Aruba: een duurzaamheids-marketing machine

12-10-2015
Door: Bobby Spier
Bron: OneWorld
Foto: Bobby Spier
Foto: Bobby Spier
2020 wordt een belangrijk jaar voor de Arubaanse regering. Oliegebruik behoort dan officieel tot het verleden en het eiland draait voor 100 procent op duurzame energie. Doel: het verhogen van de sociale, economische en ecologische veerkracht van het eiland. Toch gaat de invoering van duurzaamheid op Aruba vooral om economisch gewin, stelt Bobby Spier, afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht.
Onderzoek – 

Minister-president Mike Eman lanceert in 2009 een duidelijke politieke visie. In het jaar 2020 moet Aruba niet alleen een ‘vijfsterrensamenleving’ zijn voor toeristen, maar ook voor haar burgers. Hij beoogt een volledig duurzame samenleving, waarbij economische groei resulteert in een beter leven voor alle eilandbewoners en in bescherming van de kwetsbare ecologie. De bekende Arubaanse slogan ‘One Happy Island’ wil hij ombuigen tot ‘One Happy Sustainable Island.’ 

Met het gevoerde duurzaamheidsbeleid staat Aruba wereldwijd in de spotlights. Inmiddels zijn de eerste concrete stappen richting een duurzame samenleving gezet. Tien windmolens draaien aan de rand van het nationale natuurpark Arikok, het eiland herbergt het grootste zonne-energiepark van de Carribbean en de zesde Green Aruba Conferentie staat gepland op 27 oktober 2015. 

Kwetsbaarheid
Waarom zet de politiek zo hard in op duurzaamheid? Het duurzaamheidsbeleid vloeit voort uit het besef dat Aruba, als klein eiland, kwetsbaar is. Wetenschappers stellen dat kleine eilanden - ook wel Small Island Developing State (SIDS) genoemd - dezelfde unieke kwetsbaarheden delen. Kenmerken hiervan zijn onder andere een sterke afhankelijkheid van het toerisme; de afhankelijkheid van olie voor de opwekking van energie; het hebben van een kleine binnenlandse markt, waardoor eilanden sterk afhankelijk zijn van internationale handel; onzekerheid over de toevoer van producten en een fragiel ecosysteem. Op Aruba is deze kwetsbaarheid overduidelijk. Het eiland steunt sinds de sluiting van de olieraffinaderij in 1985 op slechts één economische pilaar: het toerisme. Daarnaast is het land voor de opwekking van energie en de ontzilting van water voor bijna honderd procent afhankelijk van olie-import. Aruba importeerde in 2010 rond de achtduizend vaten olie per dag ter waarde van 800.000 Amerikaanse dollars. Deze afhankelijkheid drukt een grote stempel op de lokale economie. 

Kleine eilanden en duurzaamheid

 

Internationaal is een beweging zichtbaar van kleine eilanden die overgaan op duurzame energie. Het bekendste voorbeeld is het eiland Samsø, gelegen bij Denemarken, dat in een financiële crisis raakte en daarna besloot om zich onafhankelijk te maken van mondiale energieleveranciers. In 1997 werd het eiland uitgeroepen tot het meest Duurzame Energie-eiland. Ook het Indonesische eiland Sumba streeft met haar project Sumba Iconic Island sinds 2012 naar volledige onafhankelijkheid van dure en vervuilende fossiele brandstoffen in 2025. 

Het eiland biedt met jaarlijks ruim 5000 wind- en 2500 zonne-uren, de mogelijkheid om over te gaan op duurzame energie. Dit reduceert de afhankelijkheid van olie en stimuleert de lokale economie. Aruba wil met haar duurzame beleid een voorbeeld zijn voor andere kwetsbare eilanden. De export van groene kennis moet leiden tot de ontwikkeling van een kenniseconomie die (naast het toerisme) gaat fungeren als tweede economische pilaar. 

Economisch gewin
Echter, de verdere uitbreiding van duurzame energie leidt tot frictie in de samenleving. De invoering van het tweede windmolenpark in natuurgebied Urirama leidde tot felle protesten van buurtbewoners die zich verenigen onder de naam Affected Resident Urirama (ARU). De regering ziet het park als een belangrijk onderdeel in de transitie naar een volledig duurzame samenleving, maar ARU heeft sterke bezwaren. Zij stellen dat de windturbines slecht zijn voor hun gezondheid en het natuurgebied degraderen. De bouw van het park ligt al drie jaar stil wegens een rechtszaak. Desondanks blijft de regering stellen dat het tweede windpark er komt. In het overheidsdocument genaamd 2020-Vision uit juni 2015, staat dat het Urirama Windpark in 2016 operationeel is. 

Zucht naar economisch gewin voert de boventoon.

Deze casus toont aan dat de zucht naar economisch gewin belangrijker wordt geacht dan het behouden van de natuur en het verkrijgen van sociaal welzijn. Ook andere politieke keuzes ondersteunen het beeld dat sociale- en milieuaspecten een ondergeschikte rol spelen ten aanzien van de economische ontwikkelingen. Zo staat de natuur continu onder druk door bevolkingsgroei en hoteluitbreiding. Concrete milieuwetgeving bestaat niet. Het eiland kent ondanks een groeiende vuilstort geen vuilverwerkingsbedrijf. Voor grote ruimtelijke ordeningsprojecten, zoals de aanleg van de nieuwe vierbaansweg de Green Corridor, wordt vooraf geen milieu-effect-rapportage gemaakt. Daarnaast staat sinds een aantal maanden het duurzaamheidsbeleid op losse schroeven. De Venezolaanse oliemaatschappij Citgo toont serieuze interesse om de oude olieraffinaderij in San Nicolas nieuw leven in te blazen. De vraag is of Aruba het duurzame pad blijft volgen of gaat voor een snelle economische injectie. Aan het eind van dit jaar presenteert de regering haar keuze.

Participatie 
Het is zichtbaar dat een groot deel van de Arubaanse samenleving het duurzaamheidsbeleid niet steunt. Verschillende organisaties proberen draagvlaak te creëren, maar zij werken niet samen, maar langs elkaar heen. De reden dat grootschalige participatie uitblijft, ligt aan het feit dat de regering het duurzaamheidsbeleid topdown invoert, terwijl het overgrote deel van de bevolking sterk twijfelt aan de haalbaarheid van de 2020-visie. Deze twijfel belemmert de invoering van het duurzame model. Frictie zou verminderd kunnen worden door bottom-up participatie binnen de samenleving te stimuleren en samen haalbare doelen te stellen. De bevolking wordt zo vanaf het begin bij het politieke proces betrokken, waardoor de lokale waarden van de samenleving worden erkend, geaccepteerd en serieus worden genomen.

Bobby Spier (24) is werkzaam als journalist bij Amigoe Aruba. Daar is zij gespecialiseerd in de thema’s natuur, milieu, duurzaamheid en veiligheid. In het jaar 2014 behaalde zij haar Master Culturele Antropologie aan de Universiteit Utrecht. 

Bobby Spier

Bobby Spier (24) is werkzaam als journalist bij Amigoe Aruba. Daar is zij...

Lees meer van deze auteur >

Reacties