Congo treedt op tegen stropers

29-08-2011
Door: Arsène Séverin
Bron: IPS

 

ivoor_kunst_beeldje
Ivoor (cc)

Chen Xiongbing, een Chinees, werd op 10 augustus in de Congolese hoofdstad Brazzaville tot vier jaar cel veroordeeld voor het "bezit van en de handel in slagtanden en andere objecten van ivoor."
 

In januari van dit jaar werd hij op het vliegveld van Brazzaville aangehouden, terwijl hij onderweg was naar Beijing. Chen moet ook een boete van 4100 euro betalen en 5500 euro schadevergoeding aan de overheid. Een dergelijke veroordeling voor wildsmokkel is nog niet eerder voorgekomen in het Centraal-Afrikaanse land.

De zaak van Chen kwam na de veroordeling in maart van de Congolees Jules Ngami, die vijftien maanden de cel in moest en een boete kreeg van 410 euro voor het "bezit en commercialisering" van twee luipaardvellen. Rond dezelfde tijd begon voor drie andere smokkelaars in luipaardvachten hun detentie van twaalf maanden in een gevangenis in Brazzaville. Zij kregen alledrie een boete van 690 euro.

Nieuwe wet
De veroordelingen van smokkelaars zijn een nieuw fenomeen in Congo. Voorheen namen opzichters en boswachters alleen smokkelwaar in beslag. Betaling van een lage boete was voldoende om het voorval verder te vergeten. 

Lange tijd was er geen wetgeving specifiek gericht op de jacht op of handel in beschermde soorten. Maar Congo - dat internationale verdragen zoals Cites, de Conventie over Internationale Handel in Bedreigde Soorten, ratificeerde, heeft de wetgeving aangepast.  

In november 2008 nam de Congolese regering de Wet op de Bescherming van Wilde Dieren en Beschermde Gebieden aan. Die wet verbiedt de export, import en handel in beschermde dieren of delen van dieren. "Dankzij deze wet worden stropers nu opgespoord en aangehouden", zegt William Nguembaud, advocaat en milieuactivist in Brazzaville.

Ongewenste bijeffecten
In het binnenland van Congo zijn nog maar weinig mensen op de hoogte van de wet, ook al is die drie jaar geleden aangenomen. De stroperij gaat vaak nog gewoon door. In sommige grote steden staan inmiddels billboards met daarop een lijst met beschermde diersoorten, bedoeld om het publiek bewust te maken van de handel.

De aanpak van de stroperij heeft echter enkele ongewenste bijeffecten. Handhavers kamden op gewelddadige wijze hele dorpen uit en mishandelden iedereen die zelfs maar een stuk vlees in huis had dat mogelijk van een beschermde soort afkomstig kon zijn. "Mensen die in de buurt van wildparken wonen, worden soms hard aangepakt voor kleinigheden als het bezit van een simpele grondeekhoorn", zegt Roger Bouka Owoko, directeur van het Congolese Mensenrechtenobservatorium.

Ivoornetwerken
Volgens niet-gouvernementele organisaties zijn er prominente mensen betrokken bij de handel in bedreigde soorten. "We zijn blij dat stropers berecht en veroordeeld worden. Maar de manier waarop de netwerken waaraan ze leveren werken, is nog steeds onbekend. Als het bijvoorbeeld om ivoor gaat, worden de klanten met rust gelaten", zegt Bouka Owoko.

"Jagers worden vaak bewapend door ambtenaren en diezelfde ambtenaren helpen de handelaars om hun waren te verkopen in de stad", zegt Vivien Ilahou, voorzitter van Congo Environnement, een ngo in Dolisie in het zuidwesten.

In april werden in de noordelijke stad Quesso zeven mensen, inclusief vier opzichters in dienst van de overheid, veroordeeld voor de handel in ivoor en luipaardvachten.

Bijna twee derde van het oppervlak van Congo is bebost en 11,6 procent van het land is aangewezen als beschermd gebied. Congo heeft drie nationale parken, zes wildreservaten en verschillende beschermde gebieden voor chimpansees en gorilla's.

Foto boven: Olifant (cc)

 

Reacties