Wintersterfte

17-04-2013
Door: Maartje Smits
Bron: OneWorld

Het gaat niet goed met de honingbij, de afgelopen jaren zijn er steeds meer volken die de winter niet overleven. Wij vrezen voor onze voedselvoorziening, die voor minstens 35% afhankelijk is van de bestuiving van bijen, en dus tekenen we online petities en kijken we documentaires over verdwijnziektes. Maar we vergeten in de spiegel te kijken.

Deze winter duurde onmenselijk lang, maar nu is het eindelijk lente. Normaal gesproken krijg ik daar energie van, maar dit voorjaar maak ik me zorgen. Ik ben imker in het hart van Amsterdam, en overal lees ik dat het niet goed gaat met de honingbij. Bovendien lees ik dat de Europese Unie daar weinig aan wil doen. Ik kijk naar de kast op mijn dak, waar afgelopen zomer nog 50.000 huisgenoten druk heen en weer vlogen met stuifmeel en nectar. Dit volk heeft de winter overleefd. Maar om mij heen gaat het slecht. Het wintersterftepercentage schommelde altijd rond de 10 procent. Dat is normaal, alleen de sterkste volken overleven. Maar de afgelopen jaren is het percentage flink gestegen. In Nederland is het zelfs bijzonder hoog (21,4 procent in 2011).

Bijen zijn huisdieren: het is in Nederland veel te koud en er zijn te weinig holle bomen waarin een bijenvolk zelfstandig zou kunnen leven. Natuurlijk doe ik mijn best de bijen zo goed mogelijk voor te bereiden op de winter. Ik geef ze voldoende voer, bewapen ze tegen ziektes en indringers. Maar of ze nog leven als ik in de lente de kasten openmaak, dat is telkens weer spannend.

De verdwijnziekte
Een paar jaar geleden werd er veel gesproken over 'de verdwijnziekte' of Colony Collapse Disorder (CCD). Dit is een bijzondere vorm van bijensterfte die erg tot de verbeelding spreekt. Er is nog voldoende voedsel in de kast, maar alle bijen zijn verdwenen. In de meeste gevallen van wintersterfte is er echter iets anders aan de hand: de bijen verhongeren. Als imker is dat het naarste wat je kunt meemaken. Je opent de kast in het voorjaar en vindt dode bijen in een kring op de raat, met hun kopjes in de cellen op zoek naar voedsel. Van dat enorme, bruisende volk dat de afgelopen zomer wel 20 kilo honing geproduceerd heeft, is niets meer over.

We weten niet precies wat de verdwijnziekte en de abnormaal hoge wintersterfte veroorzaakt. Ongetwijfeld hebben wij mensen er een groot aandeel in. De varroamijt, die imkers in de 18e eeuw onbewust naar Europa geimporteerd hebben, komt in bijna alle bijenvolken voor. Deze spinachtige paraciet leeft van larven en verzwakt de bijen waardoor ze niet sterk genoeg zijn om de winter te overleven.

Opzich is varroa geen ramp. Het is goed te bestrijden, en hoe oud één bij wordt, is eigenlijk niet relevant. Het gaat erom dat het volk overleeft en haar dna verspreidt. Het bijenvolk is één organisme, waarin elke bij een eigen taak heeft. Hoe lang het dier leeft is afhankelijk van die taak en het geslacht het dier. Een koningin kan bijvoorbeeld wel vijf jaar worden, terwijl werksters maar vijf tot acht weken leven als er veel dracht is. Na 800 kilometer vliegen, zijn hun vleugels op en dan sterven ze. De mannetjesbijen, die alleen nuttig zijn voor de bevruchting van de koninginnen van andere volken, worden aan het eind van de zomer de kast uit gejaagd. Na deze darrenslacht is volk klaar voor de winterrust.

Winterrust
Omdat werksters in de winter wel 6 maanden moeten overbruggen, is het belangrijk dat ze gezond zijn. Net als mensen hebben bijen eiwitrijk voedsel nodig, en dat halen ze uit stuifmeel. Als er in de nazomer voldoende planten bloeien in de omgeving van de kast, groeit er een sterke wintergeneratie op. In veel gemeenten is groen echter synoniem voor gras. Bijen hebben echt helemaal niets aan gras.

Toch ben ik blij dat mijn kasten in de stad staan, want erbuiten is het nog lastiger. Monocultuur, landbouwgiffen en genetische modificatie zorgen voor een slechte biotoop. In twintig jaar is er veel veranderd. De koolzaadvelden bijvoorbeeld, waar mijn vader en ik vroeger zijn bijenkasten neerzetten, leveren nu vrijwel geen stuifmeel en nectar meer. De planten zijn genetisch gemodificeerd, en bijen weigeren erop te vliegen.

In oktober, wanneer de winterrust begint, vormen de bijen, in halfbewuste toestand, een tros. Ze bewegen om de warmte vast te houden. De bijen aan de rand nemen het voedsel op. Ze voeren de koningin die zich comfortabel in het midden van de tros bevindt. Hoe koud het buiten ook is, als het volk groot genoeg is, blijft het in de tros rond de 10 graden celsius. Gedurende de winter verplaatst de tros zich langs de raten. De bijen verhongeren als ze het contact met het voedsel verliezen. Dit kan gebeuren als ze verstoord worden, maar ook wanneer het volk te zwak is of wanneer de wintervoorraad te klein was.

Het voorjaar
Het lastige aan de winter is dat je als imker eigenlijk niets kunt doen. Je moet vertrouwen op je voorbereiding. Als je goed hebt ingewinterd door varroa te bestrijden, op tijd te beginnen met voeren en de vliegspleet te verkleinen tegen de muizen, moeten de bijen het redden.

In het voorjaar is het dan tijd om de balans op te maken. De peiling Wintersterfte die ik per e-mail van de Nederlandse Bijen Vereniging ontvang, bestaat uit drie vragen: Hoeveel volken heb je ingewinterd, hoeveel hebben het voorjaar gehaald, en wat is je postcode.

Ik kijk in de kast op mijn dak en zie een klein, maar krachtig volkje. De eerste stuifmeelbolletjes van krokussen en narcissen worden al binnengehaald. Het broednest van dit volk zit nu nog op een paar ramen, maar de komende weken zal de koningin elke dag honderden eitjes leggen. Deze zomer heb ik weer 60.000 huisgenoten, en zal de kast haast uit zijn voegen barsten.

Bij met stuifmeel voor het vlieggat van de kast.

Hier zou ik vrolijk van moeten worden, maar ik maak me zorgen. Omdat goed imkeren tegenwoordig niet meer genoeg is. We zijn bezig onze omgeving zodanig te verpesten dat een organisme dat ongelooflijk intelligent in elkaar steekt, verdwijnt. We begrijpen pas een fractie van de organisatie en communicatie van de bijen. Maar het voorstel van de Europese Commissie om de neonicotinoïden die in de landbouw gebruikt worden te verbieden, kreeg in maart 2013 niet genoeg steun, mede door een enorme lobbycampagne. Twee weken later werd een wetenschappelijke studie gepubliceerd waaruit blijkt dat deze pesticiden de hersenen van bijen aantasten. Ook dat is blijkbaar nog geen reden om in de spiegel te kijken.

We leven al duizenden jaren met bijen. Toch lijkt het alsof we er niets van opsteken. Met rechtzaken probeert Bayer, een van de grootste leveranciers van pesticiden, te voorkomen dat rapporten over de schadelijkheid ervan openbaar worden. Maar op kleine schaal doen we zelf even hard mee. Imkers zijn vaak laks in het bestrijden van varroa en consumenten kopen het liefst toch die goedkope 'bloemenhoning' en die voordelige amandelen. Deze producten zijn afkomstig van megaboerderijen waar bijen ingezet worden als eenjarige gewassen. Het zijn wegwerpvolken waarvoor de wintersterfte al niet meer bestaat.

Een werkster leeft in de zomer zes weken. Dan vliegt ze 800 kilometer, voor anderhalve theelepel honing. Honing waar haar volk over paar maanden de winter meer door moet komen. Ik wou dat wij mensen, net als bijen, meer naar de toekomst zouden kijken, en zouden handelen vanuit het grote geheel, in plaats van de individuele behoefte.

Reacties