Sta Droog! met Janne's tips: deel 3

25-09-2015 Bron: OneWorld
Negentiende-eeuws Japans boro jasje. Foto: Sri Threads
Tip/Tips – 

Door je kleding te customizen, kun je je hele garderobe een make-over geven zonder ook maar een paskamer van binnen te zien. Handig als je meedoet aan de Sta Droog! Challenge. Kostuum-ontwerper Janne Kromhout van Min Design geeft tijdens de Sta Droog! maand wekelijks een tip om je kleding een tweede leven te geven.

Lees hier tip 1 en tip 2 van Janne.

Weggooien is zonde. De Japanners hebben er zelfs een woord voor: mottainai. Die term drukt het gevoel van spijt uit als er iets goeds wordt verspild. In de Japanse cultuur worden dingen meer waard als ze imperfect zijn. Kapotte kopjes en borden repareren ze daarom bijvoorbeeld met een goudkleurige lijm. Daar wordt het alleen maar mooier en waardevoller van.
  
Denim, oftewel spijkerstof, leent zich heel goed voor mottainai-reparaties. Met mooie en duurzame reparaties kunnen jeans een leven lang mee gaan en, hebben we nu geleerd, ze worden daar dus alleen maar mooier en waardevoller van. Steeds meer merken en ontwerpers, zoals denimexpert Koen Tossijn, leveren inmiddels een ‘levenslange’ reparatieservice bij aanschaf.

Maar je kunt natuurlijk ook zelf je jeans door middel van reparatie tot een uniek kunstwerk maken. Dit kan bijvoorbeeld met de patchworktechniek boro, ook een Japanse traditie. En boro wordt dan vaak genaaid met de stiktechniek sashiko (google je suf zou ik zeggen). Maar hoe zorg je nou allereerst dat je duurzaam repareert? 

Tip 3: Mottainai jeans

Duurzaam je jeans repareren doe je door een heel stuk van een patroondeel van je broek te kopiëren en achter het oorspronkelijke patroondeel waar de slijtage/gat in zit te bevestigen. Dit patroondeel kopieer je uit een andere oude jeans of denim kledingstuk (of lap denim). Want alleen een lappie voor of achter het gat en dan dicht zigzaggen leidt er vaak toe dat je slijtage gaat ‘lopen’ en er vlak naast je reparatie alsnog een gat komt. Het allerbeste is al te beginnen met repareren voordat er echt een gat zit. 

Voor deze klus heb je, naast je kapotte spijkerbroek, dus nog een broek of ander (denim) kledingstuk (dat je wil opofferen) of een lap denim nodig. En verder een tornmesje, stofschaar, spelden, stuk papier, meetlint, meetlat, potlood, naaimachine én, niet onbelangrijk, stevig (jeans)garen een jeansnaald voor in je naaimachine.

Zo werkt het:

Stap 1:
De eerste slijtage zit vaak rondom het kruis. Dat is een plek waar je moeilijk bij komt. Door de buitennaad van de broekspijp waar je gat of slijtageplek in zit voorzichtig los te tornen lukt dat beter. Lostornen is het losmaken van de naad met een tornmesje zonder de stof kapot te maken. De buitennaad is vaak de naad die niet ‘doorgestikt’ is (op de afbeelding zie je een doorgestikte naad). Torn voorzichtig net zo veel los dat je er goed bij kan maar probeer te voorkomen dat je doorgestikte naden lostornt. Verboden is het om langs een klinknagel te tornen (die ‘spijkertjes’ in je broek) want daar kom je straks met je naaimachine niet meer langs!

Spijkerbroek

Stap 2:
Keer je broek binnenstebuiten en bekijk de vorm van de verschillende delen waar je broek uit opgebouwd is goed. Leg het patroondeel waar het gat in zit op je stuk papier en stippel het betreffende patroondeel over (het kan natuurlijk zijn dat je meerdere patroondelen over moet trekken omdat het gat meerdere delen beslaat). Dit geeft uiteraard een beetje een ‘wiebelige’ lijn. Als je het patroondeel hebt overgetrokken met een stippellijn verwijder je het kledingstuk. Meet op een aantal punten het patroondeel na op je broek en controleer op je papieren patroondeel of de maten hetzelfde zijn. Maak hierna met de linialen de stippellijnen strak en vloeiend. Zo’n patroondeel moet er ongeveer zo uit zien:

Patroon

Stap 3:
Nu hoef je ook weer niet je hele pijp op stof te kopiëren, dus knip een deel van het patroon, bij het gat, uit. Leg dit op je op-te-offeren denim, of een andere stevige stof die je mooi vindt, trek dan het papieren patroondeel daarop over en knip dit uit.

Patroondeel

Stap 4:
Leg dit denimpatroondeel-stuk aan de binnenkant op het originele stuk met het gat, speld het goed vast en stik het dan vast langs de rand van het patroondeel. Als je een goede 'lijkende' kleur garen (zo dicht mogelijk in de buurt van de kleur van de broek of anders donkerder) gebruikt en aan de zijkanten vlak langs de naden van de broek naait, zal je dit nauwelijks zien. Gebruik hiervoor dus denim-garen en een denim-naald. Die zijn steviger dan gewone garen en naalden, omdat denim een stugge stof is. 

Stap 5:
Vervolgens kan je los met stiksels over het gat of de slijtage. Ouderwets zigzaggen kan natuurlijk altijd, maar je kunt je ook laten inspireren door bijvoorbeeld de sashiko- technieken. Of door er weer een patchwork van lapjes denim aan de buitenkant overheen te stikken. 

Sashiko

Stap 6:
Tenslotte zal je dan je broek toch ook weer in elkaar moeten naaien. Draai de broek hiervoor binnenstebuiten. Leg de naden die je opengetornd hebt op elkaar en speld ze vast. Als je de spelden dwars op de naad spelt, kan je er gewoon overheen de naad dichtnaaien. Strijk dan alles wat je genaaid heb (geloof me, dit doet wonderen, strijken is het halve werk) en klaar is Kees!

Denimjasjes, -jurken, -rokjes, -tassen en ook broeken (en jasjes, rokken etc.) van ander stevig materiaal kan je natuurlijk ook zo repareren. En, als je toch echt uitgekeken bent op het kledingstuk, dan customize je er toch gewoon iets heel anders van?

Iets heel anders
 

Fashion Evenings door Min DesignWil je leren hoe je zelf je hele garderobe een make-over geeft, je lievelingsjurk namaakt of je eigen patroon tekent? Twee keer per jaar geeft modeontwerpster Janne Kromhout ontwerp- en naailessen in haar atelier in de Pijp. Tijdens deze Fashion Evenings behandelt ze onder meer naaitechnieken, patroontekenen, customizen, remakes, materiaalkennis en modegeschiedenis. Voor meer informatie, check de Facebook-pagina van Min Design

Neem een abonnement op OneWorld

Reacties