De Neger is terug

15-11-2011
Door: Marcia Luijten
Bron: IS Online
Neger (c) Martyn F. Overweel

Opeens duikt de Neger overal op in krantencolumns en televisieprogramma’s.
Mag je het in 2011 over negers hebben, vraagt publicist Marcia Luyten zich af.

‘De neger is kloek gebouwd; de romp is breed en goed geproportioneerd, de ledematen zijn goed ontwikkeld. Hij leert vlug maar dit vermogen verzwakt vlug tengevolge van sexuele overdaad en misbruik van gegiste dranken.’ (Uit: Reisgids voor Kongo en Ruanda Urundi, 1952)

Prinsjesdag 2011: Voor het gebouw van de Tweede Kamer loopt een verslaggever van PowNews. Hij stapt af op een groepje mensen in traditionele dracht: de grote zwarte man is gewikkeld in rode doeken, de West-Afrikaan draagt een boubou, een traditionele jurk met wijde mouwen, en het kleine vrouwtje een glinsterende sari, wat de verslaggever noemt: “een bus met zielige negertjes”. (Ze zijn daar bij wijze van protest tegen de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking neergezet door VoiceOver 2015, dat in het debat over hulp een zuidelijk geluid wil laten horen.)

De journalist houdt zijn microfoon onder de neus van de Masai: “Kunt u alstublieft mijn schoenen poetsen?”
De zwarte man kan zijn oren niet geloven. “Uw wat?!”
Verslaggever Rutger Castricum draait zich naar de volgende in de rij: “Bent u op 5 december vrij?”
Ook deze man kijkt de interviewer niet-begrijpend aan.
Castricum legt uit: “Ik ben op zoek naar een zwarte piet.”
“Hoe bedoelt u?”, vraagt de Afrikaanse man.
“Nou, ik heb op 5 december een zwarte piet nodig..”
“….ach…het spijt me meneer…ik ben bang dat dat niet gaat lukken.”
“Volgeboekt zeker!”

Heilig huisje
Het lijdt geen twijfel: de Neger is terug. Alsof de Reisgids voor Belgisch Kongo zijn etnografisch kompas is, zeikt Rutger Castricum ‘zielige negertjes’ af. Hij koketteert met zijn afkeer van het heilige huisje dat ‘neger’ heet.
Gedreven door een sadistisch verlangen tot vernederen doet Castricum denken aan The Joker. Hij heeft vrij spel omdat het Binnenhof geen Batman heeft. Uit angst mikpunt te worden van diens spot proberen ook linkse kopstukken de kwelgeest te behagen.

Maar niet alleen PowNews komt met de Neger. Volkskrant-columnist Sylvia Witteman gooit graag ‘de neger’ in de groep, in opgewonden afwachting van boze reacties. Ze twitterde: “Is er een neger in de zaal? Wat vindt u van het woord ‘neger’?” In het snikhete Pisa zag Witteman ‘negers’ die niet zweetten, zelfs niet onder hun ijscomutsje.

De dag voor Prinsjesdag  presenteerden De Jakhalzen in De Wereld Draait Door (niet cursief?) het ‘Neger Uur Journaal’: “Welkom dames, heren en negers. Gaat u lekker zitten, negers kunnen blijven staan…”
Even later mag de neger de Jakhalzen een drankje serveren.

Aanleiding voor deze persiflage was een Volkskrant-column van Annemarie Oster. Daarin beklaagde zij zich over het gebrek aan mannelijke aandacht. “Inmiddels zijn er vele jaren verstreken en zien zelfs negers mij niet meer staan.”
De Jakhalzen bespreken het leed van Annemarie Oster (“een lekker wijf opgesloten in een oud lijf”) met Humberto Tan en John Leerdam, ze praten over zwarte piet en de slaventekening op de Gouden Koets. Ze sluiten af met “het weer: morgen weer regen. Dat lijkt vervelend, maar bedenk dan dat ‘regen’ een anagram is van ‘neger’.”

Persiflage of racisme
Wat maakt nou het Neger Uur Journaal tot een persiflage, en PowNews racistisch? Dat is niet alleen het verschil in publiek. Makers en kijkers van DWDD behoren tot het deel van de bevolking dat hoeder was van de politieke correctheid waardoor de liefhebbers van PowNews zich jarenlang onderdrukt hebben gevoeld. Wanneer DWDD met de Neger spot, oogt dat als zelfbevrijding. Wanneer PowNews met de Neger spot, is het alsof de xenofoob zijn masker afwerpt.

Het is niet alleen de perceptie van de kijker, die de ene uitzending onkies maakt en de tweede best grappig. Het grote verschil is dat De Jakhalzen ‘Negerzaken’ bespreken met mensen die weten wie De Jakhalzen zijn. Mensen die de taal en de vragen begrijpen. De ironie druipt ervan af.

PowNews maakt misbruik van de argeloosheid van de ondervraagden. Op een savanne ziet de Masai de hyena op honderden meters afstand. Op het Plein herkent hij hem niet. Hij is niet op zijn hoede.
Beleefd en behulpzaam staan de Afrikanen de journalist te woord. Castricum op zijn beurt zaait verwarring, oogst hoongelach. Die vernedering is geen ongelukje. En dat is pijnlijk. De Afrikanen die zó graag aandacht willen dat ze daarvoor in klederdracht voor aap gaan staan, worden alleen door Rutger Castricum gehoord.

Historisch trauma
Maar laat al die beeldexegese even voor wat ze is. Kijk alleen naar het woord ‘neger’. Mag je het in 2011 over negers hebben?
‘De neger’ is drager van een historisch trauma, de slavernij. Hoe akelig groot de Nederlandse bijdrage aan de Afrikaanse slavenhandel is, wordt duidelijk in de serie De Slavernij, die nu wordt uitgezonden door de NTR. Die geschiedenis is onvoltooid verleden tijd. Pas tien jaar geleden bood de Nederlandse regering de Surinamers een keer excuses aan.

Het verwerken van dat verleden is belemmerd door het massieve taboe dat in de jaren tachtig eerst over het begrip ‘neger’ is gelegd, en vervolgens over alles met een andere kleur dan blank. De ‘negerzoenen’ uit mijn jeugd werden ‘Buys Zoenen”. De donkerbruine sigaren aan de Lisdodden worden nergens meer ‘negerpiemels’ genoemd.

De politieke correctheid censureerde na de jaren zestig het Nederlandse debat. Een betekenisvol gesprek over omgaan met verschillen was onmogelijk. Toen ik midden jaren negentig in het Amsterdamse debatcentrum De Balie werkte, ontbrandde daar strijd over de vraag of Frits Bolkestein er mocht komen spreken. De VVD-voorman doorbrakhet taboe dat op het bekritiseren van andere culturen.

De doorsnee Nederlandse neger schoot daar allemaal weinig mee op. De Bijlmer, Amsterdamse buitenwijk met een hoge concentratie Surinamers, werd synoniem voor werkloosheid, drugsoverlast criminaliteit en verloedering.

Zo bot mogelijk
Inzake mores en moraal heeft Nederland een talent voor doorslaan. Zo gezagsgetrouw als de gemiddelde Nederlander vóór de Tweede Wereldoorlog was, zo groot was zijn afkeer van handhaving, discipline en gezag na de jaren zestig. Het bijbehorend taboe op het open en kritisch bevragen van nieuwkomers, het taboe op het woord ‘neger’, slaat nu weer om in zijn tegendeel. Ineens moet alles zo bot mogelijk gezegd.
Rutger Castricum en Geert Wilders gedragen zich als de frontsoldaten. Met een sloophamer gaan ze niet alleen taboes, ook beschaving in zijn letterlijke betekenis (minder ruw maken, verfijning) te lijf.

Nederland mist een kompas voor het leefbaar midden. De politieke correctheid is verstikkend en daarmee gevaarlijk – het ressentiment van vandaag is gevoed door dertig jaar morele repressie. Tegelijkertijd wordt samenleven onmogelijk waar afzeiken en uitlachen de omgangsvorm zijn. Vernedering is de kiem van geweld.

Het midden is ergens waar wit of zwart niet uitmaakt. Waar we een negergrap kunnen maken zoals we kunnen lachen om Belgen of Chinezen, in het besef van het onmenselijk leed dat de slavernij miljoenen Afrikanen en hun nakomelingen heeft aangedaan.
Voor we daar zijn, moeten we door de wederzijdse pijn over de slavernij heen. De koningin moet de afbeelding op haar Gouden Koets vooral laten zitten. Het tableau met zwarte dienaren die geschenken aanbieden aan de Nederlandse vorstin, is een monument voor dat beladen verleden. We moeten dat verleden niet afkrabben – zoals GroenLinks voorstelde, we moeten het onder ogen zien. Zoals leerlingen op de basisschool horen over de Tweede Wereldoorlog, zo moeten ze leren wat de slavernij was – en ís.

Intussen is het afzeiken door Rutger Castricum een ‘kunstje’ geworden. En naarmate dat uitlachen meer gemeengoed wordt, voert PowNews Nederland naar een meer Afrikaanse stiel van humor en sociale omgang. In de zes jaar dat ik in Afrika woonde, zag ik dat leedvermaak gemeengoed is. Empathie jegens vreemden dungezaaid. Wie in Afrika van zijn fiets valt, wordt eerder uitgelachen dan geholpen. Toen mijn Rwandese vriend Deo in de stationshal in Amsterdam met koffer en al van de trap af donderde, was hij verbijsterd door de reactie van omstanders. Die hielpen hem overeind. Beschaamd keek hij rond. Niemand lachte.

Zo bezien is PowNews hard op weg zijn programma te modelleren naar een soort van ‘negernieuws’.

Reacties