Nederlands misbruik in Keniaanse kerk

13-02-2013
Door: Robert Chesal
Bron: OneWorld
Mill Hull rusthuis

In 2011 ontmoette journalist Robert Chesal de Keniaan Emmanuel Shikuku, die naar eigen zeggen seksueel misbruikt is door vier Nederlandse priesters. Deze week werd bekend dat Shikuku aangifte tegen hen heeft gedaan in Kenia. Chesal laat zien dat Shikuku voorlopig meer te vrezen heeft, dan de Nederlandse verdachten.

Afgelopen weekend werd in Nederland bekend dat de Keniaanse Emmanuel Shikuku in Nairobi, Kenia, aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik door zes katholieke priesters, onder wie vier Nederlanders. Eerder deed hij dat al in Engeland, Duitsland en Oostenrijk. Voorlopig hoeven de beschuldigde priesters echter niet te vrezen voor vervolging. Drie van hen wonen in Nederland, waar ze hun dagen slijten in een rusthuis voor Mill Hill-missionarissen.

Onthullingen
Ik ontmoette Emmanuel Shikuku (45) voor het eerst in de zomer van 2011. Toen woonde hij als asielzoeker in Oostenrijk, in een klein dorpje buiten Salzburg. Ik was destijds verslaggever voor de Wereldomroep en had, samen met Joep Dohmen van NRC Handelsblad, al tientallen onthullingen gedaan over seksueel misbruik in de Kerk. Ik kreeg een mailtje van Shikuku na onze berichtgeving in maart 2011, waaruit bleek dat een Nederlandse bisschop in Kenia door het Vaticaan was bestraft wegens seksueel misbruik van een Masaï-jongen. In zijn bericht zei Shikuku dat die bisschop, Cor S., meer slachtoffers had gemaakt. Onder wie hijzelf. En dat wilde hij naar buiten brengen.

Cor S. bleek een topje van de ijsberg. Het hele verhaal van Emmanuel Shikuku klinkt haast te overdreven om waar te zijn. Hij zou, vanaf zijn kindertijd, door zes opeenvolgende missionarissen zijn misbruikt, onder verschillende omstandigheden. Vier van de daders zijn Nederlanders, zegt hij: Cor S., Pierre S., Piet van den W. en Everard K.

Priesterstudent
Als we gaan zitten in zijn asielzoekersflat buiten de kern van het dorp, vertelt hij me eerst kort over zijn levenswandel. Als zoon van de beroemde politicus Martin Shikuku, ging Emmanuel naar goede rooms-katholieke scholen in Kenia. Hij schopte het tot priesterstudent op een seminarie in Londen, maar werd in zijn eerste jaar weggestuurd wegens overmatig alcoholgebruik. Hij wilde niet terugkeren naar Kenia. Na omzwervingen in Europa, vroeg hij asiel aan in Oostenrijk. In de zomer van 2011 zit hij al acht jaar te wachten op vluchtelingenstatus.

Shikuku zegt dat hij negen jaar oud was, en een misdienaar, toen hij na de ochtendmis werd benaderd door een grote, blanke priester. Ze waren alleen in de kerk en hij deed wat de priester hem opdroeg. Ook toen hij achter gesloten deuren zijn broek moest laten zakken. De priester, een Mill Hill-missionaris-in-opleiding, heeft hem anaal verkracht, aldus Shikuku. Weken later deed de man het bij nog een kind, een schoolvriend van Shikuku. Hij zag het met eigen ogen gebeuren. Beide jongens waren te bang om erover te praten.

Hart luchten
Een jaar later wilde Shikuku toch zijn hart luchten bij een andere priester, de Nederlander Everard K., eveneens van de Mill Hill-Missionarissen. Die congregatie bestaat voornamelijk uit Engelse, Ierse en Nederlandse paters en broeders en verzorgt veel onderwijs in Oost-Afrika.
Everard K. luisterde naar Shikuku’s verhaal en stelde de tienjarige gerust. ‘Het was niet verkeerd’ wat zijn collega had gedaan. En als K. het bij hem ook mocht doen, dan zou Emmanuel ‘naar de hemel’ gaan. Als hij er maar stil over bleef.

Overleven
Ik kijk rond in de groezelige kamer die Shikuku bewoont. In het gebouw zitten mensen uit Irak, Afghanistan, Sudan. Het is gehorig, krap, koud en slecht verlicht. Het is duidelijk dat hij van een kleine uitkering rond moet komen. Maar zelfs na acht jaar lijkt hij nog steeds geen zin te hebben om terug te keren naar Kenia.
Shikuku vertelt dat hij veel halfbroers en -zussen heeft, van andere moeders bij wie zijn vader kinderen verwekte. Het ging er, thuis en in de buurt, soms ruig aan toe. Hijzelf kreeg vaak slaag omdat hij ‘meisjesachtig was’. Door de daden van de twee priesters had hij geleerd dat hij de agressie van jongens en mannen kon kanaliseren. Als hij voor hun seksuele gerief zorgde, hield het slaan op. Het was niet wat hij wilde, maar een manier om te overleven.

Stockholmsyndroom
Shikuku begon als jonge tiener alcohol te gebruiken, maar bleek desondanks een veelbelovende leerling. Begin jaren negentig kreeg hij ambities om zelf priester te worden. Als hij me dat vertelt, lijkt het me onwaarschijnlijk. Waarom wil hij zich na zulke traumatische jeugdervaringen aansluiten bij de club van zijn misbruikers? Ik kijk weer rond en tel zes of zeven iconen van Jezus aan de muur. Ik zie een opengeslagen bijbel op het bureau. En ik denk aan het bekende Stockholmsyndroom, waarbij slachtoffers zich zouden identificeren met hun daders in een irrationele poging om veiligheid te vinden.

Toelatingseisen
Voor Shikuku betekende toelating tot de Mill Hill-seminarie in Londen een ideale kans om Kenia voorgoed achter zich te laten. Hij wilde weg uit dat land en dacht zoals veel landgenoten dat het leven in Engeland beter is. Vóór zijn toelating moest hij ‘assessments’ ondergaan, lange praatsessies met Mill Hill-missionarissen die zijn geschiktheid voor de opleiding en het priesterschap zouden beoordelen. Alcohol vloeide rijkelijk tijdens deze sessies. Volgens de priesters moest de jongen  zich ‘relaxed’ voelen en vrijuit kunnen praten.
De gesprekken mondden uit in onvrijwillige seks. Niet fysiek afgedwongen, maar door middel van chantage, want de priesters lieten weten dat zijn goedkeuring voor Londen ervan af hing, zegt Shikuku. Terugkijkend vult het hem met ‘walging.’ De daders waren de Nederlandse Piet van der W., Pierre S. en Cor S..

Losbandige toestand
Eenmaal op de seminarie viel Shikuku ten prooi aan zijn eigen drankverslaving. Die werd volgens  hem aangemoedigd door de opleiding zelf. Het leven op de campus in Noord-Londen was een losbandige toestand. Er werd veel gedronken en onzedelijk gedrag was de orde van de dag. Een leraar zou Shikuku gedrogeerd hebben en tot seks hebben gedwongen. De dag daarna werd hij door de leiding van school geschopt. Toen begon zijn zwerftocht als illegaal in Europa die hem naar dit dorpje in Oostenrijk zou leiden.

Nooit vervolgd
Er is veel gebeurd sinds onze ontmoeting in 2011. Ik heb voortdurend contact met Shikuku gehouden. Bij de rechter in Londen spande hij een civiele zaak aan tegen Mill Hill. Met behulp van de vreemdelingenpolitie deed hij aangifte in Oostenrijk en Duitsland. De Duitse justitie hielp hem om per telefoon en e-mail aangifte te doen in Engeland. Een kort politieonderzoek in Londen leverde echter niets op.
Van Nederland, waar een aangifte zou kunnen leiden tot een uitgebreider politieonderzoek, heeft Shikuku weinig hulp gekregen. Het Openbaar Ministerie in Arnhem liet weten belangstelling te hebben voor Shikuku’s zaak, maar hij mocht alleen aangifte doen als hij zelf op het politiebureau zou verschijnen. Dit terwijl de officier van justitie wist dat Shikuku als asielzoeker het land niet binnenkomt. De beschuldigden die in Nederland wonen, werden dus niet door de politie verhoord.

Rusthuis
Nadat Shikuku in Nederland geen poot aan de grond kreeg en zijn vader, de politicus Martin Shikuku, afgelopen herfst overleed, besloot hij terug te keren naar Kenia. Daar heeft hij nu aangifte gedaan.
Drie van de vier Nederlanders die Shikuku zouden hebben misbruikt, zijn nog in leven. Piet van der W. is in 2006 overleden. Pierre S. (75), voormalig bisschop Cor S. (70) en Everard K. verblijven in een Mill Hill-rusthuis in Oosterbeek.
Het is niet gelukt om contact te leggen met Everard K. Pierre S. ontkent alle aantijgingen en Cor S. weigert te reageren. Laatstgenoemde verwijst naar de advocaat van de Mill Hill-Missionarissen, die alle beschuldigingen tegen de congregatie eveneens van de hand wijst.

Stem van alle slachtoffers
Vanuit Nairobi laat Shikuku vandaag weten dat hij aangifte in de hoofdstad heeft gedaan. Hij is van plan om door te reizen naar de districten waar het misbruik heeft plaatsgevonden. Daar wil hij ook met de politie spreken. “Ik wil de stem zijn van de vele slachtoffers van misbruik door priesters in Kenia”, zegt hij. “Er moet een wet komen die compensatie regelt.”

‘Zakkenvullende homo’
Shikuku wordt aangemoedigd door zijn Keniaanse familieleden. Ze wensen hem sterkte nu hij zijn gevecht voor erkenning ook in Kenia zelf voortzet. Maar niet iedereen in Shikuku’s geboorteland is blij met zijn aanklacht. In reacties op de website van de Keniaanse krant The Standard, die afgelopen weekend het verhaal van zijn aangifte bracht, wordt Shikuku hevig bekritiseerd. Hij wordt uitgemaakt voor fantast, zakkenvuller en een homoseksueel die niet misbruikt is maar vrijwillig seksueel contact had met priesters.

“Ik heb besloten om de reacties naast me neer te leggen”, zegt Shikuku. “Ik loop wel risico door mijn aanklacht. Je wordt hier snel van homoseksualiteit beschuldigd.” Homoseksuele handelingen kunnen in Kenia bestraft worden met maximaal 14 jaar celstraf. Shikuku: “Ik weet niet zeker of de politie mij serieus neemt. Er is hier corruptie, natuurlijk. Maar ik ga mijn zaak in de openbaarheid brengen. Ik ga naar talkshows en naar kranten. Er moet publieke druk komen om de zaak aan het rollen te krijgen.”
 

Reacties