Melk, niet goed voor elk

17-12-2008
Door: Paul Teule
Bron: IS Online
One World

Is mondiale vrijhandel een vloeg of een zegen? IS bekijkt het dilemma van beide kanten; die van (fictieve) voor- en tegenstanders. Na de schoenen van vorige maand neemt IS nu de zuivel onder de loep. Wie roomt er af en wie wordt er uitgemolken?

VOOR

Enchanté. Mijn naam is Marie-Emelie Nedelec (35) en ik werk als onderzoeker voor Danone, bekend van de kleurrijke Danoontjes, maar ook van Activia, je weet wel, de yoghurt die je stoelgang verbetert. Ik werk op het hoofdkantoor in Parijs, waar ik ook me mijn man en kinderen woon.

“Met trots kan ik zeggen dat Activia mede door mij is ontwikkeld en mijn carrière heeft dan ook een flinke spurt gemaakt. Als onderzoeker hou ik van feiten. Met name de discussie over melk en vrijhandel staat bol van verwarring. Het is waar dat de zuivelsector de meeste EU-subsidies krijgt, dat Frankrijk de meest ontvangende lidstaat is en dat Danone als Franse zuivelverwerker flink wordt gesteund. Maar daar zijn goede redenen voor. Ten eerste betalen we de grofweg 25 miljoen euro die Danone aan steun ontvangt direct door aan de boer. Zo krijgen de duizenden boeren die ons melk leveren, een goede prijs, zonder dat wij het uit eigen zak hoeven te betalen. Gezien de hoge Europese milieu-, hygiëne- en dierenwelzijneisen waaraan boeren moeten voldoen, is enige Europese steun wel zo netjes. Nog zoiets: heel Europa is trots op het Franse landschap, de wijn, de kaas et cetera. Veel Europeanen dromen van een tweede huis in Zuid-Frankrijk. Maar betalen voor de kleine boeren die het landschap onderhouden, ho maar.”

IJzersterk
“We hebben geaccepteerd dat per 2013 de landouwsubsidies zo goed als verdwijnen. Het landbouwbeleid dat vanaf 1968 de producenten hielp de sector te ontwikkelen en te concurreren op de wereldmarkt is anno 2008 achterhaald. De zuivelsector is nu ijzersterk en de vraag uit China en India loopt op. De Europese Commissie wil de 50 miljard euro aan jaarlijkse landbouwgelden dan ook ombuigen naar onderzoek, innovatie en het tegengaan van klimaatverandering. Boeren die duurzame landbouw bedrijven of het landschap beheren zouden volgens dat plan nog wel steun krijgen. Gelukkig maar.”

Wegconcurreren
“Om in de toekomst nog wat geld te kunnen verdienen, moeten de melkquota – de vastgestelde maximale hoeveelheid melk die boeren mogen leveren – wel op de schop. We kampen met hoge brandstof- en energiekosten en leningen zijn door de kredietcrisis lastig te krijgen. Als boeren meer melk mogen leveren, kunnen wij de productie opschalen en kunnen we de kosten per product een beetje drukken. Deze extra productie moeten we dan wel kunnen exporteren. Of dat gaat lukken valt te bezien. Want vaak wordt Danone, maar ook onze concurrenten zoals Nestlé, verweten dat we de lokale boeren in ontwikkelingslanden wegconcurreren. Men vindt dat er een rem op onze export moet komen. Nu de rem zetten op de vrijhandel betekent waarschijnlijk ook dat Europa haar markten zal afschermen, met alle gevolgen van dien. En dan vraag ik me af of die boeren ooit dezelfde kwaliteit voor dezelfde lage prijs gaan leveren. Danone besteedt veel geld aan het ontwikkelen van lokale bedrijven in arme landen, om ervoor te zorgen dat ze economisch rendabel zijn. Laten we eerlijk zijn: weinig Afrikaanse landen hebben een sterke traditie in zuivel, behalve misschien Kenia of Tanzania. De meeste arme landen lukt het niet om met de beschikbare melk de eigen bevolking te voeden. Dan kan je de markt wel afschermen met tarieven, maar dan betaalt de arme consument daarvan de prijs. Bovendien kunnen juist ook Afrikaanse zuivelverwerkers onze goedkope, veilige westerse melkpoeder verwerken in yoghurt, snoepjes en koekjes waar lokaal flink op te verdienen valt!”

TEGEN

Ik ben Rahman Ould Tati (53) en leef met mijn 30 kamelen op zo’n 100 kilometer ten oosten van Nouakchott, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Mauritanië.

Het verhaal van mijn leven is simpel: de eerste helft was ik straatarm. Ik volgde met mijn kudden de wolken en hield me in leven met het drinken van de kamelenmelk. De tweede helft heb ik flink verdiend. Ik waag me nu zelfs enkele maanden per jaar aan het stadse leven in Nouakchott en zit ik weer op school! Ontwikkelingshulp heeft afzonderde nomaden zoals ik nooit bereikt. Wel bereikte mij, begin jaren tachtig, een bijzondere studente uit Engeland die mij en anderen bijeenriep om te vragen of wij kamelenmelk wilden leveren als zij een fabriekje zou beginnen. Wij keken raar op: melk was om te drinken en om aan gasten of armen te schenken, zeker niet om te verkopen. De studente, Nancy Abeiderrahmane, was het daar niet mee eens. Kamelenmelk bevat minder cholesterol en drie keer meer vitamine c dan koeienmelk, en zij moest en zou producten van kamelenmelk gaan maken. Ze pikte het niet dat Mauritanië drie keer zoveel vee heeft als inwoners en toch nog melk moest importeren uit Europa en Nieuw-Zeeland.

Koelwagens
Met behulp van een lening uit Frankrijk kwam de zuivelfabriek er en dat hebben we geweten. Binnen vijf jaar verdiende ik 3000 ouguiya, zo’n 10 euro, per dag. En mijn kamelen waren in waarde vervijfvoudigd! Ik kon de dieren nu ook beter verzorgen. De fabriek, Tiviski, kon de kamelenmelk pasteuriseren, in flitsende halve-literpakken stoppen en aan West-Afrikaanse supermarkten slijten. Niet iedereen kon de zoutige, zware kamelenmelk waarderen, maar voor het eerst lagen er in de schappen verwerkte zuivelproducten die niet uit Europa kwamen!

Kamelenkaas
Toen ik voor het eerst in Nouakchott de fabriek bezocht vertelde Nancy dat ze de hele productieketen wilde professionaliseren. De dieren moesten gezonder worden, meer melk gaan geven. Het transport van de rauwe melk zou efficiënter moeten, door betere koelwagens bijvoorbeeld. Vaak nog verpietert de melk tijdens het transport per ezel of benenwagen naar het lokale verzamelpunt. Dit zou allemaal gaan lukken als investeerders maar een grotere omzet kon worden voorgespiegeld. Daar kwam de kamelenkaas om de hoek kijken. Ondanks het veel te hete klimaat en het feit dat kamelenmelk van nature niet stremt, slaagde Tiviski erin om een zachte kaas te maken. Karavane noemde ze het, gezien de nomadische roots van de melk. Maar de Europese toeristen die de kaas in koffers mee naar huis namen, spraken van Camelbert, vanwege de Franse, zachte smaak. Was dit het exportproduct dat de zuivelsector de nodige omzet, investeringen en professionalisering zou opleveren?

Hygiëne
Helaas. Ondanks vele proeverijen in Europa, waardoor Duitse en Britse importeurs al warm begonnen te lopen voor het exotische product, en een flinke lobby van Nancy zelf, is de eerste lichting Karavane nog niet de haven van Nouakchott uitgegaan. Het liep stuk op hygiëne. De Camelbert voldoet nog niet aan de Europese regels. Niet dat er iets mis is met de kaas, maar het moet officieel getest worden door een onafhankelijk laboratorium van de Mauritaanse staat. Dat lab is er nog niet. Mauritanië laat het afweten, maar ook Europa helpt niet mee. Nancy zegt dat de Europese zuivellobby de boel traineert. Het blijft voor Tiviski een beetje een kip-eikwestie. Willen de efficiëntie, hygiëne en controle bij ons omhoog, dan moeten er investeerders komen. Maar die investeerders komen alleen als we uitzicht hebben op de westerse exportmarkt, die juist weer om meer controle vraagt. Gek word je ervan. Als klap op de vuurpijl gaat de melkproductie in Europa de komende jaren waarschijnlijk flink omhoog, waardoor de melkprijs zal dalen en we meer gaan importeren. Misschien moesten we maar flink meer importtaks heffen om in ieder geval hoge stabiele prijzen te krijgen en om wat investeringen vanuit de overheid te kunnen doen. Anders komt mijn kamelenkaas nooit fort Europa in.

Melkquota op de schop
Europese melkveehouders zijn vanaf 2015 wellicht niet meer gebonden aan een maximale productie. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, wil de voedselproductie stimuleren in verband met de groeiende vraag naar voedsel en de stijgende voedselprijzen.

Boterberg
De quota zijn ooit ingevoerd om een einde te maken aan de door overproductie veroorzaakte ‘melkplas’ en ‘boterberg’. Dit voorstel komt in het kader van de afbouw van de beruchte landbouwsubsidies die boeren in ontwikkelingslanden het werk onmogelijk maakten. Nu nog krijgt een gemiddelde Nederlandse melkveehouder jaarlijks €27.000 aan Europese steun.

Volgens Oxfam International werkt het afschaffen van quota averechts voor ontwikkelingslanden: men vreest voor een Europese overproductie, met een grote prijsdaling tot gevolg. Hierdoor zou de zuivelsector in ontwikkelingslanden, gebaseerd op lokale, familiale landbouw, worden weggevaagd. Of de Nederlandse productie fors omhoog gaat, is maar de vraag. Landbouwminister Gerda Verburg zei onlangs nog dat het Nederlandse milieu niet meer dan 2 procent extra productie aankan.

Reacties