'We bieden een beltegoed van 75 dollarcent'

10-06-2005
Door: Nico Hammelburg
Bron: OneWorld

 

Celtel richt zich uitsluitend op Afrika. Het maakte vorig jaar 147 miljoen euro winst en werd onlangs, voor 3,4 miljard euro, overgenomen door het Koeweitse MTC. Het bedrijf is marktleider in dertien Afrikaanse staten, zoals Sierra-Leone, Burundi en Sudan. Landen die doorgaans het nieuws halen met burgeroorlogen en geweld, blijken enthousiast gebruik te maken van de mobiele telefoon. Marten Pieters, president-directeur van Celtel en voormalig topbestuurder van KPN kijkt liever naar het economisch potentieel van Afrika dan naar de ellende op het continent.

'Neem de Democratic Republic of Congo. Daar is in het oosten een probleem. Een gebied waar rebellen Rwanda binnenvallen en andersom. Er vallen nog steeds duizenden doden door dit geweld. Dat is verder van de hoofdstad van Congo (Kinshasa), dan de oorlog in Kosovo van Amsterdam. Ik weet niet of u persoonlijk erg geleden heeft onder de oorlog in Kosovo? Het is dus een geïsoleerd conflict, maar het betekent niet dat de rest van het land stil ligt.

Hetzelfde geldt voor het conflict in Darfur. Er gebeuren vreselijke dingen, maar het is niet maatgevend voor heel Sudan. In de hoofdstad Khartoem merk je daar helemaal niks van.'

Wordt u gehinderd door uw kennis over deze ellende of denkt u alleen maar aan het zaken doen?

celtel pieters
Marten Pieters

'Wij zijn er niet louter voor onze business. Wij lopen daar niet rond met dollartekens in de ogen. Nee, wij brengen daar iets ontzettends essentieels om dat deel van de wereld te verbeteren en dat is communicatie. Neem het conflict in Darfur. Als wij daar geen mobiel netwerk hadden, zou niemand in de wereld weten wat daar gebeurt. Dan zouden er geen hulporganisaties heen kunnen gaan, want zij zouden geen contact kunnen houden met hun achterban. Al die ministers die erheen vliegen communiceren via onze mobiele netwerken. Wat wij brengen is van levensbelang.
 

In het Westen is communicatie volstrekt normaal, omdat onze regeringen al honderd jaar geleden begonnen zijn met het bouwen van de noodzakelijke infrastructuur. In Afrika is die niet beschikbaar. De aanleg had men eigenlijk uit de eigen publieke middelen moeten bekostigen, maar dat is niet gebeurd. Wij dragen dus enorm bij aan de ontwikkeling van die landen. Door Celtel krijgen mensen toegang tot communicatie. Daardoor wordt hun leven beter. Er is ook statistisch bewijs voor, dat mensen dat zo ervaren. Uit onderzoek blijkt ook dat in landen waar mobiele telefonie is en het bezit daarvan toeneemt, de economie evenredig groeit. En dat moet hen uiteindelijk uit de ellende helpen'

Wat is uw werkwijze in de meeste Afrikaanse landen?

'Het werkt hetzelfde als in Europa. Regeringen daar hebben behoefte aan mobiele telefonie. Samen met internationale instituties, zoals de Wereldbank, zetten ze dan een veiling op voor de licenties. Je moet dan een plan indienen en een prijsvoorstel. Uiteindelijk komen daar dan twee of drie licentiehouders uit en die beginnen een netwerk te bouwen. Vanaf dat moment heb je eigenlijk weinig meer met die regeringen te maken. Natuurlijk wel in die zin dat je je belastingen betaalt en geld neerlegt voor je frequenties en dergelijke. Maar de regering runt niet de show.'

De landen doen geen poging om het monopolie bij de staat te houden?

'Sudan is het enige land waar nog maar twee licenties zijn uitgegeven. Eén daarvan is nog niet operationeel, want ze zijn nog aan het bouwen. Maar in alle landen waar we zitten, zijn meerdere netwerken, soms wel vijftien. Bijvoorbeeld in Congo DRC heb je veel lokale operators, maar die werken alleen in de hoofdstad en gaan niet het land in. Maar, net als in Nederland heb je eigenlijk overal meerdere aanbieders van mobiele telefonie.'

Wie zijn uw klanten in Afrika? Alleen de toplaag en de middenklasse of probeert u ook de massa te bereiken?

'Wij proberen de hele bevolking te coveren, maar natuurlijk kan niet iedereen het zich veroorloven om te gaan bellen. De topgroep is allang bereikt. Mensen weten vaak niet dat in de meeste Afrikaanse landen al vanaf het begin van de tachtiger jaren mobiele netwerken zijn.

DR Congo belde eerder mobiel dan Nederland. Maar dat waren typische niche-players; die hebben tien jaar lang de markt beperkt gehouden tot vijfduizend klanten, maar die klanten betaalden dan ook duizend dollar per maand. Dat konden ze zich permitteren. Die markten zijn nu helemaal opengebroken. Dat zijn massamarkten geworden.

We bereiken de klanten door een heel fijnmazige distributie. In de meeste landen zitten tien tot twaalfduizend distributeurs en die hebben ook weer hulpjes. In Afrika ziet u bijna bij ieder stoplicht een jongetje dat scratchcards (kraskaarten met beltegoed, red.) verkoopt voor mobiele telefoons. De toestellen zelf kun je overal voor 50 dollar kopen.

In het begin boden we een beltegoed aan van vijf tot tien dollar en nog hoger. Intussen zijn we helemaal afgezakt naar een niveau van 2,5 dollar en minder. We zijn nu ook bezig om dat helemaal elektronisch te maken. Dan heb je dus geen kaartjes meer nodig. Je gaat naar een verkooppunt met een elektronische verbinding en je kunt ook gewoon een tegoed van 75 dollarcent kopen.'

Waar gaan de telefoongesprekken in Afrika over? In Nederland gaat het over: ik ben hier, waar ben jij? Zijn het daar andersoortige gesprekken?

'De eerste functie is domweg familiecontact. Afrikanen zijn heel erg familieziek; die hechten aanzienlijk meer aan familierelaties dan wij. Ze hebben ook te maken met grote afstanden tussen de familieleden onderling. Jonge mensen gaan studeren in de steden, krijgen daar banen en als ze dus, aan beide kanten, een telefoon hebben, dan wordt daar intensief gebruik van gemaakt om nieuws uit te wisselen etc. Vaak wordt de mobiel op het platteland ook betaald door degene die in de stad zit.

De tweede functie is het zakelijk gebruik. Afrika is een continent met ontzettend veel kleine en middelgrote bedrijfjes die vaak in het informele circuit werken. Na de introductie van mobiele telefonie hebben die zakenlieden een veelheid aan opties hebben gekregen en de economische bedrijvigheid groeit.

Voorheen waren ze, bij wijze van spreken, aangewezen op de plekken die ze met hun fiets of lopend konden bereiken. Nu heb je een mobiel, je kunt steden bellen, je kunt prijzen opvragen, kortom de markten worden er transparanter door.

Neem bijvoorbeeld de taxichauffeur. Voorheen ging hij op de hoek van de straat staan wachten totdat er iemand kwam of hij reed rondjes. Nu heeft hij vaste klanten die hij zijn mobiele nummer geeft en hij rijdt gewoon daarheen als hij opgeroepen wordt.

Denk ook eens aan de boeren. Ze hebben daar vaak kleine bedoeninkjes en brengen hun spullen naar de markt. Groenten, kippen, wat dan ook. Maar ze hebben geen idee waar ze de beste prijs kunnen krijgen. Als ze, bij wijze van spreken, tussen Assen en Groningen zouden wonen, dan kunnen ze twee kanten op. Fietsen ze naar Groningen, dan had het best kunnen zijn dat ze in Assen twee keer zoveel hadden kunnen vangen voor hun bananen, omdat daar minder aanbod was. Nu pakken ze gewoon de GSM en vragen de prijzen op.

U bestaat natuurlijk ook bij de gratie van het ontbreken van vaste telefonie?

'Absoluut. In Afrika liggen weinig vaste telefoonlijnen. In de landen waar wij werken 1 tot 2 procent. Ter vergelijking: in Nederland is dat percentage 70 procent. De vaste lijnen liggen alleen bij doktoren, ministeries en grote bedrijven. Jan met de Pet heeft absoluut geen toegang tot zo'n telefoon. Verder is zo'n telefoon erg fraudegevoelig, met illegale aftaps en daardoor torenhoge rekeningen. Maar ook storingsgevoelig; als je ergens een koperen kabel in de grond hebt gelegd, moet je niet verbaasd zijn, als die na een paar weken weer verdwenen is, omdat iemand bedacht had dat dit koper wel een paar centen waard was.

Onze technologie is draadloos en digitaal en daardoor uitermate veilig. Het is heel moeilijk om in te breken op een GSM-netwerk. Je kunt er dus zeker van zijn dat je de gesprekskosten betaalt die je werkelijk hebt gemaakt.  Kortom, de technologie van GSM is uitgevonden voor Afrika. Het is daar veel nuttiger dan hier.'

Als je geen geld hebt, kun je niet bellen. Wat heeft de massa dan aan mobiele telefonie?

'Als je helemaal geen geld hebt, houdt het op. Maar mensen hebben daar toch een verkeerd beeld van. In z'n algemeenheid leiden de Afrikanen een zeer gelukkig leven en zien er ook weldoorvoed uit. De dames dragen prachtige jurken en de heren een spierwit overhemd. Maar als je de statistieken van de Wereldbank erop na leest, verdienen ze allemaal 250 dollar per jaar. Daar zit iets vreemds in. De statistieken kloppen dus niet, omdat ze geen rekening houden met de grijze, informele economie. Als ik mijn eigen tuin heb en ik eet daar het hele jaar goed van, dan komt dat in geen enkele statistiek tevoorschijn.

Vergeet ook niet de enorme afstanden in Afrika. Neem nou iemand die geboren is in een bepaald dorp, maar verhuisd is naar een stad. Die kan 1000 kilometer ver weg zijn. De enige manier om er te komen is met een minibus, dan moet je dus wel zes keer overstappen. Of als je geluk hebt, kun je met een vrachtauto meerijden. Daar ga je dan bovenop zitten en als zo'n auto omkiepert, wat regelmatig gebeurt, heb je grote kans dat je het niet overleeft. De reis kost je sowieso geld en je bent op deze manier drie dagen kwijt. Dat betekent ook drie dagen niet werken. Je moet onderweg eten en drinken, en je familie verwacht dan dat je voor iedereen kado's hebt meegenomen, want zo gaat dat in Afrika. Je woont in de stad, je hebt het goed, dus iedereen moet wat krijgen.

Dus men maakt wel degelijk een afweging. Die mobiel lijkt wel duur, maar in vergelijking met die reis en de kosten die je uitspaart, is zo'n telefoongesprek verreweg de goedkoopste oplossing. '

Jullie creëeren ook werkgelegenheid door het neerzetten van GSM-zendmasten. Hoe werkt dat?

'Celtel biedt hoogwaardige werkgelegenheid als telecomaanbieder. Dan gaat het meestal om ongeveer 600 mensen per bedrijf in één bepaald land, accountmanagers, technische experts, financiële experts die allemaal goed betaald worden. Daarnaast zijn er een massa lager betaalde banen. De meeste van onze vestigingen in Afrika moeten 24 uur per dag bewaakt worden; dat alleen al zijn duizenden banen. Dan heb je de distributeurs. Die zijn niet bij ons in dienst. In elk land hebben wij wel 10.000 distributeurs die allemaal een inkomen halen uit ons product. Celtel heeft in totaal 7000 werknemers in Afrika, maar als je de indirecte banen erbij optelt, dan kom je minimaal op 35.000.'

Hoe gaat u om met corruptie in Afrika?

'Daar doen wij niet aan mee! Waarom willen Nederlanders dat nooit geloven? Waarom krijgen we die vraag alleen in Nederland? Mijn aandeelhouders zijn instellingen als de Citibanks, de Wereldbank, de Development Coöperation, de Engelse regering, de Duitse regering. Je denkt toch niet dat die betrokken willen zijn bij corruptie? Als iemand bij ons komt en geld wil, dan krijgt hij dat niet. Klaar. Als hij ons dan pakt, jammer voor ons.'

Als iemand jullie geen vergunning geeft om een zendmast neer te zetten, zonder geld onder de tafel, wat doen jullie dan?

'Dan gaan wij naar de baas van die meneer en zo nodig gaan we naar de president van het land. Wij zijn namelijk wel één van de grootste investeerders van het land. Wij betalen heel veel belasting aan de regering. Wij zijn economisch zeer belangrijk, dus ze moeten echt niet al te veel grappen met ons uithalen en mensen beseffen dat.'

Door uw activiteiten draagt u bij aan armoedebestrijding. Hoe kijkt u, wat dat betreft, tegen het ontwikkelingswerk aan?

'Ik ben een groot voorstander van ontwikkelingshulp in noodsituaties. Maar ik ben er wel heilig van overtuigd dat de situatie in Afrika alleen structureel verbetert als de Afrikanen zichzelf helpen. In die zin geloof ik niet dat al die ontwikkelingshulp en die mensen die daar rondrijden in hun four-wheel-drives de boel daar wezenlijk verbeteren. Als dat namelijk wel het geval was, dan waren alle problemen al lang opgelost. In de afgelopen vijftig jaar is er zo ongelofelijk veel geld naar toe gegaan en wat is er nou veranderd in Afrika? In diezelfde periode is Azië van hetzelfde stadium naar superrijk gegaan.

Wat is de zin van ontwikkelingshulp? Doen we het uit een soort van schuldgevoel? Natuurlijk, als je die ellende ziet, dan wil je er iets aan doen, maar ik betwijfel het nut. Neem het regime van president Moi in Kenia. Zij waren zo corrupt dat de hele wereld hen de rug heeft toegekeerd en de ontwikkelingshulp in een mum van tijd was opgedroogd. Na tien jaar zag je dat Kenia zich had ontwikkeld tot een land dat zichzelf kan bedruipen. Er was geen rijke suikeroom meer die vette cheques stuurde.'

Zegt u daarmee dat ontwikkelingshulp luiheid kweekt?

'Ontwikkelingshulp wordt gegeven via dikke geldstromen en dat trekt mensen die denken via een klein gaatje een beetje geld te kunnen aftappen. In het Westen word je politicus om een stuk maatschappelijke verantwoordelijkheid op je te nemen. Maar in Afrika is één van de incentives om te regeren dat het toegang geeft tot veel geld. Ik zal geen namen noemen, maar ik ben in Afrikaanse landen geweest op bezoek bij de president. In de wachtkamer lees ik blaadjes, waarin staat dat het schandalig is dat het betreffende land zo weinig ontwikkelingshulp krijgt. Terwijl 40 procent van het overheidsbudget gefinancierd wordt uit ontwikkelingshulp.

Je moet niet denken dat doneren altijd zin heeft. Je moet in structurele oplossingen denken. Wij zijn daar een voorbeeld. Wij bouwen infrastructuur die gebruikt kan blijven worden. Er wordt werkgelegenheid geschapen en dan komt de machine op gang.'

Daar hoef je verder niets voor te doen?

'Wij hebben een miljard in Afrika gestoken. Dat was dus geen ontwikkelingshulp, maar een investering en als die machine draait, begint hij gewoon zijn eigen geld te genereren. Wat je ziet in veel ontwikkelingsachtige projecten dat daar een hoop geld naartoe gaat. Dan besluit een land of een organisatie, om welke reden dan ook, om zijn plan te veranderen en dan komt het geheel tot stilstand. Dan zakt het weg alsof er niets gebeurd is. Marktwerking is dus beter, niet voor alles, maar wel in bepaalde sectoren.'

Vijf procent van de Afrikanen heeft nu een mobieltje. Hoe ziet u de toekomst?

'Als Afrika in staat is om een gezonde economische groei te bereiken, dan is veel mogelijk. Wij hebben bepaalde landen, waar we al een penetratie van 35 procent hebben, Gabon bijvoorbeeld. Zuid-Afrika zit al boven de 40 procent. Maar in Niger en Tsjaad kan het nog wel een paar jaar duren, voordat we boven de 20 procent zitten.'

Celtelshopkl

 

Reacties