Burundi: vrouwelijke veteranen strijden tegen stigma's

15-02-2010
Door: Jenny Schings
Bron: IRIN

"Ze (de buren, red) schelden me uit. Wanneer ze me voorbij zien komen, zeggen ze, 'kijk, zij was een soldaat'; ze geloven nog steeds dat ik een crimineel ben. Alle criminele dingen die hier gebeuren worden ons automatisch in de schoenen geschoven," vertelt Annonciata Nduwimana, een 21-jarige vrouwelijke veterane aan persbureau IRIN.

Nduwimana en andere vrouwelijke ex-militairen in Burundi hebben nog steeds dagelijks met hun oorlogsverleden te maken. Vrouwen die een kind hebben van een andere militair, worden door de gemeenschap helemaal met de nek aan gekeken. "Ze zeggen dat we onze kinderen naar hun vaders moeten brengen," vertelt een andere ex-militare. "Maar hoe moeten we dat doen?"

Burundi midden
Annonciata
Nduwimana.
Foto: IRIN

 

SlagveldAl op 15-jarige leeftijd streed Nduwimana in Burundi's oppositie, Forces Nationales de Liberation (FNL). "Mijn vader werd vermoord, hij werd beschuldigd van het onderbrengen van rebellen. Mijn moeder, broers en ik vluchtten naar Bujumbura om een veilige plek te vinden," vertelt de nu 21-jarige Burundese. Het leven in de hoofdstad bleek echter te zwaar voor een weduwe met drie kinderen. Ze konden de huur niet betalen, en de familie keerde gedwongen terug naar hun dorp Muyira in Bujumbura Rurale Province: een FNL-bolwerk, waardoor ze er niet aan ontkwam om mee te doen met de strijd.

"Ik wist dat ik gevaar liep door daar te blijven, maar ik koos ervoor om te sterven op het slagveld," aldus Nduwimana. Dat was in 2003. Twee weken nadat Annonciata bij de FNL ging, was ze klaar met de basistraining en moest ze het slagveld op. "Ik was bang. Ik kon me niet voorstellen dat ik mensen zou vermoorden," zei ze. "Maar er was geen uitweg - het was doden of gedood worden. De keuze was duidelijk."

 

 

 

Trauma's en stigma's
Nduwimana leeft nu weer een burgerleven in Muyira, maar haar tijd als strijdster heeft het haar niet gemakkelijk gemaakt. Ze is getraumatiseerd, wordt niet geaccepteerd in de samenleving en ze heeft te weinig kapitaal om bijvoorbeeld een bedrijfje te starten. Er zijn veel vrouwen in de provincie die, net als Nduwimana, gedwongen werden te vechten. Sommigen eindigden niet op het slagveld, maar voerden op andere manieren klusjes uit voor het leger of de FNL, bijvoorbeeld het verzorgen van voedsel of brandhout.

"We verlieten onze huizen met voedsel rond acht uur 's avonds en liepen en liepen; we kwamen bij zonsopgang aan bij de schuilplaatsen van de FNL," vertelt Annabelle Nshimirimana, 20, aan IRIN. "De volgende nacht liepen we weer terug naar huis, oplettend of niemand had gemerkt dat we weg waren geweest. Het was een moeilijke taak omdat het een lange weg door de bergen was. Soms liepen we in een hinderlaag en werden we gedwongen te vechten."

Deze vrouwen zijn slechts enkelen van de duizenden vrouwen in Burundi die proberen hun leven weer op de rails te krijgen nadat de FNL haar militaire strijd opgaf in 2009, en een politieke partij werd. In datzelfde jaar hield de overheid een nationale wapeninzamelingsactie. Na de actie, in oktober, kwamen er zware straffen te staan op wapenbezit.
 

 

 

Wapeninzameling
Wapeninzameling in Burundi.
Foto: IRIN.

 

Nieuwe startNu het in Burundi grotendeels rustig is, proberen vrouwelijke ex-militairen als Nduwimana en Nshimirimana te reïntegreren in het normale leven. Dat gaat moeizaam, omdat ze terwijl ze hun eigen wonden proberen te helen en trauma's te verwerken, ook moeten omgaan met de stereotypen en stigma's die op hen gedrukt worden. De Burundese samenleving is niet gewend aan vrouwelijke ex-strijders.

 

 

 

Maar niet alle hoop voor de vrouwen is verloren. De Wereldbank financiert sinds 2002 een grootschalig reïntegratieprogramma in het Grote Meren-gebied, waar ook Burundi bij hoort. En Hulporganisatie CARE International heeft een project gestart, met als doel de sociale en economische integratie van deze vrouwelijke ex-militairen te stimuleren. Remy Ndayiragije, hoofd van het project 'Dushigikirane' ("Laten we elkaar helpen" in Kirundi), legde aan IRIN uit dat het project empowerment van deze vrouwen als speerpunt heeft. CARE werkt daarvoor samen met het UN World Food Programme, Survival Corps, en met het International Rice Institute.

Gezamenlijke spaarsystemen
Het project Dushigikirane probeert onder andere nieuwe soorten rijst te introduceren in Bujumbura Rural. Ook zet het spaar- en loonsystemen op en probeert het bewustzijn te creëren onder vrouwen van het belang van werken in verbanden. Velen van hen hebben nu solidariteitsgroepen gevormd die elke week proberen geld te sparen, met als uitgangspunt het kunnen aanbieden van lonen aan de leden.

"We willen ook, samen met de ex-militairen, vrouwen bijeen brengen die niet hebben gevochten in de strijd," aldus Ndayiragije. "Wanneer ze samenwerken, zullen ze praten over het verleden; zo kunnen ze elkaar gaan begrijpen. En zij die niet in de gemeenschap geaccepteerd zijn, kunnen een luisterend oor vinden in de groep."
 

 

 

{C}Hoewel Burundi al jarenlang te maken heeft met conflicten, startte de laatste geweldsgolf in 1993, met de coup van en de moord op Melchior Ndadaye, de eerste democratisch verkozen president. Hierna ontstonden zware conflicten tussen Hutu's en Burundese Tutsi's. Naar schatting kwamen 300.000 mensen om. Drie vredesverdragen hebben sindsdien een vredes- en democratiseringsproces in werking gezet en gezorgd voor meer veiligheid. Een VN-Vredesmissie was tot 2006 in het land aanwezig. In Burundi, en ook in omringende landen in het Grote Meren-gebied, is sinds 2002 een grootschalig reïntegratieprogramma actief, het Multi-Country Demobilization and Reintegration Programma (MDRP). Dit programma wordt gefinancierd door onder andere de Wereldbank. Doel van het programma is om 55.000 Burundese ex-militairen succesvol te reïntegreren in de samenleving.

 

Reacties