De waarde van water, land én de bevolking

12-11-2015
Door: Thirza Bronner
Bron: OneWorld
rijstplukken in Kenia
Foto: Both ENDS
Groepen die in Kenia ogenschijnlijk tegenover elkaar staan en verschillende belangen hebben, kunnen wel degelijk samenwerken aan duurzaam gebruik van land en water. Als je maar uitgaat van de kennis en de inbreng van álle belanghebbenden, vooral die van de bewoners, legt Thirza Bronner, waterspecialist van Both ENDS, uit.
Blog – 

In mijn werk als waterspecialist bij Both ENDS kom ik bijzondere, gedreven en inspirerende mensen tegen. Serah Munguti, één van de boegbeelden van milieuorganisatie Nature Kenya, is zo iemand. Ze werkt al 15 jaar bij Nature Kenya. Sterker nog, ze ís bijna Nature Kenya. Ze leidt het team van de organisatie dat overheidsbeleid wil beïnvloeden. Serah is klein van stuk en straalt een natuurlijke rust uit. Maar als ze eenmaal ergens haar tanden in zet, laat ze niet meer los. Ze is volhardend, moedig en ongelooflijk wijs. En daarmee heeft ze een aantal dingen voor elkaar gekregen die ik nauwelijks voor mogelijk had gehouden.


Serah Munguti bij de World Water Week in Stockholm.

Een rooskleurig plaatje
Kenia is booming: pijlsnelle economische ontwikkeling, moderne infrastructuur, luxe shopping malls en steeds meer kansen om op te klimmen. Maar die ‘Keniaanse droom’ gaat ook gepaard met ongebreidelde groei. Neem de Tana Delta, het gebied aan de Keniaanse kust waar de Tana-rivier zich na een reis van 800 kilometer vanuit de hooglanden vertakt om uit te monden in zee. De delta heeft een unieke biodiversiteit en is een belangrijk gebied voor tientallen vogelsoorten. Daarnaast wonen er ongeveer 100.000 mensen. Boeren, vissers en nomaden die allemaal afhankelijk zijn van het land en het water in het gebied.

Een aantal jaar geleden begon de lokale overheid in het gebied vergunningen uit te geven aan buitenlandse investeerders om land te gaan gebruiken voor de productie van suikerriet- en jatropha: grondstoffen voor biobrandstoffen, bestemd voor de Europese markt om de CO2-uitstoot hier te compenseren - gesubsidieerd door de EU. Een win-win situatie zou het zijn, want ook de lokale bevolking in de Tana-delta zou er flink op vooruit gaan. Hen werd een rooskleurig plaatje voorgehouden van veel werkgelegenheid en welvaart.

Serah ging voor Nature Kenya bij de gemeenschappen in de delta langs. Ze ging van deur tot deur om hen uit te leggen dat de werkelijkheid toch echt weerbarstiger zou zijn.

“Wil je deze ontwikkeling?” vroeg zij hen.
“Ja”, was vaak het antwoord, “want dat brengt ons welvaart.”
“Maar hoe denk je van deze welvaart te kunnen profiteren als je niet meer in het gebied mag wonen? En je al je land kwijt raakt?”

Tegelijkertijd klaagde de organisatie de lokale en nationale overheid aan voor het illegaal verstrekken van landconcessies. Met succes, want ze werden door de rechter één voor één van tafel geveegd.

LandgbruiksplanEen landgebruiksplan is een soort bestemmingsplan, naar Nederlandse praktijk vertaald. Het grote voordeel is dat het samen met de bevolking wordt ontworpen, en dat gebieden waar de (corrupte) regering tot nu toe ‘vogelvrij was’ en zomaar landconcessies verleende aan allerhande bedrijven, dat nu niet meer kan doen. Het landgebruiksplan offert weliswaar bepaalde gebieden op voor ontwikkeling (grootschalige landbouw dus, in het geval van de Tana delta) maar zorgt tegelijkertijd dat andere gebieden daarvan verschoond blijven. Ander voordeel is dat kleinschalige boeren en nomaden nu dus ook niet meer in elkaars en ook niet in het natuurgebied, actief mogen zijn. Het wordt bovendien door alle partijen gesteund, want ze hebben het zelf mee-ontworpen.

Langs bij de bewoners en de premier
Maar het bleek toch vechten tegen de bierkaai: de vergunningen bleven maar komen. Nature Kenya bedacht daarom een nieuwe strategie. Wat als er een landgebruiksplan (zie kader) voor de hele delta kwam, dat duidelijk in kaart bracht welk gebied welke functie kreeg? Waarin  duidelijk werd welk deel van de delta werd opgeofferd aan ontwikkeling, welk deel aangewezen werd als graasgebied voor het vee, welk deel natuur bleef en welk deel geschikt gemaakt kon worden voor landbouw?

Serah vroeg daarom ook aan plaatselijke bewoners hoe zij de inrichting van het gebied voor zich zagen. Als zij de delta mochten inrichten, hoe zouden ze dat dan doen? Welke informele afspraken bestonden er al en moesten gerespecteerd worden? En welke soortontwikkeling zou hen echt vooruit helpen? Vervolgens keek zij met experts hoe deze lokale behoeften verenigd konden worden met duurzaam natuurbehoud aan de ene kant en de door de overheid gestimuleerde ontwikkeling aan de andere kant. Om ook de overheid mee te krijgen, praatte Nature Kenya met gemeenteambtenaren, met de lokale overheid, en uiteindelijk schoof Serah zelfs aan bij de premier om deze aanpak te presenteren. Deze laatste zegde uiteindelijk nationale steun toe aan het project en stelde technische adviseurs beschikbaar.

Waarde van land zit in water
De technische adviseurs begonnen met te kijken naar de totale hoeveelheid water die in de delta beschikbaar is. In Kenia wordt de waarde van het land bepaald door het water dat er onder zit. Water betekent rijkdom, droogte betekent armoede en misoogsten. Daarna bekeken de adviseurs wat er met het gebied zou gebeuren als er helemaal geen ontwikkeling zou plaatsvinden. Zo’n ‘laissez-faire beleid’ zou de conflicten tussen de boeren, nomaden en bedrijvigheid alleen maar verergeren, waarbij het ecosysteem nog het meest bedreigd werd. Niets doen was dus geen optie.


Een bijeenkomst van de bevolking in Walkon Village.

Voor het andere uiterste – volledige industriële ontwikkeling – was al  te weinig water beschikbaar. En ook dan zouden zowel de habitat van de vogels als de leefomgeving van kleine boeren en nomaden ernstig te lijden hebben. Er werd dus gekozen voor een ‘hybride’ landgebruiksplan, waarin bepaalde gebieden worden opgeofferd voor ontwikkeling, maar andere gebieden onaangetast zouden blijven. De plannen die de lokale bevolking samen met Serah gemaakt hadden, werden gebruikt als leidraad. En daarbij zorgde Serah ervoor dat de gemeenschappen, de technische adviseurs en de vertegenwoordigers regelmatig met elkaar overlegden, zodat ze zeggenschap bleven behouden in dit proces.

En het resultaat is er. Er liggen nu heldere afspraken over wie hoeveel water mag gebruiken, waar bedrijven mogen investeren, welke stad gaat groeien, waar nomaden hun vee kunnen laten grazen en waar boeren landbouw kunnen bedrijven. Daarnaast blijft een groot gebied intact, vooral om een thuis te bieden aan tientallen bedreigde vogelsoorten.

Bottom up
Waarom vind ik dit nou zo’n bijzonder verhaal? Het laat zien dat groepen die ogenschijnlijk tegenover elkaar staan en die verschillende belangen hebben, wel degelijk samen kunnen werken aan een compromis en een gemeenschappelijk doel. Duurzaam gebruik van land en water is heel goed mogelijk, als je maar uitgaat van de kennis en de inbreng van álle belanghebbenden, vooral die van plaatselijke bewoners.

Het is het eerste gebiedsinrichtingsplan waarbij de behoeftes van de bevolking als basis zijn genomen

Het proces is wat mij betreft een pareltje. Het is het eerste ‘bottom up’ gebiedsinrichtingsplan, waarbij de behoeftes van de bevolking in het gebied als basis zijn genomen. Een unicum in Kenia, en eerlijk gezegd ken ik weinig andere internationale voorbeelden waarin gemeenschappen zelf een plan ontwerpen, dat daarna wordt gesteund door de lokale en nationale overheid. Het landgebruiksplan is een blauwdruk voor wel afgewogen ontwikkeling, een soort road map voor de toekomst’.

“Now, I hope that conservation lessons learned from the Tana Delta will be replicated in other wetlands across the country, and even international", zegt Serah, die nog veel grotere plannen heeft. Ik heb zomaar het gevoel dat het haar nog gaat lukken ook.

Over Both ENDSBoth ENDS streeft naar een duurzame, sociale en rechtvaardige wereld. Aan de ene kant steunt Both ENDS lokale organisaties in arme landen die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding, duurzaam milieubeheer, door ze in contact te brengen met andere lokale en internationale organisaties, beleidmakers en wetenschappers. Aan de andere kant pleit Both ENDS bij beleidmakers op nationaal en internationaal niveau voor duurzaam en sociaal rechtvaardig beleid waarin de alternatieven van zuidelijke organisaties een plek krijgen.


Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Reacties