi Amaa op, waar hij kinderen opvangt die om verschillende redenen niet meer thuis kunnen wonen. 

Kleine Anna met haar Nepalese oppas, Bachi, naar wie de stichting is vernoemd. 


Wonen in Nederland of in Nepal?
“Nederland en Nepal voelen allebei als thuis”, vertelt Anna. “Maar in Nepal liggen wel belangrijke wortels. Ik had een Nepalese oppas, Bachi, naar wie de stichting is vernoemd. De taal sprak ik ook vloeiend. Ik denk er wel eens over na hoe ik als persoon geweest zou zijn als ik in Nederland was opgegroeid. Ik zou het eerlijk gezegd echt niet weten. Ik groeide in Nepal op tussen mensen die in armoede leven. Dat heeft wel wat met me gedaan. Ik pin me niet vast op één woonplaats. Ik wil ook altijd dingen naast de stichting blijven doen, om me breder in te zetten voor deze wereld. Ik werk bijvoorbeeld voor PharmAccess, een ontwikkelingsorganisatie in de gezondheidszorg in Afrika. Ook zet ik een milieuvriendelijke yakleren tassenlijn op. Ik hou van de dynamiek en energie die verschillende projecten met zich meebrengen.”

Uitbreiden of klein blijven?
“Dat is een lastige discussie. Op dit moment vangen we vijftien kinderen op, en we krijgen regelmatig aanvragen van de overheid of we niet meer kinderen kunnen aannemen. Natuurlijk willen we zo veel mogelijk kinderen helpen, maar om de gezinsstructuur te waarborgen, willen we graag klein blijven. Daar hebben we als stichting gelukkig duidelijke afspraken over gemaakt. Wij hebben liever meerdere kleine projecten dan één heel groot project, zodat we effectieve zorg kunnen bieden met aandacht voor het kind als individu.” 

In Nepal blijven met de stichting, of weggaan?
“Het is ons doel om ons als Nederlandse stichting uiteindelijk terug te trekken. Idealiter willen we ook fondsenwerven in Nepal. Dat proberen we al een paar jaar, maar dat blijkt heel lastig. Het land heeft, zeker na de aardbeving van vorig jaar, nog veel andere uitdagingen te overwinnen. Rup lal, zijn vrouw en de kinderen wonen nu in een huurhuis. We bouwen een aardbevingsbestendig opvangtehuis voor Rup Lal en de kinderen. Dat huis wordt zo zelfvoorzienend mogelijk. Er komt een moestuin, een buffel, fruitbomen en zonnepanelen.

Het is ons doel om ons als Nederlandse stichting uiteindelijk terug te trekken

 Daarnaast gaan we een ‘community based centrum’ (CBC) opstarten. Met het CBC kunnen wij onderzoeken of het kind bij een gezin in zijn gemeenschap geplaatst kan worden. Zo kan ons opvangtehuis meer tijdelijk van aard worden. In de toekomst willen we misschien ook nog een klein guesthouse bouwen waar toeristen betaald kunnen logeren. Het geld dat we daarmee ophalen kan naar de stichting. We willen onszelf overbodig maken.”

Foto: Anna TheuvenetFoto: Anna Theuvenet


Samenwerken of concurreren met andere initiatieven?
“Samenwerken. Absoluut. Ik denk dat je elkaar alleen maar kunt versterken. Wij hebben contact met kindertehuizen, we werken samen met het ziekenhuis en we hebben gekeken naar andere Nederlandse stichtingen in Nepal. Ik zou graag nog meer willen samenwerken, bijvoorbeeld samen fondsenwerven, maar dat is stiekem een hele grote uitdaging. Veel stichtingen hebben al een eigen achterban en werkwijze. Je moet dan echt bij elkaar passen. Daarnaast kost het veel tijd om een samenwerking te realiseren, ik denk dat bij veel stichtingen de prioriteiten ergens anders liggen.”

Wel of geen foto’s van kinderen op de website?
“Donateurs willen graag een duidelijk beeld hebben van waar hun geld naartoe gaat. In de beginfase van onze stichting hadden we daarom foto’s van de kinderen op onze website met voor- en achternaam, geboortejaar en een kort verhaal waarom ze niet meer thuis konden wonen. Gaandeweg realiseerden we ons dat het openbaar stellen van deze privé gegevens een grote impact kan hebben op kinderen. Tegenwoordig staan niet meer alle gegevens op de website, alleen foto’s om onze donoren te laten zien naar wie het geld gaat. Kinderen en ouders zijn daarvan op de hoogte. We kiezen voor vrolijke en positieve foto’s en geen ‘zielige’ foto’s die inspelen op het verkeerde sentiment.”

Slecht nieuws, delen met je achterban of niet?
“Voor dit dilemma hebben we pas geleden gestaan. Er woonde een meisje in ons opvangtehuis die bezig was met haar eindexamen. Toen haar moeder overleed, wilde haar vader dat zij weer bij hem kwam wonen. In Nepal is het gebruikelijk dat dochters later voor hun ouders zorgen. Zeker als een ouder overlijdt. Wij hoopten dat ze verder zou studeren. Dat is niet gebeurd, het meisje heeft haar school niet afgemaakt.

In Nepal zijn dit soort situaties heel gebruikelijk

Zij was het eerste kind bij wie het anders verliep dan wij voor ogen hadden. Dat was  een lastig moment. We realiseren ons wel dat dit een westerse kijk is. In Nepal zijn dit soort situaties heel gebruikelijk. We hebben dit verhaal in onze nieuwsbrief geplaatst, omdat we het belangrijk vinden om transparant te zijn als stichting. We hopen op begrip van onze achterban. Tot nu toe gaat dat goed.”

Zo min mogelijk overheadkosten of investeren om te professionaliseren?
“Sommige mensen zeggen dat je pas echt kunt professionaliseren als je geld uitgeeft aan bijvoorbeeld marketing of personeel. Je overheadkosten liggen dan een stuk hoger, maar je haalt uiteindelijk misschien meer geld op. Er zijn donateurs die het prima vinden dat hun geld besteed wordt aan campagnes, terwijl anderen willen dat elke euro in het project terechtkomt. Wij hebben als stichting een duidelijke keuze gemaakt. Onze overheadkosten liggen op dit moment op 1,3 procent, dat is bijzonder laag in vergelijking met andere stichtingen. Wij willen dit vrijwilligerswerk naast ons gewone werk doen en we kunnen onze eigen tickets naar Nepal betalen. We maken heel goed gebruik van onze vrijwilligers. Als iemand bijvoorbeeld goed kan schrijven, fotograferen of websites maken, scheelt dat veel geld, en kan je veel bereiken. Kennis en samenwerken is heel belangrijk.”

Kennis en samenwerken is heel belangrijk


Stichting Bachi Amaa is genomineerd voor de Gouden Gans verkiezing. De winnaar van de Gouden Gans 2016 krijgt €10.000 om te besteden aan de doelstelling van de stichting. Stemmen kan tot 31 december 2016. 

Veerle Vogelzang
Lees meer van deze auteur >

Reacties