Stel ons niet teleur

15-11-2011
Door: Ssuuna Golooba
Bron: IS Online
Ssuuna Golooba

Ssuuna Golooba was vastbesloten om het te gaan maken in Europa. Hij zei zijn werk als fotojournalist in Uganda vaarwel, nam afscheid van zijn vrouw en dochter en vloog naar Nederland.
Daar wachtte de ontluistering. Jaren vol losse baantjes en geldzorgen volgden. Ssuuna besloot dat hij Afrikanen die de stap willen wagen, wil voorlichten over het leven in Europa.

 
 Ik woonde aan Entebbe Road, inNdejje, een dorp met ongeveer vijfduizend inwoners, 14 kilometer van de hoofdstad Kampala. Ik had er mijn eigen huis laten bouwen. Vergeleken met huizen van rijke mensen was het mijne niet geweldig, maar voor mij was het prima. Het had drie kamers. Er was geen stromend water, maar wel een waterleiding buiten. Ik had elektriciteit, een telefoonlijn en een Toyota Corolla. Ik woonde er samen met mijn vrouw en mijn dochter, en een hulp in de huishouding. 
Ik werkte als  freelance fotojournalist voor de Ugandese kranten New Vision en Bukedde. ’s Avonds stond ik in mijn eigen winkeltje met levensmiddelen in Kampala. Ik verdiende 150 dollar per maand. Dat was meer dan de meeste mensen in Uganda, maar ik het was in mijn ogen niet genoeg om voor mijn gezin en mijn moeder te kunnen zorgen zoals ik dat zou willen. Als fotograaf ontmoette ik mensen uit alle sociale klassen en reisde ik het hele land door, maar ik had altijd in mijn hoofd dat ik naar Europa moest, net als veel van mijn vrienden. Sommigen kwamen terug uit Europa met flitsende auto’s en een hoop geld. Ik vond dat ik ook moest gaan, wat het ook kostte. Het voelde alsof ik anders achterbleef.

Afscheidsfeest
Een goede vriend kwam na tien jaar Londen terug met 30.000 pond cash op zak. Ik vertelde hem dat ik ook naar Europa wilde. Hij raadde het me af, maar ik dacht dat hij misschien niet wilde dat ik me zou ontwikkelen, of liever had dat ik steeds bij hem kwam bedelen. Zodoende begon ik dingen te regelen en geld te sparen voor de reis naar Europa. Het stemmetje hield vol: “Nu is je kans! Pak hem! Hier verdien je niet genoeg geld. Ga naar Europa! Jij gaat het maken!”
Op de ochtend van mijn vertrek organiseerde mijn familie een afscheidsfeest en een bescheiden dienst om God te danken voor het visum en om hem raad en bescherming te vragen in Europa. We verzamelden met familie en vrienden bij mijn moeder thuis, en roosterden drie kippen. We waren vrolijk, maar ook gespannen. Iedereen wilde me spreken en geluk wensen. Sommigen vroegen om cadeautjes als ik terugkwam.
Voordat ik aan boord van het vliegtuig stapte, omhelsde ik mijn familie. Ik zie nog steeds het gezicht van mijn moeder voor me: vol blijdschap toen ze me nog eens vertelde dat al hun hoop op mij gevestigd was. “Stel ons alsjeblieft niet teleur en vergeet ons niet. Werk hard, zodat wij ook wat van jouw geluk krijgen. Moge God je zegenen, en alles wat je doet in Europa.” Ik keek uit naar de uitdagingen die voor me lagen, maar wist niet of ik ze zou volbrengen.

Het was mijn eerste keer vliegen. Toen het vliegtuig opsteeg, begon ik pas echt na te denken over waar ik heen ging. Ik vroeg me af waar ik zou slapen, wie me van het vliegveld zou halen, wat ik zou eten en wat voor werk ik zou gaan doen. Ik probeerde te slapen, maar ik was te zenuwachtig.

Paracetamol
Ik landde in Amsterdam en ging meteen naar de Bijlmer (Amsterdam Zuid-Oost), waar de meeste immigranten wonen. De man die me had opgehaald op Schiphol, had daar al een onderkomen voor me geregeld bij een Afrikaanse man thuis. Daar woonden vijftien mensen uit verschillende landen. Mijn slaapplek was in de gang en ik betaalde 120 euro per maand. Na drie maanden was ik helemaal blut. Ik had geen geld meer om een slaapplek of eten te betalen. Ik belde mijn moeder op om geld van haar te lenen. Ik was naar Europa gegaan om mijn familie te helpen, maar nu moest mijn familie mij helpen. Mijn moeder stuurde me 250 euro, zodat ik nog twee maanden huur kon betalen. Ik at de restjes van de maaltijden van mijn medebewoners. Soms kreeg ik wat te eten bij een kerkelijke organisatie. Eén zo’n organisatie bood aan mijn huur te betalen. Vrienden die dat geluk niet hadden, sliepen in half afgebouwde flats, op straat of op bouwplaatsen. Als we ziek werden, kon niemand ons helpen. We overleefden op paracetamol.
Ik herinner me een gepensioneerde Nederlandse arts die zieke illegale migranten hielp. Hij hield spreekuur in een gebouw aan de Overtoom in Amsterdam. Als je naar hem toe ging, moest je op een stuk papier gaan liggen en dan pakte hij instrumenten uit zijn dokterskoffertje om je te onderzoeken. Ik stond versteld van de lange rij zieke immigranten die voor hem was gekomen, al werkte hij in een armoedig gebouw.

Ellendig
Overleven was niet makkelijk. Familieleden thuis begonnen me te bellen. Ze vertelden over honger en armoede, en vroegen om geld. Ze konden niet begrijpen dat ik nog steeds werkeloos was, ik woonde immers al twee jaar in Europa. Ik probeerde ze te vertellen over mijn leven, maar niemand geloofde me.
Ik had allerlei baantjes, zoals folders bezorgen. We kregen contant uitbetaald, maar het kwam voor dat een baas zei geen geld te hebben, nadat we twaalf uur voor hem hadden  gewerkt. We moesten altijd vechten voor ons geld en waren afhankelijk van de welwillendheid van de baas. We konden niet openlijk klagen, want dan zouden we onze baan verliezen. We waren altijd bang voor de politie, omdat we dachten te worden gearresteerd, gevangen gezet en met lege handen gedeporteerd.
Zo bracht ik zeven jaar door zonder mijn geliefden te zien. Als ik me bedacht dat ik in Uganda lid was van een familie en een grotere gemeenschap, kon ik me echt ellendig voelen. Ik miste vooral mijn moeder en mijn dochter. Ik ging weg toen ze vijf jaar was en ik zag haar pas weer toen ze twaalf was. Ze wist nog dat ik haar vader was, maar ze kon me zich niet goed herinneren. Veel mensen die ik kende overleden toen ik weg was en ik zal ze in dit leven niet meer zien.

Gelukszoekers
De  Schipholbrand in oktober 2005 vormde het keerpunt van mijn beeld van Europa. Bij die brand, in oktober 2005, kwamen elf migranten om in een detentiecentrum. Ik had nooit gedacht dat zoiets kon gebeuren in een land als Nederland. Het opende me de ogen en ik zag de misère waarin ik me zelf bevond: gevangen tussen een onjuist beeld van Europa en te hoge verwachtingen van mijn familie. Daarom ben ik het project ‘Surprising Europe’ begonnen. Ik wilde mensen met een film vertellen over de problemen van Afrikanen die migreren naar Europa om rijk te worden. Veel migranten gaan van Afrika naar Europa als gelukszoekers met hoge verwachtingen, zonder de werkelijkheid van Europa te kennen. Ze worden verleid hun baan op te geven en al hun bezittingen te verkopen om de reis te betalen. Het probleem is dat ze in Europa nauwelijks werk kunnen vinden, maar ook niet terug kunnen. Het lukt ze nooit om de investering voor de reis terug te verdienen. Daarnaast eisen de thuisblijvers ook hun deel van de ‘rijkdommen’ die zijn vergaard in Europa. Familie en vrienden zullen hun falen nooit acceptere en hen uitlachen. Mijn project is niet bedoeld om Afrikanen te ontmoedigen naar Europa te gaan, maar om ze op het hart te drukken hun opties te wegen voor ze hun thuisland verlaten. Misschien was ik dan zelf ook wel nooit gegaan.

Reacties