Van Vluchtkerk naar Poptempel

12-02-2013
Door: Brechtje Keulen
Bron: Brechtje Keulen

Met de band 'We are here', proberen de uitgeprocedeerde asielzoekers uit de Vluchtkerk te Amsterdam aandacht te vragen voor hun zaak. Maar muziek maken geeft ze ook energie. OneWorld stuurde een reporter op pad om dit inspirerende verhaal vast te leggen.

Het is koud in de Vluchtkerk, maar dat is het eigenlijk al sinds de groep van honderdtwintig uitgeprocedeerde vluchtelingen er begin december in trok. In een zithoek van samengeraapte banken en stoelen zitten de muzikanten van 'We Are Here', de band van bewoners van de kerk. Ademwolkjes stijgen op. Na de repetitie laten Ali (djembé) en Moussé (percussie) hun handen zien. Helemaal kapot geslagen van de kou. De stroom is uitgevallen, en er is geen licht of verwarming. Het geeft de toch al kille, betonnen kerk nog iets extra sombers. Maar, zegt percussionist Oumar uit Guinee: ‘Als je muziek maakt, heb je het niet koud’.   

Noodgedwongen oefent de band zonder versterking. Het geluid van de gitaren waaiert uit tussen de betonnen gewelven. Het is de derde repetitie en de vier nummers die ze spelen krijgen langzaam vorm. De bandleden, die allemaal uit verschillende landen komen, beginnen elkaar aan te voelen. Hun stijlen mengen zich met elkaar. ‘We hebben allemaal ons eigen verhaal’, zegt gitarist Denis uit Kenia. ‘Dat voel je als we samen spelen’.

Protest
De Vluchtkerk is een plek van protest. De bewoners bivakkeren hier om aandacht te vragen voor hun situatie als illegalen in Nederland. Veel van hen moeten terug naar hun eigen land maar kunnen niet terugkeren, omdat ze daar gevaar lopen of omdat ze geen paspoort hebben en niet geaccepteerd worden als inwoner van het land. Hier mogen ze ook niet blijven. Juist deze groep, die zo vaak onder de radar blijft, krijgt door de Vluchtkerk een gezicht. En om het verhaal van de groep uit te dragen is de band We Are Here opgericht, met steun van Amsterdamse poptempel Paradiso. De band mag er optreden in de grote zaal, om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Singer-songwriter Laurens Joensen begeleidt de band. ‘Het geluid moet als een golf worden’, zegt Laurens tegen de bandleden. ‘Er moet meer dynamiek in. Als Cyriaque zingt, moet de percussie zachter’.

Later vertelt hij: ‘We hebben drie weken de tijd gehad om een band te vormen. Gelukkig leunt Afrikaanse muziek erg op ritmische patroontjes die als radertjes in elkaar grijpen en steeds terugkeren. Zo heb je vrij snel een stevige basis voor de muziek. Na vier keer oefenen spelen we straks binnen een week in de Stadsschouwburg, in Paradiso en in het Bimhuis. Dat doen niet veel muzikanten ons na,’ zegt Laurens. Gelukkig lagen er ook al een paar nummers klaar, geschreven door zanger Cyriaque (‘Comme Jacques Chirac’) uit Ivoorkust en gitarist en zanger Denis. De Malinees-Amsterdamse percussionist Moussé Dramé hielp om de nummers verder uit te diepen tot muziek voor een hele band.

Talking drum
Op de vierde en laatste repetitie heeft Moussé een verzameling aan slaginstrumenten meegenomen. Met drie djembé’s blijft de muziek te plat, hij wil de percussie-sectie reliëf geven. ‘Als je een boodschap over wil brengen, moet je ervoor zorgen dat het goed klinkt en dat het niet amateuristisch overkomt’. Daarom zet hij naast de djembé ook een tarbuka neer, twee sabars en een grote kalebas. Onder zijn oksel klemt hij een kleine talking drum, die van toonhoogte verandert door erin te knijpen.

Ali cirkelt er nieuwsgierig omheen en tikt voorzichtig op de sabar. Je ziet iets in hem opbloeien als hij behoedzaam over de trommel veegt, er met een nagel op tikt en er dan met een vlakke hand op slaat om te kijken wat er gebeurt. Hij kijkt verwachtingsvol toe wat er nog meer uit de tassen van Moussé komt. ‘Ik ben blij’, lacht hij voorzichtig als hem gevraagd wordt wat hij van de band vindt. ‘Het klinkt goed’.

Laurens: 'We hebben veel lol, en dat merk je ook aan de muzikanten. Iemand als Oumar heeft bijvoorbeeld veel meegemaakt, maar als hij speelt treedt er een soort ontspanning op. Gisteren heb ik hem voor het eerst zien springen, lachen en maffe liedjes verzinnen. Dat is cool om te zien’.

Nerveus
Op de avond van het optreden in Paradiso lopen de bandleden nerveus door de kelders van Paradiso. De bewoners die zijn komen aanmoedigen lopen op hen af, slaan ze op de schouders om succes te wensen. Vanavond is een moment van aandacht, maar  - ondanks de weinig opbeurende aanleiding - ook gelegenheid voor een feestje. Zo veel reden tot dansen en zingen hebben de bewoners van de Vluchtkerk niet, in hun dagelijks leven.

Op het podium genieten de muzikanten zichtbaar. Ze raken steeds meer ontspannen naarmate ze er langer staan. Zanger en stage manager Godfrey danst losjes over het podium, en ook Cyriaque gaat helemaal op in de muziek. Oumar en Ali genieten glimlachend. De zaal leeft op als de breed lachende Denis halverwege zijn lied overschakelt op zijn moedertaal.

‘Mijn nummer gaat over de beslissingen die je in je leven neemt, en over hoe wat jij doet invloed heeft op de hele gemeenschap’, vertelde hij eerder. ‘Ik wil de mensen laten zien dat niemand hier vreemd is. We zijn hier samen als mensen en komen allemaal van dezelfde planeet. Daar moeten we ons bewust van zijn. Wat mij nu overkomt, kan jou morgen ook overkomen. Ik heb dit nummer acht jaar geleden al geschreven toen ik nog in Kenia was. Twintig jaar lang heb ik in een band gespeeld en muziek gemaakt. De muziek heb ik meegebracht. Dat is wat ik heb, dat is mijn leven. En dat wil ik met de mensen delen.’

Beeld: Ingrid de Groot

Reacties