OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Hoewel Nederland al eeuwen gebruikmaakt van windenergie, is de moderne windturbine waarmee elektriciteit wordt opgewekt het resultaat van slechts enkele decennia innovatie. Zo bezien is het nog maar een piepjonge technologie. Ook blijkt het inmiddels gangbare beeld van een windmolen met drie wieken een vrij recente ontwikkeling.

Windturbine met één wiek
De Monopteros had een eenbladige repeller

“Nederland stond vroeger bekend om zijn tweebladige windturbines”, legt Chris Westra uit in een lawaaiige koffieketen op het Amsterdamse station Zuid. “Je weet wel, van die blauwe van de firma Lagerweij, die je veel bij agrariërs zag staan. In Duitsland zijn zelfs pogingen gedaan om turbines met maar één blad te bouwen. Met een contragewicht tegenover het blad tegen het jutteren. Dat werkte op zich redelijk en het voordeel was dat ze lichter, goedkoper en sneller waren. Het had best iets kunnen worden, alleen vonden investeerders het er niet uitzien dus ging er meer onderzoeksgeld naar twee- en vooral driebladige molens.”

Eenbladige propellers: dat hoor ik voor het eerst!

“Ja.. even, voor we verder gaan”, zegt Westra terwijl hij een gespeeld ontevreden frons opzet, “het is een repeller en geen propellor. Een propeller draait doordat een motor een naaf aandrijft. Dat kost energie. Zoals bij een vliegtuig dat kerosine verbrandt. Bij een repeller is dat precies andersom: de repeller drijft via de naaf de generator aan en die wekt de stroom op.”

Dynamiek

Het moge duidelijk zijn. Westra kent zijn windmolens. Pardon: windturbines. Niet verwonderlijk, want hij houdt zich al een groot deel van zijn werkzame leven bezig met duurzame energie, voorheen onder andere als onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Tegenwoordig is hij consultant op het gebied van duurzame energie en dan met name wind op zee. Anno 2018 gaat het in die business om miljoeneninvesteringen die ervoor moeten zorgen dat Nederland in 2030 tenminste 40 procent van de benodigde elektriciteit uit wind haalt.

Windturbines
Chris Westra werkte vele jaren als onderzoeker en is nu consultant op het gebied van duurzame energie Beeld door: Rosa van Ederen

Maar toen Westra zich begin jaren zeventig met windenergie begon bezig te houden, was dat wel anders. Het was een tijd waarin de milieubeweging zoals we die vandaag de dag kennen eigenlijk nog helemaal niet bestond, maar pas van de grond aan het komen was. Westra bouwde zijn eerste molen in 1972. Later dat jaar verscheen Grenzen aan de groei, het invloedrijke rapport van de Club van Rome1.

Windturbine van het eerste uur
De molen voor Westra’s huis bij Sloterdijk Beeld door: archief Chris Westra

“Temidden van die dynamiek werd ik door Roel van Duijn, politicus en milieuactivist van het eerste uur, gevraagd of ik een kleine windturbine in elkaar kon zetten. Gewoon om te laten zien dat het kon. Hoewel ik daar niet specifiek voor gestudeerd had – niemand had dat in die tijd – was ik redelijk handig en knutselde ik die in elkaar. Het was een heel simpel ding dat op een soort mecanoconstructie stond. Toen een aantal maanden later de Oliecrisis2
uitbrak bouwden we er nog een voor mijn huis op Sloterdijk. We organiseerden een persconferentie in mijn woonkamer die verlicht werd door de molen om aan te tonen dat we niet afhankelijk hoefden te zijn olie.”

En zo kwam Westra via een achterdeur in de duurzame energie terecht. Het bleek een vormende ervaring, want de aandacht die de persconferentie genereerde zorgde ervoor dat hij overal werd gevraagd om zijn ‘expertise te delen’. “En dus bleef ik betrokken en leerde ik door, niet alleen over windturbines, maar over duurzame energievoorziening als geheel.” In 1980 schreef Westra het Windwerkboek wat met dertigduizend exemplaren “ontzettend goed verkocht”. In dat decennium probeerden tientallen kleine fabrikanten voet aan de grond te krijgen in de ontluikende industrie. “Van al die bedrijfjes is eigenlijk alleen Lagerweij nog over. En ook Lagerweij is een keer failliet geweest.”

Zo hoog als de Eiffeltoren

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw kwam commerciële windenergie stukje bij beetje van de grond. De windturbines werden geavanceerder, hoger en kregen meer vermogen. Nu hoor je steeds vaker dat de sector nu eindelijk het ‘geitenwollensokken-stadium’ is ontgroeid. En inderdaad wordt er veel van windenergie verwacht. In het Energieakkoord is afgesproken dat in 2023 vijf windturbineparken gerealiseerd moeten zijn die, samen met de al bestaande windparken, een totaal vermogen hebben van circa 4,5 gigawatt. Tussen 2024 en 2030 moet daar volgens het regeerakkoord voor nog eens 7 gigawatt aan windturbineparken op zee bij komen.

Eiffeltoren
Windturbines worden steeds groter

Toch wijst Westra erop dat de sector misschien volwassener lijkt te worden, maar nog volledig in de puberteit zit. “De ontwikkelingen volgen elkaar zo snel op dat er op zee eigenlijk alleen maar prototypes worden neergezet. Zodra een park klaar is, zijn de inzichten zo ver gevorderd dat de molens eigenlijk alweer achterhaald zijn.”

Molens-op-zee_klein

‘Allemaal de zee op!’

Hollandse Kust Zuid zal het eerste windpark op zee zijn dat zonder subsidie wordt…

Windturbines

Onderstaande paragraaf is afkomstig uit Westra’s nieuwe boek Zet ze maar op zee, dat eind november uitkomt.

Er zijn niet veel fabrikanten van windturbines die op zee kunnen worden geplaatst. Siemens Gamesa Renewable Energy is marktleider, gevolgd door MHI Vestas Offshore Wind. Samen zijn ze goed voor meer dan 75 procent van de totale geïnstalleerde capaciteit. Overige fabrikanten zijn Senvion, Adwen en de relatieve nieuwkomer General Electric (GE). Dit bedrijf heeft de windenergieactiviteiten van het Franse Alstom overgenomen. Het heeft inmiddels de Haliade-X 12 MW gepresenteerd. Deze eerste 12 MW-turbine in de wereld heeft rotorbladen van 107 meter (een diameter van 220 meter). De Deense bouwer van deze bladen, LM Wind Power, is ook door GE overgenomen. Het ontwerp van GE is naar een maximale opbrengst geoptimaliseerd. Dit betekent dat de turbine al bij lage windsnelheden elektriciteit levert en veel draaiuren maakt. De kleinere Alstom Haliade 150 6 MW-windturbines zijn in het eerste Amerikaanse windturbinepark op zee bij Block Island geplaatst. Rond 2020 komen nog meer grote turbines voor plaatsing op zee op de markt. MHI Vestas Offshore Wind komt met de V164 9,5 MW. Bij de ontwikkeling hiervan is vooral naar lage operationele kosten, kostenefficiënte installatie en betrouwbaarheid gekeken. De rotorbladen van deze windturbine, van ruim 80 meter, zijn in Denemarken beproefd. In de nieuwe fabriek van Siemens Gamesa Renewable Energy in Cuxhaven (Duitsland) worden turbines van 9 MW met een rotordiameter van 167 meter zonder tandwielkast (‘direct drive’) gebouwd. De ontwikkeling van grote windmolens leidt tot minder molens per project, dus ook minder kabels, minder handelingen bij het installeren en minder onderhoud. Het resultaat is goedkopere elektriciteit met wind op zee.

  1. de Club van Rome doet wetenschappelijk onderzoek naar de toekomst en leefbaarheid van de planeet ↩︎
  2. In 1973 verhoogde een aantal Arabische olieproducerende landen om politieke redenen de olieprijs met 70 procent. Een groot tekort volgde en resulteerde in de beroemde ‘autoloze zondagen’ ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewl3-0749

Janno Lanjouw

Redacteur PowerSwitch

Na zijn studies Geschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media richtte Janno het Food Film Festival op. Daar raakte hij gespecialiseerd in …
Profielpagina