Rijke landen halen neus op voor digitale solidariteitsfonds

18-11-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

 

De Senegalese president Abdoulaye Wade hield op de eerste dag van de VN-top over de informatiesamenleving (WSIS) in Tunesië een stevig pleidooi voor het digitale solidariteitsfonds, dat een Afrikaanse initiatief is en in maart 2005 officieel werd gelanceerd. Hij stelde een solidariteitsbelasting voor van 1 procent van de verkoopprijs van elke computer die waar ook ter wereld wordt afgezet. Het geld dat hierdoor vrijkomt, zou moeten worden besteed aan de aanschaf van hardware in landen die dat het hardst nodig hebben.

De acht grootste economieën van de wereld tellen volgens gegevens van de Verenigde Naties evenveel surfers (429 miljoen) als alle andere landen samen (444 miljoen). Deze gegevens illustreren hoe diep de digitale kloof is tussen rijke en arme landen.

De bijeenkomst met president Wade en zijn Nigeriaanse collega Obasanjo trok weinig publiek. Al sinds de lancering van het idee op de eerste WSIS (Genève 2003) heeft het Afrikaanse initiatief de wind tegen. De meeste westerse landen zouden weliswaar hun steun hebben toegezegd, maar tot nu toe hebben slechts negen -vooral Afrikaanse- landen daadwerkelijk 300.000 euro gedoneerd om lid te worden van het fonds. Van die negen is Frankrijk het enige Europese land.

 

Markt

Vele westerse landen zijn van mening dat dat het Zuiden beter gebruik moet maken van grootschalige privé-investeringen in communicatietechnologie. De markt zal de digitale revolutie wel naar het Zuiden brengen, is de gedachte. Als ontwikkelingslanden het investeerders meer naar hun zin maken, vloeit het geld vanzelf naar hun media- en telecommunicatiesector. Het fonds staat bovendien los van bekende internationale financiële instellingen als de Wereldbank, hetgeen de rijke landen enigszins sceptisch maakt.


Volgens Wade kan de privé-sector alleen de digitale kloof niet overbruggen, zo schrijft de Engelse omroep BBC. Ontwikkelingslanden moeten zelf de benodigde infrastructuur verzorgen en daarvoor is geld nodig, aldus Wade op de WSIS.
 

 

 

Het digitale solidariteitsfonds zou inmiddels beschikken over zo'n 7 miljoen euro. Behalve negen staten telt het fonds nog dertien andere leden, onder wie bedrijven en gemeenten, zoals Genève. Westerse bedrijven en overheden kunnen een digitaal solidariteitslabel krijgen als ze 1 procent van het geld waarmee zij een aanbesteding winnen, doneren aan het fonds. Voorlopig zijn alle giften nog vrijwillig, daarin heeft de WSIS nog geen verandering kunnen brengen.

Virtuele universiteit

Het bescheiden fonds heeft al effect in Afrika. In Burkina Faso zijn breedbandverbindingen aangelegd in aidsklinieken. Patiënten kunnen die gebruiken om actuele medische informatie te vinden, of om andere specialisten te raadplegen.
Ook is de Afrikaanse Virtuele Universiteit begunstigd. Deze werd in 1997 opgericht met geld van de Wereldbank en telt nu meer dan 3000 studenten in 18 landen.

In India namen meer dan 50.000 sloppenwijkbewoners deel aan een alfabetiseringsprogramma met behulp van informatietechnologie. En de VN-organisatie voor Voedsel en Landbouw (FAO) lanceerde een project om boerengemeenschappen toegang te geven tot informatie over marketing, teelttechnieken en schadebeperking bij dreigende natuurrampen.

'Deze mogelijkheden kunnen het internet voor iedereen betaalbaar en toegankelijk maken en vormen een brug naar een beter leven', zei VN-secretaris-generaal Kofi Annan woensdag op de WSIS ter ondersteuning van het solidariteitsfonds. 'We moeten de wil verzamelen om het te doen. De obstakels zijn eerder politiek dan financieel.'

 

 

 

WSIS

Reacties