Vrouw met twee gezichten

17-12-2008 Bron: IS Online
Aafia Siddiqui

De Pakistaanse Aafia Siddiqui heeft diploma’s op zak van zeer prestigieuze Amerikaanse universiteiten. Ze staat ook op de lijst ´meest gezocht´ van de FBI, wegens mogelijke banden met Al Qaida. Ze was vermist tussen 2003 en juli 2008. Zat ze in die tijd gevangen of bereidde ze aanslagen voor?

 

Het leven van Aafia Siddiqui is door mythes omgeven. Over een aantal zaken rond haar figuur is iedereen het eens: Aafia Siddiqui is 36 jaar, neuroloog en opgeleid in de Verenigde Staten. Ze was een briljante studente en studeerde af aan twee van Amerika’s best aangeschreven universiteiten: het Massachusetts Institute of Technology en Brandeis University. Ze woonde bijna haar hele leven in de Verenigde Staten, maar keerde met haar eerste echtgenoot terug naar Pakistan. Ze scheidden enkele maanden voordat ze van de aardbodem verdween, samen met haar drie kinderen. Dat was vijf jaar geleden, in de Pakistaanse stad Karachi, toen de Amerikaanse federale recherche (Federal Bureau of Investigation, FBI) haar wilde spreken over vermeende banden met Al Qaida. Dit is de consensus; hierna heeft iedereen zijn eigen verhaal. Volgens de VS bereidde ze aanslagen voor, volgens haar Pakistaanse fans zat ze vast in een geheime gevangenis. Wie spreekt de waarheid?

Geheime kerkers
Jarenlang was ze de enige vrouw op de FBI-lijst van mensen die werden gezocht in verband met de oorlog tegen het terrorisme. Mensenrechtenactivisten in Pakistan en ver daarbuiten hadden haar ook op hun lijst staan: als de enige vrouw die in het geheim gevangen werd gehouden in het kader van diezelfde oorlog tegen het terrorisme. Alles veranderde toen Yvonne Roberts, een Britse activist die toegetreden was tot de islam, in juli 2008 een persconferentie hield. Roberts zei toen dat Siddiqui best eens de enige vrouwelijke ‘gevangene nummer 650’ zou kunnen zijn. Anderen hadden haar horen gillen in de angstaanjagende Bagram gevangenis, in Afghanistan. Demonstranten in Pakistan en in Engeland organiseerden protestoptochten en eisten haar vrijlating. Eerste reactie van de VS: totale ontkenning dat ze wisten waar Siddiqui was. Maar op 4 augustus kwamen Amerikaanse functionarissen met de verklaring dat ze op 17 juli 2008 was gearresteerd door de Afghaanse politie. Twee dagen na die verklaring werd Siddiqui te voorschijn getoverd in een rechtszaal in New York. Haar werd poging tot moord ten laste gelegd. De openbare aanklagers verklaarden dat de Afghanen haar hadden opgepakt in de provincie Ghazni, samen met een jongen van twaalf die haar zoon bleek te zijn. Toen Amerikaanse soldaten haar wilden ondervragen zag ze kans een van hun geweren te grijpen. Ze begon te schieten, de soldaten schoten terug, en raakten haar in het bovenlichaam. Aldus de VS. Functionarissen van de FBI en de internationale tak van de Amerikaanse geheime dienst (Central Intelligence Agency, CIA) verklaarden dat ze naar Siddiqui aan het speuren waren geweest sinds haar verdwijning in 2003. Ze vertelden dat ze nauw had samengewerkt met het brein achter de aanslagen van 11 september, Khalid Sheikh Mohammed. Ze was zelfs getrouwd met diens neef, Ammar al-Baluchi. Beide mannen werden in 2003 gearresteerd. Een jaar later vaardigde de procureur-generaal van de Verenigde Staten een waarschuwing uit: er zijn zeven gewapende en gevaarlijke Al Qaida-terroristen op pad, een van hen is Siddiqui, help ons hen op te pakken. Inderdaad werd Siddiqui gearresteerd en volgens de FBI had ze handgeschreven aantekeningen bij zich waarop plannen stonden voor ‘aanslagen met veel slachtoffers’ in de VS. “Ik denk dat we sinds 2003 niemand hebben opgepakt die zo belangrijk is en zoveel connecties heeft”, verklaarde John Kiriakou, een ex-werknemer bij de CIA.

Lieve glimlach
Een volslagen ander beeld van Siddiqui bestaat er in Pakistan. Iedereen kent de foto’s van haar afstudeerceremonie uit 1995. Daar staat ze, baret op haar hoofd en een lieve glimlach op haar gezicht. Iedereen kent ook die andere, meer recente foto’s. Gemaakt in Afghanistan. Daar ligt ze, in een hoopje op de vloer, schijnbaar buiten bewustzijn. Haar neus lijkt gebroken.
Toen ze verdween was ‘Zuster Aafia’, zoals ze nu vaak wordt genoemd, vrijwel onbekend in haar geboorteland. Maar nu wordt ze genoemd in hartverscheurende gedichten en op weblogs. Haar naam wordt op muren gekalkt, er zijn demonstraties en speciale televisie-uitzendingen over haar; het parlement legt verklaringen af over de zaak. De meeste Pakistanen zijn faliekant tegen Amerikaanse bombardementen op de ruige tribale gebieden in hun land, waar de militanten zitten. Ze vinden dat de oorlog tegen de Taliban, die zich over het hele land begint uit te breiden, vooral Amerika’s oorlog is. In zo’n klimaat wordt een beeld van Siddiqui, opgerold op de vloer, een nationaal symbool van aangetaste nationale eer. En de Amerikanen hebben het gedaan. Er zijn maar heel weinig Pakistanen die iets geloven van de Amerikaanse aantijgingen over Siddiqui’s banden met Al Qaida. Toen Siddiqui verdween in maart 2003, verschenen elkaar tegensprekende berichten over de vraag of ze nu wel of niet gearresteerd was. De regeringen van Pakistan en de VS ontkenden beide dat zij haar vasthielden. Toen de Amerikanen Siddiqui plotseling te voorschijn toverden in een rechtszaal, waren mensenrechtenactivisten heimelijk tevreden. Want tot die tijd had de regering-Bush het militaire tribunaalsysteem gebruikt dat men had opgezet in Guantánamo Bay. De bedoeling daarvan was te voorkómen dat mensen die in het geheim buiten de VS hadden vastgezeten getuigenverklaringen gingen afleggen in een Amerikaanse rechtszaal. In het geval van Siddiqui had de regering dus juist het tegenovergestelde besloten en haar naar een gewone rechtzaal gestuurd in plaats van naar Guantánamo Bay . Daarbij is de afweging vermoedelijk geweest dat de overheid te veel schade zou oplopen als bekend werd dat een vrouw, en dan ook nog zo’n beroemde, vast zat in Guantánamo. Dat werd bevestigd toen Siddiqui’s Amerikaanse advocaten verklaringen uitgaven, waarin stond dat ze langdurig gevangen had gezeten in Bagram en dat ‘haar behandeling verschrikkelijk was geweest’. Inderdaad: Siddiqui zou in staat kunnen zijn de waarheid te onthullen over Amerika’s geheime detentieprogramma, maar haar familie en de Pakistaanse regering willen niet dat ze verklaringen aflegt. Siddiqui’s zuster Fowzia hield een emotioneel pleidooi voor de Pakistaanse senaat. Ze smeekte om bescherming van haar zuster. Ze zei dat haar zuster was gemarteld en verkracht in Bagram. “Wij geloven niet dat de VS recht zullen doen aan Aafia”, zei Fowzia. Volgens haar had de VS haar zuster in de val laten lopen ‘om vijf jaar van marteling, verkrachting en kindermishandeling onder het tapijt te vegen’. President Asif Ali Zardari en een heuse stoet van Pakistaanse politici van alle partijen eisen dat de VS alle aanklachten tegen Siddiqui intrekken en haar onmiddellijk repatriëren naar Pakistan.

Mentale gesteldheid
Tijdens haar eerste verschijning in die rechtszaal in New York ontkende Siddiqui de tenlasteleggingen met een hoofdbeweging. Enkele dagen later had ze een ontmoeting met medewerkers van het Pakistaanse consulaat en vervolgens verscheen ze niet meer op de rechtszittingen, sprak ze niet meer met haar advocaten en weigerde ze bezoek te ontvangen. Ze zei dat het haar vanwege de islamitische ingetogenheid verboden was zich te laten fouilleren, iets dat de gevangenisregels voorschrijven. Bewaarders vertelden dat ze in haar cel zat te huilen en in zichzelf praatte. De rechter onder wiens toezicht de zaak plaatsvond besloot uiteindelijk haar zaak te verplaatsen naar een gevangenishospitaal in Texas. Daar zou haar mentale geschiktheid om terecht te staan worden beoordeeld. In Texas ontmoette ze een groep senatoren uit Pakistan. Ze vonden haar intellectueel scherp. Maar enkele weken later kwam het rapport van de deskundigen, waarin stond dat ze niet terecht kon staan. De Amerikaanse aanklagers die Siddiqui’s belang voor Al Qaida eerst van de daken schreeuwden, houden zich tegenwoordig stil. In augustus heette het nog dat ze gevangen was genomen terwijl ze in het bezit was van een grote draagtas, propvol met informatie over ‘het veroorzaken van explosies, chemische en andere wapens’ en een USB-geheugenstick waar e-mailcorrespondentie met terroristen op stond. Maar er zijn geen nieuwe aanklachten tegen haar geformuleerd en de kranten in Pakistan schrijven dat ze om humanitaire redenen vrijgelaten zou kunnen worden op 17 december, de datum van een rechtszitting over haar mentale gesteldheid.

Tankstations opblazen
De Amerikaanse terughoudendheid is verrassend. Want er zijn aanwijzingen dat de claims over Siddiqui’s banden met Al Qaida minder vergezocht zijn dan je op het eerste gehoor zou denken. In de moslimgemeenschap in Boston stond ze in de jaren negentig bekend als fondsenwerver voor militante islamitische doelen. In 2006 liep er een zaak tegen een jonge man, Uzair Paracha, verdacht van terrorisme. Hij kreeg dertig jaar. Eén van de bewijsstukken in die zaak was een kwitantie voor een postbus in Maryland. Getekend door Aafia Siddiqui. Een getuige verklaarde dat Siddiqui die postbus had genomen voor een andere Pakistaan, Majid Khan. Khan verblijft in Guantánamo en wordt verdacht van pogingen tankstations op te blazen in de omgeving van Baltimore.

Grote klok
Er is nog een reden om aan te nemen dat VS de waarheid vertellen wanneer ze zeggen dat zij Siddiqui en haar kinderen niet al die tijd in handen hebben gehad. Dezelfde Yvonne Ridley, die als eerste de aandacht op de zaak vestigde met haar verklaring dat Siddiqui in Bagram gevangen zat heeft onlangs gezegd dat ‘Gevangene 650’ achteraf een ander blijkt te zijn. De familie van Aafia heeft nooit met journalisten, advocaten en mensenrechtenorganisaties willen samenwerken in verband met deze zaak. Haar zuster heeft altijd volgehouden dat de familie bedreigd werd door de regering van de Pakistaanse ex-president Pervez Musharraf en dat ze daarom de zaak niet aan de grote klok wilde hangen. Maar families van andere vermiste personen hebben altijd campagne gevoerd voor hun vrijlating, in weerwil van dit soort bedreigingen.

En dan zijn er de raadsels rond Siddiqui’s kinderen. Haar zoon Ahmad, die samen met haar werd opgepakt op 17 juli in de Afghaanse provincie Ghazni, gaf de Afghaanse en Amerikaanse functionarissen eerst een valse naam op en zei dat Siddiqui niet zijn moeder was. Toen volgden er een aantal weken van onderhandelen en touwtrekken. De Siddiqui’s zeiden dat ze bang waren dat de jongen tegen zijn eigen moeder zou moeten getuigen. Uiteindelijk droegen de Afghaanse autoriteiten hem over aan zus Fowzia. De familie heeft nooit helder uitgelegd waar Ahmad is geweest sinds zijn vermissing in 2003 en zijn arrestatie in 2008. Ook onduidelijk is waar de twee andere kinderen zijn, zusje Marium van acht en broertje Sulieman van drie. In september beschuldigde de familie Siddiqui de Amerikanen ervan dat ze Marium aan een Afghaans weeshuis hadden gegeven. En een advocaat van de familie zei dat Sulieman ‘in gevangenschap gestorven’ was, zonder enige verdere uitleg. Amerikaanse aanklagers hebben op hoge toon ontkend iets van die twee jongere kinderen af te weten.

Samenzweringstheorieën
Het verhaal van Aafia Siddiqui voedt in Pakistan een overtuiging die door een gepensioneerde stafchef van de Pakistaanse marine als volgt wordt verwoord: “De echte burgeroorlog woedt tussen diegenen die gerechtigheid willen en diegenen die wel varen bij haar afwezigheid.” Al Qaida is het kind van de schaduwoorlogen die de Amerikanen en de Pakistaanse geheime diensten voerden in het Afghanistan van de jaren tachtig en negentig. Europa en de VS verwijten de Pakistaanse geheime dienst vaak dat ze onderdak biedt aan de Taliban. Maar de politici en deskundigen in Pakistan denken juist dat de VS de islamitische militanten in het geheim steunen om Pakistan in stukken te breken. Misschien klinken zulke samenzweringstheorieën vreemd, maar volgens Pakistaanse advocaten en mensenrechtenactivisten komen ze voort uit de realiteit. De geheime kanten van de oorlog tegen het terrorisme hebben in elk geval één zeer praktisch gevolg gehad: Pakistan is niet meer in staat zichzelf te regeren. Pakistan moet het vertrouwen herstellen tussen de regering en de burgers, zeggen mensenrechtenactivisten. De enige manier om dat te doen is het herstel van een onafhankelijke rechtspraak. En als dat is gebeurd, dan hebben de rechters volgens deze activisten de plicht om allereerst de zaak-Siddiqui en die van alle andere vermisten tot op de bodem uit te zoeken.

Huisarrest
Het hoogste gerechtshof van Pakistan is vorig jaar begonnen petities aan te nemen van families van vermisten. Ze willen weten waar iedereen is. Dat proces begon onder opperrechter Iftikar Chaudhry, die bovendien functionarissen van de Pakistaanse geheime dienst naar het Hof sommeerde. Chaudhry wilde hen desnoods dwingen te verklaren wat er met de vermisten was gebeurd. De opperrechter werd prompt door de toenmalige president Musharraf onder huisarrest geplaatst. Wat volgde was de afkondiging van de noodtoestand en een protestbeweging van rechters en advocaten ter ondersteuning van Chaudhry, wat bijgedragen heeft tot het vertrek van Musharraf, in de zomer van dit jaar. Inmiddels is er een democratische regering aan de macht, maar deze heeft zich tot nu toe niet aan de belofte gehouden Chaudhry opnieuw als hoogste rechter aan te stellen. Ook heeft men de ondervraging van personeel van de geheime dienst over de ‘vermisten’ niet hervat. De meeste Pakistanen zijn er inmiddels van overtuigd dat bijna al die vermisten niets op hun kerfstok hebben; zelden is er een aanklacht tegen een van hen ingediend. En Aafia? Babar Sattar is een advocaat in Islamabad en actief in de advocatenbeweging. Volgens hem is Aafia Siddiqui’s zaak een toonbeeld van wat de oorlog tegen het terrorisme heeft aangericht. “We hebben de feiten nodig. Maar we zullen wel weer opgescheept worden met een akkoordje uit de achterkamer.”

Deborah Scroggins

Deborah Scroggins is een Amerikaanse journalist en schrijver. Ze schreef...

Lees meer van deze auteur >

Reacties