Toeareg vluchten massaal naar Burkina Faso

20-08-2012
Door: Nils Elzenga
Bron: OneWorld

“’s Ochtends kwamen regeringssoldaten mijn man thuis ophalen”, vertelt Titou Waled Hama (24). De jonge vrouw uit het Malinese stadje Sevaré behoort tot de krap vierduizend Malinese Toeareg-vluchtelingen in Gandafabou. Het vluchtelingenkamp ligt in het noorden van Burkina Faso, vlakbij het drielandenpunt met Mali en Niger. Hama: “Later die dag vernam ik dat ze hem op een kruispunt hadden doodgeschoten. En plein publique, samen met twee andere Toeareg.” Hama weet nog altijd niet wat er is gebeurd met het lichaam van haar man.

Titou’s verhaal is niet uitzonderlijk. Toeareg-vluchtelingen in Gandafabou en Somgandé, een kleiner vluchtelingenkamp nabij Burkina Faso’s hoofdstad Ouagadougou, vertellen allemaal hetzelfde. Nadat Toeareg-rebellen op 17 januari een opstand begonnen in Noord-Mali, barstte in het zuiden van Mali geweld los tegen Toeareg. Het begon begin februari in de stad Kati, vlakbij hoofdstad Bamako. Huizen en winkels van Toeareg werden vernield. Eigenaren werden afgetuigd, doodgeschoten, gekeeld of in brand gestoken. Hetzelfde gebeurde daarna in Bamako, Sikasso, Ségou en andere zuidelijke steden.

De Toeareg-opstand verpletterde ondertussen het Malinese leger. Op 6 april verklaarden Toearag-strijders van het MNLA – dat overigens zelf inmiddels ook beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden - meer dan 60 procent van Mali’s grondgebied tot de onafhankelijke staat Azawad.

Maar niet lang daarna namen radicale moslimmilities die meevochten met het MNLA de macht over in Azawad. “Het zijn machtige internationale netwerken”, verklaart Mohamed, de leider van vluchtelingenkamp Somgandé. De grijzende Toeareg-chef schuilt achter een Ray Ban-zonnebril en wil alleen zijn voornaam geven. Hetzelfde geldt voor zijn kameraden. Uit angst voor represailles, zeggen ze.

De islamistische overheersing betekent dat de overwegend religieus gematigde Toeareg nu ook in Noord-Mali gevaar lopen. “We moeten zelfs andere kleren dragen!”, foetert Zouda, een leraar uit de Noord-Malinese stad Gao. “Onze vrouwen moeten we totaal bedekken.” Als voorbeeld wikkelt Zouda zijn hoofd in zijn tulband. Hij vervolgt: “In Goundam, een dorp bij Timboektoe, snapten die barbaren kortgeleden een ongesluierde vrouw. Ze hebben haar zweepslagen gegeven.” Dansen, muziek, roken en drinken zijn eveneens verboden.

Ook zwarte Malinezen ontvluchten de islamistische overheersing in Noord-Mali. Ruim 200.000 mensen vertrokken naar buurlanden. 50.000 tot 60.000 daarvan zitten in Burkina Faso volgens Ibrahima Coly, landendirecteur van UNHCR, de vluchtelingentak van de Verenigde Naties. Coly: “Hoeveel van welke bevolkingsgroep is onduidelijk. Wij registreren niet op etniciteit.”

Ondertussen vreest de internationale gemeenschap dat Noord-Mali een vrijhaven wordt voor terroristen. ,,Waarom bewapent het Westen ons niet?”, vraagt Mohamed vertwijfeld. ,,Geloof me, dat is de enige manier om de extremisten te verslaan.’’

Reacties