Onze invloed op de Afrikaanse biologische landbouw

22-10-2014 Bron: OneWorld
Foto: Annie Heis
Onderzoek – 

Grote kans dat de cacao van de biologische chocoladereep uit je supermarkt uit Ghana komt. Ghana is de grootste chocoladeproducent ter wereld en de biologische landbouw is er in opkomst. De vraag uit Europa en zorgen over het milieu leiden tot een steeds groter wordende biologische sector in verschillende Afrikaanse landen. Laurent Glin van de Universiteit van Wageningen onderzocht deze vrij nieuwe sector in Ghana, Benin en Burkina-Faso. Naast cacao keek hij naar sesamzaad en katoen.

Laurent Glin is gepromoveerd op zijn onderzoek ‘Governance of global organic agro-food networks from Africa’  bij de Environmental Policy Group van de Universiteit Wageningen. Hij is verbonden aan het  Research Institute of Organic Agriculture (FiBL) in West Africa. glinlaurent@yahoo.fr

Ons handelen heeft invloed op het leven van mensen op andere plekken in de wereld. Dat blijkt ook nu weer uit het proefschrift van Laurent Glin die promoveerde aan de Universiteit van Wageningen. Hij onderzocht de betrokken partijen bij de biologische landbouw in drie Afrikaanse landen; Ghana, Benin en Burkina-Faso.

Van industriële naar biologische landbouw                         Na de Tweede Wereld Oorlog zorgde een industriële aanpak van de landbouw en het gebruik van chemicaliën voor een toename van de voedselproductie waardoor armoede en honger afnamen. Dit succes had echter ook negatieve gevolgen. De chemicaliën tastten de natuurlijke ecosystemen aan wat risico’s had voor de gezondheid van mens en dier. In reactie hierop kwam, net als in Europa, in Afrika de biologische landbouw op.

De Afrikaanse biologische landbouw groeit dankzij de vraag van de Westerse consument. Veel Afrikaanse landbouwproducten vinden immers hun weg naar Europa. Nu steeds meer mensen in Europa overstappen op biologische producten, groeit ook de Afrikaanse biologische landbouw. De Ghanese biologische cacao sector en de biologische sesamzaad sector in Burkina-Faso zijn zelfs voornamelijk tot stand gekomen door de vraag uit ‘het Noorden’, blijkt uit het onderzoek van Laurent Glin. Er speelt iets anders met de katoensector in Benin; deze werd biologisch door lokale zorgen over milieu- en gezondheidsproblemen als gevolg van het gebruik van chemicaliën in de landbouw.

Biologische landbouw heeft andere standaarden dan de traditionele landbouw; zo mogen er geen chemicaliën worden gebruikt. Deze standaarden komen vooral uit de rijkere westerse landen. Glin stelt dat alleen de grote bedrijven aan ‘onze’ standaarden voldoen en dat veel kleinschalige bedrijven dus buiten de boot vallen.

Beter bestuur nodig
Glin keek ook naar de samenwerking tussen alle actoren – internationale organisaties, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties - in de biologische katoensector in Benin, de biologische cacao sector in Ghana en de biologische sesamzaad in Burkina Faso. Volgens hem deden internationale organisaties zoals de Wereld Handel Organisatie (WHO) lange tijd niets aan de negatieve effecten van de industriële landbouw. Maatschappelijke organisaties en verschillende marktpartijen stapten vervolgens in dit gat.

Laurent Glin ziet mogelijkheden voor de Afrikaanse landbouw. Niet alleen als antwoord op milieuproblemen, maar ook om de armoede op het platteland aan te pakken en de landbouw sectoren weerbaar te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dan is er wel meer sturing en steun van nationale en lokale overheden nodig en overleg met internationale organisaties zoals de EU en de WHO.

Zie ook de column van Siemen van Berkum over de effecten van internationale handelsakkoorden op ontwikkelingslanden.

Annemarie van Elfrinkhof

Annemarie van Elfrinkhof doet onderzoek naar de houding, kennis en het gedrag...

Lees meer van deze auteur >

Reacties