Ballet is gebaseerd op witte sprookjes

15-04-2016
Door: Eva Huson
Bron: OneWorld
Michaela DePrince foto door Jade Young
De eerste zwarte danseres van Het Nationale Ballet moest van ver komen. De oorlogswees uit Sierra Leone was ooit ‘duivelskind’, nu ballerina. Maak kennis met wervelstorm Michaela DePrince, die opkomt voor buitenbeentjes wereldwijd.
Interview – 

Sorry, als je me hoort smakken”, klinkt het grinnikend aan de andere kant van de lijn. Michaela DePrince heeft een volle dag repeteren achter de rug en begint net aan haar avondeten. Ze belt vanuit de Amsterdamse Stopera waar ze zich klaarmaakt voor de avondvoorstelling. Een telefonisch interview past nog net in haar werkdag.

DePrince (21) woont en werkt sinds drie jaar in Nederland. Eerst als danseres bij de Junior Company, de kweekvijver van het nationale gezelschap, en nu als coryphée, aanvoerder van het corps de ballet, het hart van Het Nationale Ballet. Althans, voor even nog. “Ik kan het bijna niet geloven, maar ik heb net gehoord dat ik promotie heb gemaakt. Vanaf augustus ben ik grand sujet.” Weer een rang hoger op de prestigieuze balletladder. En een stap dichter bij haar langgekoesterde droom: prima ballerina worden.

Dat de ballerina zich in 2013 bij het klassieke topgezelschap mocht aansluiten, is een bijzondere prestatie. Dansen bij Het Nationale Ballet is maar voor weinigen weggelegd. Het gezelschap neemt de crème de la crème van de internationale balletwereld aan. Wat DePrince’s positie nog een tikkeltje bijzonderder maakt: ze is de eerste zwarte ballerina bij Het Nationale Ballet.

Dikke dijen en billen

‘Dat een klassiek gezelschap een pikzwart meisje als ik aannam, voelde voor mij zoals het geweest moest zijn als een witte man Rosa Parks in 1955 een plaats voorin de bus had aangeboden.’ Zo omschrijft DePrince haar aanstelling in haar memoires Ze noemden me duivelskind. Als een historisch moment. Dat is niet verwonderlijk, want de balletwereld staat niet bekend om haar diversiteit. Wereldwijd schittert slechts een plukje zwarte ballerina’s op het podium. “Zonde”, zegt de danseres over de telefoon. “Maar ballet is een oude kunst, gebaseerd op witte sprookjes. Volgens sommigen passen daar geen zwarte dansers in.” Iets dat DePrince aan den lijve ondervond tijdens haar jeugd in de Verenigde Staten. De ballerina mag talent hebben en over een ijzersterke discipline beschikken, ze is ook zwart. En daar was de Amerikaanse balletwereld niet klaar voor, zo hoorde ze keer op keer bij audities. “Heel gek dat je zoiets tegen een meisje van acht zegt, toch?”

Ook de vooroordelen over haar zwarte lichaam zijn niet mals. “Sommigen zeggen dat zwarte danseressen te atletisch zijn, en weinig verfijnd. Of dat het zonde is om in zwarte ballerina’s te investeren. Want: ‘die krijgen dikke dijen en billen’. Maar als je het publiek kunt beroeren, wat maakt je huidskleur dan uit?”

De balletwereld wordt ‘wel iets meer divers’. Zo wordt de hashtag #blackballerina gretig gebruikt en spreken zwarte topballerina’s zoals Misty Copeland zich luid uit over de kwestie. “Maar je ziet gewoon nog te weinig zwarte ballerina’s op het podium. Dan bedenk je zelf als zwart meisje ook niet snel dat je ballerina wil worden.”

Online is er steeds meer aandacht voor het aanbrengen van diversiteit in de balletwereld. Instagram accounts als browngirlsdoballet  en Twitter hastags als #blackballerina  en #blackgirlsdance  schieten als paddenstoelen uit de grond.

 

Happy National Sibling Day!! Do you have any siblings? @thelindsaytwins2

Een foto die is geplaatst door Brown Girls Do Ballet® (@browngirlsdoballet) op 10 Apr 2016 om 5:05 PDT

 

 

Nummer 27

Dat juist DePrince op vierjarige leeftijd besloot ballerina te worden, is alles behalve vanzelfsprekend. Ze werd geboren als Mibinty Bangura in 1995 in Sierra Leone. Het West-Afrikaanse land is op dat moment verwikkeld in een hevige burgeroorlog. ‘Overal waren debels, duivelse rebellen’, schrijft ze in haar boek. Als ze drie jaar is, vermoorden jonge mannen haar vader. Kort daarop verliest ze haar moeder aan ondervoeding.

De Sierra Leoonse belandt in een weeshuis, waar ze door het leven gaat als ‘nummer 27’, de minst populaire wees van de weeshuisleiding. De witte vlekken op haar huid, een gevolg van de huidaandoening vitiligo, brengen volgens de vrouwen ongeluk. Ze is een duivelskind. DePrince krijgt steevast de kleinste portie eten en moet, ondanks haar slechte ogen, achterin de klas zitten.

Toch heeft DePrince een grootse ambitie: ballerina worden. Een droom aangewakkerd door het tijdschrift dat op een dag tegen het hekwerk van het weeshuis vliegt. ‘Ik was meteen verkocht’, schrijft ze in haar boek. Een glimlachende prima ballerina siert de voorpagina. Balancerend op roze spitzen, gekleed in een sprookjesachtig kostuum. ‘Ik wist het zeker: ik wil op balletles.’

Die wens wordt werkelijkheid wanneer de Amerikaanse adoptiemoeder Elaine DePrince in 1999 neerstrijkt in West-Afrika. Ze komt eigenlijk voor ‘nummer 26’, DePrince’s hartsvriendin en naamgenoot. Maar omdat de twee onafscheidelijk zijn en geen enkele adoptiefamilie ‘het duivelskind’ wil, neemt Elaine ‘nummer 27’ ook mee. Eenmaal in Amerika mag DePrince op balletles en blijkt ze een natuurtalent. Ze groeit uit van oorlogswees tot ballerina.

Rolmodel

“Nu wil ik vooral vooruit kijken”, zegt DePrince. De reden dat op haar onderarm een tattoo staat: don’t look back. Een spreuk die de Amerikaanse vleugels geeft. Want naast prima ballerina is de inmiddels 21-jarige danseres ook een rolmodel geworden. Internationale adoptie, een zwarte danseres, The American Dream. DePrince is het gezicht van vele onderwerpen. Iets wat ze bewust uitdraagt. “Ik wil een inspiratiebron zijn. Ik wil mensen laten dromen. En niet alleen met mijn dans. Ik wil dat ze weten dat het oké is om anders te zijn. Dat je ook als buitenbeentje talent kunt hebben. Dus hoe verdrietig je soms ook bent: blijf geloven in je droom.”

Als je het publiek beroert, wat maakt huidskleur dan uit?

Aan podia om haar verhaal te vertellen schort het niet. Integendeel. Sinds haar rol in de internationaal geprezen balletdocumentaire First Position en de publicatie van haar memoires, staat de ballerina volop in de belangstelling. Interviewverzoeken vliegen haar om de oren. Haar agent moet regelmatig ‘nee’ verkopen.

En alsof ze het nog niet druk genoeg heeft, is ze sinds dit jaar het nieuwe gezicht van het in Amsterdam gevestigde War Child. “Ik hoop dat War Child mooi kan meeliften op de aandacht die ik krijg. Ik heb een podium om aandacht te vragen voor het lot van kinderen in conflictgebieden en kan hopelijk fondsen helpen aanboren.”

Michaela DePrince in actie tijdens de Women in the World Summit

Het komt niet uit de lucht vallen dat ze zich juist voor deze hulporganisatie inzet. “Ik behoorde ooit zelf tot de doelgroep van War Child. Ik weet wat oorlog met je kan doen en hoe belangrijk het is om hulp te krijgen. Ik wil kids laten weten dat ze er niet alleen voor staan.” Dat de hulporganisatie veel doet aan creativiteit spreekt haar in het bijzonder aan. “Kunst is een manier om emoties te uiten en te verwerken. Met je gevoelens kun je zingen, dansen en tekenen.” Iets waar DePrince zelf ook veel aan heeft gehad. “Als kind was ik ontzettend boos. Ik kroop op een gegeven moment in mijn schulp. Dans heeft me daar weer uitgeholpen.”

Terug naar Sierra Leone

Dans blijft op nummer één staan. “Ik probeer me elke dag te concentreren op dans, op het verbeteren van wat ik tot nu toe heb behaald.” De ballerina maakt een uitzondering voor reisjes naar Hamburg, de Duitse stad waar haar grote liefde werkt en woont. Skyler Maxey-Wert, eveneens danser. 

Michaela DePrince

Michaela DePrince danst in juni tijdens het Holland Festival in de voorstelling Transatlantic van Het Nationale Ballet. Kijk op operaballet.nl voor de speeldata van deze en andere voorstellingen met DePrince.

Ook zal ze binnenkort op vrijdagen niet in de dansstudio te vinden zijn, maar in de collegebanken van de Universiteit van Amsterdam. Daar begint DePrince aan een universitaire studie Rechten, met een focus op mensenrechten. “Uit interesse. Al ga ik er heel lang over doen, want ik doe één cursus per blok.”

Een van haar toekomstplannen: een balletschool oprichten in Sierra Leone. Dat idee vindt DePrince nu al ‘heel spannend’. Want hoewel ze even terug was op het Afrikaanse ncontinent voor een voorstellingenreeks in Johannesburg, is zij niet meer teruggeweest in Sierra Leone sinds haar vertrek. “Ik heb geen idee wat het allemaal teweeg gaat brengen in mijn hoofd.” Een toekomstplan dat ze daarom voorlopig parkeert. DePrince: “Ik wil eerst alles op alles zetten om een zo goed mogelijke danseres te worden. En als ballerina ben je al klaar rond je dertigste. Dan heb ik nog een heel leven voor me.”

Eva Huson

Eva Huson is freelance journalist en schrijft over crises, hulp en migratie. 

Lees meer van deze auteur >

Reacties