0,7 procent toch niet heilig?

14-05-2012 Bron: OneWorld
politiek – 

De storm was even gaan liggen. De Catshuisonderhandelingen liepen stuk, de bezuiniging van een miljard op ontwikkelingshulp was van de baan en de 0,7 procentnorm werd verankerd in het lenteakkoord. Maar door uitspraken van Alexander Kohnstamm in dagblad Trouw lijkt de discussie weer losgebarsten.

Drie weken geleden werd er nog rekening gehouden met een tot twee miljard bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Dat was de wil van Wilders en zelfs het CDA was om. Belangenorganisatie Partos startte vechtlustig de campagne ‘je krijgt wat je geeft’ om de voorgenomen bezuinigingen, ‘een historische vergissing’, te blokkeren. Door uit het Catshuis te vertrekken, sleepte diezelfde Wilders de ontwikkelingssamenwerking weg voor de poorten van de hel. Maar afgelopen zaterdag liet Partos directeur Kohnstamm weten dat de ontwikkelingsbranche bereid is de 0,7-procentnorm los te laten. Een sector in verwarring?

Global Public Goods
Toch niet, zo laat Kohnstamm aan OneWorld weten. "Die 0,7 procent staat todat er een alternatief model is." De kop van het Trouw-artikel dekte niet de lading volgens de Partos-voorman. Partos wil volgens Kohnstamm naar een brede agenda op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, met een bredere financiering dan de 0,7 procent. "Dat betekent meer aandacht voor klimaat, duurzaamheid en financiële stabiliteit in ontwikkelingslanden, ofwel Global Public Goods." Ministeries zullen afzonderlijk beleid gaan voeren, "en dat kan eventueel meer gaan kosten dan de huidige 0,7 procent van het nationaal inkomen."

Consultant Kees Zevenbergen is het helemaal eens met Kohnstamm. “Er moet een nieuwe agenda komen. Ontwikkelingshulp vergt coördinatie tussen ministeries. Eerst op landelijk, later op internationaal niveau.” Volgens Zevenbergen is de 0,7 procentnorm een uitvloeisel van de ouderwetse agenda. “Tijden veranderen, ook op het gebied van ontwikkelingshulp. Dat vergt een andere aanpak, meer inhoudelijk. Nederland is een voorloper op het gebied van kennis over voedsel en water. Daar moeten we ons op richten. Of dat ons 0,5 of 0,8 procent van het BNP gaat kosten is van latere zorg.”

Versimpeld
Voor ontwikkelingsorganisatie SNV is de 0,7 procent ‘ook nooit heilig geweest’. “Toegegeven, tijdens het Catshuisoverleg is de boodschap versimpeld om duidelijk aan te geven dat er wel financiële ruimte moet blijven voor ontwikkelingssamenwerking. Maar nu moet de discussie gaan over de kwaliteit en de effectiviteit van de hulp”, reageert woordvoerder Elza Scholte.  Is het niet riskant om de 0,7 procentnorm los te laten en de financiering te spreiden over verschillende ministeries en daarmee dus kwetsbaar te maken voor de grillen van diverse ministers? “Dat is een risico”, zegt Scholte. “Maar het risico dat er gekort gaat worden op ontwikkelingssamenwerking bestaat er bij elk nieuw kabinet.”

Kohnstamm vind ook dat er risico's genomen kunnen worden. De sector wil de hulp en haar financiering sowieso anders gaan organiseren en Kohnstamm wil daarin het initiatief nemen. "Te denken valt aan een kleine belasting op financiele transacties." Bill Gates stelde eerder een dergelijke heffing voor aan de G20. Deze Robin Hood-tax kan, G20 breed, jaarlijks 35 miljard euro opbrengen (In Nederland zou een belasting van 0,1 procent op financiële transacties tussen banken, verzekeraars en grote beleggers meer dan 5 miljard euro per jaar opleveren). Ook spreekt Kohnstamm over het "doorbelasten van producten die onder onzuivere omstandigheden zijn geproduceerd."

Nieuwe agenda
Voor Oxfam Novib staat de 0,7 procentnorm "niet ter discussie", zo verzekert directeur Karimi. "Tenminste tot 2015 wanneer de milleniumdoelen worden geëvalueerd." Maar Karimi vindt het 'geweldig' dat de discussie nu gevoerd wordt, omdat ook zij voor verandering is. Volgens Karimi moet er verder gekeken worden dan alleen naar ontwikkeling, en moeten we meer oog krijgen voor eindige grondstoffen en duurzame productie. "Landen als China en India moeten daarom betrokken worden bij de discussie over ontwikkelingsamenwerking."

Monique van ’t Hek, directeur van Plan Nederland, legt de nadruk van de ‘nieuwe agenda’ op samenwerken. “De overheid, het bedrijfsleven en ontwikkelingsorganisaties moeten een drie-eenheid gaan vormen. Ze kunnen niet zonder elkaar.” Van ’t Hek hecht daarbij veel waarde aan de 0,7 procentnorm. “Nederland is een voorbeeld voor veel andere landen als het gaat om hulp. Als we de norm laten varen, nemen andere landen het ook minder nauw met de norm.” Maar net als bij Kohnstamm en Zevenbergen gaat bij Van ‘t Hek een goed beleid vóór het vasthouden aan de norm. “Afwijken kan in het uiterste geval. Alleen als er goed beleidsmatig bezuinigd wordt. Liever niet natuurlijk, maar soms kan het niet anders. Samenwerking is het belangrijkst.”

 

 

 

Martijn van Tol

Martijn van Tol is freelance journalist met een oog voor verhalen in de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties