Pacifistische Koerd wordt gewelddadige strijder

26-07-2013
Door: Annabell Van den Berghe
Bron: OneWorld

In het noorden van Syrië, in de stad Ras al-Ayn, werd de afgelopen hevig gestreden. Net zoals elders in het land gaat de burgeroorlog onverminderd verder. Maar de kaarten in dit gebied liggen anders. De noordelijke regio, tegen te grens met Turkije en Irak, wordt hoofdzakelijk bewoond door een Koerdische minderheid. Sinds de start van de Ramadan, begin deze maand, strijden de Koerdische milities er tegen de islamistische groeperingen en Arabische milities van het Vrije Syrische Leger. Voor hen gaat het er om hun plek te vrijwaren van indringers en de Koerdische identiteit te beschermen.

De stad Ras Al-Ayn bleef lange tijd gevrijwaard van gevechten. Aan het begin van de opstand tegen het regime van president Bashar Al-Assad bleef de Koerdische regio uit het vizier van Assad’s legertroepen en namen de Koerden zelf een pacifistische positie in. Pas in november 2012, toen de burgeroorlog al heel wat slachtoffers gemaakt had, werd het in de stad onrustig. Arabische milities van het Vrije Syrische Leger bevrijdden toen het Koerdische volk van onder het juk van het regime. Ook daartegen kwamen de Koerden niet in opstand. “Voor ons maakte het niet uit wie over de stad regeerde. Het enige wat wij wilden, was een gelijkwaardige plek voor Koerden in Syrië,” vertelt de Koerdische leraar Mohamed Kheir. “We waren niet uitgelaten, maar ook niet ongelukkig toen het Vrije Syrische Leger het regime verdreef uit de stad.” Voor de Koerdische bevolking kwam de burgeroorlog als een nieuwe kans. “Door alle onrust in het land, konden we ons als Koerdische gemeenschap voor het eerst vrij bewegen. We richtten Koerdische scholen op en onze politieke partijen konden zich eindelijk ongehinderd organiseren,” vult Mohamed trots aan.

Maar het tij keerde snel. Enkele maanden na de bevrijding van Ras Al-Ayn lanceerde het Vrije Syrische Leger een aanval op burgers in de stad. Dit betekende het begin van een verdeelde stad, een situatie die een half jaar zou aanhouden. Door de aanval van het Vrije Syrische Leger ontvluchtten veel Koerden en andere minderheden de regio en zelfs het land. De gevechten tussen Arabische milities en Koerden was een voorbode voor de versplintering die vandaag de Syrische oppositie tekent. Het ging niet langer om een strijd tussen voor- en tegenstanders van het regime, het werd een strijd tegen vrienden, buren en familie. De bedreiging van de Arabische milities in de stad spoorde de Koerden aan om zich te organiseren tegen verdere aanvallen. Ze richtten militaire trainingskampen op en jongens en meisjes maakten zich klaar om zichzelf te verdedigen. “We nemen de wapens op ter zelfverdediging. We zullen nooit als eerste het vuur openen, dat is tegen onze principes en moraal,” vertelt Amara, een vijftienjarig meisje de sinds kort een opleiding krijgt op één van de militaire basissen van de Koerden.

Het was de islamistische groepering Jabhat al-Nusra, gelieerd aan Al-Qaeda, die de gemoederen deed bedaren in de stad, en in februari van dit jaar een wapenstilstand afkondigde. Opnieuw leefden Arabieren en Koerden er vreedzaam naast elkaar. Elk in hun eigen deel van de stad. Maar de onderhuidse spanningen bleven voelbaar. “Het was een kwestie van tijd voor de bom weer zou ontploffen,” volgens Tamer, een marktkramer uit de stad. In de stad zaten nu zowel Koerdische als Arabische milities. De islamisten van Jabhat Al-Nusra fungeerden als bemiddelaar.

“Jabhat al-Nusra heeft twee gezichten. Enerzijds leveren ze humanitair werk, door ons brood en olie te bezorgen, maar aan de andere kant vormen ze een bedreiging voor onze samenleving, met hun extremistisch gedachtegoed.” Tamer gelooft dat niet alle Nusrastrijders slecht bloed hebben, “maar het onderscheid is zo moeilijk te maken, dat we ze allemaal moeten verdrijven,” zegt hij.

“Op de eerste dag van de Ramadan werd ik in hun auto gesleurd. Ik liep in mijn straat, zoals ik dagelijks doe, en werd door één van de bebaarde mannen aangesproken. Ze vonden het een schande dat ik zonder hoofddoek en mét sigaret door de straten van mijn eigen stad wandelde.” getuigt de Koerdische rebel Roshna. Roshna is de leidster van de vrouwelijke Koerdische rebellenbeweging in de stad. Ze werd een tijdlang vastgehouden door Jabhat Al-Nusra, waardoor de Koerdische rebellen niet langer alleen uit zelfverdediging de wapens opnamen, maar een offensief startten om hun leidster en hun land te bevrijden van de extremisten. Ras al-Ayn werd bevrijd door de Koerdische milities die nu verder oprukken naar de grens met Turkije en Irak om zo de hele regio onder hun toezicht te plaatsen.

Pacifisten die uiteindelijk omgevormd worden tot gewelddadige strijders is niet enkel het verhaal van de Koerden, maar van grote delen van de Syrische bevolking. Het land raakt steeds meer verdeeld en na 2,5 jaar burgeroorlog neemt iedereen de wapens op. Dialoog blijft uit. Van onderhandelen is geen sprake. Iedereen is er elkaars vijand.

Reacties