OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De bevolking van Rijsenhout, vlakbij Schiphol, heeft met succes de bouw van een transformatorstation bij hun dorp weten tegen te houden. In het Financieel Dagblad was te lezen hoe de inwoners schrokken van dit enorme bouwwerk vlakbij hun woningen. En hoe zat het met de straling van al die apparatuur? Ze kwamen in opstand. Ondertussen zijn de netbeheerder en de gemeente nog steeds op zoek naar een geschikte plek. Inmiddels vele jaren en miljoenen euro’s verder.

Zo’n transformatorstation, 4,5 hectare groot en 29 meter hoog, is een schakel in de energietransitie. Elektrische auto’s en warmtepompen, maar ook het opwekken van zonnestroom en windenergie, vereisen dat ons elektriciteitsnet wordt uitgebreid: dikkere kabels in de straat, meer hoogspanningsleidingen en verbindingsstations. Dat moet in de omgeving van Schiphol dus nog even wachten, want er was geen draagvlak voor dit project bij de Rijsenhouters.

Draagvlak kun je helemaal niet ‘creëren’ bij projecten waar men niet op zit te wachten

Draagvlak is het toverwoord in de energietransitie. “We moeten draagvlak creëren”, roepen verschillende experts en politici, als projecten en maatregelen niet meteen op instemming kunnen rekenen. Niet alleen hoogspanningsleidingen en transformatorstations, maar ook zonneparken en windmolens kennen weerstand. De zoektocht naar draagvlak kent vele varianten: een verplichte communicatieparagraaf in plannen voor energieprojecten, nog meer informatieavonden, een paar zonnepanelen cadeau voor het dorpshuis of een heus fonds voor het dorp om leuke dingen van te doen. Maar draagvlak kun je helemaal niet ‘creëren’ bij projecten of maatregelen waar men niet op zit te wachten.

Het belang van de bewoners

Het lijkt wel of we nog veel te leren hebben, maar niets is minder waar. De energietransitie gaat iedere Nederlander aan, dat is een feit. Als we willen dat de Nederlander de veranderingen die het met zich meebrengt omarmt of op z’n minst accepteert, dan kunnen we leren van een lange en rijke geschiedenis van projecten in onze leefomgeving waarbij de betrokkenheid van omwonenden en anderen centraal staat. Een bloemlezing.

Toen in de jaren zeventig de stadsvernieuwing op gang kwam, was de bevolking niet meer gediend van beslissingen en maatregelen die van bovenaf werden bedacht en uitgevoerd. Het protest tegen de Amsterdamse metro en de grootschalige sloop van stadscentra (ook in andere steden) om autowegen aan te leggen zijn daarvan de duidelijkste voorbeelden. Na een eerdere valse start, ontwikkelde men een aanpak waarbij voorstellen aan de keukentafels werden besproken, met ambtenaren die de buurten en mensen kenden. Hierbij kwam het belang van de bewoners voorop te staan. Projecten werden kleinschaliger en sloten meer aan op de bestaande situatie.

Vanaf de jaren negentig, toen veel gemeenten bezig waren grote stadsprojecten te plannen, ontstond het fenomeen ‘interactieve planvorming’. Dat betekent: niet meer alles zelf achter de ambtelijke bureaus bedenken, en daarna bij de formele inspraak tegen een stapel bezwaren aanlopen, maar vooraf met iedereen in gesprek, zodat verschillende opties gezamenlijk bedacht en afgewogen worden. De planologie bewoog van top-down naar bottom-up, zoals dat heet.

Dezelfde ontwikkeling zagen we weer tien jaar later, begin deze eeuw, terug bij de aanleg van snelwegen en het verhogen van de dijken langs de grote rivieren. Dat leverde de programma’s ‘Sneller en Beter’ (voor de aanleg van snelwegen) en ‘Ruimte voor de rivier’ op. Ook hier wederom ruim aandacht voor hen die potentieel veel overlast van de aanleg zouden kunnen ondervinden. Dat betekende vooraf met iedereen om tafel, in plaats van dichtgetimmerde plannen. Hierdoor werden de doorlooptijden van projecten niet alleen verkort (want minder juridische procedures), maar werden er ook betere oplossingen bedacht.

Muurvast

Maar bij de energietransitie gaat dit nog lang niet altijd goed. Nu zijn we weer een decennium verder, en vanaf het begin van de jaren tien begint de impact van grote windparken in het oog te springen. Lokale overheden die niet zitten te wachten op grote windparken spelen de bal terug naar het Rijk, en die zet de Rijkscoördinatieregeling in. Oftewel: de Rijksoverheid neemt bij grote projecten de regie over van gemeente en provincie, in de veronderstelling dat de uitvoering versnelt. Het tegendeel bleek waar: deze projecten liepen muurvast, en op dit moment is de weerstand in de omgeving van die van bovenaf geplande windparken groter dan ooit.

Ik hoor u denken: maar hoe zit het dan met die ervaring met de stadsvernieuwing, de ruimtelijke ordening, en bij die verkeers- en waterprojecten? Zijn die situaties dan zo anders? Nee. Die zijn hetzelfde. Met als enige verschil dat de samenleving zich tegenwoordig nog beter laat horen, en dat de urgentie van de energietransitie nog onderwerp van heftig maatschappelijk en politiek debat is.

Nog meer dan bij de eerdere voorbeelden is het dus belangrijk om met alle betrokkenen bij elkaar te gaan zitten en te bespreken wat er nodig is, en welke oplossingen daar het beste bij passen. Dat geldt eerst voor het beleid (hoeveel zonneparken en windmolens willen we inzetten in onze regio, onder welke voorwaarden, en op welke plek?), en daarna ook voor de projecten die daaruit voortkomen (waar, hoe groot, op welke manier, van wie is het?). Een tweetrapsraket als het ware, waardoor het dus dubbel zo belangrijk is om de plannen en projecten voor de energietransitie van onderop vorm te geven.

Draagvlak kun je niet zomaar maken, of ergens ophalen

Draagvlak kun je niet zomaar maken, of ergens ophalen. Het is het gehoopte resultaat van een lang en zorgvuldig proces. Het is hard werken, en als het goed gaat, is de uitkomst dat betrokkenen in meerderheid positief zijn over de nieuwe ontwikkelingen. Daar hebben we ruim ervaring mee, en er is geen enkele reden waarom we dit bij de energietransitie niet zo zouden doen.

En er is ook een bonus. Door zeggenschap serieus te nemen, wordt er veel vaker echt eigenaarschap ontwikkeld. Zowel over de manier waarop, als van de daadwerkelijke projecten. Als de energietransitie van jezelf is, pakt niemand die je meer af.

thomas-richter-56177-unsplash

‘Hoeveel stroom hebben we al opgewekt, buurman?’

Een energiecoöperatie oprichten doe je niet zomaar, maar het zorgt voor veel verbinding.

aqua-art-blur-302733

De creatieven hebben de toekomst

Marcel ziet volop initiatieven met creatieve oplossingen voor klimaatverandering.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
image1

Hotze Hofstra

Hotze Hofstra is Energiecommissaris van Groningen en heeft zijn eigen onderneming. Met zijn team werkt hij aan duurzame-energieprojecten in …
Profielpagina