OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Een project van de gemeente Wageningen was een van de eerste. De gemeente zocht een dak voor zonnepanelen, waarbij burgers van de opbrengsten zouden kunnen profiteren. Zelfstandig energieadviseur Frank Zegers werd erbij betrokken, hij kende wat mensen bij Maritiem Onderzoeksinstituut MARIN, gevestigd op de campus van de Universiteit van Wageningen. MARIN had nog lege daken en bij het instituut waren ze meteen enthousiast.

Dankzij de inspanningen van Zegers en zijn partners in crime kreeg het zonnedakproject met 722 panelen de benodigde 78 investeerders bij elkaar. Zo werd in 2015 Wageningen op Zon geboren, een van ’s lands oudste energiecoöperaties, die laat zien hoe samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers – die tevens aandeelhouder zijn – tot mooie resultaten kan leiden.

Van consument naar prosument

Inmiddels zijn andere energiecoöperaties als paddenstoelen uit de grond geschoten. In 2018 is er een recordaantal (20 procent) coöperaties bijgekomen, waarmee hun aantal nu uitkomt op een kleine vijfhonderd. De meeste zijn te vinden in Noord-Holland (77) en Gelderland (66).

Bijna 70.000 Nederlanders zijn, aangezet door financiële en duurzaamheidsoverwegingen, overgegaan tot de aankoop van zonnepanelen, of worden aandeelhouder in zonnedaken, zonneparken en windmolens. Ook worden er inmiddels allerlei lokale burgerinitiatieven ontwikkeld voor duurzame warmtevoorziening als alternatief voor aardgas. Door al die ontwikkelingen verandert de rol van de burger van passieve consument tot bewuste prosument, die zijn eigen energie opwekt.

Wanneer burgers aandelen kunnen kopen in wind, zullen ze minder negatief tegen windmolens in hun omgeving aankijken

De rol van energiecoöperaties binnen de energietransitie is groot, vindt Saskia Lavrijssen, hoogleraar Regulations and Market Governance of Network Industries aan de Universiteit van Tilburg. “Zij kunnen op regionaal niveau voor draagvlak zorgen. Zo zijn er een heleboel voorbeelden van omwonenden die aangeven dat ze niet op windmolens zitten te wachten. Maar wanneer burgers aandelen kunnen kopen in wind, gaan ze daar anders tegenaan kijken, wat voor een enorme draagkracht zorgt.”

Frans Zegers, mede-initiatiefnemer en bestuurslid van Wageningen op Zon, beaamt dit: “De aandelen van ons eerste zonnedakproject in 2015 waren in een mum van tijd uitverkocht.”

Het financiële plaatje

Zegers: “Het benodigde startkapitaal is voor 75 procent door de participanten bijeengebracht en de rest is provinciale subsidie. Als aandeelhouder krijgen de deelnemers een deel van de opbrengst. Groene energieleverancier Qurrent – ondertussen overgenomen door Greenchoice – zorgt voor de afname van de stroom en de continuïteit.”

Het succes van dit eerste zonnestroomproject smaakte naar meer, vertelt Zegers. “MARIN had nog dakruimte over, en medewerkers die niet in het juiste postcodegebied woonden en bij de voorinschrijving buiten de boot vielen, wilden ook graag meedoen. Daarom hebben we zonnedakproject nummer twee opgestart volgens hetzelfde stramien. En ondertussen zijn we bezig met project nummer drie.”

Plan van aanpak

Hoewel het zo allemaal best simpel klinkt, komt er nogal wat kijken bij het opstarten van een energiecoöperatie. Zegers: “Je moet van alles uitzoeken: of de dakconstructie geschikt is, hoe het zit met verzekeringen, de fiscus en subsidieaanvragen, en je moet een contract opstellen met de dakeigenaren. Belangrijk is ook om vroeg met de ledenwerving te beginnen, dan kun je daarna echt stappen zetten.”

Hij vervolgt: “Ook de communicatie is belangrijk. Zo hebben wij een informatiebijeenkomst georganiseerd nádat we al het voorwerk hadden gedaan en alles al zo’n beetje rond was. Dat hebben we bewust zo gedaan. Andere coöperaties kiezen er soms voor om hun informatieavonden in een eerder stadium te organiseren, maar dan loop je het risico dat onduidelijkheden tot weinig vertrouwen leiden.”

Een van de lastigste dingen kan zoiets simpels zijn als het afsluiten van een bankrekening. Zegers: “Sinds kort zijn de regels van de AFM (Autoriteit Financiële Markten) veranderd en moet je allerlei formele meldingsformulieren invullen en delen met je leden vóór je een bankrekening mag openen. En die formulieren kun je eigenlijk pas invullen als je je business case rond hebt, terwijl je die rekening eerder nodig hebt om subsidies aan te kunnen vragen. Waardoor het dus een kip-en-ei-verhaal wordt.”

Hoe deel je de kennis?

En zo zijn er meer hobbels die de oprichting van een energiecoöperatie en de realisatie van dergelijke projecten kan bemoeilijken. Daarmee kan bijvoorbeeld Greenchoice, de eerste en grootste groene energieleverancier van Nederland, bij helpen.

“Wij kunnen energiecoöperaties de complete administratie en facturatie uit handen nemen”, vertelt Jeroen Vanson, manager lokale energieprojecten bij Greenchoice. “Zodat zij zich kunnen richten op het realiseren van mooie, duurzame energieprojecten in hun eigen omgeving.”

Voor mensen die op de eigen woning geen zonnepanelen kunnen installeren, is een energiecoöperatie een uitkomst

Vanson vervolgt: “Bij een zonnedakproject heb je het over een looptijd van minimaal vijftien jaar. De bijbehorende financiële rompslomp is dus een hele klus. Wij kunnen ook zorgen voor een continue geldstroom naar de coöperatie. Want voor iedere klant die coöperaties meenemen, krijgen ze een klantvergoeding.

Daarnaast ontvangen ze een vergoeding voor de opgewekte stroom. Ten slotte hebben wij een heleboel kennis in huis die we delen, in dagelijks contact met de coöperaties, maar bijvoorbeeld ook tijdens het jaarlijkse evenement HIER opgewektwaarvan wij al jaren hoofdsponsor zijn.

Energieleverancier wordt dienstverlener

Vanson: “Greenchoice bestaat sinds 2001. Aanvankelijk werkten wij samen met de eerste windcoöperaties in Nederland, zoals De Windvogel. In de afgelopen jaren heeft zonne-energie echter een enorme vlucht genomen, en zijn wij ook betrokken bij het realiseren van collectieve zonneparken en -daken.

Hij vervolgt met; “Zo’n 40 procent van de burgers heeft geen geschikt dak of mag zelf geen zonnepanelen installeren, omdat ze huren of in een monumentaal pand wonen. Voor hen is een collectief dus echt een uitkomst. Zeker als mensen straks van het gas af moeten, zullen ze op een andere manier in hun energie moeten voorzien.”

Die ontwikkelingen hebben Greenchoice ook aan het denken gezet over de eigen rol. “Die verandert van energieleverancier in dienstverlener. Wij willen, in tegenstelling tot sommige andere leveranciers, juist samenwerken met klanten die hun eigen energie opwekken.

Dat past in onze visie over decentrale opwekking van groene stroom. Wij denken dat er behoefte is aan dienstverlening, bijvoorbeeld bij het administratieve verkeer tussen de verschillende partijen, zoals de producenten – de prosumers – de betrokken bedrijven en niet te vergeten, de netbeheerder.”

Greenchoice werkt ondertussen samen met ruim honderd lokale energiecoöperaties en -projecten.Voorbeelden daarvan zijn de Amelander Energie Coöperatie (AEC), initiatiefnemer van het allereerste collectieve zonnepark in Nederland en het postcoderoosproject met een zonnedak op de Westergasfabriek in samenwerking met de Amsterdamse energiecoöperatie Ecostroom.

Buurtgenoten spreken met elkaar over hun zonnepanelen: ‘hoeveel stroom hebben we deze keer opgewekt?’

Volgens Vanson is naast financiële en duurzaamheidsoverwegingen het belangrijkste motief misschien wel het gevoel van trots dat het de leden geeft. Van eigenaarschap en verbinding. “Dat merk ik ook in mijn eigen buurt in Den Haag, waar ik deelneem aan een project met zonnepanelen op het dak van het Museon. Als ik mensen uit de buurt tegenkom, gaat het gesprek al snel daarover: hoe gaat het met onze zonnepanelen, hoeveel stroom hebben we de afgelopen tijd opgewekt?”

Wetgeving verouderd

De explosieve toename van renewables en decentrale opwekking vraagt ook om aanpassingen van de bestaande wetgeving. Hoogleraar Saskia Lavrijssen: “Er zijn in Nederland nog steeds kolencentrales actief. De gedachte achter het beleid was destijds: goedkope energie voor iedereen. Onder invloed van het Klimaatakkoord van Parijs is er meer aandacht gekomen voor de energietransitie. Pas nu, onder Rutte-3, ligt er een ontwerp-Klimaatakkoord. Veel te laat.”

Zo is het huidige elektriciteitsmodel gelinkt aan de grote fossiele centrales die, gestuurd door de vraag van de consument, energie produceren. Maar dit rijmt volgens Lavrijssen totaal niet met decentrale opwekking. “De bestaande wetgeving en praktijk is nog steeds niet aan de nieuwe realiteit aangepast. Dat gaat nu echt tot problemen leiden. Zo zitten netwerkbeheerders nu al met een capaciteitsprobleem1.”

Wettelijke kaders

De wettelijke kaders rond energielevering in Nederland zijn van oudsher gebaseerd op fossiele bronnen. Zo werd met de Elektriciteitswet uit 1998 toegang tot elektriciteit aan alle Nederlanders gegarandeerd, parallel aan de Gaswet uit 2000 waarin een gasaansluiting verplicht werd gesteld. In 2014 werd daar de Warmtewet aan toegevoegd, bedoeld om de regels rondom stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag, waarvan ondertussen zo’n 600.000 huishoudens in Nederland afhankelijk waren, in goede banen te leiden. Voor warmte- en koudelevering bestaat immers geen landelijk netwerk en heeft de afnemer geen vrijheid bij de keuze voor een leverancier.

In 2004 werd de liberalisering van de energiemarkt doorgevoerd en de leveranciers (Nuon, Essent en Eneco) werden losgeknipt van de netwerkbeheerders (Stedin, Aliander en Enexis), waarmee de monopoliepositie van de bestaande partijen werd doorbroken. De rol van de burger bleef evengoed beperkt tot die van passieve consument.

Daar komt nu verandering in. Conform het Klimaatakkoord van Parijs en de daaruit voortvloeiende afspraken moet Nederland in aanloop naar 2030 35 TWh aan duurzame energie opwekken door zon en wind op land te realiseren. De helft van deze investeringen moet bovendien leiden tot lokaal eigendom van die zon- en wind-installaties. Om deze energietransitie door te voeren moet er nog een boel gebeuren.

Technische en economische mogelijkheden om dit aan te pakken zijn er al, maar de huidige wetgeving laat dit niet toe. Lavrijssen: “De praktijk gaat sneller dan de juridische inbedding. Je hebt op dit moment al zogenaamde ‘flexibiliteitscontracten’, zoals in de regio Nijmegen. Daar hebben netwerkbeheerders contracten afgesloten met bedrijven, waarbij afhankelijk van de vraag soms meer, en soms minder energie wordt geleverd. De juridische voorwaarden van die contracten zijn echter nog niet voldoende duidelijk.”

Van Wet VET naar één wet?

In de Wet Voortgang Energietransitie (VET), die sinds 3 april vorig jaar van kracht is, is vastgelegd dat de aansluitplicht op aardgas voor nieuwbouw vervalt. Er zijn nog plannen geweest voor een Energiewet 1.0 voor elektriciteit, warmte en gas, maar de vraag is volgens Lavrijssen of dit daadwerkelijk gaat gebeuren.

Lavrijssen: “Het probleem in de nieuwe, veranderende wereld is ondertussen niet zozeer de toegang tot elektriciteit, maar vooral de opslag van elektriciteit en de toegang tot warmte. Daarvoor moeten regionale elektriciteitsstrategieën komen, en die moeten vervolgens per wijk worden ingevuld. In de ene wijk met warmtepompen, in de andere misschien met warmtenetten. Dit vereist nogal wat maatwerk per regio, wat behoorlijk ingewikkeld is.”

Energiehandel

Is met de groeiende beweging van burgers die verenigd in een coöperatie hun eigen energie opwekken, een energiehandel tussen coöperaties en burgers, of burgers onderling, geen logische vervolgstap? Lavrijssen: “Binnen de nieuwe Europese wetgeving kan dat simpelweg niet. Zo heb je om ‘energieleverancier’ te worden een leveringsvergunning nodig van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Maar om die te krijgen moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen 2, waarvoor je als energiecoöperatie al gauw te klein bent. De vraag is ook: zitten coöperaties daar wel op te wachten, met alle bijbehorende rompslomp?”

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Greenchoice.

Hessel interview (11)-verkleind

Hoe duurzaam zijn zonnepanelen nu eigenlijk?

Hoe zit het met de CO₂-uitstoot bij de productie van zonnepanelen?

Windmolens - Pixabay

‘In 2050 draaien bijna alle landen op groene energie’

‘Hoe kunnen we klimaatverandering terugdringen?’ Deze vraag staat vanaf…

  1. Onder andere doordat de nieuwe aansluitingen niet altijd compatible blijken met bestaande kabels, waardoor door de zon opgewekte stroom niet goed geleid kan worden. ↩︎
  2. Waaronder verschillende financiële, technische en organisatorische bewijsstukken kunnen overleggen en een minimumaantal aansluitingen hebben. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Erzsó Alföldy

Erzsó Alföldy

Freelance journalist

Erzsó is freelance journalist met een achtergrond in wetenschap en cultuur. Ze schrijft vooral over actuele, maatschappelijk relevante …
Profielpagina