'Nederlandse overheid, pak de rol van gezondheidsheld'

16-07-2015
Door: Anke Tijtsma
Bron: OneWorld
evaluatierapport ebola-uitbraak
Foto: Wemos
De recente evaluatie van het optreden van de WHO tijdens de ebola crisis heeft niets nieuws aan het licht gebracht, stelt Anke Tijtsma. Wat interessant is aan het recente evaluatierapport over de ebola-uitbraak is dat de lidstaten van de WHO worden berispt. Ook Nederland treft blaam.
Opinie – 

De WHO kan zonder twijfel verantwoordelijk gehouden worden voor het trage handelen en de verkeerde maatregelen toen ebola in drie Afrikaanse landen uit de hand begon te lopen. Ook zijn ze verantwoordelijk voor de slechte communicatie, bijvoorbeeld met ngo’s ter plaatse die wél tijdig de noodklok luidden. Daar ben ik het direct mee eens. Maar de zwakheden van deze VN organisatie zijn allang bekend. En ze zijn veroorzaakt door de eigen lidstaten van de WHO. Maar daar horen we bijna niemand over.

Rijke landen zijn schuldig
De bestedingen aan ontwikkelingshulp (waaronder gezondheidsprogramma’s) zijn door veel rijke landen gereduceerd. Ook zijn bij de WHO drastische bezuinigingen doorgevoerd. De lidstaten van de WHO keuren de begroting en dus ook de bezuinigingen goed. Veel lidstaten hebben jaren geleden hun jaarlijkse verplichte contributie aan de begroting van de WHO bevroren. De vrijwillige bijdrage van landen daarentegen is omhoog gegaan in de vorm van geoormerkte bijdragen. Die geoormerkte bijdragen hebben ertoe geleid dat de WHO over twee derde van haar budget geen controle meer heeft. Veel landen oormerken hun WHO-bijdragen op een manier waarop ze er zelf het meeste voordeel van hebben. Rijke lidstaten stellen dus voornamelijk middelen beschikbaar voor de aanpak van welvaartsziekten als diabetes, overgewicht, hart- en vaatziekten en kanker.

WHO uitgehold door haar eigen lidstaten
Deze situatie heeft de WHO uitgehold. Ze is nauwelijks nog in staat om cruciale basisfuncties uit te oefenen. Door dit oormerken is er steeds minder geld beschikbaar voor het bestrijden van infectieziekten en het versterken van basale gezondheidsvoorzieningen. De afdeling Noodhulp is al jaren geleden enorm afgeslankt. Geen wonder dus, dat de organisatie onvoldoende technische assistentie kan verlenen aan landen waar een gezondheidscrisis uitbreekt. Zoals Liberia, Sierra Leone en Guinee. Mede daardoor kon ebola ongehinderd om zich heen grijpen, met alle gevolgen van dien. Ook westerse landen maken zich terecht zorgen over het scenario dat ebola onze kant op kan komen. Afgelopen week nog was er sprake van een patiënt met ebola verschijnselen in het UMC in Groningen. Virussen trekken zich niets aan van landsgrenzen dus deze zorgen zijn terecht. En dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee voor westerse overheden. Het rapport van de onafhankelijke deskundigen is terecht kritisch omdat de organisatie volstrekt niet toegerust is om noodtoestanden van deze omvang aan te kunnen. Zo moet er volgens het rapport een WHO afdeling komen die zich uitsluitend richt op omvangrijke crises (een ‘Centre for Emergency Preparedness and Response’). En er moet een fonds komen van 100 miljoen dollar voor dit soort calamiteiten (het ‘Global Health Emergency Contingency Fund’). Dat fonds moet worden gevuld door de lidstaten van de WHO. Kortom, lidstaten zullen hun verantwoordelijkheid nu echt moeten pakken.

Aan de bak
De lidstaten moeten aan de bak. Het Contingency Fund zal er moeten komen. Veel lidstaten zien (door ebola) het nut weer in van preventie en voorzorgsmaatregelen. Ook moeten de vaste basiscontributies aan de WHO omhoog. Met die contributies kan de WHO werk maken van de voorgestelde organisatorische en inhoudelijke veranderingen. En haar technische taken weer naar behoren volbrengen. Ook Nederland moet over de brug komen. Tijdens de laatste jaarvergadering van de WHO-lidstaten van mei jl. was dit voor de Nederlandse delegatie nog lastig te verteren: onze Tweede Kamer had geen ruimte gegeven om mee te gaan in de contributieverhoging die door de Directeur-Generaal van de WHO was voorgesteld. Maar budgetneutraal verbeteren is lastig. Dat weten we allemaal. Bovendien, een virusuitbraak tijdig indammen is uiteindelijk voor iedereen (ook voor de lidstaten) minder kostbaar dan de ziekte bestrijden. En dan hebben we het nog niet over de kosten van een potentiële wereldwijde pandemie. Nederland kan beter de hakken uit het zand halen en voorop gaan lopen. Zie jij de krantenkoppen ook al voor je? “Nederland voorkomt volgende virusuitbraak. De ministers Ploumen en Schippers gaan de geschiedenis in als pleitbezorgers voor het verhogen van de verplichte contributie van lidstaten aan de WHO.”

Daar wordt iedereen ‘beter’ van.

Anke Tijtsma

Anke Tijtsma schrijft columns over gezondheid, gezonde consumptiepatronen en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties