Kamp Armen: 'De Armeense genocide gaat door'

22-07-2015 Bron: OneWorld
Kamp Armen
Protest bij Kamp Armen (Foto: Joris Leverink)
In Turkije probeert een protestbeweging de sloop van Armeens weeshuis 'Kamp Armen' te voorkomen, en te bouwen aan een gedeelde toekomst. De overheid onteigende het Kamp Armen, omdat het van een minderheidsgroepering was. "Dit is culturele genocide", zeggen protestanten die de grond nu bezetten.
Actueel – 

Twee jaar nadat de Gezi protesten in heel Turkije miljoenen mensen op de been bracht, heeft het verzet nu zijn kop opgestoken in Tuzla, een rijke buitenwijk van Istanbul aan de zee van Marmara. Als je na een lang uur rijden vanaf de Bosporus de bus uitstapt, wijst een aantal geïmproviseerde wegwijzers je de weg langs hekwerkwijken en villas van beroemdheden naar een verborgen stukje grond met daarop een deels afgebroken schoolgebouw. Vroeger bracht het gezang en gelach van honderden Armeense kinderen hier nog wat leven in de brouwerij, maar tegenwoordig ligt het oude gebouw er stilletjes en verlaten bij. 

“Welkom in Kamp Armen” staat er in het Turks en Armeens op een bord geschreven. Een smalle oprit, volgehangen met vlaggen van Nor Zartonk – een politieke vereniging gesticht door Armeniërs die zich inzet voor de rechten van minderheden in Turkije – leidt naar de plek waar al meer dan twee maanden een groep mensen zich met succes verzet tegen de afbraak van het oude Armeense weeshuis in Tuzla.

Op 6 mei – slechts twee weken na de honderdste herdenking van de Armeense genocide – arriveerden de bulldozers op het terrein van het weeshuis en begonnen onmiddelijk het gebouw te slopen. Een hele vleugel was al met de grond gelijk gemaakt voordat een groep activisten, gewaarschuwd door sympathiserende bouwvakkers die op een aanliggend terrein aan het werk waren, kwam toegesneld en zichzelf voor de machines wierp in een poging het gebouw te beschermen.

Zomerschool
Het Armeense weeshuis in Tuzla, of Kamp Armen zoals het bij veel mensen bekend stond, werd in 1963 gebouwd op een stuk land dat door de Armeense kerk van Gedikpasa – een wijk in Istanbul – aangeschaft was. Het begon als een zomerschool waar de Armeense taal en cultuur levende werd gehouden. De kinderen droegen eigenhandig zand en stenen van het strand naar het terrein, en hielpen met de bouw van de school. Ze plantten fruitbomen en legden een moestuintje aan.

“We maakten kaas, yoghurt en boter. Er was altijd iets te doen,” herinnert Garabet Orunüz zich, die zijn jeugd in het kamp doorbracht. “Dit was onze plek, en alles deden we er met liefde. We genoten er van.”

Dit was onze plek, en alles deden we er met liefde

Twintig jaar lang was de school een thuis voor Armeense kinderen. Sommigen waren wees, en zij leefden het hele jaar door in het kamp. Anderen kwamen enkel voor de zomermaanden, vanuit de Turkse binnenlanden, uit kleine Anatolische dorpjes waar het erg moeilijk was de Armeense taal en cultuur in leven te houden.

In 1983 werd de school gesloten vanwege geruchten dat er Moslim kinderen tot Christen gedoopt werden en een lastercampagne die Kamp Armen afschilderde als een broedplaats voor terroristen. De eigendomsrechten van het landgoed werden door de staat in beslag genomen, en teruggegeven aan de vorige eigenaar. De landonteigening werd gerechtvaardigd op basis van een wet uit 1974 die stelde dat minderheidsstichtingen geen recht hadden onroerend goed aan te kopen.

Deze ronduit racistische wetgeving werd ingevoerd in de nasleep van de militaire coup in 1971. Stichtingen gerund door etnische of religieuze minderheidsgroeperingen werden gezien als een bedreiging voor de eenheid van de Turkse staat, en het werd hen onmogelijk gemaakt om door middel van aankoop of erfrecht hun bezittingen uit te breiden. Het jaar 1936 werd als ijkpunt vastgesteld, omdat een nieuwe wet in dat jaar alle minderheidsstichtingen verplicht had hun eigendommen te registreren. Onder de nieuwe wet van 1974 werd al het eigendom dat deze stichtingen na 1936 in handen hadden gekregen ongeldig verklaard en door de staat geconfisceerd of terug gegeven (zonder compensatie) aan de voormalige eigenaars – zoals het geval was met het land waarop Kamp Armen was gebouwd.

Hrant Dink Kamp Armen
Hrant Dink op een muurschildering (Foto: Joris Leverink)

Hrant Dink
Eén van de beroemdste leerlingen van de school was Hrant Dink, de Turks-Armeense redacteur en journalist die in 2007 in Istanbul werd vermoord. Dink was erg toegewijd aan Kamp Armen, waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht en ook zijn vrouw – inmiddels weduwe – Rakel Dink ontmoette. Voor zijn dood had Dink plannen om een documentaire over het kamp te maken, en er een boek over te schrijven, maar hier is hij nooit meer aan toegkomen. In reactie op de onteigening van het landgoed door de Turkse staat in 1983 schreef hij het volgende:

Ze hebben de arbeid van onze kinderen gestolen

“Ze hebben de vruchten van het werk van de 1500 kinderen die hier opgroeiden in bezit genomen. Ze hebben de arbeid van onze kinderen gestolen. Ze hadden nog op mijn zegening kunnen rekenen als ze het voort hadden laten bestaan als een weeshuis voor arme kinderen, een kamp voor hulpbehoevende jongeren van welke achtergrond dan ook. Maar op deze manier, gejat door een groepje dieven, weiger ik ze de zegeningen van mijn harde werk.” 

Tot grote frustratie van de Armeense gemeenschap is het gebouw tussen 1983 en nu leeg blijven staan, buiten de eenzame bewaker die op het terrein leefde om het gebouw tegen dieven en vandalen te beschermen omgerekend. In deze periode heeft het landgoed zo'n zes maal van eigenaar gewisseld – en met iedere verkoop werd de waarde verder omhoog gedreven – maar geen van hen toonde er ooit bijzondere interesse in. Tot twee maanden geleden, toen de huidige eigenaar Fatih Ulusoy besloot om het schoolgebouw af te breken en het land gereed te maken voor de bouw van zestien villa's.

In actie tegen de sloop
Zodra het nieuws naar buiten kwam dat Kamp Armen met de sloop werd bedreigd, werd een oproep tot solidariteit via de sociale media gedeeld. Activisten, campagnevoerders en sympathisanten spoedden zich naar het terrein waar ze de bestuurder van de bulldozer over konden halen om niet verder te gaan. Vervolgens bezetten ze het lege schoolgebouw, en zetten ze hun tenten op in de voormalige tuin. Doordeweeks zijn er ongeveer twintig mensen aanwezig die het terrein dag en nacht bewaken. In de weekenden is het echter een stuk drukker wanneer veel mensen uit Istanbul op bezoek komen om hun solidariteit te betuigen.

We reageerden zo snel vanwege de ervaring die we tijdens Gezi op hebben gedaan

“We hebben het park niet gegeven, en zullen onze school ook niet geven!” valt er te lezen op een van de spandoeken, met een duidelijke verwijzing naar de Gezi Park protesten van twee jaar geleden begonnen. De bezetters claimen dat ze veel van Gezi hebben geleerd, met betrekking tot organisatie, tactiek en solidariteit. Özgür Atlagan, een van de activisten legt het uit: “We reageerden zo snel vanwege de ervaring die we tijdens Gezi op hebben gedaan. Alles wat we hier doen, koken, schoonmaken, forums organiseren, dat zijn allemaal gewoontes die we twee jaar geleden in het park opgepikt hebben.”

De bezetting leek zijn vruchten af te werpen toen Ulusoy publiekelijk aankondigde dat hij het landgoed terug zou geven aan de Armeense kerk van Gedikpasa. Dit bericht werd breed uitgemeten in de Turkse media, en de regerende AKP liet er geen gras over groeien voordat zij claimden een belangrijke rol in de onderhandelingen te hebben gespeeld – iets wat door de bezetters hardnekkig ontkend wordt. Inmiddels, meer dan twee maanden na de aangekondigde datum van overdracht zijn de eigendomsrechten nog altijd in handen van Ulusoy.

Culturele genocide
“De genocide gaat door!” staat er in grote witte letters gedrukt op een zwart spandoek, hangend aan de balustrade. Twee weken voor het begin van de bezetting werd hetzelfde spandoek nog gebruikt bij de honderdste herdenking van de Armeense genocide op het centrale Taksim plein in Istanbul. Toen Alexis Kalk, een medeoprichter van Nor Zartonk, gebeld werd door een van zijn kameraden met de vraag welk spandoek hij mee naar het kamp moest brengen had hij slechts twee seconden bedenktijd nodig: “Die over de genocide!”

Voor ons, Armeniërs die in Turkije leven, duurt de genocide nog altijd voort

“Voor ons, Armeniërs die in Turkije leven, duurt de genocide nog altijd voort. Er zijn vele verschillende instrumenten die gebruikt kunnen worden in een genocide; economische druk; culturele degradatie; en geforceerde assimilatie. Dit land is nooit gestraft voor de misdaden die het begaan heeft, en zodoende aarzelt het ook niet dezelfde misdaden opnieuw te begaan.”

Garabet Orunüz, de oud-leerling van de school, is het hier helemaal mee eens. In zijn opinie was de sluiting van de school in 1983 onderdeel van wat hij ziet als een 'culturele genocide'. “Wat betekende die plek voor ons? Het was ons thuis. Wat leerden we daar? Onze taal, onze religie, onze cultuur. Dus, toen ze de school sloten ontnamen ze ons deze dingen. Dit is een culturele genocide.”

Een vaak gehoorde wens van de mensen die op enigerwijze betrokken zijn bij de bezetting van Kamp Armen is om de school weer in haar originele functie hersteld te zien worden. Het moet een plek worden waar culturen en tradities in ere worden gehouden, en zeker niet alleen de Armeense. Het plan is om de school voor een deel weer tot weeshuis om te bouwen, en deels tot zomerkamp te maken voor kinderen uit verschillende delen van Turkije om elkaar op jonge leeftijd te leren kennen en respecteren.

Gedeeld verzet, gedeelde hoop
De uiteenlopende achtergronden van de bezetters – er zijn Armeniërs, Turken, Alevieten en een aantal buitenlanders – en de hoeveelheid solidariteit die zij ontvingen van politieke groeperingen, autonome vakbonden en de Joodse gemeenschap, leidt tot de conclusie dat in het verzet tegen het meest recente hoofdstuk van de voortdurende 'culturele genocide' een van haar belangrijkste doelen al bereikt is. Opnieuw, net als twee jaar geleden tijdens de bezetting van het Gezi Park, bestaat er een eenheid in verzet, solidariteit die sociaal geconstrueerde grenzen overstijgt. En een gedeelde hoop dat ondanks een verdeeld verleden er een kans is op een gemeenschappelijke toekomst.

Joris Leverink

Joris Leverink is freelance journalist, met standplaats Istanboel

Lees meer van deze auteur >

Reacties