Schrijver Celal Altuntas: ‘Een slachtofferrol kan je ontwikkeling enorm belemmeren’

13-04-2017 Bron: OneWorld
Regen zonder modder - Celal Altuntas
Regen zonder modder - Celal Altuntas
Celal Altuntas beschrijft in het autobiografische boek ‘Regen zonder modder’ het leven van een asielzoeker in Nederland. Het is een zoektocht naar acceptatie, burgerschap en het strijden voor rechtvaardigheid en gelijkheid. “Ik woon al 24 jaar in Nederland en nog steeds word ik bestempeld als allochtoon.”
Interview – 

Het boek ontving zeer uiteenlopende kritieken, waaronder veel lovende en maakte veel bij de lezers los. Bij sommigen van hen raakte Altuntas zelfs een gevoelige snaar, anderen werden zeer boos: hij ontving zelfs een aantal doodsbedreigingen.

Zijn kritiek die hij op het asielbeleid, integratie en de Turkse gemeenschap had geuit werd hem niet in dank afgenomen. “Een gezonde verbinding begint met een harde confrontatie”, zegt Altuntas. “Door met elkaar in gesprek te gaan, kunnen we elkaar wijzen op de plus- en minpunten. Als we dat niet doen, creëren we eilanden binnen de samenleving.”

Eén Nederland

Altuntas voelt zich genoodzaakt om de problemen rondom het integratieproces te benoemen. “Migranten zijn jarenlang geknuffeld in Nederland”, zegt hij. “Daardoor blijven zij in een slachtofferrol hangen en voelen zich niet verantwoordelijk voor hun burgerschap.” Het opheffen van de dubbele nationaliteit is volgens de schrijver een van de oplossingen om de kloof te dichten tussen voormalige asielzoekers en andere Nederlanders. “Als iedereen één paspoort heeft, het Nederlandse, kan ‘afkomst’ worden afschaft.” Achtergronden doen er volgens hem niet toe. “Geen gedoe met woorden als ‘allochtoon’ of ‘iemand met een migrantenachtergrond’.”

Hij vindt dat zijn voorstellen soms verkeerd worden opgevat: “Er wordt gesuggereerd dat ik tegen de komst van vluchtelingen ben”, zegt Altuntas. “Maar dat is onzin! Ik ben zelf vluchteling geweest.” Zijn streven is ambitieus: “Ik zou willen dat alle kinderen met elkaar kunnen spelen, ongeacht hun kleur of afkomst. Ik sta voor een Nederland waar we met ons allen samenleven.”

Op twintigjarige leeftijd vluchtte je uit Turks Koerdistan naar Nederland. Heeft je afkomst invloed op jouw visie?

Het blijft even stil. “Niemand heeft me dat eerder gevraagd”. Hij zucht en denkt diep na. “Het heeft er wel mee te maken, denk ik. Als jongetje heb ik in Turkije veel onderdrukking ervaren. Ik telde niet mee, mijn Koerdische afkomst bestempelde me als achterlijk, ja zelfs iets ziekelijks. Ik heb altijd moeten vechten voor mijn bestaansrecht, om er toe te doen als mens. Die ervaring van onderdrukking heeft mij strijdlustig gemaakt. Daarom hecht ik nu zo aan vrijheid, gelijkheid en acceptatie.

Van kinds af aan ben ik als slachtoffer behandeld. Maar dat is een valkuil en ik wil daar niet naar terug. Een slachtofferrol kan je ontwikkeling namelijk enorm belemmeren. Juist om te ontkomen aan dat slachtoffergevoel doe ik extra mijn best om een goede Nederlander te zijn.”

We moeten samen aangeven dat we verschillen accepteren en discriminatie afwijzingen

Altuntas komt van ver. De asielprocedure ging ook bij hem niet vanzelf, zoals te lezen is in zijn boek. Het lange wachten in onzekerheid in het AZC, de uitzichtloosheid, je lot in handen van een ander moeten leggen; hij verloor bijna alle vertrouwen dat het nog goed zou komen. “Ik had het zwaar, twee keer heb ik zelfs een einde aan mijn leven proberen te maken.” Tot dat hij de papieren ontving en ‘bevrijd’ werd.

Ook wanneer je de verblijfsvergunning ontvangen hebt, blijft het hard werken, legt Altuntas uit: “Ik meng me actief met Nederlandse mensen door bijvoorbeeld naar een wijk te verhuizen waar niet alleen migranten wonen en door vrijwilligerswerk te doen. Ook begon ik direct met het leren van de taal en keek ik iedere dag naar Goede tijden, slechte tijden."
Het moet wel van beide kanten komen, vindt hij, het ontbreekt bij een deel van de Nederlanders wel eens aan inlevingsvermogen: “Probeer te begrijpen hoe het voelt om je dierbaren te verlaten.”

Celal Altuntas (Diyarbakir, Turkije, 1972) is schrijver en maatschappelijk werker. Hij groeide op als schapenhoeder en sloot zich op 19-jarige leeftijd aan bij de Koerdische vrijheidsstrijders, de PKK. In 1992 vluchtte hij naar Nederland, waar hij na vijf jaar een verblijfsvergunning kreeg. Hij is vader van twee dochters. In 2007 schreef hij onder het pseudoniem Reber Havin zijn eerste boek ‘Het dorp van de zeven broers’, over zijn jeugd. Vorig jaar publiceerde hij ‘Het is je zusje’, over eermoord. ‘Regen zonder modder’ is zijn nieuwste boek, over de asielprocedure en de worsteling om Nederlander te worden. 

Hoe gaat het je af om een ‘goede Nederlander’ te zijn?

“Het rare is dat ik nog steeds word bestempeld als allochtoon, terwijl ik al 24 jaar in Nederland woon – meer dan de helft van mijn leven. Ik heb een Nederlands paspoort, ik bén Nederlander. DENK aanhangers roepen vaak: ‘Weet je wel dat hij een Koerd is’, of ‘Hij is ex-moslim, anti-islam, ex-PKK en ex-terrorist.’"

"Gisteren stond in de krant dat ik een Koerdische schrijver ben. Néé, denk ik dan, ik ben een Néderlandse schrijver! Weliswaar met een Koerdische achtergrond, maar waarom noemt niemand me ooit Nederlander?”

"Ik heb mijn verleden achter mij gelaten, maar ik word er door anderen constant aan herinnerd. Ik begrijp niet waarom het belangrijk is om steeds mijn afkomst te benoemen. In mijn ogen betekent het dat ik er nog steeds niet bij hoor, nog steeds niet ben geaccepteerd. Laat mij toch gewoon Nederlander zijn."

"Wanneer niemand meer wordt aangesproken op zijn afkomst, en we elkaar gewoon benaderen als personen – dan is mijn doel bereikt. We moeten samen aangeven dat we verschillen accepteren en discriminatie afwijzingen. Op het moment als er écht sprake is van gelijkwaardigheid dan zou ik mijzelf kunnen zijn. Dan hoef ik me niet meer te bewijzen. Dat wens ik iedereen toe, te beginnen in Nederland.”

Cathérine Minczeles

Cathérine Minczeles is redactiestagiair bij OneWorld en student Journalistiek...

Lees meer van deze auteur >

Reacties