Uitpuilende steden in Afrika: probleem of kans?

17-05-2016 Bron: OneWorld
De sloppenwijk van Kibera, Nairobi. Foto: Colin Crowly/Flickr
Nairobi, Lagos en Johannesburg, drie miljoenensteden waar de bevolking in rap tempo toeneemt. Tegelijkertijd moet de wereldwijde CO2-uitstoot omlaag en worden grondstoffen schaarser. Hoe kunnen uitpuilende steden deze problemen het hoofd bieden? OneWorld sprak hierover met Mark Swilling, hoogleraar duurzame ontwikkeling.
Interview – 

De aarde wordt momenteel bevolkt door ruim 7 miljard mensen. De VN verwacht dat dit aantal in 2050 zal zijn gestegen tot 9,5 miljard mensen. Die extra 2,5 miljard mensen zullen vooral in de Afrikaanse en Aziatische metropolen belanden, die al kampen met problemen zoals sloppenwijken, luchtvervuiling, en onveilige watervoorziening. De vraag naar energie zal toenemen, terwijl we volgens het Parijse klimaatakkoord minder CO2 moeten uitstoten.

Mark Swilling

Mark Swilling, hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika, denkt dat juist die verstedelijking kansen biedt. Als gastcurator op het IABR stelde hij een aantal projecten samen over de mogelijkheden om de groeiende bevolking in Afrikaanse steden het hoofd te bieden.

Waarom kampen vooral Afrikaanse steden met grote problemen door verstedelijking?
“Doordat de wereldbevolking groeit, komen meer mensen in steden terecht. De bevolking in steden groeit hard omdat de geboortecijfers daar veel hoger liggen dan op het platteland. De trek van het platteland naar de stad vindt vooral plaatst in de onontwikkelde Afrikaanse gebieden, waar jongeren een uitweg uit de armoede zoeken.”

Wat zijn de gevolgen van deze stedelijke bevolkingsgroei?
“De meeste Afrikaanse steden hebben niet zo veel macht; die ligt vooral bij de nationale overheid. Door een combinatie van beperkte centralisatie, zwakke en corruptie overheden en de erfenis van een zwakke economische groei in de jaren '80 en '90, kunnen steden de enorme verstedelijking niet aan. Hierdoor ontstaan dus problemen zoals sloppenwijken. Maar sinds 2000 zijn de steden weer in opmars. Er is snelle economische groei, de instituties worden sterker en is er meer aandacht voor decentralisatie.”

Sloppenwijken zijn geen economische probleem


Relatief gezien neemt het aantal mensen in sloppenwijken af, maar absoluut is er een toename. Wordt de grote kloof tussen arm en rijk in veel Afrikaanse steden veroorzaakt door de toename van mensen in sloppenwijken?
“Het bestaan van sloppenwijken wordt vaak afgedaan als een economisch probleem. Maar armoede en werkloosheid zijn niet de oorzaak. De meeste mensen die daar wonen hebben een baan of een bedrijfje. Het probleem is dat ze geen betaalbare, legale plek kunnen vinden om te wonen.”

Hebben steden dan een gebrek aan ruimte om deze mensen het hoofd te bieden?
“Doordat sloppenwijken zo dichtbevolkt zijn, blijft er geen ruimte over om schone toiletten of riolering aan te leggen. Plaatselijke overheden hebben bovendien te weinig geld en grondstoffen om huizen te bouwen. Als buitenlandse planners naar Afrikaanse steden komen, dan zien ze heel veel mensen en een gebrek aan ruimte. Maar dat is informele grond, dus als het in het bezit komt van de gemeente kun je daar bijvoorbeeld flats maken. Stadsdelen met een hoge bevolkingsdichtheid zijn de toekomst.

Buiten de stad moeten er gebieden worden ontworpen met een hoge maar houdbare bevolkingsdichtheid. Zoals in Parijs, met wijken met een enorme bevolkingsdichtheid. Hierdoor worden ook andere dingen economisch haalbaar. Meer mensen gebruiken namelijk het openbaar vervoer of winkels, waardoor de grondprijs per persoon daalt. Energiesystemen kunnen dan makkelijker op elkaar worden aangesloten. Wind- of zonne-energie wordt dan gebruikt voor warm water, maar ook voor de metro. Dat is efficiënter en ik denk dat een stad zo zijn energieverbruik en CO2-uitstoot kan verminderen.”

KiberaDe wijk Kibera in Nairobi, Kenia. Foto: Flickr

Hoe kunnen Afrikaanse steden dat doel bereiken?
“In Afrika wonen ruim een miljard mensen, dus als zij ook fossiele brandstoffen gaan gebruiken, zullen de doelstellingen van het klimaatakkoord uit Parijs niet behaald worden. Andere landen lijken zich dat te realiseren en investeren in duurzame energiesystemen zoals parken met zonnecellen in Marokko of waterkrachtcentrales in de Nijl of de Congo-rivier. Daarnaast is beton nog nauwelijks gebruikt in Afrikaanse steden. Westerse steden bouwen daar veel mee, terwijl het geen duurzaam materiaal is. Voor de bouw van huizen, kantoren en andere gebouwen kan je dus andere materialen gebruiken. Daar ligt echt een kans voor Afrikaanse steden.”

Behalve alternatieve energiebronnen en een verlaging van de CO2-uitstoot zijn er andere wereldwijde problemen. De zoetwatervoorraad is ongelijk verdeeld en door de groei van de wereldbevolking neemt de vraag naar schoon drinkwater toe. Hoe kunnen steden dit oplossen?
“Ik weet dat we in Afrika 300 waterbronnen hebben, maar dat overheden nauwelijks beleid maken om deze efficiënt te gebruiken. Ik heb het laatst nog opgezocht, maar er is geen artikel of beleidsdocument dat deze watersystemen in beeld brengt. Windhoek in Namibië is een goed voorbeeld waar het waterprobleem wordt opgelost. Daar wordt rioolwater gerecycled tot drinkwater. Dus een gesloten watersysteem kan een oplossing zijn, maar is door de hoge kosten vooralsnog alleen geschikt voor gebieden waar geld voorhanden is.”

De stad moet verbonden blijven met de directe omgeving buiten de stadsgrenzen


Doordat mensen massaal naar steden trekken, breidt de stad uit en blijft er minder stedelijke grond over voor de productie van voedsel en het bergen van afval.
“De stad moet daarom verbonden blijven met de directe omgeving buiten de stadsgrenzen. Het gemeentelijk beleid moet ook gemaakt worden voor het gebied buiten de stad. Een goed voorbeeld is het project Connect the Dots in São Paulo. De gemeente koopt gezond, biologisch voedsel van buiten de stad en verspreidt dat via kantines onder de armere inwoners. Inwoners van Afrikaanse steden kochten eerst veelal lokaal geproduceerde producten, maar door de multinationals is dat veranderd. Zij laten producten invliegen en verkopen die aan de opkomende middenklasse. De bevolking is daardoor minder verbonden met lokale markten.”

Hoe ziet uw ideale stad er uit in 2050?
“De bevolking woont in flats of appartementencomplexen met maximaal tien verdiepingen. De afstand van die gebouwen tot het energieneutrale openbaar vervoer is maximaal 500 meter. Daarnaast zijn de straten gericht op voetgangers en fietsers. Verder wordt het afvalwater gerecycled. Energiesystemen zijn op elkaar aangesloten zodat ze dezelfde duurzame energie kunnen gebruiken. Als laatste zou ik zorgen dat lokaal geproduceerd en gezond voedsel zonder tussenpersonen van de boer bij de consument komt.”

De projecten die Mark Swilling als gastcurator selecteerde, zijn tot en met 10 juli te zien op het IABR in Rotterdam.

Martijn Schenk

Martijn Schenk is stagiair voor verschillende thema's binnen OneWorld. Hij...

Lees meer van deze auteur >

Reacties