Onze jongens - en meisje - in Mali

30-04-2014 Bron: OneWorld
nederlandse blauwhelmen vredesmissie mali VN UN
VREDESMISSIE – 

De eerste honderd van de ruim vierhonderd Nederlandse blauwhelmen zijn vandaag aangekomen in Mali. OneWorld portretteert de kwartiermakers die hen opwachten in kamp Castor, vlakbij de noordelijke stad Gao. “Ik ben twee keer uitgezonden naar Afghanistan, maar in Mali vind ik het gezelliger.”

Nederlandse blauwhelmen Mali soldaten VN vredesmissie

Richard Dijkhof (22)
Timmerman

“Ik doe het timmerwerk op het kamp”, zegt soldaat Richard Dijkhof (22). “Vandaag heb ik een houten wand geplaatst in de tent van de dokter. Morgen ga ik aan de slag met een deksel voor een waterton.” Dijkhof, uit Wapenveld op de Veluwe, loopt op houten klompen en in korte broek de gemeenschappelijke ruimte binnen. Na een dag hard werken, in militair uniform en stevige dichte schoenen, mogen de soldaten 's avonds in het kamp vrijetijdskleding dragen. Dijkhof pakt een kop koffie en gaat aan tafel zitten. “Die heb ik ook getimmerd”, zegt hij. “Net als de bank waarop we zitten.”

Dijkhof maakt deel uit van de eerste lichting Nederlandse soldaten in Mali. Zijn genie-eenheid is al vanaf januari bezig met het opbouwen van kamp Castor. Het werken in de hitte is zwaar. “In de ochtend gaat het nog wel”, zegt Dijkhof. “Maar “s middags wordt het echt heel warm. Daarom houden we een paar uur siësta.” Door de extreme hitte, de temperatuur stijgt soms tot bijna vijftig graden celsius, verliezen de soldaten meer vocht dan ze kunnen opnemen. Na het werk moet ze daarom extra drinken om de tekorten weer aan te vullen. Defensie heeft uitgerekend dat de soldaten in Mali gemiddeld negen liter drinkwater per dag nodig hebben.

Het hout dat Dijkhof gebruikt komt uit de Malinese hoofdstad Bamako. In de woestijn rond Gao staan weinig bomen. De maatvoering is helaas niet al te nauwkeurig, vertelt hij. “De internationale standaardbreedte van multiplex platen is 122 centimeter. Hier in Mali zijn de platen vaak een halve centimeter smaller of breder.” Maar het is te doen, zegt Dijkhof. “We meten gewoon alles wat vaker na.” Een ander probleem van het lokale hout is dat het vaak krom is. “Als je een boom kapt, moet je het hout eigenlijk eerst goed laten drogen. Hier vinden ze dat niet nodig.”

Het verblijf in Mali bevalt Dijkhof beter dan verwacht. “We hebben zelfs airconditioning in onze tenten”, zegt hij. “En ook het eten is uitstekend. Op eerdere missies moest ik vaak dagen achter elkaar eten uit blik, dat is hier in Mali niet het geval.” Over zijn veiligheid maakt Dijkhof zich niet veel zorgen. “De dag na mijn aankomst landden er twee raketten niet ver van ons kamp”, vertelt hij. “Dat was wel even schrikken. Gelukkig zijn er de afgelopen weken geen nieuwe projectielen op ons kamp afgevuurd.”

---

Nederlandse blauwhelmen Mali soldaten VN vredesmissie

Marieke Ensing (28)
Hoofd operatie

“Ik houd me vooral bezig met logistieke zaken”, zegt kapitein Marieke Ensing (28). “Ik voorzie de genie van de benodigde materialen.” Ensing, uit Veendam, vertelt dat het Nederlandse kamp in Gao volledig uit het niets is opgebouwd. Op een vlakte met laag struikgewas en een paar bomen, vlakbij het vliegveld, zijn de Nederlanders aan de slag gegaan. Volgens Ensing is het een hele klus om alle materialen op het juiste tijdstip op de juiste plaats te krijgen. “Lang niet alles kan met het vliegtuig mee”, zegt ze. Omdat Mali geen eigen haven heeft, komen veel spullen binnen via Senegal en Ivoorkust. Van daaruit gaan ze over de weg naar Gao, een tocht van meer dan tweeduizend kilometer over slechte wegen vol kuilen en gaten.

Voor de legertent, waar het kantoor van haar eenheid is, zit Ensing aan tafel. Net als de andere Nederlandse blauwhelmen draagt ze een beige camouflagepak, met een rood-wit-blauw vlaggetje op haar linkerarm. Een doek dat tussen de tenten is gespannen zorgt voor schaduw. Naast de tafel staat een wit bord, waarop de legerleiding tijdens briefings uitleg geeft aan de soldaten. Ensing vindt het niet erg dat vrouwen een minderheid zijn in het leger. “Ik werk graag met mannen samen”, zegt ze. “Anders zou ik dit werk niet doen.” Net als op de kazernes in Nederland geldt dat een kleine 10 procent van de uitgezonden militairen vrouw is. 's Avonds gaat ze regelmatig met een aantal vrouwelijke collega’s een rondje rennen.

Als het even kan, kopen de Nederlandse soldaten lokaal bouwmaterialen in. “We willen dat gewone Malinezen zo veel mogelijk profiteren van onze aanwezigheid”, zegt Ensing. “Bovendien is het zonde van het geld om spullen die ze hier ook hebben, speciaal te laten overkomen uit Nederland.” Ook Malinese aannemers zijn ingeschakeld bij de bouw van het kamp. Onder meer de betonnen vloer voor de helikopterlandplaats is gestort door een lokaal bouwbedrijf. Helaas lieten ze de specie te snel drogen, waardoor er scheuren in de vloer ontstonden. Daardoor moest het werk opnieuw.

In principe worden de Nederlandse blauwhelmen in Mali na vier maanden afgelost. Ensing weet nog niet precies wat ze gaat doen als ze weer terug is in Nederland. “Ik denk dat ik eerst op vakantie ga”, zegt ze. Waar ze heen gaat, weet ze nog niet. “Ik vermoed dat het een warm land gaat worden”, zegt ze. “Maar liever niet zo warm als Mali.” Ensing heeft geen last van het warme klimaat, zegt ze, maar als ze kan kiezen heeft ze het graag wat koeler. “Sommige collega’s zitten graag in de zon”, zegt ze. “Ik houd meer van schaduw.”

---

Nederlandse blauwhelmen Mali soldaten VN vredesmissie

Elias Salah (31)
Chauffeur

“Ik kom uit Jemen”, zegt korporaal Elias Salah (31). “Maar ik voel me 100 procent Nederlander.” Salah, die in Doetinchem woont, werkt sinds 2002 als vrachtwagenchauffeur voor de krijgsmacht. “Ik woon al sinds mijn veertiende in Nederland”, zegt hij. “Na de middelbare school solliciteerde ik bij Defensie. Mijn vader was ook militair. Al vanaf mijn jeugd wilde ik in zijn voetsporen treden.” Aan zijn verleden als vluchteling wordt Salah liever niet herinnerd. “Ik heb een Nederlands paspoort en wil als Nederlander behandeld worden.”

Salah is een van de weinige Nederlandse soldaten in Mali die Frans spreekt. “In mijn jeugd heb ik het op school geleerd. Door zijn kennis van de taal gaat hij bijna altijd mee als er in Gao boodschappen gedaan moeten worden. “Ik treed dan op als vertaler voor mijn collega’s.” Salah hielp onder meer met de aanschaf van een set lokaal gemaakte tuinstoelen, die in de gemeenschappelijke ruimte van de Nederlanders staan. Ook koffie en blikjes fris kopen de Nederlanders lokaal in.

“Ik ben in het verleden ook twee keer uitgezonden naar Afghanistan”, zegt Salah. “Maar in Mali vind ik het gezelliger.” Volgens Salah is de lokale bevolking hier hartelijker. “Als we in de stad zijn, heb ik bijna altijd leuke gesprekken met Malinezen. Ook maken we vaak foto’s waar we samen op staan.” Salah pakt zijn telefoon om een foto te laten zien van zichzelf met een Malinese baby in zijn armen. De moeder van het kind en een aantal andere Malinezen staan lachend om hem heen.

Naast Frans spreekt Salah ook Arabisch. “Maar die taal heb ik hier nog niet gebruikt”, zegt hij. De verschillende Arabische stammen die van oudsher in het hele noorden van Mali wonen zijn tijdens de oorlog massaal gevlucht naar de buurlanden. Volgens veel Malinezen hadden ze, net als de Toearegs (een Berbervolk uit de Sahara), nauwe contacten met terroristen van Al Qaida. De meeste Arabieren en Toearegs durven niet terug te keren uit angst voor represailles.

---

Nederlandse blauwhelmen Mali soldaten VN vredesmissie

Mark Huiskes (50)
Commandant

“De belangrijkste taak van de Nederlandse blauwhelmen is het verzamelen van inlichtingen”, zegt luitenant-kolonel Mark Huiskes (50). “Wij gaan onder meer onderzoeken wie er betrokken zijn bij terroristische netwerken en criminele organisaties.” Naast de lokale afdeling van Al Qaida zijn ook handelaren in wapens en drugs actief in de streek rond Gao. Volgens de VN landden de afgelopen jaren meerdere malen vliegtuigen vol cocaïne uit Zuid-Amerika op geïmproviseerde landingsbanen in het noorden van Mali, waarna de drugs in auto’s op transport gingen naar de Middellandse Zee.

Huiskes sluit niet uit dat de Nederlandse militairen belastende informatie zullen verzamelen over diverse hoge regeringsfunctionarissen. “Als wij de opdracht krijgen zaken uit te zoeken, komen we in actie, zonder aanziens des persoon.” Onder meer de burgemeester van Gao, Sadou Diallo, heeft volgens veel inwoners vuile handen. Een van zijn collega’s, burgemeester Baba ould Cheikh van het dorp Tarkint ten noorden van Gao, zit al achter de tralies. “In dit soort conflictgebieden stuit je altijd op maffiapraktijken”, zegt Huiskes. “In Afghanistan, waar ik ook heb gewerkt, was dat niet anders.”

Castor, de naam van het Nederlandse kamp, verwijst naar de genie-eenheid uit Wezep die de bouw coördineert. “Zij noemen zich de Bever-eenheid”, zegt Huiskes. In het Frans, de nationale taal in Mali, is Castor het woord voor bever. “Bevers bouwen burchten”, legt Huiskes uit. “Wij doen dat hier in Mali ook.” Hekken, rollen prikkeldraad, een diepe sleuf en gewapende soldaten beveiligen kamp Castor tegen vijandige aanvallen.

Volgens Huiskes was het niet makkelijk om in drie maanden een kamp voor een paar honderd soldaten te bouwen. “In het begin hebben we veel lokaal materieel ingehuurd, zoals graafmachines en bulldozers. Maar de kwaliteit van die spullen was niet altijd even goed.” Vaak is het afgedankt materiaal uit Europa, dat relatief snel kapot gaat. “Met onze eigen machines, die we hebben laten overkomen uit Nederland, werken we prettiger.” De komende maanden moeten er onder meer voorzieningen komen voor de drie extra Chinook-helikopters die het kabinet eind maart besloot te sturen. “De verwachting is dat in augustus alle bouwwerkzaamheden zijn afgerond.”

Gerbert van der Aa

Gerbert van der Aa is historicus en journalist die gespecialiseerd is in...

Lees meer van deze auteur >

Reacties