OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De cijfers liegen er niet om: elke zes uur straalt de zon voldoende energie op het zand en de stenen van ‘s werelds woestijnen om de gehele wereld een jaar van energie te voorzien. Door ‘slechts’ 1,2 procent van de Sahara vol te zetten met zonne-energiecentrales 1 zou de hele wereld van energie kunnen worden voorzien. Maar ook  een relatief klein deel van de zonovergoten Sahara zou al enorm veel zonne-energie kunnen leveren. 1,2 procent van de Sahara is weliswaar een reusachtig oppervlakte2, maar als je de wereld ermee van energie kan voorzien, lijkt dat overkomelijk.

Zelfs met een kleiner project zouden grote delen van Europa van duurzame energie kunnen worden voorzien. Geen uitstoot! Geen gezeur met burgers die wel groene energie willen, maar geen windmolen in hun achtertuin! Geen ingewikkelde concurrentie tussen landbouwgebieden en zonnepanelen! En bovenal: nooit gebrek aan zonlicht of wind, zoals in de Nederlandse wintermaanden3.

Extra voordeel: we betalen de instabielere naties aan de zuidgrens van Europa voor de duurzame stroom. Met dat geld kunnen die regio’s zich ontwikkelen. De overvloedige energie zal het bovendien mogelijk maken om goedkoop zeewater te ontzouten, waaraan de lokale bevolking en de landbouw zich kunnen laven. De werkgelegenheid en kennis van zonne-energie zullen groeien, waardoor het aantrekkelijker wordt om in (Noord-)Afrika te blijven. En dat alles dankzij die gulle, overvloedige zon. What’s not to like?

Twee miljoen Europese huishoudens

Dat is ook de insteek van het Britse bedrijf TuNur. Dit bedrijf probeert op dit moment toestemming te krijgen van de Tunesische overheid voor een Concentrated Solar Power-installatie (CSP, zie kader hieronder voor uitleg) die 4,5 gigawatt moet gaan opleveren. Dat is ongeveer twee keer zoveel als de gemiddelde kerncentrale. Die stroom moet dan via high voltage direct current-kabels (HVDC, zie kader hieronder), door de middellandse zee naar Europa getransporteerd worden. Dat zou voldoende moeten zijn voor twee miljoen Europese huishoudens.

https://www.youtube.com/watch?v=rdznRgeZiBc
Bron: www.youtube.com

Concentrated Solar Power is anders dan de zonnepanelen die je in Nederland ziet. Met deze techniek worden de stralen van de zon door honderdduizenden spiegels weerkaatst en geconcentreerd op een hoge toren die in het midden van de spiegels staat. Bovenin die toren staat een vat met zout dat door de gecombineerde straling van de zon wordt verhit tot zeer hoge temperatuur (500 tot 1.000 graden Celcius). Met dat zout wordt water verhit en met de resulterende stoom worden turbines aangedreven die elektriciteit opwekken.

Het voordeel van deze technologie boven de in Nederland gebruikelijke fotovoltaïsche panelen4, is dat het kokende zout hitte lang vasthoudt. Hierdoor kunnen CSP-installaties ook ‘s nachts stroom leveren, wat met PV-panelen onmogelijk is.

Voor levering aan Europa, moet de elektriciteit over de Middellandse zee worden getransporteerd. Om die afstand zonder al te grote verliezen te overbruggen, moet de energie worden omgezet naar gelijkstroom (of: DC, direct current). Gelijkstroom is anders dan de stroom in je stopcontact: daarop staat wisselspanning (of: AC, alternating current). Bij wisselstroom treedt een relatief groot verlies op, onder andere door de weerstand in de elektriciteitskabel zelf. Bij gelijkstroom onder hoge spanning (HVDC) is dat verlies lager; zo’n 3 procent op duizend kilometer.

De gedachte achter het TuNur-initiatief is niet nieuw. Al in 2009 stelde een groep van vooral Duitse bedrijven voor om op grote schaal Saharazon in de vorm van elektriciteit naar Europa te transporteren. Dit ambitieuze project, Desertec genaamd, had in 2050 niet minder dan 100 gigawatt stroom – genoeg voor 100 miljoen huishoudens! – aan Europa moeten leveren. Het verliep echter stroef en in 2013 werd het project gestaakt nadat initiatiefnemer en grootaandeelhouder Siemens zich had teruggetrokken.

Betaalbaarheid, duurzaamheid en zekerheid

Volgens Pier Stapersma, senior onderzoeker internationale energiemarkten bij het International Energy Programme van onderzoeksinstituut Clingendael (CIEP), was het vooral het financiële plaatje dat Desertec de das om heeft gedaan. “Destijds lag de prijs voor zonnestroom rond de 30 dollarcent per kilowattuur. Die kosten zijn zeker met drie kwart omlaag gegaan. Nogal een verschil.”

Volgens Stapersma speelt ook de geopolitieke context een belangrijke rol. “Energiebeleid is altijd een spanningsveld tussen betaalbaarheid, duurzaamheid en energiezekerheid. Afhankelijk van wie je het vraagt wordt de nadruk elders gelegd. De Duitse industrie zal concurrentiepositie (betaalbaarheid) voorop stellen, maar vraag het een club als Urgenda en die zal zeggen dat klimaat (duurzaamheid) voorop moet staan in de beslissing. En de Polen zullen wijzen op de gevaren van een te grote afhankelijkheid van Russisch gas (zekerheid).”

De zwakte van Desertec was dat uit die driehoek eigenlijk alleen duurzaamheid goed naar voren kwam, stelt Stapersma. “Maar zowel de EU als geheel, als de individuele lidstaten lijken de energietransitie aan te grijpen om de eigen energieproductie te vergroten. En daarmee hun afhankelijkheid van importen te doen afnemen. Natuurlijk zouden de extra inkomsten uit Sahara-zonnestroom de Noord-Afrikaanse regio kunnen stabiliseren, maar op dit moment is die regio nog redelijk turbulent. En dat gold des te meer toen Desertec van de grond getild moest worden.”

Kritiek

Nu de prijs van zonnestroom zo sterk is gedaald, zijn het met name de landen in en rond de Sahara zelf die met de technologie aan de slag zijn gegaan. In Marokko wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan de voltooiing van de reusachtige Noor5CSP-centrale bij het woestijnstadje Ouarzazate. Ook in Saudi-Arabië en in Dubai worden grote zonne-energieprojecten ontwikkeld.

Critici spreken van ‘energy colonialism’ en ‘green grabbing’

Daarmee wordt de droom om energie naar Europa te exporteren weer nieuw leven ingeblazen, al is er ook kritiek. Ngo’s als War on Want zijn kritisch en spreken van energy colonialism terwijl anderen spreken van green grabbing. De kritiek komt erop neer dat projecten als TuNur slechts de (al dan niet corrupte) elite in de Saharalanden en een aantal buitenlandse conglomeraten ten goede komen. De lokale bevolking wordt volgens hen een groot stuk land ontnomen waarvoor zij niets terugkrijgen.

Stapersma: “Bij steenkool speelt al jaren de kwestie van ‘bloedkolen’; de kobalt die nodig is voor zonnepanelen en elektrische auto’s komt vaak uit Congolese mijnen waar van alles mis is. Je zult altijd verantwoordelijkheid moeten nemen over de manier waarop je grondstoffen en energie verkrijgt.’

  1. Niet noodzakelijkerwijs zonnepanelen; vooral zogenaamde Concentrated Solar Power-installaties (CSP) worden genoemd. Zie hieronder het kader voor details. ↩︎
  2. Het Forbes-artikel spreekt van 43.000 vierkante mijl. Dat komt neer op ruim 110.000 vierkante kilometer. Of, ongeveer zo groot als Bulgarije. De schattingen lopen overigens nogal uiteen. Maar het punt blijft overeind: een relatief klein deel van de zonovergoten Sahara zou enorm veel zonne-energie op kunnen leveren. ↩︎
  3. Een groot probleem voor in Nederland opgewekte hernieuwbare energie is dat in de wintermaanden, met name in november, het relatief veel mist. Er is dan weinig wind en zon, waardoor de opbrengsten van windmolens en zonnepanelen teruglopen. ↩︎
  4. Deze meestal donkergekleurde panelen worden in de volksmond meestal zonnepanelen genoemd. Ook de afkorting is gangbaar: PV-panelen (van het Engelse photovoltaic). ↩︎
  5. Noor of nur is Arabisch voor ‘licht’. Je ziet het ook terug in de naam TuNur (Tu staat voor Tunesië). ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewl3-0749

Janno Lanjouw

Redacteur PowerSwitch

Na zijn studies Geschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media richtte Janno het Food Film Festival op. Daar raakte hij gespecialiseerd in …
Profielpagina