Gouddorst in Colombia

30-12-2014 Bron: OneWorld
Goudkoorts in Colombia
Mijnwerkers in de buurt van de Angostura-gemeenschap. Foto: Marjolein Boelens
Colombia is letterlijk een goudmijn. Vandaar dat goudproducent AngloGold Ashanti er het grootste mijnbouwproject van het land opzet – tegen de wil van bewoners, die de grond bezitten. Maar dat maakt niets uit, want de óndergrond is van ons, zegt de regering, die goudwinning ziet als belangrijke motor voor economische groei.
Actueel – 

“Wij alleen kunnen de strijd tegen grootschalige goudwinning niet winnen, we hebben internationale steun nodig om de negatieve gevolgen van mijnbouw op onze kostbare grond tegen te gaan.” Dat zei Renzo García Parra tijdens een bijeenkomst afgelopen december in Den Haag. Hij was daar om bij ngo’s en de Nederlandse regering aandacht te vragen voor de problemen rond La Colosa, het grootste mijnbouwproject van Colombia en het zevende grootste ter wereld.

Goudkoorts in Colombia

 

In de Playa de Oro-gemeenschap scheidt een vrouw het goud van het erts

Open putten
De Zuid-Afrikaanse goudproducent AngloGold Ashanti is al sinds 2006 bezig met het opzetten van het goudwinningsproject. Dat gebeurt in de regio La Tolima, waar Renzo García Parra vandaan komt en waar de bevolking van de landbouw leeft. Het project verkeert nog in de verkenningsfase, maar waarschijnlijk krijgt AngloGold binnenkort de exploitatievergunningen voor goudwinning. In het 600 km2 grote gebied, in het westen van het land, komen dan vooral open-pit-mijnen. Bij zulke mijnen worden mineralen, in dit geval goud, gewonnen uit open putten. Grote delen van het te bewerken gebied worden afgegraven om gemakkelijker bij het goud te komen.

Kwik en cyanide
AngloGold Ashanti wil het goud van het erts scheiden en verwerken in een groot verwerkingsbedrijf op dezelfde locatie. Tijdens dat verwerkingsproces worden kwik en cyanide gebruikt. Er gaan geruchten dat AngloGold Ashanti de resten van deze giftige stoffen wil opslaan in een speciaal hiervoor ontwikkeld meer. Maar zowel AngloGold Ashanti als de overheid geven hier geen informatie over. Dit laat volgens García Parra het gebrek aan transparantie zien over het hele proces.

De Colombiaanse regering hecht meer waarde aan goud- winning dan aan landbouw

García Parra is lid van het Comité Ambiental En Defensa De La Vida (Milieu Commissie ter Verdediging van het Leven), een sociale beweging die zich inzet tegen de komst van het grote mijnbouwproject. Hij benadrukt dat vooral het gebruik van chemicaliën een groot probleem is voor de biodiversiteit en de bevolking. Ook, schat het Comité, is er gemiddeld drie miljoen liter water per uur nodig. En voor het erts dat overblijft na de goudwinning moet een plek worden gevonden waar naar schatting 100.000 ton steen per dag kan worden opgeslagen. “De Colombiaanse regering hecht duidelijk meer waarde aan grootschalige goudwinning dan aan landbouw, terwijl goudwinning op de lange termijn minstens tien keer zo belastend is voor het milieu dan landbouw.”

Locomotieven
De bevolking van Tolima heeft zich in een referendum uitgesproken tegen de komst van het mijnbouwproject. Maar de uitslag is door de nationale overheid weggewuifd met als reden dat dit referendum alleen van toepassing is op el suelo, de grond, maar dat dit niet geldt voor el subsuelo, de ondergrond, omdat die in handen is van de nationale overheid.
In zijn inaugurele rede in 2010 bestempelde de Colombiaanse president Santos de mijnbouw al als een van de ‘vier locomotieven’ voor economische groei. Deze mijnbouwpolitiek leidt ertoe dat grote multinationals steeds makkelijker aan de tot nu toe verplichte (milieu)licenties kunnen komen.

Minstens zo vaak worden ze opgelicht en blijven ze achter met niets

Die versoepeling heeft in de toekomst ook gevolgen voor andere regio’s, zoals Chocó, aan de Stille Oceaankust en een van de armste gebieden van Colombia. Samen met de Antioquia-regio is Chocó goed voor 80 procent van goudproductie van het land. De gemiddelde Colombiaanse goudproductie wordt tussen 2009 en 2013 door het UPME geschat op 55.900 kilogram. In de wereldranglijst staat Colombia hiermee in 2011 op de 19e plek en maakt het een van ’s werelds belangrijkste goudproducenten.

Onderzoek door Ramirez-Moreno en Ledezma-Rentería laat zien dat in Chocó jaarlijks 360 hectare aan bos verdwijnt door goudwinning. De inwoners van Chocó zijn vooral Colombianen van Afrikaanse afkomst, afstammelingen van Afrikaanse slaven, en afhankelijk van kleinschalige goudwinning. Deze goudwinning gebeurt deels mechanisch, deels op artisanale wijze.

Houten pan
Artisanale goudwinning gebeurt met een speciale houten pan. Deze techniek beschouwt de Colombiaanse regering als legaal, en mijnbouwers hebben er geen milieu- of mijnlicentie voor nodig. Mijnbouwers die er economisch beter voor staan dan hun artisanale collega’s en machines hebben doen de mechanische goudwinning. Vele van hen komen uit het aangrenzende Antioquia naar Chocó en huren daar grond van families die zelf geen geld hebben voor een machine. Vaak krijgen deze families een deel van de opbrengst van het goud. Minstens zo vaak worden ze opgelicht en blijven ze achter met niets.

Omdat de mechanische mijnbouwers machines gebruiken, hebben zij een zogenaamde titulo minero nodig. Maar de regering geeft de voorkeur aan grote mijnbouwbedrijven verkiest, waardoor vrijwel niemand van deze kleine mechanische mijnbouwers nog zo’n vergunning krijgt. Als ook grote mijnbouwprojecten naar deze regio zouden komen, kunnen bewoners het werk in hun eigen goudmijnen niet meer doen en verliezen zij hun bron van inkomsten.

Alles behoort toe aan de staat
Grote mijnbouwbedrijven als Ventana Gold, Medoro Resources en Mercer Gold bezetten in de toekomst mogelijk grote stukken land voor het winnen van goud. Ook zij bevinden zich op dit moment in de exploratiefase. In Chocó mogen de Afro-Colombiaanse gemeenschappen in Chocó volgens de grondwet gebruikmaken van de gebieden die zij vanwege hun Afro-Colombiaanse identiteit bezitten. Maar ook hier gebruikt de nationale overheid het argument dat deze rechten alleen van toepassing zijn op de grond, en niet op de óndergrond. Bovendien staat in de mijnwet dat alle minerale hulpbronnen toebehoren aan de staat.

Marjolein Boelens

Journalist, cultureel antropoloog en eigenaar Chasing Stories.

Lees meer van deze auteur >

Reacties