Het weer is van slag

17-10-2009
Door: Hans van de Veen
Bron: IS Online
Limpopo rivier

Op het platteland van Mozambique oefenen ze alvast een spoedevacuatie voor als de rivier weer overstroomt.

Niet ver van het dorpje Chiguidela, zes à zeven uur rijden van de hoofdstad Maputo in de zuidelijke provincie Gaza, stroomt de Limpopo. Een kalm voortkabbelende watermassa in de droge tijd, maar levensgevaarlijk in het natte seizoen. Begin 2000 sloeg de Limpopo keihard toe. Na heftige regenval trad de rivier buiten de oevers.  Met ongekende snelheid golfde het water de vrijwel vlakke provincie binnen. In de omgeving van Chòkwé vielen enige tientallen doden, in heel Mozambique ruim zevenhonderd. Het was de ernstigste natuurramp in het land sinds mensenheugenis.
De herinnering is nog vers bij Amelia Cossa, sinds 1989 vrijwilliger en inmiddels al tien jaar de baas op het lokale Rode Kruis-kantoor. “In de straten van Chòkwé stond het water drie meter hoog. We vluchtten naar enkele hoge gebouwen. Het water steeg zo snel dat de plaatsen die altijd veilig waren bij overstromingen, nu ook onderliepen. Mensen brachten drie dagen en nachten door op het dak van hun huis.” De watersnoodramp maakte veel indruk. Aan overstromingen was de bevolking gewend, maar deze omvang was ongekend. Deskundigen wezen klimaatverandering aan als de hoofdoorzaak. Die analyse drong ook door op lokaal niveau. “We beseften dat als dit kon, alles mogelijk was”, zegt Cossa.
Al snel na de ramp zette de Mozambikaanse overheid stappen op weg naar een nationaal rampenplan. Het Rode Kruis bereidt intussen de bevolking voor op volgende noodsituaties, met voorlichtingsfilms en brochures. De eigen vrijwilligers gingen op cursus, samen met lokale leiders en ambtenaren. Daarna trok men de dorpen in. Het is een werkwijze die inmiddels in een veertigtal landen is toegepast, deels betaald uit het Nederlands ontwikkelingsbudget. Terwijl de internationale gemeenschap tot nog toe vooral studeert op de gevolgen van klimaatverandering voor de lokale bevolking, is het Preparedness for Climate Change programma van het Rode Kruis een van de weinige initiatieven die alvast aan de slag gaan in het veld.

Weeralarm
In Chiguidela wordt onder luid gejoel een noodevacuatie nagespeeld. Nadat via de radio een weeralarm is ontvangen, springen leden van het dorpscomité op een door het Rode Kruis beschikbaar gestelde fiets of spoeden zich te voet naar de verre uithoeken van het uitgestrekte dorp. Met een sirene, fluitjes en vlaggen (rood voor acuut gevaar, blauw en geel voor als er wat meer tijd is) wordt de bevolking gealarmeerd. Met wat haastig bijeen gegraaide bezittingen spoedt men zich naar de hoger gelegen plaatsen. Kinderen en gehandicapten kunnen terecht in de grote boomhutten die de afgelopen tijd zijn gebouwd. Daar zijn ook voedselvoorraden en jerrycans met water aanwezig.
“De rode vlag hebben we nu eenmaal gebruikt, toen er een cycloon dreigde”, vertelt Arlinda Cuna, lid van het dorpscomité en verantwoordelijk voor gezondheidszorg. Samen met de andere leden vertelt ze over de kwetsbaarheid van het dorp, zo vlak bij de rivier. Klimaatverandering is deel van hun leven geworden. Het regenseizoen is onvoorspelbaar geworden. De regen komt veelal later en heftiger. Ook is het heter in het droge seizoen. De dorpelingen zijn overgestapt van maïs- naar cassavepap voor het ontbijt. Cassave kan veel beter tegen aanhoudende droogte dan maïs. Ook de zoete aardappel, die tegen droogte kan, heeft een plek op het menu veroverd. Bij de bouw van het nieuwe schoolgebouwtje zijn de fundamenten een stuk dieper gelegd dan men voorheen deed. Op die school krijgen de kinderen les over het klimaat, wat er is veranderd en hoe ermee om te gaan.

Op tijd gewaarschuwd
De preventieve aanpak heeft in Mozambique vruchten afgeworpen. Overstromingen verliepen de afgelopen twee jaar, na regenval die even heftig was als in 2000, relatief rustig. “De mensen waren op tijd gewaarschuwd en wisten hoe te reageren”, zegt Maarten van Aalst. Hij is medewerker van het Rode Kruis Klimaatcentrum in Den Haag en het afgelopen jaar een van de auteurs van het World Disaster Report, dat jaarlijks de internationale hulpverlening bij natuurrampen onder de loep neemt. “Om schade en slachtoffers te beperken, moeten wetenschappers ons helpen met zo specifiek mogelijke klimaatinformatie. Niet alleen voor de veranderingen op lange termijn, maar vooral voor het komende seizoen, het liefst drie à vier maanden vooruit. Zodat we mogelijk natuurgeweld veel beter kunnen inschatten en de bevolking er ruim van tevoren op kan inspelen.”

Reacties